id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 11 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20070611.7 Rolnummer: AR 2413/06 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-12-04 Raadplegingen: 168 - laatst gezien 2026-07-02 15:46 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Overmacht BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Exoneratie BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bewaargeving Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, VIERDE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr 2413/06 der algemene rol De heer HS, handeldrijvende onder de benaming "**", wonende te **; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer **; eiser, hebbend als raadslieden meesters Charles Leysen en Rik Devloo, advocaten te Kortrijk, pleitend meester Charles Leysen, advocaat voornoemd ; tegen : De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "J.C. VANAUX", met vennootschapszetel te 8511 Kortrijk-Aalbeke, Malgretoutstraat 6 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0478.715.685; verweerster, hebbend als raadsman meester Willem De Brabandere, pleitend meester David Serrus, advocaten te Gent.
- De zaak werd ingeleid bij dagvaarding, die op 27 juli 2006 op regelmatige wijze werd betekend aan verweerster. Partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in openbare terechtzitting. Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging. Partijen hebben elk een stukkenbundel neergelegd. De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 tot regeling van het taalgebruik in gerechtszaken werden in acht genomen.
- Met dagvaarding van 27 juli 2006 vordert eiser de veroordeling van verweerster tot betaling van een bedrag van 294.857,49 EUR, meer de rente en de kosten. Eiser heeft in de loop van 2005 goederen in bewaring gegeven aan verweerster, die onder de naam "Coldstore" een diepvriesopslagplaats uitbaatte in Aalbeke. Op 24 mei 2006 is er in deze opslagplaats brand uitgebroken, waarbij de goederen van eiser verloren gingen. De vordering van eiser strekt ertoe schadevergoeding te bekomen voor deze verloren gegane goederen. Eiser vraagt de voeging van deze zaak met deze die voor deze rechtbank ingeleid werd door de VOF Frans Bogaert, met zetel te Roeselare, Kerselaardreef 1b. Op grond van art. 30 Ger.W. kan de voeging wegens samenhang slechts worden bevolen om oplossingen te vermijden die onverenigbaar zijn wanneer de zaken afzonderlijk worden berecht. In casu toont eiser niet aan dat aan deze voorwaarde is voldaan. In eerste instantie beroept verweerster zich op haar algemene voorwaarden, die haar aansprakelijkheid terzake zouden uitsluiten. Verweerster legt een brief van 10 juni 2005 aan eiser voor, waarin zij naar haar algemene voorwaarden verwijst. Inzake bewaargeving mogen partijen hun aansprakelijkheid uitbreiden of inkrimpen (W. VAN CAUWELAERT, Bewaargeving en sekwester,Antwerpen, Kluwer, 1982, 39). Dergelijke beperking van de aansprakelijkheid moet echter het voorwerp uitmaken van een werkelijke overeenkomst tussen partijen (L. SIMONT en P.A. FORIERS, Examen de jurisprudence. Les contrats spéciaux, R.C.J.B., 2001, 501). In casu wordt dergelijke overeenkomst niet bewezen. In de mate dat verweerster voorhoudt dat deze overeenkomst voortvloeit uit het feit dat eiser niet zou gereageerd hebben op haar brief van 10 juni 2005, dient opgemerkt dat slechts een "omstandig stilzwijgen", dit wil zeggen een stilzwijgen dat niet anders kan uitgelegd worden dan in de zin van een toestemming, als een aanvaarding van algemene voorwaarden kan beschouwd worden (R. KRUITHOF, Overzicht van Rechtspraak. Verbintenissen, T.P.R., 1983, nr. 38, 543). Dergelijk omstandig stilzwijgen is niet voorhanden. Vervolgens voert verweerster aan dat de brand overmacht uitmaakt, waardoor zij van haar verplichting tot teruggave van de goederen is bevrijd. In toepassing van artikel 1932 B.W. moet de bewaarnemer de zaak die hij in bewaring heeft genomen, aan de bewaargever teruggeven. Deze verplichting tot teruggave is een resultaatsverbintenis. De bewaarnemer is enkel bevrijd wanneer hij kan aantonen dat zijn in gebreke blijven de zaak terug te geven aan overmacht te wijten is (J. HERBOTS, "De bewaargeving", in: J. HERBOTS (ed.), Bijzondere Overeenkomsten - Actuele problemen, Kluwer, Antwerpen, 1980, 273). Opdat een gebeurtenis als overmacht kan worden beschouwd, is vereist dat de gebeurtenis onvoorzienbaar en onvermijdbaar was en tot gevolg heeft dat de teruggave van het betreffende goed definitief onmogelijk is geworden (B. TILLEMAN, "Overeenkomsten (deel 2) - Bijzondere overeenkomst - Bruikleen, bewaargeving en sekwester", in de reeks: Beginselen van Belgisch Privaatrecht, E. Story-Scientia, 2000, 234 e.v.). Het beginsel van de 'onvoorzienbaarheid' moet met de nodige redelijkheid worden toegepast. Een gebeurtenis wordt aldus onvoorzienbaar geacht wanneer een goede huisvader in dezelfde omstandigheden de gebeurtenis niet had kunnen voorzien (B. TILLEMAN, "Overeenkomsten (deel 2) - Bijzondere overeenkomst - Bruikleen, bewaargeving en sekwester", in de reeks: Beginselen van Belgisch Privaatrecht, E. Story-Scientia, 2000, 234). Brand wordt bij bewaargeving op zichzelf niet als een grond tot overmacht beschouwd (Gent 23 oktober 1978, R.W. 1978-1979, 2430; Arb. Rb. Gent 21 december 1990, R.W. 1991-1992, 447; H. DE PAGE en R. DEKKERS, Traité, V, Bruylant, Brussel, 1975, 213; B. TILLEMAN, "Overeenkomsten (deel 2) - Bijzondere overeenkomst - Bruikleen, bewaargeving en sekwester", in de reeks: Beginselen van Belgisch Privaatrecht, E. Story-Scientia, 2000, 248). Ingeval van brand is de bewaarnemer slechts bevrijd wanneer :
(1)hij bewijst dat de brand aan een 'vreemde oorzaak' te wijten is. Zo kan de bewaarnemer aantonen dat de brand exclusief door een derde - waarvoor hij niet diende in te staan - is veroorzaakt (B. TILLEMAN, "Overeenkomsten (deel 2) - Bijzondere overeenkomst - Bruikleen, bewaargeving en sekwester", in de reeks: Beginselen van Belgisch Privaatrecht, E. Story-Scientia, 2000, 249). Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de brand is overgeslagen van een naburig goed (L. LAMINE, "Art. 1927 B.W.", in: Bijzondere overeenkomsten - artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer, Antwerpen, september 1987, 3), op voorwaarde dat de bewaarnemer de nodige voorzorgsmaatregelen heeft genomen teneinde overslaande branden te vermijden (B. TILLEMAN, "Overeenkomsten (deel 2) - Bijzondere overeenkomst - Bruikleen, bewaargeving en sekwester", in de reeks: Beginselen van Belgisch Privaatrecht, E. Story-Scientia, 2000, 249). Ook wanneer vaststaat dat de bewaarnemer op het moment dat hij brand aanstak, zich in een ernstige staat van geestesstoornis bevond, die hem ongeschikt maakte tot het controleren van zijn daden, is een vreemde oorzaak voorhanden (B. TILLEMAN, "Overeenkomsten (deel 2) - Bijzondere overeenkomst - Bruikleen, bewaargeving en sekwester", in de reeks: Beginselen van Belgisch Privaatrecht, E. Story-Scientia, 2000, 250). Evenmin is de bewaarnemer aansprakelijk wanneer kan worden bewezen dat de brand uitsluitend werd veroorzaakt door een gebrek in de zaak (B. TILLEMAN, "Overeenkomsten (deel 2) - Bijzondere overeenkomst - Bruikleen, bewaargeving en sekwester", in de reeks: Beginselen van Belgisch Privaatrecht, E. Story-Scientia, 2000, 250).
(2)hij bewijst dat hij alle voorzorgmaatregelen inzake brandveiligheid heeft genomen, zodat hem onmogelijk een fout kan worden toegerekend (B. TILLEMAN, "Overeenkomsten (deel 2) - Bijzondere overeenkomst - Bruikleen, bewaargeving en sekwester", in de reeks: Beginselen van Belgisch Privaatrecht, E. Story-Scientia, 2000, 249, e.v.; L. LAMINE, "Art. 1929 B.W.", in: Bijzondere overeenkomsten - artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer, Antwerpen, september 1987, 4). In casu wordt dit bewijs door verweerster niet geleverd. Dat de door het parket aangestelde deskundige tot de conclusie komt dat er geen opzettelijke brandstichting voorhanden is doet in casu niets terzake. Ook het feit dat de deskundige een falen in de werking van de verwarmingsweerstanden als een mogelijke oorzaak beschouwt, levert het op verweerster rustende bewijs niet op. Dat de deskundige opmerkt dat dit in gelijkaardige gevallen wel meer voorkomt, toont eerder aan dat verweerster onvoldoende maatregelen heeft genomen om dit te verhinderen. Met betrekking tot de omvang van de door eiser geleden schade dient een deskundige aangesteld met de hierna omschreven opdracht. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak ; Verklaart de vordering toelaatbaar en in beginsel gegrond; Vooraleer verder uitspraak te doen omtrent de door eiser geleden schade, Stelt aan als deskundige de heer Luc DEDECKER, accountant, met kantoor te 8434 Middelkerke-Westende, Lombardsijdelaan 110 B (tel. 058/23.57.14 - fax. 058/23.21.31), die zich in voorkomend geval mag laten bijstaan door een specialist ter zake op voorwaarde dat de expert de conclusie van deze laatste tot de zijne maakt en die overeenkomstig de artikelen 962 tot en met 991 van het Ger.W., binnen 6 maanden na de aanvaarding van zijn taak, volgende opdracht vervult:
- partijen aangetekend of per fax verwittigen met een tussentijd van veertien vrije dagen, van plaats, dag en uur der uitvoering van zijn opdracht; partijen horen, de bescheiden vragen en alle nuttige inlichtingen inwinnen;
- zich door partijen alle nuttige stukken, met inbegrip van hun respectieve boekhoudingen en boekhoudkundige bescheiden zoals bijvoorbeeld en slechts ten exemplatieven titel vermeld aankoopfacturen, te laten overleggen en deze te onderzoeken;
- op basis hiervan advies te verlenen omtrent de door eiser werkelijk geleden schade;
- antwoorden op alle vragen van partijen, nuttig voor de oplossing van het geschil;
- het voorverslag aan iedere partij sturen met bede om gemotiveerde bezwaren binnen veertien dagen van de datum postmerk; deze beantwoorden en het verslag indienen indien de partijen niet tot verzoening zijn gekomen;
- op de dag der inlevering van zijn eindverslag ter griffie, aan de partijen aangetekend een eensluidend verklaard afschrift van zijn verslag zenden met, daarin verwerkt, zijn staat van kosten en ereloon. Indien de deskundige het eindverslag niet binnen de hierboven bepaalde termijn indient, zal hij, in navolging van artikel 973 Ger.W., ons onverwijld kennis geven van de redenen daarvan, zelfs al zou hem verlenging van de voormelde termijn zijn toegestaan door de partijen. Zegt dat het onkostenvoorschot van de deskundige moet worden betaald door de meest gerede partij, dit wil zeggen de partij die de deskundige in werking stelt; Verzendt de zaak voor het overige naar de bijzondere rol. Houdt de beslissing over de kosten aan; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en zonder zekerheidstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting van maandag, elf juni tweeduizend en zeven. Aanwezig: J. Lievens, plaatsvervangend rechter ; J. Renard en F. Veranneman, rechters in handelszaken, door de voorzitter aangewezen ter vervanging van de rechters in handelszaken J. Dejaegher en K. Govaerts, wettig verhinderd de uitspraak van onderhavig vonnis bij te wonen, waarover zij mede hebben beraadslaagd (art. 779 Ger.W.); V. Soreyn, adjunct-griffier. V. Soreyn F. Veranneman J. Renard J. Lievens Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div