id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 11 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070611.6 Rolnummer: AR 3781/06 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-12-04 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-07-02 15:46 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek Vrije woorden: overlijden van deskundige geen eindverslag, enkel voorverslag Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr 3781/06 der algemene rol De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "QUALITY FIRST", met vennootschapszetel te 8510 Kortrijk-Bellegem, Leuzestraat 84; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0450.905.983; eiseres, hebbend als raadsman meester Johan Vansuyt, advocaat te Menen-Lauwe; tegen : De naamloze vennootschap "CHAUFFAGE MARTIN", met vennootschapszetel te 8531 Harelbeke-Hulste, Brugsesteenweg 52 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0425.693.012; verweerster, hebbend als raadsman meester Ivan Remmerie, advocaat te Kuurne, pleitend meester Marina Fechner, advocaat te Kortrijk. I. PROCEDURE De zaak werd ingeleid bij dagvaarding, die op 27 november 2006 op regelmatige wijze werd betekend aan verweerster. Partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in openbare terechtzitting van 7 mei
- Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging. Partijen hebben elk een stukkenbundel neergelegd. De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 tot regeling van het taalgebruik in gerechtszaken werden in acht genomen. II. IN FEITE Eiseres trad op als bouwheer voor een appartementsgebouw genaamd Residentie Ixia te 8400 Oostende, Koningstraat
- Het appartement op de vijfde verdieping werd door eiseres verkocht aan de Heer JV. Eiseres diende in te staan voor de afwerking van het appartement. Verweerster (aannemer) kreeg van eiseres de opdracht om op basis van de twee offerten dd. 23/05/02 en op basis van de tekeningen en de plannen ontworpen door de koper van het appartement, zowel de centrale verwarming te leveren en te plaatsen, als de sanitaire leidingen en toestellen te leveren en te plaatsen, met inbegrip van de aansluiting van alle toestellen en radiatoren. De leidingen werden door verweerster aangebracht in de maand augustus 2002, waarna de chape werd gelegd, het pleisterwerk werd uitgevoerd en de faiënce werd geplaatst door de daaropvolgende aannemers. In juni 2003 vatte verweerster de navolgende werken aan, bestaande uit het leveren en plaatsen van de radiatoren, van de toestellen gekozen bij NV Sanicomfort, met inbegrip van de gekozen meubelen, de kranen, ..., alsook alle aansluitingen van watertoevoer en afvoer naar het sanitair, met de toezegging dat de werken zouden afgewerkt zijn voor de zomervakantie van het jaar
- De eigenaar wou het appartement immers betrekken in de zomervakantie van
- Eiseres stelt dat de werken niet volgens de regels der kunst werden uitgevoerd. Eiseres stuurde per 01/07/03 een aanmaning naar verweerster met de melding van diverse gebreken door de eigenaar (zie stuk 5 eiseres). Verweerster - die over een sleutel van het appartement beschikte - ging op 18/07/03 terug naar het appartement om er het volledige sanitair en een deel van de verwarming terug af te breken en terug mee te nemen. Verweerster richtte daarbij schade aan aan de vloeren, de faiëncetegels en de elektrische leidingen. Verweerster bleek niet bereid verdere werken uit te voeren. Eiseres vorderde in kortgeding de aanstelling van een deskundige. Bij beschikking dd. 30/10/03 van de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Kortrijk werd de Heer Raf Janssens aangesteld als deskundige. De deskundige heeft zijn voorverslag neergelegd op 14/03/05, en is twee dagen later overleden. Eiseres vordert de ontbinding van de twee aannemingsovereenkomsten dd. 23/05/02 lastens gedaagde voor het niet-uitgevoerde gedeelte. Eiseres baseert zich op het deskundig voorverslag en vordert vanwege verweerster betaling van de som van 22.615,35 euro (meer BTW), meer interest. Eiseres vordert tevens de veroordeling van verweerster tot het betalen van 2.263,45 euro uit hoofde van advocaatkosten. Verweerster stelt dat zij geen opmerkingen kon formuleren op het voorverslag, zodat haar rechten van verdediging geschonden zijn. Zij stelt dat het verslag nietig is en vordert de afwijzing van de vordering. III. IN RECHTE III.1 Betreffende de ontbinding van de aannemingsovereenkomsten lastens verweerster Verweerster ontkent niet dat zij de werkzaamheden plots heeft stopgezet, en zelfs een deel van de uitgevoerde werken teniet deed. Verweerster brengt geen enkel argument ter verklaring van deze handelswijze naar voor. De (enige) voorschotfactuur die werd uitgeschreven door verweerster werd overigens betaald door eiseres (zie hierna). Verweerster was ook niet bereid om de werken verder uit te voeren. In de gegeven omstandigheden worden de twee aannemingsovereenkomsten dd. 23/05/02 ontbonden lastens verweerster. III.2 Betreffende het deskundig verslag Het deskundig voorverslag dateert van 14/03/05; de deskundige is overleden op 16/03/05, zijnde twee dagen later, zodat er nooit een eindverslag kon worden opgemaakt. De deskundige ging één keer ter plaatse. De deskundige diende: - de door verweerster uitgevoerde werken te beschrijven aan de hand van de offertes dd. 23/05/02; - na te gaan welke werken van de offertes dd. 23/05/02 reeds werden uitgevoerd en welke werken van deze offertes nog dienden te worden uitgevoerd; - na te gaan of de uitgevoerde werken de vermelde gebreken vertonen, en zo ja, deze gebreken beschrijven; - de oorzaken van de vastgestelde gebreken nagaan, de schade vaststellen en zeggen aan wie ze technisch en feitelijk toe te rekenen zijn; - de herstellingswijze met kostprijs en duur bepalen, alsook de eventuele minderwaarde; - een afrekening tussen partijen opmaken. Gelet op het feit dat het om een eenvoudige opdracht ging, kon één plaatsbezoek volstaan. De deskundige stelt dat enkel de volgende werken werden uitgevoerd (p. 7 deskundig verslag): "- 4 radiatoren Henrad: 969,44 euro - 11 radiatoren/convectoren Jaga: 2.644,85 euro - gaskraan + filter + vulset: 75,00 euro - aangelegde leidingen radiatoren: 3.719,00 euro Algemeen totaal uitgevoerde werken: 7.408,29 euro" Volgens verweerster werden er werken uitgevoerd ten bedrage van 10.610,72 euro. Verweerster somt de volgens haar uitgevoerde werken op in een schrijven dd. 7/01/04 (stuk 5 verweerster). Dit schrijven werd overgemaakt aan de deskundige, doch de deskundige was na zijn plaatsbezoek van oordeel dat slechts de hierboven opgesomde werken werden uitgevoerd. Verweerster stelt dat de deskundige niet verklaart/motiveert waarom hij van oordeel is dat enkel deze werken werden uitgevoerd en niet de werken die door verweerster worden opgesomd. Het is nu éénmaal zo dat de werken werden uitgevoerd of niet. De deskundige ging ter plaatse en noteerde wat er volgens hem werd uitgevoerd. Verweerster mag uiteraard proberen aan te tonen dat zij méér werken uitvoerde, doch zij levert dit bewijs niet. Verweerster was in de eerste plaats onvoorzichtig door de werken plots te beëindigen en zelfs terug af te breken, zonder enige vaststelling te laten doen omtrent de uitgevoerde werken. Verweerster haalt op de zitting aan dat er bij de deskundige onder "uitgevoerde werken" wordt vermeld "4 radiatoren Henrad en 11 radiatoren/convectoren Jaga", terwijl diezelfde post voorkomt bij de nog uit te voeren werken door de derde aannemer en daar wordt begroot op 1.435,11 euro (deskundig verslag p. 6). Op p. 6 bij de uit te voeren werken is echter enkel sprake van het plaatsen van de radiatoren en niet van het leveren van de radiatoren. Er is derhalve geen tegenstrijdigheid tussen de opsomming van de uitgevoerde werken enerzijds en de nog uit te voeren werken anderzijds. Bovendien kan dit worden afgeleid uit het feit dat 1.435,11 euro wel een zeer lage prijs zou zijn voor het leveren en plaatsen van 4 radiatoren en 11 radiatoren/convectoren. De prijzen die in het deskundig voorverslag worden aangerekend voor de nog uit te voeren werken, werden door de deskundige overgenomen uit de offerte van BVBA Lieven Deneckere, die werd aangebracht door eiseres. Indien verweerster meende dat de prijzen van BVBA Lieven Deneckere abnormaal hoog waren, kon zij eigen offertes naar voor brengen, doch zij doet dit niet. Belangrijk is dat niet wordt ontkend door verweerster dat zij plots en zonder enige reden de werken heeft stopgezet. Het enige argument voor de gebrekkige uitvoering van de werken dat door verweerster naar voor werd gebracht, is dat zij niet in het bezit was van de uitvoeringsplannen. Indien dit zo was, diende verweerster deze plannen op te vragen, en was zij niet gerechtigd eender wat uit te voeren. De deskundige weerhoudt twee schadeposten, enerzijds schade die werd veroorzaakt door verweerster aan de chappe, de muren, de tegels en de faience bij het terug wegnemen van de geplaatste toestellen en anderzijds een schadeclaim die werd ingediend door de eigenaar. De rechtbank stelt vast dat verweerster - wiens enige argument bestaat uit het feit dat zij geen opmerkingen mocht formuleren - thans nog steeds geen enkele opmerking heeft geformuleerd nopens deze twee schadeposten. Verweerster brengt geen enkel argument naar voor die de toekenning van deze twee schadeposten in het gedrang brengt, meer nog verweerster meldt helemaal niets over deze schadeposten, terwijl ze over meer dan voldoende tijd beschikte om haar argumenten op papier te zetten. Verweerster is van oordeel dat haar rechten van verdediging werden geschonden aangezien zij geen opmerkingen kon formuleren op het voorverslag en stelt dat het deskundig voorverslag derhalve nietig is. Verweerster kreeg inmiddels meer dan voldoende tijd om haar argumenten naar voor te brengen. Wat betreft de schade formuleert verweerster GEEN opmerkingen, wat betreft de uitgevoerde/niet-uitgevoerde werken formuleerde verweerster een zeer beperkt aantal opmerkingen die hierboven door de rechtbank werden ontmoet. In de gegeven omstandigheden is er dan ook geen sprake van een schending van de rechten van verdediging van verweerster. Er zijn dan ook geen redenen om het deskundig voorverslag nietig te verklaren. Een deskundig verslag heeft trouwens steeds slechts de waarde van een advies. De rechtbank is van oordeel dat de schade oordeelkundig werd begroot door de deskundige, en aanvaardt de becijfering van deze posten op 2.444,00 euro (1.370,00 euro + 1.074,00 euro). III.3 Betreffende de afrekening De voorschotfactuur dd. 9/09/02 ten bedrage van 10.200,00 euro die door verweerster werd uitgeschreven werd door eiseres betaald in twee schijven, meer bepaald 8.000,00 euro op 6/11/02 en 2.200,00 euro op 16/12/
- Verweerster meldt in haar schrijven dd. 7/01/04 dat de voorschotfactuur niet volledig betaald zou zijn. Eiseres bewijst dat zij wel het volledige bedrag betaalde. Er werden derhalve werken uitgevoerd voor 7.408,29 euro; er werd 10.200,00 euro betaald. Eiseres is derhalve gerechtigd op teruggave van 2.791,71 euro (10.200,00 euro - 7.408,29 euro). Waar het deskundig voorverslag niet gevolgd kan worden, is bij de afrekening. De deskundige stelt dat eiseres gerechtigd is op 19.823,64 euro uit hoofde van "herstellingswerken en schade". Indien dit bedrag volledig zou worden toegekend aan eiseres komt dit erop neer dat eiseres niets dient te betalen voor de nog uit te voeren werken, hetgeen de bedoeling niet kan zijn. Eiseres is wel gerechtigd op het verschil tussen de prijs die zij aan verweerster zou hebben betaald (10.119,29 euro + 10.407,38 euro = 20.526,67 euro) en de prijs die zij thans dient te betalen (7.408,29 euro + 19.823,64 euro = 27.231,93 euro), 6.705,26 euro (27.231,93 euro - 20.526,67 euro). Aangezien eiseres ook nog gerechtigd is op een teruggave (wegens te veel betaald) van 2.791,71 euro is eiseres finaal gerechtigd op een bedrag van 9.496,97 euro (6.705,26 euro + 2.791,71 euro), meer 6 % interest vanaf heden. III.4 Betreffende de advocaatkosten Eiseres vordert een vergoeding ten bedrage van 2.263,45 euro uit hoofde van advocaatkosten. Eiseres werd gedeeltelijk in het gelijk gesteld. Zij toont niet aan om welke reden het noodzakelijk was om zich ter terechtzitting te laten vertegenwoordigen door een advocaat en om op een advocaat een beroep te doen. De gevorderde vergoeding kan niet worden toegekend. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Beslissend op tegenspraak, Gelet op de artikelen 2 en volgende van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk, en in de hierna bepaalde mate gegrond. Veroordeelt verweerster tot het betalen aan eiseres van de som van NEGENDUIZEND VIERHONDERD ZESENNEGENTIG euro ZEVENENNEGENTIG cent (9.496,97 euro), meer de gerechtelijke interest à rato van 6 % vanaf heden tot de datum der volledige betaling. Wijst al het meer gevorderde af als ongegrond. Veroordeelt verweerster tot de kosten van het geding, die in haar hoofde niet dienen te worden begroot als gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij, en in hoofde van eiseres worden begroot als volgt: - Dagvaarding in kortgeding: 202,46 euro - R.P.V kortgeding: 242,94 euro - Dagvaarding: 244,19 euro - R.P.V: 364,40 euro - expertisekosten: 1.000,00 euro Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts elk verhaal en zonder borgstelling. Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting van maandag, elf juni tweeduizend en zeven. Aanwezig: B. De Fleur, toegevoegd rechter ; J. Renard, rechter in handelszaken en G. Vanhulle, plaatsvervangend rechter in handelszaken ; V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn G. Vanhulle J. Renard B. De Fleur Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div