id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 04 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071004.7 Rolnummer: AR 3323/05 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-04-08 Raadplegingen: 164 - laatst gezien 2026-07-02 16:05 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Internationale koop Vrije woorden: Weens koopverdrag wilsovereenstemming onderzoeks- en meldingsplicht Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr 3323/05 der algemene rol De naamloze vennootschap FLAXLOOM, met vennootschapszetel te 8800 Roeselare, Trakelweg 72 ; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0456.610.870; eiseres, hebbend als raadsman meester Bernard Leterme en pleitend meester Nele Sercu, beiden advocaat te 8500 Kortrijk, Engelse Wandeling 2F01L ; tegen : De vennootschap naar Nederlands recht besloten vennootschap B.V. TAPIJTFABRIEK NOUWENS-BOGAERS, met vennootschapszetel te Nederland, 5046 AA Tilburg, Ringbaan Noord 23 ; ingeschreven in de H.R. van de kamer van Koophandel en Fabrieken voor Midden-Brabant onder nr. 18020780; verweerster, hebbend als raadslieden meesters Jana Kern en Luc Peeters, beiden advocaat te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 93 en pleitend meester Jana Kern, advocaat voornoemd. Gezien de inleidende dagvaarding, die regelmatig werd betekend aan verweerster op 17 augustus 2005; Gezien de stukken van rechtspleging; Gezien de door partijen neergelegde dossiers; Gehoord de partijen in hun middelen en besluiten voorgedragen in openbare terechtzitting van 6 september 2007, waarop de zaak in beraad werd genomen. Gelet op de wet van 15 juni 1935 tot regeling van het taalgebruik in gerechtszaken; DE FEITEN EN RETROACTEN Tussen Flaxloom en Tapijtfabriek Nouwens - Bogaers (hierna genoemd Nouwens) bestond een handelsrelatie waarbij Flaxloom onder meer door haar gekleurde kaardwolgarens leverde aan Nouwens. Daarnaast verricht zij tevens loonwerk, m.n. kleuren van de door de klant aangebrachte garens. Deze relatie zorgde voor een aantal leveringen waarvoor Flaxloom de volgende facturen opstelde : factuur nr. 70050019 dd. 13/07/2004 729,39 factuur nr. 70050024 dd. 13/07/2004 267,76 factuur nr. 70050119 dd. 30/09/2004 7.779,83 factuur nr. 70050145 dd. 18/10/2004 259,70 factuur nr. 70050153 dd. 21/10/2004 277,68 9.314,36 Op 19 mei 2004 verzoekt Nouwens aan Flaxloom haar mee te delen hoeveel er nog in stock is van de spinpartij Arosa (st. 15a dossier Flaxloom), waarop Flaxloom bij faxbericht van 24 mei antwoordt dat dit 800 kg bedraagt (st. 15b dossier Flaxloom). Bij brief van 25 mei 2004 bestelde Nouwens een spinpartij van ca 800 kg in kleurnummer 24276 af te leveren aan Best Wool Carpets en een nieuwe spinpartij van ca. 3.500 kg (st. 1 dossier Nouwens). Bij brief van 25 augustus 2004 gericht aan Flaxloom maakt Nouwens melding van een probleem dat is ontstaan met garens Arosa in kleur 24252, vermits zij van twee klanten reclamaties had ontvangen nopens de kleurechtheid. Zij deelt een summier verslag van TNO mee waaruit blijkt dat de door deze firma onderzochte garens 3-4 zouden halen op de schaal van 1-8 wat kleurechtheid betreft. Verder stelt zij dat zij het tapijt reeds heeft vervangen (st. 2a-b dossier Nouwens). Op 6 oktober 2004 herinnert Nouwens bij brief Flaxloom aan haar brief van 25 augustus en stelt zij dat zij opnieuw twee klachten heeft ontvangen waarvan zij voor de ene klacht verwijst naar een bijgevoegde foto en voor de andere klacht naar een expertiserapport dat stelt dat de verkleuring niet binnen de norm is (st. 3 a-b dossier Nouwens). Bij brief van 20 oktober 2004 verzoekt Nouwens om een antwoord nopens de aangehaalde problemen met betrekking tot de kleurechtheid (st. 4 dossier Nouwens), waarop Flaxloom bij faxbericht van dezelfde datum meedeelt dat de stalen in onderzoek zijn gegeven voor controle (st. 12 dossier Flaxloom). Op 22 oktober 2004 stelt Nouwens dat zij met verbazing heeft kennis genomen van dit bericht en vraagt zij zich af wat Flaxloom gaat onderzoeken, vermits zij niet eens weten op welke leveringen de reclamaties betrekking hebben (st. 13 dossier Flaxloom). Op 3 november 2004 deelt Nouwens aan Flaxloom mee dat zij de betaling van de openstaande facturen inhoudt tot Flaxloom een juiste oplossing geeft voor de problemen (st. 5 dossier Nouwens). Bij faxbericht van 4 november 2004 stelt de zaakvoerder van Nouwens dat het rapport van Celabor haar niet onder de indruk brengt, hetgeen misschien te wijten is aan het feit dat hij geen Frans spreekt/leest. Hij vraagt zich verder af van welke leveringen er garens werden getest. Hij verwijst naar de bevindingen van TNO die voor hem feiten zijn. Vermits geen betaling volgde, stelde Flaxloom bij brief van haar raadsman van 3 december 2004 Nouwens in gebreke om tot betaling van de facturen over te gaan, vermits zij van oordeel was dat de klacht met betrekking tot de lichtechtheid van de garens niet kon aanvaard worden. Verder maakt zij melding van het feit dat er een ongeveer 3.500 kg Arosa garens was besteld op afroep, waarvan er nog een deel op voorraad lag. Zij stelde Nouwens in gebreke om deze afroep te verrichten binnen een termijn van zes weken (st. 5 dossier Flaxloom). Op 10 december 2004 antwoordde Nouwens dat zij de facturen nrs. 70050019 en 7005024 had betaald, waarbij zij zelf per vergissing euro 93,85 te veel zou hebben betaald. Zij stelt dat zij de resterende facturen niet zal betalen vermits zij schade heeft geleden door gebreken aan de lichtechtheid van de geleverde garens. Zij kondigt aan dat zij de betaling opschort tot zij een fatsoenlijke oplossing heeft verkregen (st. 6 dossier Flaxloom). Wat de goederen op afroep betreft, stelt zij dat geen termijn was overeengekomen. Bij brief van 16 december 2004 vult zij haar hierboven geciteerde brief aan met de mededeling van het verslag van TNO. Zij deelt mee dat haar schade euro 34,63/m² bedraagt. Bij aangetekende brief van 14 januari 2005 antwoordt de raadsman van Flaxloom dat zijn cliënte de betaling heeft genoteerd van de facturen nrs. 7005019 en 7005024. Hij deelt mee dat zijn cliënte kennis heeft genomen van de vereisten die Nouwens oplegt aan de kleurechtheid doch dat deze vereisten nimmer werden meegedeeld. Hij stelt dat zijn cliënte steeds garens die voldeden aan de normale kwaliteitsnormen heeft geleverd. Hij verwijst naar het feit dat er tot op heden nog steeds niet is meegedeeld welke partij garens niet aan de vereisten zou voldoen. Hij wijst elke aansprakelijkheid van zijn cliënte dan ook af. Tot slot geeft hij Nouwens nog tot 31 januari 2005 de tijd om tot afroep over te gaan van de bestelde garens (st. 8 dossier Flaxloom). Bij brief van 25 januari 2005 deelt Nouwens mee dat het probleem juist gesitueerd is in het feit dat de geleverde garens niet voldoen aan een normale kwaliteitsnorm m.b.t. de lichtechtheid. Verder herhaalt zij dat er geen termijn is overeengekomen voor de afroep en dat zij de voorgestelde termijn niet aanvaardt (st. 9 dossier Flaxloom). Op 8 maart 2005 antwoordt de raadsman van Flaxloom dat hij aandringt op betaling van de facturen en hij vordert tevens een bedrag van euro 14.840,00 voor de niet afgenomen garens (st. 10 dossier Flaxloom), waarop Nouwens bij brief van 16 maart 2005 nogmaals meedeelt niet akkoord te kunnen gaan met de stelling van Flaxloom (st. 11 dossier Flaxloom). Vermits geen regeling getroffen wordt, laat Flaxloom bij exploot betekend op 17 augustus 2005 overgaan tot dagvaarding. DE VORDERINGEN Flaxloom vordert dat : - Nouwens zou veroordeeld worden om haar een bedrag van euro 8.405,47 te betalen meer de rente à 9,5 % per jaar op euro 8.317,21 vanaf 11 december 2004 tot de datum van de effectieve betaling en een forfaitaire schadevergoeding van euro 998,05 meer de gerechtelijke rente à 7 % vanaf 3 december 2004 tot de datum van effectieve betaling; - Nouwens zou veroordeeld worden om haar een bedrag van euro 210,00 te betalen meer de gerechtelijke rente à rato van 7 % vanaf 26 oktober 2006 tot datum van betaling; - Nouwens zou veroordeeld worden om haar een bedrag te betalen van euro 14.840,00 meer de wettelijke rente vanaf 3 december 2004 en de gerechtelijke rente tot de datum van betaling; - akte zou verleend worden dat zij na betaling van het voormeld bedrag van euro 14.840,00 meer de rente, het lot ecru garens zal ter beschikking stellen van Nouwens op haar maatschappelijke zetel te Roeselare. Nouwens vordert bij tegeneis dat : - de overeenkomst tussen partijen nopens de levering van 3.500 kg kaardwolgarens dient te worden ontbonden; - Flaxloom zou veroordeeld worden om haar een bedrag van euro 9.554,94 te betalen meer de gerechtelijke rente vanaf 25 augustus 2004 uit hoofde van geleden schade; - in ondergeschikte orde, een deskundige zou aangesteld worden. BEOORDELING RECHTSMACHT Flaxloom is van oordeel dat deze rechtbank rechtsmacht heeft om van dit geschil kennis te nemen op grond van art. 23 EEX Verordening dat stelt dat wanneer de partijen van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding vaneen bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht of die gerechten van die lidstaat bevoegd zijn. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten: • hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst; • hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden; • hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen." Zij steunt zich hiervoor op het feit dat in de algemene voorwaarden die zich bevinden op de achterzijde van haar factuur, een forumbeding werd opgenomen dat deze rechtbank als de bevoegde rechtbank aanduidt. De rechtbank stelt vast dat Nouwens terecht niet betwist dat art. 23 EEX verordening in casu kan worden toegepast. Art 23,b stelt immers dat een beding geldig is indien het in een vorm is gegoten die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden. Op die wijze kan een bevoegdheidsbeding dat voorkomt in algemene voorwaarden (bv factuurvoorwaarden) geldig zijn indien, ingevolge hun vroegere transacties, de partijen er geregeld mee geconfronteerd werden, zodat zij vermoed worden - behoudens laakbare onzorgvuldigheid - van het beding kennis te hebben gekregen, zodat, indien zij er nooit tegen geprotesteerd hebben, zij verondersteld worden ermee ingestemd te hebben. De rechtbank stelt vast dat partijen gedurende minstens drie jaar handel dreven met elkaar zodat de voorwaarden van art. 23 EEX verordening vervuld zijn, met dien verstande dat bovengenoemde vereisten uitsluitend gelden voor het overeenkomen van een bevoegde rechter in algemene voorwaarden. De vraag of een forumkeuze rechtsgeldig is overeengekomen zegt immers nog niets over de vraag of de rest van de algemene voorwaarden van toepassing is. Deze vraag dient beantwoord te worden krachtens het toepasselijk recht en niet krachtens de bepalingen van de EEX verordeningen. DE OVEREENKOMSTEN : Principes Toepasselijk recht Huidig geschil heeft in hoofdzaak betrekking op uitvoeringsproblemen van verkopen van gekleurde garens door een Belgische fabrikant aan een Nederlandse afnemer/handelaar en dit in het jaar 2003 of 2004. Krachtens art. 1 van het verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken "is dit Verdrag van toepassing op koopovereenkomsten betreffende roerende zaken tussen partijen die in verschillende Staten gevestigd zijn :
- a)wanneer de Staten verdragsluitende Staten zijn; of
- b)wanneer volgens de regels van internationaal privaatrecht het recht van een Verdragsluitende Staat van toepassing is." Voormeld verdrag is sedert 1 januari 1992 in Nederland in werking getreden en sedert 1 november 1997 in België. Hieruit vloeit voort dat het verdrag rechtstreeks van toepassing is op dit geschil. Weliswaar kunnen partijen overeenkomen dat dit verdrag niet van toepassing is, hetgeen in casu echter niet het geval is. Partijen zijn in conclusies immers uitgegaan van het standpunt dat voormeld Verdrag van toepassing is. Krachtens art. 7 van voormeld verdrag worden vragen betreffende de door het Verdrag geregelde onderwerpen, die hierin niet uitdrukkelijk zijn beslist, opgelost aan de hand van de algemene beginselen waarop het Verdrag berust, of bij ontstentenis van zodanige beginselen, in overeenstemming met het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht. Dit recht dient gezocht te worden via de regels van het verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (E.V.O), waarbij art. 4, 1 bepaalt dat "voor zover geen keuze overeenkomstig artikel 3 van het op de overeenkomst toepasselijke recht is gedaan, de overeenkomst beheerst wordt door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Indien evenwel een deel van de overeenkomst kan worden afgescheiden en dit deel nauwer verbonden is met een ander land, kan hierop bij wijze van uitzondering het recht van dat andere land worden toegepast". Art. 4,2 stelt een vermoeden in dat "de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats of, wanneer het een vennootschap, vereniging of rechtspersoon betreft, haar hoofdbestuur heeft." In een koop - verkoop overeenkomst is het de verkoper die de meest kenmerkende prestatie verricht, zodat, rekening houdend met het feit dat Flaxloom in België haar hoofdbestuur heeft in dit geval het Belgisch recht van toepassing is en dit uitsluitend voor de vragen die niet beantwoord worden door voormeld verdrag. Volledigheidshalve dient opgemerkt dat de invordering van de facturen nrs. 70050145 en 70050153 betrekking heeft op loonwerk, dat dient beschouwd te worden als een aanneming van werk. Op deze overeenkomst is krachtens voormeld art. 4 E.V.O. in principe het Belgisch recht van toepassing. De overeenstemming nopens de algemene voorwaarden in de koopovereenkomsten In de algemene voorwaarden die zich bevinden op de keerzijde van de factuur bevindt zich een clausule die stelt dat de verkoper de goederen die hijzelf vervaardigt alleen waarborgt tegen gebreken die voortspruiten uit grondstof- en/of fabricatiefouten, alle andere schadeoorzaken uitgesloten, vanaf de leverdatum tot op het ogenblik waarop zij door de koper bewerkt en/of verwerkt zijn. Verder beroept Flaxloom zich eveneens op een clausule die stelt dat de koper een klacht niet als voorwendsel kan inroepen om zijn betalingen te schorsen of te vertragen. Omwille van deze clausules rijst er discussie tussen partijen nopens de aanvaarding van deze algemene voorwaarden door Nouwens. Flaxloom is van oordeel dat de vraag of er nopens de algemene voorwaarden een consensus bestaat, dient beantwoord te worden aan de hand van de lex fori, waarbij zij toepassing wenst te zien van art. 25 Wb Kh. De rechtbank is echter van oordeel dat de vraag of de algemene voorwaarden deel uitmaken van het aanbod of de aanvaarding van geregeld worden door deel II van het verdrag, nopens de totstandkoming van de overeenkomst, zodat er geen toepassing dient gemaakt te worden van art. 7,2 dat stelt dat vragen die niet in het Verdrag zijn beslist of die niet kunnen beantwoord worden aan de hand van de algemene beginselen, dienen opgelost te worden aan de hand van de regels volgens het door het internationaal privaatrecht aangewezen recht. Uit de voorgelegde stukken blijkt dat er tussen partijen diverse koop - verkoop overeenkomsten zijn ontstaan, waarbij Nouwens op 23 november 2001 (st. 20 a dossier Flaxloom) een bestelling plaatste waarbij zij Arosa garen bestelde tegen euro 8,15/kg. Later volgden nog diverse bestellingen die blijkbaar allen werden uitgevoerd tegen de op 23 november 2001 overeengekomen prijs van euro 8,15/kg. Daarnaast wordt in voormelde brief van 23 november 2001 eveneens uitleg gevraagd nopens andere garens (onder meer wordt gewag gemaakt van een weefproef en prijszetting) doch uit de door partijen verstrekte gegevens blijkt niet dat deze uiteindelijk in een overeenkomst zijn uitgemond. Krachtens art. 18,1 van het Weens Koopverdrag is een verklaring afgelegd door, of een andere gedraging door een wederpartij, waaruit een instemming met een aanbod blijkt, een aanvaarding. Door het uitvoeren van voormelde opdracht ontstond tussen partijen een koop - verkoop overeenkomst nopens Arosa garens, die naderhand gevolgd werden door nieuwe overeenkomsten, waarbij telkenmale een lot garens op afroep werd besteld. De vraag rijst thans of de algemene verkoopsvoorwaarden zijn toegetreden tot deze koop - verkoop overeenkomst. Flaxloom is van oordeel dat, door het feit dat Nouwens gedurende jaren niet heeft geprotesteerd tegen de vermelding van de voorwaarden op de achterzijde van de factuur, zij haar akkoord hiermee heeft betuigd. Krachtens art. 11 van het Weens koopverdrag dient een koopovereenkomst niet door middel van een geschrift te worden gesloten of bewezen en is aan geen enkele andere vormvereiste onderworpen. Zij kan door alle bewijsmiddelen, getuigen daaronder begrepen, worden bewezen. In dit geval is er echter telkens een geschrift aanwezig, m.n. het aanbod van Nouwens om goederen, m.n. garens Arosa, aan te kopen tegen een welbepaalde (vroeger overeengekomen) prijs. Dit aanbod werd volgens Flaxloom hetzij uitdrukkelijk (via een bevestiging), hetzij stilzwijgend aanvaard door de uitvoering van de bestelling. Krachtens art. 18,1 van het Weens Koopverdrag kan dergelijk gedraging beschouwd worden als een aanvaarding. Uit geen enkel stuk blijkt echter dat Flaxloom naar aanleiding van de totstandkoming van deze overeenkomst(
- en)haar algemene voorwaarden in het contractuele veld heeft gebracht. Zij heeft er zich toe beperkt om na het ontstaan van de overeenkomsten facturen op te sturen, waarop deze algemene voorwaarden waren vermeld. Weliswaar kan krachtens art. 29 van het Weens koopverdrag een overeenkomst worden gewijzigd of beëindigd door enkele wilsovereenstemming tussen de partijen, doch dergelijke overeenstemming impliceert steeds een aanvaarding, die krachtens voormeld art. 18 van het Weens koopverdrag niet kan afgeleid worden uit een stilzwijgen of niet reageren. Nu evenmin blijkt of gesteld wordt dat dergelijke exoneratieclausule of enige andere voorwaarde moet worden aangemerkt als een gewoonte of gebruikelijke handelwijze waaraan Nouwens is gebonden en, zoals hiervoor reeds is uiteengezet, Flaxloom pas na de totstandkoming van de koopovereenkomst, aan de hand van de facturen, kennis heeft kunnen nemen van de algemenen voorwaarden, kan niet worden gezegd dat Nouwens ingevolge de artikelen 18, 8 en 9 van het verdrag met deze voorwaarden heeft ingestemd en ze aldus heeft aanvaard ‘(Hoge Raad (Ned.) 28 januari 2005, NIPR (Ned.) 2005, afl. 2, 174, concl. A.G; Gerechtshof 's-Hertogenbosch , C0501069, 29 mei 2007, www.rechtspraak.nl);Kh. Tongeren, 25 januari 2005, Limb. Rechtsl. 2006, afl. 1, 60). Binnen het kader van de koop - verkoop overeenkomsten kan Flaxloom derhalve geen toepassing maken van haar factuurvoorwaarden. DE HOOFDEIS De ingevorderde facturen - de hoofdsommen - Flaxloom vordert betaling van de factuur nr. 70050119 van 30 september 2004. Uit de uiteenzetting van partijen en de voorgelegde stukken blijkt dat voormelde factuur betrekking heeft op een levering die op heden niet ter discussie staat. Uit de stukken die Nouwens neerlegt, m.n. de twee brieven en bijlagen waarin gesteld wordt dat leveringen met het kleur Arosa 24252 (tapijt Impala kleur 65) geen voldoende kleurechtheid zou vertonen, blijkt dat deze levering zeker dateert van voor mei 2004 (st. 2 en 3 dossier Nouwens), terwijl de factuur nr. 70050119 betrekking heeft op de levering van garens met de kleur 24276 besteld eind augustus 2004. Hieruit blijkt met zekerheid dat de discussie geen betrekking kan hebben op de factuur die in deze procedure wordt ingevorderd. Uit de brief van Nouwens van 3 november 2004 blijkt dat zij weigert over te gaan tot betaling van deze factuur tot dat Flaxloom een oplossing gaf voor de door haar aangehaalde problemen. Zij wenst derhalve haar betalingsverplichting die voortvloeit uit de overeenkomsten die aan de basis ligt van de facturen nr. 70050119, 70050145 en 70050153 op te schorten op grond van de door haar beweerde niet nakoming van een der verplichtingen van Flaxloom uit hoofde van een andere levering. Krachtens art. 71 van het Weens koopverdrag : "1) mag een partij de nakoming van haar verplichtingen opschorten, indien na het sluiten van de overeenkomst blijkt dat de andere partij een wezenlijk deel van haar verplichtingén niet zal nakomen ten gevolge van :
- a)een ernstig tekortschieten van haar vermogen om dat deel van haar verplichtingen na te komen, of van haar kredietwaardigheid; of
- b)haar gedrag bij de voorbereiding van de nakoming van de ingevolge de overeenkomst op haar rustende verplichtingen, dan wel bij de nakoming. 2)...... 3) Een partij die hetzij voor, hetzij na verzending van de zaken de nakoming opschort, moet de andere partij onmiddellijk in kennis stellen van de opschorting en moet voortgaan met de nakoming, indien de andere partij voldoende zekerheid stelt voor de nakoming van haar verplichtingen." In eerste instantie dient vastgesteld dat Nouwens pas bij brief van 3 november 2004 heeft gesteld dat zij haar betalingsverplichting zou opschorten ingevolge de beweerde gebreken aan de levering. Niettemin had zij reeds op 25 augustus kennis van deze problematiek, hetgeen haar niet belette op 30 september een nieuwe levering van kaardwolgarens (met kleur nr. 24276) te bestellen. Pas na het verstrijken van de vervaltermijn van deze factuur (30 oktober) gaat zij stellen dat zij de betaling van de factuur gaat inhouden. De rechtbank is van oordeel dat op die wijze niet is voldaan aan de voorwaarde van art. 71,3 van het verdrag. Verder dient vastgesteld dat er uitsluitend problemen waren met één levering, zijnde een levering Arosa garens met kleur nr. 24252 en dat er met betrekking tot de andere levering, voorwerp van de ingevorderde factuur geen betwisting bestaat. De rechtbank is van oordeel dat het Weens Koopverdrag niet toelaat om bij eventuele gebreken aan een vroegere levering de exceptio non adimpleti contractus aan te voeren met betrekking tot de betalingsverplichting voor de meest recente levering. Dit wordt impliciet maar duidelijk bevestigd door artikel 73 van het Weens Koopverdrag dat bepaalt: "Indien bij een overeenkomst strekkende tot opeenvolgende afleveringen van zaken de tekortkoming van een partij in de nakoming van haar verplichtingen ten aanzien van een aflevering een wezenlijke tekortkoming ten aanzien van die aflevering vormt, kan de wederpartij de overeenkomst ten aanzien van die aflevering ontbonden verklaren." (Gent, 26 april 2000, http://www.law.kuleuven.ac.be/ipr/eng/cases/2000-04-26.html). Nouwens beroept zich derhalve ten onrechte op een opschorting van haar verbintenissen, zodat de vordering in betaling van de hoofdsom van deze factuur gegrond voorkomt. - de factuur nr. 70050145 van 18 oktober 2004 en de factuur nr. 70050153 van 21 oktober 2004. Deze twee facturen hebben betrekking op loonwerk (verven in kleur 26163 en B-1) en staan derhalve volledig los van de koop - verkoop overeenkomsten die tussen partijen bestaan. Rekening houdend met de principes die de toepassing van de exceptie van het niet uitgevoerde contract beheersen volgens het Belgisch recht (onder meer de onderlinge samenhang van de wederzijdse verbintenissen), kan Nouwens geen toepassing maken van deze exceptie. De vordering is derhalve wat de hoofdsommen betreft gegrond. - de rente en schadebeding Flaxloom vordert tevens een rente à rato van 9,5 % en een schadebeding à rato van 12 % van de hoofdsom. In haar dagvaarding geeft zij geen rechtsgrond aan waarop zij deze vordering steunt. In conclusies lijkt zij de vordering te steunen op haar algemene voorwaarden. Zoals uiteengezet kan Flaxloom zich wat de koop - verkoop overeenkomst betreft niet beroepen op haar algemene voorwaarden, zodat deze niet aan de grondslag kunnen liggen van de toekenning van een schadebeding en rente. Dit betekent nochtans niet dat eiseres geen recht heeft op rente of schadevergoeding. Dit recht is vervat in art. 74 (schadevergoeding) en 78 (rente) van het Weens Koopverdrag. Het Weens Koopverdrag bepaalt de intrestvoet niet. Rekening houdend met het feit dat de vestiging van de verkoper gelegen is in België en dat de gehanteerde munt de Euro is, kan de Belgische rentevoet worden toegekend. Vermits deze transactie een handelstransactie is en het Belgisch recht van toepassing is, dient de rentevoet zoals bepaald in de wet van 8 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties te worden toegepast, die rekening houdend met hetgeen gevorderd wordt in casu maximaal 9,5 % kan bedragen, vanaf de vervaldata van de facturen. Het Weens koopverdrag bepaalt evenmin de hoegrootheid van de schadevergoeding. Eiseres begroot deze blijkbaar op 12 % van de oorspronkelijke hoofdsommen. De rechtbank neemt aan dat een schadevergoeding van 12 % ex aequo et bono niet overdreven is. Wat de facturen van loonwerk betreft, is de rechtbank van oordeel dat krachtens art. 25 Wb Kh de algemene voorwaarden wat betreft het schadebeding en rente wel van toepassing zijn, zodat Flaxloom wat deze facturen betreft, eveneens recht heeft op een schadebeding à rato van 12 % en een rente à rato van 9,5% De schadevergoeding nopens de bestelling van mei 2004 - de uitvoering van de overeenkomst Uit de voorgelegde stukken blijkt dat er tussen partijen diverse koop-verkoopovereenkomsten tot stand kwamen waarbij Nouwens een aantal kg kaardwolgaren bestelde bij Flaxloom waarna ze deze binnen een niet nader bepaalde periode opnam na bepaling van het te plaatsen kleur. Zo heeft Nouwens in mei 2004 een nieuwe spinpartij in ecru besteld van ca. 3.500 kg (st. 1 dossier Nouwens). Partijen zijn het erover eens dat deze bestelling eveneens op afroep diende te gebeuren en dat door bestellingen in juli en augustus 2004 1.380 kg is afgenomen (st. 20 h-j dossier Flaxloom), zodat Flaxloom nog een partij van 2.120 kg in voorraad heeft liggen. Uit de uiteenzetting onder de feiten blijkt dat sedert augustus 2004 Nouwens geen enkele bestelling meer heeft verricht zodat Flaxloom bij brieven van haar raadsman tot tweemaal toe een termijn heeft gesteld om over te gaan tot afname, waarbij in de laatste brief werd gesteld dat mocht Nouwens verder in gebreke blijven er contractbreuk zou worden vastgesteld, in welk geval Nouwens gehouden was tot schadevergoeding. Nouwens heeft in haar brieven en in conclusies gesteld dat zij niet gehouden was tot afname op grond enerzijds van het feit dat voor de afname geen termijn werd overeengekomen zodat zij bezwaarlijk kon in gebreke zijn niet tijdig af te nemen, anderzijds dat zij het recht had om de verdere uitvoering te schorsen rekening houdend met het feit dat de goederen gebreken vertoonden. - geen afspraak nopens een termijn De rechtbank is van oordeel dat indien partijen een overeenkomst sluiten om een bepaalde hoeveelheid goederen op afroep te kopen/verkopen zonder dat hierbij een eindtermijn werd bepaald binnen dewelke de afnamen dienden te geschieden, partijen gehouden zijn om binnen een redelijke termijn hun verplichtingen na te komen. Dit houdt in dat de koper gehouden is om onder meer rekening houdend met de gebruiken tussen partijen en de sector, de nodige stappen dient te ondernemen om de goederen in ontvangst te nemen. De rechtbank stelt vast dat in de periode november 2003 - augustus 2004 er minstens voor 5.300 kg garen werd afgenomen door Nouwens, hetzij een gemiddelde van 530 kg per maand. Vanaf 26 augustus 2004 tot begin december 2004, heeft Nouwens geen enkele afname meer verricht. Na ingebrekestelling is zij evenmin overgegaan tot enige afname, waarbij zij op de ingebrekestelling uitsluitend heeft gereageerd door te stellen dat er geen termijn tot afname was overeengekomen. Enige prognose waarbinnen wel een afname zou kunnen gebeuren, werd niet gegeven. De rechtbank stelt vast dat rekening houdend met de regelmatige afnamen die tussen partijen geschiedden, Flaxloom er mocht van uitgaan dat deze afnamen op regelmatige basis zouden verdergaan, hetgeen niet het geval was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat Nouwens zich niet uitsluitend op het gebrek aan overeenkomst nopens een precieze termijn kan beroepen om haar gebrek aan afname te verantwoorden. Een dergelijke handelswijze is duidelijk onverzoenbaar met de regel van goede trouw welke toch overeenkomstig art. 7, 1e CISG in de internationale handel steeds dient nageleefd bij de toepassing en uitleg van het Weens Koopverdrag. - opschorting van de afnameplicht Uit de brief van 16 maart 2005 van Nouwens (st. 11 dossier Flaxloom) kan overigens worden afgeleid dat de reden voor de niet afname te vinden is in de volgens Nouwens gebrekkige levering van goederen Arosa kleur 24252. Nouwens haalt dit argument eveneens in conclusies aan. De rechtbank stelt vast dat nopens de leveringen van kaardwolgarens op afroep besteld op 16 mei 2004 en geleverd in de loop van juli en augustus 2004 geen enkel probleem is gerezen. De rechtbank heeft hiervoor reeds uiteengezet dat Nouwens geen enkele reden had om haar betalingsverplichting nopens deze garens in te houden. Dezelfde redenering dient gevolgd voor haar weigering tot afname van de garens. Dit geldt des te meer nu hierboven reeds werd vastgesteld dat zij daags na haar kennisgeving van de beweerde gebreken, een nieuwe bestelling van kaardwolgarens heeft verricht, waaruit blijkt dat de haar gekende gebreken op dat ogenblik geen enkele invloed hadden op de contractuele relatie en het vertrouwen in de geleverde goederen. Vermits er met deze bestelling geen enkel probleem is gerezen, kan zij naderhand de haar reeds gekende gebreken niet meer als reden aangrijpen om te stellen dat zij "omwille van gebreken" haar verplichting tot afname kan opschorten. - de gevorderde maatregel Flaxloom vordert een vergoeding tot beloop van euro 14.840,00 voor het feit dat Nouwens 3.500 kilo garens Arosa had besteld in mei 2004, waarvan zij slechts 1.380 kg heeft afgenomen, zodat zij nog 2.120 kg ter beschikking heeft. Deze vergoeding berekent zij blijkbaar op basis van de aankoopprijs van de goederen ad euro 6,00 per kg verhoogd met een winst van euro 1,00 per kg. Verder vordert zij dat deze rechtbank akte zou nemen van het feit dat zij de goederen ter beschikking stelt van Nouwens in haar magazijnen. De rechtbank stelt vast dat de gevorderde maatregelen tot doel hebben op verkapte wijze de gedeeltelijke uitvoering in natura te bekomen van de overeenkomst, m.n. de levering van (niet gekleurde in plaats van gekleurde) kaardwolgarens tegen de prijs van euro 7,00 per kg. Krachtens art. 62 van het verdrag "kan de verkoper van de koper eisen dat deze de prijs betaalt, de zaken in ontvangst neemt of zijn nadere verplichtingen nakomt, tenzij de verkoper een recht heeft uitgeoefend dat onverenigbaar is met deze eis." Hieruit vloeit voort dat de verkoper de uitvoering in natura kan eisen vanwege de koper, op voorwaarde dat hij niet reeds een recht heeft uitgeoefend dat strijdig is met deze eis, zoals bijvoorbeeld de uitoefening van het ontbindingsrecht. De rechtbank stelt vast dat Flaxloom in haar brief van 8 maart 2005 weliswaar van oordeel is dat er dient vastgesteld dat Nouwens contractbreuk pleegt en gehouden is om naast betaling van de openstaande facturen een "verbrekingsvergoeding van euro 14.840,00" te regelen, doch uit de berekening van de vergoeding blijkt dat Flaxloom de kostprijs van de goederen hanteert verhoogd met een winstmarge, wat eerder op een verzoek tot nakoming van de overeenkomst wijst. Bovendien blijkt uit de reactie van Nouwens in haar brief van 16 maart 2005 dat zij evenmin van oordeel is dat voormelde brief dient beschouwd te worden als een ontbinding. Overigens stelt zij in conclusies verwijzend naar onder meer voormelde brief expliciet dat "in die brieven wordt er enkel gesproken over een contractbreuk die door concludente zou zijn gepleegd doch nergens wordt er gewag gemaakt van een verklaring tot ontbinding wat een vereiste is om een overeenkomst geldig ontbonden te verklaren op grond van de C.I.S.G". Samen met Nouwens neemt de rechtbank dan ook aan dat Flaxloom nog geen gebruik heeft gemaakt van haar recht om de ontbinding te vragen en derhalve geen houding heeft aangenomen die strijdig is met art. 62 van voormeld verdrag, zodat zij nog de vordering tot nakoming kan stellen. * * * De rechtbank stelt vast dat het voorwerp van partijen normalerwijze de aankoop is van door Flaxloom gekleurd garen. Deze kleur wordt echter door toedoen van Nouwens bepaald. Nu Nouwens zelf in gebreke blijft om enig kleur aan te geven, is de rechtbank van oordeel dat aan Flaxloom het recht kan toegekend worden om de uitvoering te eisen via de levering van ecru kaardwolgarens. De gevorderde prijs tot beloop van euro 7,00 (m.n. euro 6,00 kostprijs + euro 1,00 winstderving) komt correct voor, rekening houdend met de overeengekomen prijs van euro 8,50 voor gekleurde garens. Het gevorderde bedrag kan derhalve worden toegekend met dien verstande dat de rechtbank akte neemt van het feit dat Flaxloom de goederen ter beschikking stelt van Nouwens op haar maatschappelijke zetel te Roeselare. De vordering tot het bekomen van de kosten van onderzoek tot beloop van euro 210,00 Flaxloom vordert de betaling van een bedrag van euro 210,00 uit hoofde van de kosten van het onderzoek dat zij heeft laten verrichten op de garens. De rechtbank is van oordeel dat rekening houdend met de gegevens van de zaak, Flaxloom niet aantoont dat deze kosten noodzakelijk waren voor het voeren van haar verdediging. Dit onderdeel van de vordering is dan ook ongegrond. Uitvoerbaarheid bij voorraad Krachtens art. 1398 Ger.W. kan de rechter de voorlopige tenuitvoerlegging van de vonnissen toestaan. Het verzoek tot het bekomen van de uitvoerbaarheid bij voorraad is gerechtvaardigd als de schuldenaar blijk geeft van een dilatoire houding (Kh. Brussel 16 mei 1991, J.T. 1991, 701). In casu blijkt uit de elementen dat Nouwens geen afdoende argumenten naar voor brengt waaruit zou blijken dat zij niet gehouden is om de vordering te voldoen. De uitvoerbaarheid bij voorraad kan dan ook worden toegestaan. Het kantonnement is daarentegen een recht van de veroordeelde partij. Het kan slechts worden uitgesloten wanneer de partij die de uitsluiting ervan vordert aantoont dat vertraging in de betaling haar een ernstig nadeel berokkent (Brussel, 25 april 1997, P Lefebvre B, 1997, 224; Brussel, 31 januari 1990, J.L.M.B. 1990, 994; Dirix, E. en Broeckx, K., A.P.R., Beslag, p. 196, nr. 360). Flaxloom levert het bewijs van dit ernstig nadeel niet. De uitvoerbaarheid bij voorraad kan derhalve worden toegekend, de uitsluiting van het kantonnement niet. DE TEGENEIS Nouwens vordert dat de overeenkomst tussen haarzelf en Flaxloom met betrekking de levering van kaardwolgarens zou worden ontbonden. Verder vordert zij een schadevergoeding voor de geleden schade. De rechtbank merkt op dat tussen partijen diverse koop/verkoopovereenkomsten op afroep zijn ontstaan. De kaardwolgarens die door een gebrek zouden zijn aangetast, zijn het voorwerp van een overeenkomst waarbij Flaxloom alle goederen reeds heeft geleverd en waarbij Nouwens de goederen reeds heeft betaald. Naderhand ontstond op 25 mei 2004 tussen partijen een nieuwe overeenkomst met betrekking tot de levering van 3.500 kg kaardwolgarens. Deze overeenkomst werd nog niet volledig uitgevoerd. 1. De overeenkomst van 25 mei 2004 Uit de vordering van Nouwens blijkt dat zij wat deze overeenkomst betreft, de ontbinding vraagt. De rechtbank heeft hierboven reeds beslist dat Nouwens zich niet kan beroepen op de eventuele gebreken in de levering Arosa garens met de kleur nr. 24252. Verder bepaalt Art. 72,2 van het Weens koopverdrag dat indien de tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen ten aanzien van een der afleveringen door een van de partijen aan de wederpartij gegronde reden geeft om te concluderen dat er ten aanzien van de toekomstige afleveringen een wezenlijke tekortkoming zal plaatsvinden, kan zij, mits binnen redelijke termijn, de overeenkomst voor de toekomst ontbonden verklaren. Los van de vraag of Nouwens deze ontbinding nog binnen een redelijke termijn heeft gevraagd, werd hierboven reeds vastgesteld dat Nouwens na de ontdekking van de gebreken de lopende overeenkomst op afroep aanvankelijk verder heeft uitgevoerd door een bestelling te plaatsen. De goederen werden geleverd en uit geen enkel element blijkt dat deze goederen het voorwerp uitmaken van enige betwisting tussen partijen. Om die reden heeft de rechtbank reeds de vordering tot nakoming gegrond verklaard. De vordering om de ontbinding te horen bevelen van de overeenkomst van 25 mei 2004 is omwille van voormelde redenen derhalve ongegrond. 2. De levering Arosa garens met kleur nr. 24252 Wat deze levering betreft, vraagt Nouwens een schadevergoeding omwille van een niet conforme levering. De garens zouden volgens haar niet voldoende kleurecht zijn, zodat de goederen conform art. 35 van het Weens koopverdrag niet geschikt waren voor het doel waartoe zij waren bestemd derwijze dat zij bij vier klanten de goederen zou hebben dienen te vervangen. Zij vordert hiervoor een vergoeding van euro 8.054,94 op grond van art. 45,1 b en art. 74 van het Weens koopverdrag. Flaxloom is van oordeel dat deze vordering onontvankelijk is op grond van de algemene voorwaarden, minstens op grond van het feit dat Nouwens haar onderzoeks- en klachtplicht niet heeft gerespecteerd, en tot slot er uit geen enkel element blijkt dat zij niet conforme garens zou hebben geleverd. De algemene voorwaarden De rechtbank heeft hiervoor reeds uiteengezet dat er nopens de algemene voorwaarden geen consensus tot stand is gekomen, zodat deze niet kunnen worden toegepast. De onderzoeksplicht Krachtens art. 38, 1 van het Weens Koopverdrag "moet de koper de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke, termijn keuren of doen keuren". Flaxloom is van oordeel dat Nouwens nagelaten heeft deze keuringsplicht te voltrekken, zodat zij zich thans niet meer op de eventuele gebreken kan beroepen. Art. 40 van het Weens Koopverdrag bepaalt echter dat "de verkoper zich niet kan beroepen op het bepaalde in de artikelen 38 en 39, indien het niet-beantwoorden van de zaken aan de overeenkomst betrekking heeft op feiten die hij kende of waarvan hij niet onkundig had kunnen zijn en die hij niet aan de koper heeft bekend gemaakt ". Volgens Nouwens wist Flaxloom dat zij goederen van gebrekkige kwaliteit leverde, zodat zij zich niet meer kan beoepen op art. 38. Zij steunt zich hiervoor op het feit dat Flaxloom na ontvangst van klachten zelf een expertise op haar garens heeft laten uitvoeren. Zij is van oordeel dat "logischerwijze" geen enkele verkoopsfabrikant laat overgaan tot het maken van expertisekosten indien hij zeker is dat hij kwalitatief goede garens heeft geleverd. Het laten houden van een expertise zou derhalve een erkenning van de kennis van het gebrek inhouden. De rechtbank kan deze redenering niet volgen. Uit het feit dat de verkoper zelf een expertise laat doen op de geleverde goederen, kan niet worden afgeleid dat hij op de hoogte zou zijn van het feit dat de goederen gebrekkig zouden zijn. Logischerwijze kan uit het feit dat hij een expertise laat doen, even goed afgeleid worden dat hij niet op de hoogte is van het feit dat zijn goederen gebrekkig zijn, vermits dergelijke expertise precies overbodig is, indien hij dit wel zou weten. Met het argument kan derhalve geen rekening worden gehouden. * * * Flaxloom is van oordeel dat Nouwens de kleurechtheid had dienen te onderzoeken naar aanleiding van de ontvangst van de goederen. Zij stelt dat dit kan door de goederen te onderwerpen aan een test met een Xenon lamp, wat volgens haar een gangbare methode zou zijn. Zij stelt dat op die wijze Nouwens de gebreken had dienen te ontdekken en deze had dienen te melden. Krachtens art. 38 van het Weens Koopverdrag dient de koper de geleverde goederen binnen een korte termijn te keuren. Daar waar deze keuringsverplichting er in elk geval toe dient te leiden dat de zichtbare gebreken worden opgespoord, dient deze verplichting wat de verborgen gebreken betreft met de nodige omzichtigheid te worden toegepast. Uit de voorgelegde stukken blijkt dat het gebrek aan kleurechtheid van de geleverde garens als een verborgen gebrek dient te worden beschouwd, dat slechts kan vastgesteld worden hetzij nadat de goederen een tijdje werden gebruikt, hetzij nadat zij door een labo aan een onderzoek worden onderworpen. Zowel Nouwens als Flaxloom hebben bij de test van de kleurechtheid beroep gedaan op een gespecialiseerd bureau dat de garens heeft onderzocht volgens een opgelegde methode. De rechtbank is van oordeel dat art. 38 van het Weens koopverdrag aan de koper geen verplichting oplegt om bij de ontvangst van de goederen, dergelijk onderzoek te laten verrichten. Het argument van Flaxloom kan dan ook niet worden weerhouden. De meldingsplicht Krachtens art. 39 van het Weens koopverdrag "verliest de koper het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn, nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken, de verkoper hiervan in kennis stelt onder opgave van de aard van de tekortkoming". Rekening houdend met hetgeen hierboven werd uiteengezet, is de rechtbank van oordeel dat Nouwens Flaxloom op de hoogte had dienen te brengen binnen een redelijke termijn nadat hij het gebrek had ontdekt. Nouwens spreekt over vier problemen met garens Arosa 24252. Uit de voorgelegde stukken blijkt dat Nouwens wat de eerste twee problemen betreft, zeker op de hoogte was in april 2004. Uit de brief van de expert wordt immer verwezen naar brief van de kliënt (zijnde Nouwens) van april 2004. Alhoewel Nouwens geen gegevens voorlegt waaruit blijkt wanneer zij door haar klant op de hoogte werd gebracht van de gebreken, dient hieruit afgeleid dat zij minstens op die datum kennis had van het probleem. Reeds op 8 juni 2004 verkreeg zij vanwege TNO een uitslag van het deskundig onderzoek, waarna zij pas op 25 augustus overging tot verwittiging van Flaxloom en dit nadat zij reeds de tapijten bij de klanten had vervangen. Wat de twee andere gebreken betreft, dient vastgesteld dat uit het expertiserapport blijkt dat reeds bij een van de klanten in juni een verkleuring was opgetreden, daar waar slechts op 6 oktober 2004 Flaxloom op de hoogte werd gebracht van de problemen en dit blijkbaar opnieuw nadat alles door Nouwens was hersteld. Door deze laattijdige kennisgeving, heeft Nouwens onder meer Flaxloom de kansen ontnomen om op efficiënte wijze mee te werken aan de bewijsvoering (K Cox, Recente rechtspraak Weens Koopverdrag, de keurings- en kennisgevingsplicht van de koper, in Internationale aspecten in de verschillende takken van het recht, Larcier, Brussel, 2005, pag. 255). Indien Nouwens Flaxloom binnen een redelijke termijn op de hoogte had gebracht, had deze zelf een expert ter plaatse kunnen sturen teneinde de problemen op de plaats van aanwending van de tapijten te kunnen nagaan. Nu heeft zij gewacht om Flaxloom de hoogte te stellen totdat zij alles had vervangen en op die wijze de rechten van Flaxloom in het gedrang gebracht. Nouwens is dan ook niet tegemoet gekomen aan haar verplichting om op grond van art. 39 van het Weens Koopverdrag binnen een redelijke termijn de verkoper op de hoogte te brengen van het gebrek, zodat zij haar recht heeft verloren zich te beroepen op de non conformiteit. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Wijzende op tegenspraak; Alle andere middelen afwijzend als ongegrond of niet ter zake dienend; Verklaart de hoofdeisvordering ontvankelijk en grotendeels gegrond. Dienvolgens veroordeelt Tapijtfabriek Nouwens - Bogaers BV om te betalen aan Flaxloom NV het bedrag van ACHTDUIZEND VIERHONDERD VIJF euro ZEVENENVEERTIG cent ( euro 8.405,47) meer de rente à 9,5 % per jaar op euro 8.317,21 vanaf 11 december 2004 tot de datum van de effectieve betaling en een forfaitaire schadevergoeding van NEGENHONDERD ACHTENNEGENTIG euro VIJF cent ( euro 998,05) meer de gerechtelijke rente à 7 % vanaf dagvaarding tot de datum van effectieve betaling; Veroordeelt Tapijtfabriek Nouwens - Bogaers BV om te betalen aan Flaxloom NV het bedrag van VEERTIENDUIZEND ACHTHONDERD VEERTIG euro ( euro 14.840,00) meer de vergoedende rente vanaf 3 december 2004 en de gerechtelijke rente telkens aan de wettelijke rentevoet tot de datum van betaling. Zegt voor recht dat Flaxloom NV na ontvangst van het voormeld bedrag van euro 14.840,00 meer de rente gehouden is het lot ecru garens ter beschikking te stellen van Tapijtfabriek Nouwens - Bogaers BV op haar maatschappelijke zetel te Roeselare. Wijst het meergevorderde af als ongegrond. Verklaart de tegeneis ontvankelijk, doch wijst die af als ongegrond. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Veroordeelt Tapijtfabriek Nouwens - Bogaers BV tot de kosten van het geding, in hoofde van Tapijtfabriek Nouwens - Bogaers BV begroot op euro 364,40 rechtsplegingsvergoeding en in hoofde van Flaxloom NV op euro 293,30 dagvaardingskosten en euro 364,40 rechtsplegings-vergoeding, zoals begroot. Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in buitengewone openbare terechtzitting van VIER OKTOBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: Luc Billiet, Rechter; Pieter De Smet en Thomas Vanderstichele, Rechters in handelszaken; Nathalie Bostoen, Griffier. N. Bostoen T. Vanderstichele P. De Smet L. Billiet Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div