id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 07 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070607.11 Rolnummer: AR 1230/2007 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-07-02 15:45 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Internationale koop Vrije woorden: Weens Koopverdrag Keuringsplicht Protesttermijn Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 1230/2007 der algemene rol.- De naamloze vennootschap "TRADING INDUSTRIES BELGIUM", met vennootschapszetel te 8560 Wevelgem, Ieperstraat 15/3; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0464.608.026; eiseres, hebbend als raadsman meester Vincent Bonte, advocaat te Wevelgem-Moorsele; tegen : De vennootschap naar Nederlands recht "WATERPLANTENKWEKERIJ R. MOERINGS BV", met vennootschapszetel te 4706 RD Roosendaal (Nederland), Hellemonsdreef 1; ingeschreven in het HR van de kamer van koophandel en fabrieken voor West-Brabant onder nummer 20099522; BTW nr. NL 809.352.618 B01; verweerster, vertegenwoordigd door haar directeur de heer R; De Rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken. Toepassing is gemaakt van de art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Met dagvaarding van 23 maart 2007 vordert de eisende partij de veroordeling van de verwerende partij tot de betaling van 28.497,40 euro in hoofdsom, met de moratoire rente berekend aan de conventionele rentevoet van 11 % per jaar op 23.536,10 euro sedert 16 maart 2007 tot aan de dag van de betaling, meer de gerechtelijke rente op het schadebeding en de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Voormelde hoofdsom is samengesteld als volgt : - factuur nr. 2006-218 d.d. 02 maart 2006 : 23.536,10 euro - verwijlrente (11 % per jaar) : 2.461,30 euro - conventioneel schadebeding (maximum) : 2.500,00 euro 28.497,40 euro. De verweerster is op de zitting van 10 mei 2007 verschenen en heeft de bevoegdheid van deze rechtbank niet betwist, zodat ze beschikt over de vereiste rechtsmacht (art. 24 EEX-Verordening). Met de litigieuze factuur heeft de eiseres de prijs aangerekend voor de verkoop van een partij metalen plantencontainers en -rekken. Het betrof de laatste levering van een globale bestelling d.d. 21 oktober 2005 met een totale waarde van 94.631,78 EUR, waarvan drie eerdere leveringen werden betaald door de verweerster. De verweerster verklaart de vordering te betwisten, gezien zij problemen heeft ondervonden met de geleverde goederen, meer bepaald waar sommige containers en/of rekken zijn ingezakt wanneer er planten werden opgestapeld. Zij voert aldus aan dat de geleverde goederen niet conform waren en zij legt een reeks foto's neer tot staving van haar verweer. Zij voert ook aan voor een bedrag van 109.000 USD omzetschade te hebben geleden. Op de door de verweerster voor akkoord ondertekende bestelbon wordt uitdrukkelijk verwezen naar de algemene voorwaarden van de eiseres die o.m. de toepassing van het Belgisch recht bedingen. Het gaat in casu echter om een internationale koop-verkoop van roerende zaken, waarop in beginsel het Weens Koopverdrag van 11 april 1980 (CISG) van toepassing is. Immers, de litigieuze verkoop dateert van na het tijdstip waarop het CISG van kracht is geworden in de beide staten waar de respectieve partijen gevestigd zijn (in Nederland is het CISG in werking getreden op 01 januari 1992 en in België op 1 november 1997). Derhalve dienen in principe zonder meer de verdragsregelen te worden toegepast, zonder een omweg via de verwijzingsregels (art. 1-1-a en art. 100.2 CISG). Anderzijds maken de verdragsregels als zodanig ook deel uit van het Belgisch recht en bovendien ligt er in casu geen enkele aanwijzing voor dat de partijen de toepassing van het Weens Koopverdrag hebben willen uitsluiten (cf. Cox, K., "De invloed van een rechtskeuze op de toepassing van het Weens Koopverdrag", noot onder Kh. Brussel, 24 maart 2004, T.B.H., 2005, p. 782, inz. nrs. 2-3). De rechtbank dient derhalve in eerste instantie de regels van het Weens Koopverdrag toe te passen. Het Weens Koopverdrag kent slechts één uniform conformiteitsbegrip. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de vrijwaring voor verborgen gebreken en de leveringsplicht (Van Houtte, H., Erauw, J. en Wautelet, P., Het Weens Koopverdrag, 1997, p. 124 ; De Groot, S., "Non-conformiteit volgens het Weens Koopverdrag", T.P.R., 1999, p. 635 e.v., inzonderheid p. 638-652 ; Kh. Kortrijk, 20.4.1998, T.W.V.R., 3e jaargang, p. 70). Artikel 38.1 CISG bepaalt verder dat de koper de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden, zo kort mogelijke termijn moet keuren of moet doen keuren. Artikel 38.2 CISG voegt eraan toe dat, indien de overeenkomst tevens het vervoer van de zaken omvat, de keuring kan uitgesteld worden tot na de aankomst van de zaken op hun bestemming. In het Weens Koopverdrag wordt geen rechtstreekse sanctie gekoppeld aan de niet-naleving van deze keuringsplicht, doch art. 39.1 CISG bepaalt wel dat de koper het recht verliest om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken, de verkoper hiervan in kennis stelt, onder opgave van de aard van de tekortkoming. De keuringsverplichting en de verplichting tot protest dienen daarbij aan elkaar gekoppeld te worden, aangezien de koper geen enkele reden heeft om met zijn protest te wachten eens hij vastgesteld heeft (of had moeten vaststellen) dat de levering niet-conform was. Vandaar dat moet aangenomen worden dat de protesttermijn zeer kort is (Van Houtte, H., a.w., p. 176 ; Cox, K., "Recente rechtspraak Weens Koopverdrag : de keurings- en kennisgevingsplicht van de koper", in : Internationale aspecten in de verschillende takken van het recht, referatenbundel van het vormingsprogramma 2004-2005 van de Balie van Kortrijk, Larcier, 2005, p. 245 e.v., inz. nr. 5, p. 257). Het Weens Koopverdrag bepaalt zelf geen vaste termijn of standaardtermijn, zodat de vraag of het protest tijdig is, behoort tot de soevereine beoordeling van de rechtbank, die zal rekening houden met de concrete omstandigheden. Het is tenslotte de koper, die moet bewijzen dat hij tijdig gekeurd heeft of heeft laten keuren én dat hij tijdig geprotesteerd heeft (De Groot, S., a.w., p. 664-665 en 687-688). In casu dient vastgesteld te worden dat de containers en rekken door toedoen van de eiseres werden verscheept naar Norfolk (V.S.), hetgeen volgens de voorgelegde stukken gebeurd is in de periode van 6 februari 2006 tot 2 maart 2006. De goederen waren aldaar bestemd voor de Amerikaanse zusterfirma van de verweerster. Verder blijkt uit de voorgelegde stukken dat de eerste reclamatie naspeurbaar bij de eiseres is toegekomen per e-mail op 21 april 2006, hetzij een 11-tal weken na de verscheping van de eerste levering en een 7-tal weken na de verscheping van de laatste levering. Zulks dient als laattijdig te worden aanzien. In normale gevallen geldt trouwens een termijn van één maand als algemene deler (De Groot, S., a.w., p. 675-677 en 689) en in casu is er geen reden om een langere termijn te aanvaarden. De verweerster bewijst overigens niet dat zij in de onmogelijkheid was om eerder te (doen) keuren en/of te protesteren. Derhalve dient de sanctie van het rechtsverval te worden vastgesteld in hoofde van de verweerster. De vordering is gegrond wat de factuurhoofdsom en de gevorderde rente betreft. De verkoopsvoorwaarden van de eiseres voorzien echter in een maximum schadebeding van 1.860,00 EUR (i.p.v. 2.500,00 EUR), zodat de vordering dient verminderd te worden met 640,00 EUR. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, alle andere besluiten afwijzend als niet dienend. Wijzende op tegenspraak; Stelt vast dat ze ten dezen beschikt over de vereiste rechtsmacht; Verklaart de vordering toelaatbaar en gegrond in volgende mate : veroordeelt de verweerster om aan de eiseres te betalen: ZEVENENTWINTIGDUIZEND ACHTHONDERD ZEVENENVIJFTIG euro VEERTIG cent (27.857,40 EUR), met de conventionele rente tegen 11 % per jaar op 23.536,10 EUR sedert 16 maart 2007 + de gerechtelijke rente tegen de wettelijke rentevoet op 1.860,00 EUR sedert de dagvaarding, telkens tot aan de dag van de betaling; Veroordeelt de verweerster tot de kosten van het geding, aan de zijde van de eiseres tot heden begroot op 350,46 EUR dagvaarding en rolrecht + akte uitreiking + 364,40 EUR rechtsplegingsvergoeding. Wijst het meer gevorderde af als ongegrond; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling noch kantonnement. Aldus het vonnis, uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting van zeven juni tweeduizend en zeven. Aanwezig: P. Deseyne, Voorzitter; J. Corne en P. Danneels, Rechters in handelszaken, eerstgenoemde door de Voorzitter aangewezen ter vervanging van de Rechter in handelszaken J. Decorte, wettelijk verhinderd de uitspraak van onderhavig vonnis bij te wonen, waarover hij mede heeft beraadslaagd (art. 779 Ger.W.); P. Vanwettere, griffier. P. Vanwettere P. Danneels J. Corne P. Deseyne Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.