id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 04 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071004.8 Rolnummer: AR 2154/2007 Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-02 16:05 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Verplichtingen verkoper - Levering Vrije woorden: internationale bevoegdheid art 5.1 plaats van levering Tekst van de beslissing Nr. Rep. De Rechtbank van Koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, Provincie West-Vlaanderen, EERSTE KAMER, rechtsprekend: In de zaak nr. 2154/2007 der algemene rol.- De naamloze vennootschap "INTERNATIONAL TRUCKS & TRAILERS COMPANY", met vennootschapszetel te 8800 Roeselare, Abraham Hansstraat 4; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0872.767.594; eiseres, hebbende als raadsman meester Luc Gheysens, pleitend meester Alexander Baert, advocaten te Wevelgem; tegen : De vennootschap naar Frans recht "SOCIETE TRANSPORT MOREAU SARL", met vennootschapszetel te F-02510 Etreux (Frankrijk), 845 rue de l'Eclaireur de Nice; ingeschreven in het RCS Vervins onder nummer 347.986.374; verweerster, niet verschijnende. Toepassende artikel 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gezien de dagvaarding van 23 juli 2007 waarbij de eiseres vordert om, in afwachting van een beslissing ten gronde die kracht van gewijsde heeft, in toepassing van artikel 19 lid 2 Ger.W., jegens de gedaagde het verbod op te leggen om de 9 vrachtwagens die het voorwerp uitmaken van de koop-verkoopovereenkomsten d.d. 17 maart 2007 (nl. 7 vrachtwagens DAF XF 430, bouwjaar 2003 en 2 vrachtwagens DAF XF 430, bouwjaar 2004) te vervreemden, te verpanden of te bezwaren op straffe van een dwangsom van 20.000,00 EUR per vrachtwagen. Verder vordert de eiseres de veroordeling van de gedaagde om de koop-verkoopovereenkomsten d.d. 17 maart 2007 uit te voeren in natura, met een bijkomende schadevergoeding van 2.500,00 EUR, meer de gerechtelijke rente en de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Subsidiair vordert de eiseres om de gedaagde te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding ten bedrage van 113.000,00 EUR provisioneel, meer de gerechtelijke rente + een bijkomende schadevergoeding ad. 2.500,00 EUR, meer de gerechtelijke rente. Spijt behoorlijke dagvaarding is de gedaagde vennootschap niet verschenen. De eiseres vroeg jegens haar verstek en vonnis. De rechtbank dient de uitspraak niet aan te houden in toepassing van art. 26.2 van de EEX-Verordening, nu gebleken is dat de gedaagde rechtspersoon bereikt werd zo tijdig als nodig voor haar verweer (cf. op 25 juli 2007 afgetekende rode ontvangkaart van de Post + certificaat van betekening ter plekke d.d. 31 juli 2007). Wanneer de verwerende partij met vennootschapszetel op het grondgebied van een lidstaat voor een gerecht van een andere lidstaat wordt opgeroepen en niet verschijnt, dient de rechter zich ambtshalve onbevoegd te verklaren indien zijn bevoegdheid niet berust op de bepalingen van de EEX-Verordening (artikel 26.1 EEX-Verordening). Ook in zoverre de eiseres een voorlopige maatregel vordert, dient de rechtbank eveneens over de vereiste rechtsmacht te beschikken. Krachtens de algemene bepaling van artikel 2 van de EEX-Verordening worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Zij kunnen slechts voor de rechtbanken van een andere lidstaat worden opgeroepen op één van de gronden, aangehaald in de artikelen 5 tot en met 24 van de EEX-Verordening (art. 3.1 EEX-Verordening). In de dagvaarding verklaart de eiseres dat de rechtbank ten dezen bevoegd is op grond van artikel 5 EEX-Verordening. Bedoeld wordt dat de rechtbank beschikt over de vereiste "rechtsmacht". Inzake koop-verkoop kan de rechtbank beschikken over de vereiste rechtsmacht op grond van artikel 5.1.b EEX-Verordening, nl. op basis van de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden. Uit de door de eiseres overgelegde stukken blijkt echter niet dat er enige plaats van levering werd afgesproken, laat staan te Roeselare zoals door de eiseres wordt voorgehouden in de dagvaarding (bundel eiseres, stuk nr. 3). De eiseres bewijst haar bewering terzake niet (art. 870 Ger.W.). Waar de partijen een internationale koopovereenkomst betreffende roerende zaken hebben aangegaan en zij beiden gevestigd zijn in verdragsluitende staten, zijn de bepalingen van het Weens Koopverdrag van 11 april 1980 van toepassing (art. 1.1-a van het CISG). Er is overigens geen enkele aanwijzing dat zij de toepassing van de bepalingen van het verdrag hebben willen uitsluiten. Art. 31-c CISG bepaalt dat, bij gebreke aan overeenkomst nopens een bepaalde plaats om de zaken af te leveren en/of indien het vervoer van de zaken niet inbegrepen is, de levering door de verkoper geschiedt door de goederen ter beschikking te stellen, ter plaatse waar hij zijn vestiging had ten tijde van het sluiten der overeenkomst. Dit kan de eiseres evenmin soelaas brengen, gezien de overeenkomsten werden afgesloten te Etreux (Frankrijk) alwaar de verkoper (de gedaagde) gevestigd was en is. Uit wat voorafgaat volgt dat de eiseres niet aantoont dat de rechtbank ten dezen beschikt over de vereiste rechtsmacht jegens de gedaagde. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Verleent verstek jegens de niet verschijnende gedaagde; Stelt vast dat de rechtbank niet beschikt over de vereiste rechtsmacht; Verwijst de eiseres in de kosten van het geding, aan de zijde van de gedaagde niet vatbaar voor begroting bij gemis van opgave; Aldus het vonnis, uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend en zeven. Aanwezig: P. Deseyne, Voorzitter; G. Leroy, Rechter in handelszaken en J. Decorte, plaatsvervangend Rechter in handelszaken; P. Vanwettere, griffier. P. Vanwettere J. Decorte G. Leroy P. Deseyne Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.