id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 24 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071024.19 Rolnummer: AR 4037/06 Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht Invoerdatum: 2009-02-17 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-02 16:12 Fiche UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT - WETBOEK IPR - Algemene bepalingen - Rechterlijke bevoegdheid Vrije woorden: diensten in Frankrijk uitgevoerd geen rechtsmacht Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS Rechtbank van koophandel te Kortrijk VIJFDE KAMER In de zaak nr. 4037/2006 der algemene rol. De BVBA ETRACON, met vennootschapszetel te 8880 Ledegem, 't Lindeke 4 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0454.088.474, Eiseres op hoofdeis, Verweerster op tegeneis, hebbende als raadsman Mter. Philippe Mulliez en pleitend Mter. Dominique Demarez, advocaten te Kortrijk, TEGEN : De vennootschap naar Frans recht BERRY TAPIS SAS, met zetel te 36500 Buzancais (Frankrijk), Route Nationale 143 en ingeschreven in het RCS Chateauroux onder het nummer 325.444.933, Verweerster op hoofdeis, Eiseres op tegeneis, hebbende als raadslieden Mters. Wouter Derveaux en Nele Sercu, advocaten te Kortrijk en pleitend Mter. Nele Sercu voornoemd. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 26 september 2007 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
- De vorderingen. Met dagvaarding, betekend op 4 december 2006, vordert de BVBA Etracon de veroordeling van de vennootschap naar Frans recht Berry Tapis SAS, verder genoemd de SAS Berry Tapis, tot de betaling van euro 48.085,13, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2006 tot de dag van de dagvaarding en van dan af te vermeerderen met de gerechtelijke rente tot de dag van de betaling, en de kosten van het geding. Mits verrekening van een betaling ontvangen van de SAS Berry Tapis na de dagvaarding, vordert de BVBA Etracon thans nog de veroordeling van de SAS Berry Tapis tot de betaling van euro 20.743,97, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2006 tot de dag van de dagvaarding en van dan af te vermeerderen met de gerechtelijke rente tot de dag van de betaling, en de kosten van het geding. Met haar besluiten vordert de SAS Berry Tapis, bij tegeneis, de veroordeling van de BVBA Etracon tot de betaling van euro 1.330,00 te vermeerderen met de gerechtelijke rente vanaf 2 maart 2007 tot de dag van de betaling.
- Korte schets van de feiten en het standpunt van de partijen. In mei 2006 sloten de partijen een overeenkomst waarbij de BVBA Etracon er zich toe verbond 3 weefgetouwen opgesteld te Chateauroux (Frankrijk) te demonteren, te verpakken, te transporteren naar haar magazijnen in België, aldaar op te slaan en er een verkoper voor te zoeken. Uit niets blijkt dat de SAS Berry Tapis tijdens de door de BVBA Etracon uit te voeren werkzaamheden niet zelf een koper voor de weefgetouwen kon zoeken. Afhankelijk van wie de weefgetouwen verkocht, de BVBA Etracon of de SAS Berry Tapis, werd immers de betaling van de prestaties, uit te voeren door de BVBA Etracon, vastgelegd. Zij het niet eenduidig. Er is discussie tussen de partijen of de BVBA Etracon al dan niet een commissie van 3 % kan eisen bij de verkoop van de weefgetouwen door de SAS Berry Tapis. Er is geen betwisting over het feit dat de BVBA Etracon aanvaardde om het logies en de maaltijden van haar technici ten laste te nemen indien de SAS Berry Tapis de bobijnrekken zelf zou demonteren. Nog vooraleer de demontage van de weefgetouwen voltooid was, heeft de SAS Berry Tapis een koper voor haar drie weefgetouwen gevonden. De BVBA Etracon benadrukt in haar besluiten dat op dat ogenblik de machines quasi volledig waren gedemonteerd. Derhalve niet volledig gedemonteerd waren. De afgebroken weefgetouwen werden zodoende ook niet getransporteerd tot in de magazijnen van de BVBA Etracon, werden in die magazijnen niet opgeslagen en werden niet van daaruit doorverkocht. Op 30 juni 2006 heeft de BVBA Etracon haar factuur lastens de SAS Berry Tapis opgesteld voor een bedrag van euro 48.085,13 en wel voor: euro 6.129,50 = 133,25 uren verplaatsing aan euro 46,00/uur. euro 23.782,00 = 517,00 werkuren aan euro 46,00 /uur euro 2.130,30 = 4.743 km verplaatsing aan euro 0,45/km euro 296,00 = tolkosten euro 1.500,00 = kosten voor het gebruik van een heftruck euro 1.406,56 = kosten voor het gebruik van ander afbraakmaterieel euro 760,00 = verpakkingskosten euro 4.200,00 = commissieloon van 3 % Bij e-mail van 13 juli 2006 heeft de BVBA Etracon aan de SAS Berry Tapis een kopie van die factuur overgemaakt en het zenden per gewone post van een duplicaat van die factuur met bijlagen aangekondigd. Op 17 juli 2006 heeft de SAS Berry Tapis laten weten dat zij de factuur had ontvangen voor de demontage van 2 weefgetouwen en dat zij van het gefactureerde bedrag de uren in mindering zou brengen voor het werk van haar personeel voor de demontage van de weefrekken. Op 17 juli 2006 reageerde de BVBA Etracon. Zij wees er op dat zij 3 weefgetouwen had gedemonteerd en dat haar technici daarbij precies en nauwkeurig te werk waren gegaan, zonder dat enige opmerking vanwege de SAS Berry Tapis werd gemaakt tijdens de uitvoering van het werk. Op 18 juli 2006 liet de SAS Berry Tapis weten dat zij bereid was de factuur te betalen die haar werd overgemaakt, indien de BVBA Etracon akkoord ging om het werk van het personeel van de SAS Berry Tapis te betalen, een bedrag van ongeveer euro 20.000,
- De SAS Berry Tapis wijst er daarbij ook op dat er maar 2 en geen 3 weefgetouwen afgebroken waren toen de BVBA Etracon haar activiteiten staakte. Er kwam geen minnelijke regeling tussen, zodat er werd overgegaan tot onderhavige procedure met de wederzijdse vorderingen zoals hiervoor omschreven. De BVBA Etracon vordert in eerste instantie de betaling van haar factuur met de daarop verschuldigde rente. Naderhand herleidt de BVBA Etracon haar vordering met het bedrag sedert de dagvaarding betaald en dat de SAS Berry Tapis als slechts door haar verschuldigd beschouwt. De SAS Berry Tapis betwist vooreerst de rechtsmacht van deze rechtbank. In verband met de grond van de zaak bestempelt de SAS Berry Tapis de factuur van de BVBA Etracon als overdreven. Zij beschouwt wat zij betaalde een voldoende vergoeding voor het gepresteerde werk. De tegeneis van de SAS Berry Tapis is gebaseerd op de voorgehouden betaling van het logies en de maaltijden van het personeel van de BVBA Etracon, voorgeschoten door de SAS Berry Tapis en waartoe de BVBA Etracon zich evenwel had verbonden bij de demontage van de bobijnrekken. De BVBA Etracon houdt omtrent die tegeneis voor dat haar personeel deze logies en die maaltijden reeds zelf betaalden.
- Beoordeling. In haar eerste besluiten voert de SAS Berry Tapis in limine litis de exceptie van rechtsmacht aan in hoofde van deze rechtbank. Volgens de SAS Berry Tapis kan er enkel toepassing gemaakt worden van art. 5 van de Verordening (EG) Nr.44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning, en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (verder de EEX-VO genoemd). De toepassing van dat art. 5 leidt volgens de SAS Berry Tapis evenwel niet tot de rechtsmacht van deze rechtbank. De door de SAS Berry Tapis ingeroepen exceptie betreft de rechtsmacht van deze rechtbank. De begrippen rechtsmacht en bevoegdheid dekken niet dezelfde lading (Laenens J., "Overzicht van rechtspraak, De Bevoegdheid" 1993-2000, T.P.R., 2002, blz. 1501, nr. 2 en blz. 1575, nr. 151 en 1979/1992, T.P.R. 1993, blz. 1484, nr. 2 en blz. 1603 e.v., nr. 185 e.v.). De rechter kan maar recht spreken wanneer hij daartoe de macht heeft. Wanneer hij geen rechtsmacht heeft kan hij de zaak zelfs niet verwijzen naar wie volgens zijn oordeel wel rechtsmacht heeft, zoals een buitenlandse rechter (Gent, 14.07.1983, R.W. 1983/84, 1356). Het begrip bevoegdheid, slaat op de rechtsmacht die de wetgever aan een bepaalde rechter concreet heeft toebedeeld. Een rechter kan zich maar bevoegd verklaren of over een opgeworpen bevoegdheidsexceptie oordelen, wanneer de beslechting van het geschil aan de rechterlijke macht waartoe hij behoort, werd toevertrouwd. Dienvolgens dient de verwerende partij die de exceptie van rechtsmacht opwerpt zich niet te schikken naar de voorschriften van art. 855 Ger.W., die enkel toepasselijk zijn bij het opwerpen van bevoegdheidsexcepties. * * * De EEX-VO wordt toegepast in burgerlijke en handelszaken in de betrekking tussen de BVBA Etracon en de SAS Berry Tapis, vennootschappen met zetel in een lidstaat van de Europese Gemeenschap, respectievelijk in België en in Frankrijk. Art. 2 EEX-VO bedingt als algemene regel dat, onverminderd die verordening, zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen worden voor de gerechten van die lidstaat. Dit zou impliceren dat in onderhavige betwisting de gerechten van Frankrijk rechtsmacht hebben. De SAS Berry Tapis, de opgeroepen partij, heeft haar zetel in Frankrijk. Als ter zake geldende bijzondere regel, die een afwijking van voormelde algemene regel inhoudt, beroept de BVBA Etracon zich enkel op art. 5 EEX-VO ten einde de rechtsmacht van de Belgische rechter te weerhouden. Art. 5 EEX-VO bedingt dat een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, in een andere lidstaat kan opgeroepen worden voor de volgende gerechten:
- a)ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst: voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet uitgevoerd worden; b)voor de toepassing van deze bepaling en tenzij anders is overeengekomen, is de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt: voor de koop en de verkoop van roerende lichamelijke zaken, de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden; voor de verstrekking van diensten, de plaats in een lidstaat waar de diensten volgens overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden; c)punt a) is van toepassing indien punt b) niet van toepassing is .
- tot 7.... zijn van geen belang voor de beoordeling van deze zaak. Het gaat in de voorliggende zaak om een dienstovereenkomst met als verbintenissen ondermeer de verstrekking van diensten door de BVBA Etracon. Er kan geen ernstige twijfel bestaan over het feit dat de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt enerzijds volgens de overeenkomst reeds geleverd werd en anderzijds volgens de overeenkomst nog diende geleverd te worden. De BVBA Etracon heeft reeds volgende diensten verstrekt: de demontage van minstens 2 weefgetouwen in Chateauroux (Frankrijk) en het verpakken van de gedemonteerde onderdelen. Daarvoor maakte zij haar factuur op voor een bedrag van euro 36.004,96, exclusief BTW. Het feit dat de verpakkingsmaterialen, daarvoor gebruikt, in België werden vervaardigd, doet niets af aan de vaststelling dat de dienst tot verpakking werd geleverd in Frankrijk. De redenering van de BVBA Etracon volgen, zou met zich brengen dat bijvoorbeeld ook de plaats van de assemblage van de door de BVBA Etracon gebruikte heftruck en werktuigen implicaties zou hebben op de rechtsmacht. Dat is evenwel niet de bedoeling van art. 5 EEX-VO. Derhalve oordeelt de rechtbank dat de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, het reeds uitgevoerde werk, de reeds uitgevoerde dienst, de rechtsmacht van de Franse rechter met zich brengt. Anderzijds vordert de BVBA Etracon enkel nog commissieloon, volgens haar factuur een bedrag van euro 4.200,
- Er zou kunnen aangenomen worden dat de verbintenis die aan de eis tot de betaling van dat commissieloon ten grondslag ligt, diende uitgevoerd te worden in België nadat de weefmachines naar de magazijnen van de BVBA Etracon waren getransporteerd. Maar evengoed kon de BVBA Etracon die verbintenis in Frankrijk uitvoeren. In de overeenkomst is daaromtrent niets decisief terug te vinden. De door de BVBA Etracon daarnaast nog aangehaalde en door haar volgens de overeenkomst nog uit te voeren prestaties, betreffen evenwel geen verbintenissen die aan de eis van de BVBA Etracon ten grondslag liggen. Volgens de overeenkomst diende wel het vervoer naar België en de opslag van de onderdelen in België te gebeuren. Evenwel werden die verbintenissen door de BVBA Etracon niet uitgevoerd, noch dienden zij uitgevoerd te worden, zodat die verbintenissen geenszins aan de eis van de BVBA Etracon ten grondslag liggen. Het feit dat uiteindelijk een Belgische firma de weefgetouwen aangekocht heeft bij en uit handen van de SAS Berry Tapis, is evenmin bepalend voor de ter betwisting staande rechtsmacht van de gevatte rechtbank. Zoals hiervoor aangehaald is er over de plaats waar de verkoopsbemiddeling door de BVBA Etracon diende te gebeuren, niets overeengekomen. Nog aangenomen dat die verkoopsbemiddeling normalerwijze op de vennootschapszetel van de BVBA Etracon en dus in België diende uitgevoerd te worden, brengt dit evenwel niet met zich mee dat de Belgische rechter voor het gehele geschil rechtsmacht zou hebben. Wanneer meerdere verbintenissen uit een zelfde overeenkomst gelijkwaardig en samenhangend zijn, is het immers niet zo dat de rechter die rechtsmacht heeft voor één van de litigieuze verbintenissen, automatisch kan oordelen over het gehele geschil. Enkel wanneer de vordering berust op verschillende ondergeschikte verbintenissen is de rechter van de plaats waar de hoofdverbintenis uitgevoerd werd, bevoegd over het gehele geschil. (Van Houtte H. en Pertegás Sender M., "Het nieuwe Europese IPR: van verdrag naar verordening", blz. 46 en 47, nr. 3-27 met verwijzing naar het arrest Leathertex) In onderhavige zaak dringt zich evenwel en in elk geval de conclusie op dat de verbintenis die aan de eis tot de betaling van het commissieloon, meer bepaald een som van euro 4.200,00, een ondergeschikte verbintenis is ten opzichte van de verbintenis die aan de eis tot de betaling van de kosten tot demontage, een bedrag van euro 36.004,96, ten grondslag ligt. Het was immers hoegenaamd niet zeker dat de BVBA Etracon ooit tot de verkoop van de weefmachines diende over te gaan. De BVBA Etracon had daaromtrent geen enkele exclusiviteit; Ook de SAS Berry Tapis zocht en vond uiteindelijk als eerste een koper voor de weefgetouwen. Primordiaal in de overeenkomst was de tijdige demontage van de weefgetouwen. De hoofdverbintenis van de dienstenovereenkomst situeerde zich derhalve in Frankrijk. De rechtbank verklaart zich in die omstandigheden zonder rechtsmacht. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart zich zonder rechtsmacht om over de betwisting te oordelen; Veroordeelt de BVBA Etracon tot de kosten van het geding en stelt deze tot op heden vast aan de kant van de SAS Berry Tapis op euro 364,40 rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis, gewezen door de vijfde kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, samengesteld als volgt : Ch. Busschaert, griffier. P. Matton, rechter in handelszaken. P. De Poot, rechter in handelszaken. L. Vandenbroucke, ondervoorzitter. Vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, VIERENTWINTIG OKTOBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div