← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071025.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 25 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071025.7 Rolnummer: AR 2085/2007 Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 16:13 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Bevoegdheid BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop Vrije woorden: internationale bevoegdheid art. 5.1 plaats van levering plaats van uitvoering verbintenis Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS In de zaak nr. 2085/2007 der algemene rol.- De naamloze vennootschap "ISOCAB", met vennootschapszetel te 8531 Harelbeke, Treurnietstraat 10; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0413.684.313; eiseres, hebbend als raadsman meester Godfried Duchi, advocaat te Kortrijk, pleitend meester Valérie Surmont, advocaat te Harelbeke; tegen : De vennootschap naar Duits recht "SLT HANDELS GmbH", met vennootschapszetel te 80686 München, (Duitsland), Camerloherstrasse 53A; ingeschreven in het Amtsgericht München onder nr HRB 119.396; met BTW nr. DE 194.583.459; verweerster, niet verschijnende. De rechtbank heeft de eisende partij gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken. Toepassing is gemaakt van de art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Bij dagvaarding van 22 mei 2007 vordert de eiseres de veroordeling van de gedaagde tot de betaling van 47.366,49 EUR, met de conventionele interesten tegen 10 % per jaar op 41.245,08 EUR sedert de dagvaarding tot aan de dag van de betaling, meer de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Spijt behoorlijke dagvaarding is de gedaagde vennootschap niet verschenen. De eiseres vroeg jegens haar verstek en vonnis. De rechtbank dient de uitspraak niet aan te houden in toepassing van art. 26.2 van de EEX-Verordening, nu gebleken is dat de gedaagde rechtspersoon bereikt werd zo tijdig als nodig voor haar verweer (cf. certificaat van betekening op 21 juni 2007). Wanneer de verwerende partij met vennootschapszetel op het grondgebied van een lidstaat voor een gerecht van een andere lidstaat wordt opgeroepen en niet verschijnt, dient de rechter zich ambtshalve onbevoegd te verklaren indien zijn bevoegdheid niet berust op de bepalingen van de EEX-Verordening (artikel 26.1 EEX-Verordening). Krachtens de algemene bepaling van artikel 2 van de EEX-Verordening worden zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Zij kunnen slechts voor de rechtbanken van een andere lidstaat worden opgeroepen op één van de gronden, aangehaald in de artikelen 5 tot en met 24 van de EEX-Verordening (art. 3.1 EEX-Verordening). In de dagvaarding en in haar conclusie, ingediend ter griffie op 10 september 2007, verklaart de eiseres dat de rechtbank van koophandel te Kortrijk rechtsmacht heeft overeenkomstig de bedingen van haar verkoopsvoorwaarden, meer bepaald op grond van artikel 7 dat stipuleert dat de facturen betaalbaar zijn te Bavikhove en anderzijds op grond van artikel 6 dat voorziet dat in geval van geschil, de rechtbank van Kortrijk uitsluitend bevoegd is. De rechtbank stelt vooreerst vast dat er geen door de beide partijen ondertekend contract wordt voorgebracht, waarin de algemene voorwaarden van de eiseres opgenomen zijn of de toepasselijkheid ervan bedongen is. Er ligt ook géén enkel ander stuk voor waarbij de verwerende partij zich formeel aan de algemene voorwaarden van de eiseres onderworpen heeft. Het is wél zo dat op grond van artikel 23.1.b EEX-Verordening, de overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan worden gesloten in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden. Dit is meer bepaald het geval, wanneer ingevolge hun vroegere transacties, de partijen geregeld met die algemene voorwaarden geconfronteerd werden, zodat zij vermoed worden - behoudens laakbare onzorgvuldigheid - van het forumbeding kennis te hebben gekregen dat in die voorwaarden vervat is. Indien zij er nooit tegen geprotesteerd hebben, worden zij verondersteld ermee ingestemd te hebben. Er is m.a.w. aan het vereiste van art. 23.1 EEX-Verordening voldaan, wanneer uit lange en regelmatige handelsbetrekkingen kan afgeleid worden dat de medecontractant het forumbeding op de facturen van de schuldeiser kende en aanvaardde (Hof van Beroep te Gent, 12de kamer, arrest d.d. 8 november 2006, A.R. 2005/209 inzake bv Kanters / bvba Elektro Mahieu, onuitgegeven). De omstandigheden moeten derhalve van die aard zijn: a)dat er voldoende lange en regelmatige handelsbetrekkingen tussen de partijen bestaan hebben om handelwijzen tussen hen als zijnde "gebruikelijk geworden" te kunnen kwalificeren (waarover de rechter soeverein oordeelt) ; b)dat die voldoende lange handelsrelatie tussen de partijen bestaan heeft, voorafgaandelijk aan de transactie(

  1. s)waarover het geschil loopt of naar aanleiding waarvan het geschil ontstaan is (cf. Brussel, 7 september 1999, R.W., 2000-2001, 593 ; Antwerpen, 11 oktober 1994, T.B.H., 1995, 385). Uit de door de eiseres overgelegde stukken blijkt echter geenszins dat tussen haar en de gedaagde een voldoende lange handelsrelatie bestaan heeft, voorafgaandelijk aan de factuurschuld die in onderhavige zaak wordt opgevorderd. Er blijkt zelfs geen enkele vroegere handelsrelatie te hebben bestaan. Evenmin toont de eiseres aan dat de vermelding van een forumbeding op de factuur overeenstemt met een gewoonte, die geldt in de branche van de internationale handel, waarin de partijen werkzaam zijn en dat zij dit gebruik kennen of geacht worden te kennen. Waar de eiseres zich anderzijds er op beroept dat de verwerende partij de factuur diende te betalen te Bavikhove - waaromtrent hierboven reeds werd vastgesteld dat er geen overtuigend bewijs voorligt dat de verwerende partij dergelijke verbintenis zou hebben onderschreven, conform de algemene voorwaarden van de eiseres -, dient vastgesteld te worden dat terzake in art. 5.1 van de EEX-Verordening de volgende regeling is uitgewerkt : in principe kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, opgeroepen worden voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet uitgevoerd worden (artikel 5.1-
  2. a); inzake koop-verkoop van roerende lichamelijke zaken evenwel is, tenzij anders overeengekomen, de plaats van levering determinerend voor alle vorderingen (ook deze die strekken tot de betaling van de prijs), nl. de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden (artikel 5.1-
  3. b); artikel 5.1-a is van toepassing indien artikel 5.1-b niet van toepassing is, waarmee het geval bedoeld wordt dat de plaats van levering zich situeert buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie ; bevoegd is dan het gerecht dat krachtens het internationaal privaatrecht van de aangezochte staat wordt aangewezen, als gerecht van de plaats van nakoming van de betrokken specifieke verbintenis (artikel 5.1-c). In casu blijkt dat de vordering van de eiseres teruggaat op een internationale koop-verkoop van roerende lichamelijke zaken, welke verscheept werden (en volgens de overeenkomst klaarblijkelijk dienden verscheept te worden) naar China, hetzij buiten de Europese Unie. Derhalve is in casu artikel 5.1-a van de EEX-Verordening van toepassing. In dat verband merkt de Rechtbank terzijde op dat de clausule van art. 6 van de algemene voorwaarden van de eiseres, haar in casu geen soelaas kan brengen. Het beding luidt als volgt : "Partijen zijn uitdrukkelijk akkoord dat de plaats van levering steeds is de magazijnen in de zetel van de vennootschap ISOCAB Bavikhove. Zelfs indien het transport gebeurt via eigen vervoer, of via derden". Het zou dus kunnen gaan om een "andersluidende overeenkomst" waarvan sprake is in art. 5.1-b van de EEX-Verordening. In casu bewijst de eisende partij echter niet dat er een geldige wilsovereenstemming omtrent deze clausule tot stand is gekomen. De rechtbank verwijst naar hetgeen hierboven is gesteld aangaande het forumbeding. Een overeengekomen plaats van levering binnen het arrondissement Kortrijk kan dus niet in aanmerking worden genomen. Zoals hierboven aangehaald, dient derhalve te worden teruggekeerd naar art. 5.1-a van de EEX-Verordening. Waar het geschil tussen de partijen betrekking heeft op een koop-verkoopovereenkomst van roerende zaken tussen een verkoper die zijn woonplaats heeft in België en een koper met woonplaats in Duitsland, is het Verdrag van 11 april 1980 houdende het recht voor de internationale koop-verkoop van roerende lichamelijke zaken (hierna: het Weens Koopverdrag) van toepassing, meer bepaald (aangezien zowel België als Duitsland "verdragsluitende Staten" zijn, nl. in Duitsland is het verdrag sedert 1 januari 1991 in werking en in België sedert 1 november 1997), op grond van zijn artikel 1-1-a. Dit territoriaal toetsingscriterium moet immers rechtstreeks toegepast worden, zonder een omweg via de Belgische verwijzingsregel. Anderzijds blijkt niet dat de partijen de toepassing van het Weens Koopverdrag zouden uitgesloten hebben, terwijl er evenmin contractuele bedingen van toepassing blijken te zijn die voorrang hebben en/of afwijken van dit verdrag. Krachtens artikel 57 1) a van het Weens Koopverdrag dient de koper, indien hij niet gehouden is de prijs te betalen op een bepaalde andere plaats, te betalen ter plaatse van de vestiging van de verkoper of indien de betaling dient te geschieden tegen afgifte van de zaken of van documenten, ter plaats van die afgifte. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat de betaling diende te geschieden tegen afgifte van de zaken of van documenten, noch dat de partijen overeengekomen waren dat de prijs op een andere plaats diende betaald te worden dan op de plaats van de vestiging van de eiseres. Dit betekent dat de plaats waar de betalingsverbintenis moet uitgevoerd worden Bavikhove is, zodat de zaak derhalve kan gebracht worden voor de rechtbank te Kortrijk. De vordering komt voor het overige gegrond voor op basis van de voorgelegde stukken, mede gelet op art. 74 en 78 van het Weens Koopverdrag (rente, schadebeding). Het kantonnement is een recht van de veroordeelde partij. De eisende partij toont niet aan waarom dit ten dezen aan de verwerende partij zou moeten worden ontzegd. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Verleent verstek jegens de niet verschijnende gedaagde; Stelt vast dat de rechtbank beschikt over de vereiste rechtsmacht; Verklaart de vordering toelaatbaar en gegrond; Veroordeelt de gedaagde om aan de eiseres te betalen: ZEVENENVEERTIGDUIZEND DRIEHONDERD ZESENZESTIG euro NEGENVEERTIG cent (47.366,49 EUR), met de conventionele rente tegen 10 % per jaar op 41.245,08 EUR sedert de dagvaarding tot aan de dag van de betaling; Verwijst de gedaagde in de kosten van het geding, tot heden aan de zijde van de eiseres begroot op 517,92 EUR kosten dagvaarding en inschrijving op de rol +364,40 EUR rechtsplegingsvergoeding en de eventuele uitvoeringskosten. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis, gewezen door de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, samengesteld als volgt : P. Vanwettere, griffier. G. Leroy, rechter in handelszaken. J. Corne, rechter in handelszaken. P. Deseyne, voorzitter. Vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op vijfentwintig oktober tweeduizend en zeven. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.