← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071025.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 25 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071025.8 Rolnummer: AR 1543/2007 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-07-02 16:14 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Oneigenlijke contracten - Onverschuldigde betaling Vrije woorden: teruggave kwade trouw verzet tegen verstekvonnis Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS In de zaak nr. 1543/2007 (570/07) der algemene rol.- De heer L, geboren te .. op .., wonende te ..; eisende partij op verzet, niet langer verschijnende; tegen : De coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "EANDIS", met vennootschapszetel te 9820 Merelbeke, Guldensporenpark 52-56; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0477.445.084; verweerster op verzet, hebbend als raadslieden meesters Rik Crivits en Chris Persyn, advocaten te Brugge, pleitend meester Valérie Surmont, advocaat te Harelbeke; De Rechtbank heeft de verwerende partij op verzet gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van haar stukken. Toepassing is gemaakt van de art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Bij dagvaarding van 21 februari 2007 vroeg de cvba Eandis de veroordeling van de heer L tot de terugbetaling van 36.611,58 euro wegens een onverschuldigde betaling, met de verwijlinteresten sedert 31 mei 2002 en de gerechtelijke rente, meer de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Bij vonnis van 15 maart 2007 werd de vordering toegekend bij verstek met uitzondering van de gevraagde uitsluiting van het kantonnement. Bij dagvaarding van 25 mei 2007 tekent de heer L verzet aan tegen bovengenoemd verstekvonnis. Dit verstekvonnis werd betekend op 25 april 2007, zodat de termijn voor verzet liep van 26 april 2007 t.e.m. 25 mei 2007 (art. 1048 Ger.W.), zodat het verzet tijdig is. De verzetakte is anderzijds behoorlijk gemotiveerd zodat het verzet toelaatbaar voorkomt, wat overigens door de oorspronkelijke eiseres, huidige verweerster op verzet, niet wordt betwist. Op de inleidingszitting van 07 juni 2007 is de eiser op verzet niet verschenen. De zaak werd op verzoek van verwerende partij op verzet uitgesteld naar de zitting van 27 september 2007. De eiser op verzet werd van dit uitstel verwittigd met kennisgeving van de rechtsdag bij gerechtsbrief d.d. 02 juli 2007 op grond van art. 735 Ger.W. De eiser op verzet is op de zitting van 27 september 2007 evenmin verschenen en hij heeft ook niet geconcludeerd. De oorspronkelijke eisende partij - huidige verweerster op verzet - vorderde jegens hem verstek en vonnis (art. 804,1ste lid Ger.W.). De rechtbank stelt vast dat de eiser op verzet niet betwist dat hij het onverschuldigde bedrag in hoofdsom heeft ontvangen. Naar luid van het artikel 1378 B.W. moet hij die het onverschuldigde ontvangen heeft, niet alleen het kapitaal doch ook de interesten betalen sedert de datum van de onverschuldigde betaling, indien hij te kwader trouw is. Goede trouw wordt in principe steeds vermoed (cf. Dekkers, Handboek Burgerlijk Recht, deel II, uitgave 1971, nr. 310, voetnoot 3). Wanneer echter de ontvanger verneemt dat de door hem ontvangen betaling hem niet verschuldigd was, dan moet hij ze dadelijk teruggeven en is hij van dan af te kwader trouw te beschouwen ; kwade trouw wordt m.a.w. in aanmerking genomen, ook wanneer ze slechts na het ontvangen der onverschuldigde betaling intreedt (cf. Dekkers, a.w., blz. 178, voetnoot 2). In de verzetakte beweert de heer L dat er regelmatig bedragen van gelijkaardige omvang als hetgeen hij ontving, op zijn rekening circuleerden, zodat hij zich van geen kwaad bewust was. Hij levert echter geen enkel bewijs van deze bewering. Daarenboven heeft de verweerster op verzet de heer L met brief van 24 augustus 2006 op de hoogte gebracht van deze onverschuldigde betaling. De eiser op verzet heeft niet op passende wijze gereageerd op dit schrijven. Daarenboven heeft hij ook niet gereageerd op de aangetekende ingebrekestelling van 03 oktober 2006, noch op de aangetekende ingebrekestelling van 12 december 2006 die uitging van de raadsman van de cvba Eandis. Het is slechts nadat het verstekvonnis d.d. 15 maart 2007 aan hem werd betekend dat de heer L in zijn verzetakte toegeeft dat dit bedrag onverschuldigd op zijn rekening werd gestort en vraagt om dit bedrag te mogen terugbetalen in driemaandelijkse schijven van 7.322,32 EUR. Tot op heden, hetzij meer dan 14 maanden na de eerste kennisgeving d.d. 24 augustus 2006 aangaande de onverschuldigde betaling, heeft hij nog steeds geen enkele betaling verricht (zie conclusie verweerster op verzet, p. 2 onderaan). De eiser op verzet dient aldus te kwader trouw beschouwd te worden, zodat hij de rente sedert de datum van de betaling verschuldigd blijft, zoals werd toegekend in het bestreden verstekvonnis. Op het verzoek van de eiser op verzet om de gelden te mogen terugbetalen in driemaandelijkse schrijven, kan niet worden ingegaan daar hij niet aantoont te verkeren in de voorwaarden voor het verkrijgen van termijnen. Voor de kosten van dagvaarding en inschrijving op de rol met betrekking tot het eerste vonnis en de kosten die verband houden met de uitvoering daarvan (expeditie, betekening, enz...) beschikt de oorspronkelijke eiseres al over een titel in het eerste vonnis dat hierbij wordt bevestigd. Artikel 4 van het K.B. van 30 november 1970 voorziet in geval van verzet enkel in een aanvullende rechtsplegingsvergoeding ten voordele van de partij die zelf geen verzet doet. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, verleent verstek jegens de niet langer verschijnende eiser op verzet die niet heeft geconcludeerd; Verklaart het verzet toelaatbaar doch wijst het af als ongegrond; Bevestigt dienvolgens het vonnis d.d. 15 maart 2007 waartegen verzet was ingesteld; Verwijst de eiser op verzet bovendien in de kosten van het verzet, aan de zijde van de cvba Eandis tot heden begroot op 60,73 EUR aanvullende rechtsplegingsvergoeding en de eventuele uitvoeringskosten; Verklaart ook dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling. Aldus het vonnis, gewezen door de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, samengesteld als volgt : P. Vanwettere, griffier. G. Leroy, rechter in handelszaken. J. Corne, rechter in handelszaken. P. Deseyne, voorzitter. Vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op vijfentwintig oktober tweeduizend en zeven. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.