id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 07 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071107.21 Rolnummer: AR 1230/06 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 469 - laatst gezien 2026-07-03 23:19 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Brandverzekering Vrije woorden: niet alles uitbetaald - discussie over resterend bedrag (door bewarend beslag na dioxinecrisis) Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS Rechtbank van koophandel te Kortrijk VIJFDE KAMER In de zaak nr. 1230/06 der algemene rol. 1.De NV MCM FINE FOODS, met vennootschapszetel te 8730 Beernem, Wellingstraat 109 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0450.980.813, 2.De NV C & D FOOD, met vennootschapszetel te 8730 Beernem, Wellingstraat 109 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0455.199.818, Eiseressen, hebbende als raadsman en pleitend Mter. Hendrik Heyndrickx, advocaat te Melle, TEGEN : 1.De vennootschap naar Nederlands recht AVERO SCHADE-VERZEKERING BENELUX NV, met zetel te 2909-LK Capelle aan den Ijsel (Nederland), Rivium Boulevard 211 en met uitbatingszetel in België onder de benaming AVERO BELGIUM INSURANCE, met zetel te 1200 Brussel, Woluwedal 64 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0459.005.681, 2.De NV MERCATOR VERZEKERINGEN, met zetel te 9000 Gent, Kortrijksesteenweg 302 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0400.048.883, 3.De NV AGF BELGIUM INSURANCE, met zetel te 1000 Brussel, Lakensestraat 35 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0403.258.197, 4.De NV FORTIS AG, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0404.494.849, Verweersters, hebbende als raadslieden Mters. Geert Martens en Hans Spriet, advocaten te Brugge, pleitend Mter. Hans Spriet voornoemd. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 10 oktober 2007 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
- De vorderingen. Met dagvaardingen, betekend op 13 maart 2006, vorderen de eiseressen de veroordeling van de verweersters, elk voor hun deel, tot de betaling aan * de MCM Fine Foods: - voor de koopwaar: euro 126.259,10 - voor de opruimings- en vernietigingskosten: euro 79.586,22, * de NV C & D Food: - voor de koopwaar: euro 74.873,76 - voor de opruimings- en vernietigingskosten: euro 25.057,75, bedragen te vermeerderen met -de vergoedende rente vanaf 17 augustus 2000 (datum opeisbaarheid) tot de dag van de dagvaarding en -de gerechtelijke rente op het totaal van de hoofdsom en de vergoedende rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de definitieve betaling, en tot de betaling van de kosten van het geding.
- Korte schets van de feiten Op 5 juni 1999 deed zich een brand voor in de bedrijfsgebouwen van de eiseressen te 8501 Kortrijk-Heule. Gebouwen, machines en de volledige voorraad werden vernietigd. De gebouwen waren eigendom van de eiseressen; de machines en de voorraden waren volgens de eiseressen, eigendom van de BVBA VWD Meat Products en van de NV Flanders Meat. De eiseressen hadden voor het schadegeval brandpolissen afgesloten met de eerste verweerster (27,5 %) en de overige verweersters als medeverzekeraars( 30 % - 22,5 % - 20 %). Experts stelden de schade tegensprekelijk vast, ondermeer voor de koopwaar en de kosten voor opruiming en vernietiging. De koopwaar: de MCM Fine Foods: euro 511.700,20 (= 20.641.933 Bef) de NV C & D Food: euro 108.174,00 (= 4.363.728 Bef) De opruimings- en vernietigingskosten: de MCM Fine Foods: euro 79.586,22 (= 3.210.500 Bef) de NV C & D Food: euro 25.057,75 (= 1.010.827 Bef) Een deel van de voorraad, de kippenproducten, bevond zich onder bewarend beslag wegens de heersende dioxinecrisis. Het betreft in hoofde van de MCM Fine Foods: euro 126.251,70 (= 5.092.981 Bef) de NV C & D Food: euro 78.873,76 (= 3.020.400 Bef). De verweersters hebben volgens de eiseressen tot op heden de schade voor het gedeelte aan de koopwaar dat wegens de dioxinecrisis onder bewarend beslag lag en de kosten voor opruiming en vernietiging niet betaald, wegens de mogelijke tussenkomst voor die post door de overheid. Uiteindelijk werd slechts een vergoeding van euro 3.001,30 ten laste genomen door de overheid. Een deel van de reeds door de NV Flanders Meat ontvangen vergoeding werd door de overheid teruggevorderd. De eiseressen vorderen thans vergoeding voor die posten die de verweersters weigeren te vereffenen. De vergoeding voor de schade ontstaan door de brand maakte reeds het voorwerp uit van een procedure van de eiseressen lastens de verweersters. Bij vonnis van de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk d.d. 18 februari 2002 werd rente toegekend op de schadevergoedingen uitbetaald aan de eiseressen. Er werd in dat vonnis ondermeer akte verleend aan de eiseressen van hun voorbehoud voor een mogelijk latere vordering in verband met de van de NV Flanders Meat teruggevorderde dioxinevergoeding ten bedrage van euro 120.506,
- Bij arrest van het Hof van Beroep te Gent, eerste kamer, d.d. 21 oktober 2004, waarbij het hoger beroep nopens voormeld vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk werd behandeld, werd in overweging genomen wat volgt: " Geïntimeerden voeren geen betwisting omtrent het thans door appellanten (= huidige eiseressen) vooropgesteld bedrag voor het voorbehoud voor een mogelijke latere vordering in verband met de van de N.V. Flanders Meat teruggevorderde dioxinevergoeding en de niet-recupereerbare opruimings- en vernietigingskosten. Het bedrag van het verleende voorbehoud dient dan ook bepaald te worden op 225.150,88 EUR."
- Het standpunt van de partijen. De verweersters houden voor dat de vordering van de eiseressen verjaard is. Het bedrijf van de eiseressen brandde af op 5 juni
- De verjaring treedt volgens art. 34 § 1 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst (verder WLVO) in door verloop van drie jaar, in casu namelijk op 5 juni
- De dagvaarding werd betekend op 13 maart
- Dus te laat. De verweersters houden vervolgens voor dat de eiseressen door het ondertekenen van kwijtingen hen ontslagen hebben van hun verdere contractuele verplichtingen. In subsidiaire orde wijzen de verweersters er op dat er slechts voorbehoud werd verleend door het Hof van Beroep te Gent voor een bedrag van euro 225.150,88, zodat slechts dat bedrag voorwerp van deze vordering kan zijn, dat de eiseressen zich ten onrechte de vorderingsrechten van de N.V. Flanders Meat aanmatigen en de rente in elk geval maar een aanvang kan nemen vanaf de dag van de dagvaarding in huidige zaak. De eiseressen betwisten de standpunten ingenomen door de verweersters.
- Beoordeling. 4.A. Geen verjaring. In de dagvaarding van 28 februari 2000, die aan de grondslag lag van het vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk d.d. 18 februari 2002 en van het arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 21 oktober 2004, wordt er een provisionele schadevergoeding gevorderd voor de eiseressen van elk 100.000.000 Bef. Er is in die dagvaarding gemeld dat volgens de tegensprekelijke vaststellingen van de expert de NV MCM Fine Foods recht heeft op een vergoeding van 177.158.722 Bef en de NV C & D Food recht heeft op een vergoeding van 127.153.896 Bef. In die bedragen is de vergoeding voor de koopwaar onder beslag inbegrepen, waaromtrent de eiseressen voorbehoud maakten bij de vaststelling van het schadebedrag, want niet de gehele voorraad was onder bewarend beslag. (Slechts dat deel van de voorraad dat in verband kon worden gebracht met de dioxinecrisis kippenvlees). In die totaalbedragen waren ook de vernietigings- en de opruimingskosten begrepen. Het staat derhalve vast dat het voorwerp van huidige vordering virtueel inbegrepen was in het dagvaardingsexploot van 28 februari
- Uit niets blijkt dat de eiseressen in die voorgaande procedures ooit afstand deden van hun vorderingen tot de betaling van vergoeding voor de koopwaar die wegens de dioxinecrisis onder bewarend beslag lag of van de vergoeding voor de vernietigings- en opruimingswerken. Er kan uit dat vonnis en dat arrest enkel afgeleid worden dat over die schadeposten geen uitspraak werd gedaan omdat er nog geen zekerheid bestond over het feit of de overheid voor die posten al dan niet zou tussen komen. Er werd voorbehoud verleend voor de vernietigings- en opruimingskosten (3.210.500 Bef + 1.010.827 Bef = 4.221.321 Bef = euro 104.643,96) en voor het bedrag dat de overheid terugeiste van de NV Flanders Meat (deel van een reeds betaald bedrag als gedeeltelijke vergoeding) wegens de dioxinecrisis ( euro 120.506,92). Het laatste bedrag is het voorbehoud vermeld in het vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk. Het totale bedrag aan vernietigings- en opruimkosten, euro 104.643,81 te vermeerderen met euro 120.506,92, het van de NV Flanders Meat teruggevorderde bedrag, of dus de som van euro 225.150,88 is het bedrag waarvoor het Hof van Beroep te Gent aan de eiseressen een meer uitgebreid voorbehoud verleende. Met de eiseressen neemt de rechtbank aan dat de dagvaarding van 28 februari 2000, dan ook niet alleen de verjaring stuitte van de effectief gestelde vordering, doch ook voor de vorderingen die daarin virtueel inbegrepen waren, ondermeer de vorderingen die meer bedroegen dan de provisioneel gevorderde bedragen. Daarenboven stuit een vordering ingesteld tot het bekomen van een deel van een schuld, de verjaring ten opzichte van dat deel van de schuld die niet het onmiddellijk voorwerp is van de vordering (Cass. 28 maart 1901, Pas. 1901, I, 181). De stuiting van de verjaring die het gevolg is van het instellen van de vordering duurt tot het eindvonnis of eindarrest (Cass. 24 april 1992, R.W. 1992-93, 236). Dit impliceert dat er pas een nieuwe verjaringstermijn van drie jaar aanvang nam op 21 oktober 2004, datum van het arrest van het Hof van Beroep te Gent. De dagvaarding die huidige procedure inleidt, dateert van 13 maart 2006, dit is binnen de nieuwe termijn van drie jaar. De huidige vordering is niet verjaard. 4.B. Kwijtschelding van schuld - afstand. De verweersters wijzen op twee kwijtingen van schadevergoeding, de eerste ondertekend door de NV C & D Food op 24 februari 2006, de tweede door NV MCM Fine Foods op 23 maart
- In die kwijtingen wordt, een vergoeding vastgesteld waarop de verzekeringsnemers, de huidige eiseressen, recht hebben, de verzekeringsmaatschappij ontslagen van al haar verdere contractuele verplichtingen, de laatst uit te betalen som als definitieve vergoeding weerhouden, en afgezien van iedere latere vordering. De verweersters wijzen er terecht op dat art. 84 WLVO in de voorliggende zaak niet kan worden ingeroepen. Het gaat immers niet om een aansprakelijkheidsverzekering, dit is een overeenkomst die ertoe strekt de verzekerde dekking te geven tegen alle vorderingen wegens het voorvallen van schade die in de overeenkomst is beschreven, en zijn vermogen binnen de grenzen van de dekking te vrijwaren tegen alle schulden uit een vaststaande aansprakelijkheid. Art. 84 WLVO, opgenomen in de wet onder hoofdstuk III, "de aansprakelijkheidsverzekeringen", is er op gericht een weerlegbaar vermoeden in te voeren ten gunste van de benadeelde (Tilleman B. e.a. , A.P.R., " Dading", nr. 860). In voorliggend geval gaat het om een zaakverzekering, een brandverzekering, die de verzekerde goederen dekt tegen schade veroorzaakt door brand. Uit niets blijkt dat art. 84 WLVO ook op zaakverzekeringen van toepassing is. Dat artikel is in deze betwisting derhalve niet toepasselijk. De door de verweersters voorgelegde kwijtingen van schadevergoeding dienen als vaststellingsovereenkomsten weerhouden te worden. Ze strekken de partijen tot wet. Bij het ondertekenen van die overeenkomst en de gedane afstand van recht, dient evenwel onderzocht te worden waarop de wilsuiting van de eiseressen betrekking had. Bij enige twijfel omtrent de wil afstand te doen, kan daartoe immers niet worden besloten (Cornelis L., "Algemene theorie van de verbintenis", nr. 700). Uit de door de NV MCM Fine Foods voorgelegde brief van 13 maart 2006, blijkt dat eerste verweerster op die dag een kwijting voor haar aandeel van een bedrag van euro 338.075,70 ter ondertekening overmaakt aan de NV MCM Fine Foods. Het bedrag van euro 338.075,70 betreft volgens die brief de uitbetaling van het saldo van de vergoeding voor het gebouw. De door de NV MCM Fine Foods ondertekende en door de verweersters voorgelegde kwijting van 23 maart 2006 betreft een bedrag van euro 92.970,
- Dat bedrag is nu juist 27,5 % van euro 338.075,70, zodat het duidelijk is dat de op 23 maart 2006 door de NV MCM Fine Foods ondertekende kwijting enkel betrekking kan hebben op het saldo van de vergoeding voor het gebouw. De voorgelegde kwijting impliceert derhalve niet dat de NV MCM Fine Foods afstand deed van iedere latere vordering en dus huidige vordering niet meer zou kunnen stellen. De NV C & D Food legt evenwel geen dergelijke begeleidende brief voor. Uit geen enkel stuk of aangevoerd argument kan de rechtbank afleiden dat de kwijting voor een bedrag van euro 57.792,00, ondertekend door de NV C & D Food geen betrekking had op de volledige betaling van het schadegeval, dat deze kwijting niet zou gelden als definitieve vergoeding en dat de NV C & D Food geen afstand deed van iedere latere vordering. Dit impliceert dat de vordering van de NV C & D Food als ongegrond wordt afgewezen.
- C De verzekering voor wie het hoort. De eiseressen hebben als verzekeringsnemers bij het sluiten van hun polissen verklaard te handelen voor eigen rekening en voor rekening van wie het hoort. De afstand van verhaal werd in die polissen uitgebreid tot elk verhaal dat de verzekerings-maatschappij uit hoofde van het contract zou kunnen uitoefenen op ... (onder meer) Flanders Meat International..., krachtens indeplaatsstelling in de rechten van de verzekerde. In de verzekering ten behoeve van derden, ook genoemd verzekering voor rekening of verzekering voor rekening van wie het behoren zal, onderschrijft de verzekeringsnemer definitief eigen verbintenissen om andermans verzekerbaar belang te waarborgen. Aan laatstgenoemde komt bij schadegeval de verzekeringsprestatie toe. De verzekering voor rekening wordt gefundeerd op de rechtsfiguur van het beding ten behoeve van derden (Schuermans L., "Grondslagen van het Belgisch verzekeringsrecht" nr. 259). Het is de begunstigde van het beding ten behoeve van derden die de uitvoering van het beding kan vorderen (Cornelis L., " Algemene theorie van de verbintenis, nr. 287 / Luik, 27 april 1994, De Verz., 1994, 571). De eiseressen geven toe dat alle machines in de afgebrande bedrijfsgebouwen en de daarin opgeslagen voorraden niet hun eigendom was, maar de eigendom van de BVBA VWD Meat Products en van de NV Flanders Meat (2de alinea van de feiten, blz. 2 synthesebesluiten van de eiseressen). In de minnelijke vaststellingen van de schade hebben de verweersters nooit erkend dat de vergoeding voor de koopwaar toekwam aan de eiseressen. Er staat enkel te lezen dat in gemeen akkoord de schade geschat werd. In de beroepsbesluiten van de verweersters staat verder te lezen dat na een bijeenkomst en nadat derden-schuldeisers pas dan hun formeel akkoord hadden gegeven met de concrete wijze van uitbetaling, er overgegaan werd tot een provisionele regeling. Waarna er, volgens die besluiten, nog te regelen viel, ondermeer de vergoeding voor de koopwaar en de vernietigingskosten. Ook daaruit kan er geen akkoord van de verweersters afgeleid worden met het feit dat de eiseressen de vorderingsrechten van de NV Flanders Meat zouden kunnen uitoefenen. Het feit dat de verweersters nooit betwistten dat de schade aan de koopwaar onder de verzekeringsdekking valt en dat de schade aan de koopwaar tegensprekelijk werd vastgesteld, impliceert niet dat de verweersters daarom - op grond van de verzekeringspolis - schadevergoeding voor de koopwaar van de NV Flandes Meat aan de eiseressen dienen te betalen, eenmaal vaststaat dat de overheid, - op grond van de regelgeving nopens de dioxinecrisis - geen voldoende grote vergoeding uitbetaalde aan de NV Flanders Meat. Daar uit niets blijkt dat de eiseressen gesubrogeerd werden in de rechten van de NV Flanders Meat, begunstigde van de brandpolisverzekeringen, is de vordering van de NV MCM Fine Foods om aan haar de schadevergoeding uit te betalen voor de koopwaar die aan de NV Flanders Meat toekomt als ongegrond af te wijzen.
- D. Besluit en rente De punten
- B. en 4.C. leiden tot de conclusie dat enkel de vordering van de NV MCM Fine Foods en dan nog slechts deels kan worden toegekend, met name de in haren hoofde vastgestelde opruimings- en vernietigingskosten, een bedrag van euro 79.586,22 (= 3.210.500 Bef) Dit bedrag wordt ten laste gelegd van de verweersters volgens hun onderscheiden aandeel de vennootschap naar Nederlands recht Avero Schadeverzekeringen Benelux NV, 27,5 % of een bedrag van euro 21.886,21, de NV Mercator Verzekeringen, 30 %, of een bedrag van euro 23.875,87, de NV AGF Belgium Insurance, 22,5 %, of een bedrag van euro 17.906,90, de NV Fortis AG, 20 %, of een bedrag van euro 15.917,
- Op die sommen wordt rente toegekend. Er kan niet ontkend worden dat de som van de opruimings- en vernietigingskosten, reeds was inbegrepen in de totale vordering, voorwerp van de inleidende dagvaarding van 28 februari 2000, die aanleiding gaf tot het vonnis van de rechtbank van koophandel te Kortrijk en het arrest van het Hof van Beroep te Gent, hiervoor aangehaald. In dat vonnis en dat arrest werd aangenomen dat er moratoire rente verschuldigd was vanaf 17 augustus
- Het feit dat er voorbehoud verleend werd, ten einde eerst na te gaan en af te wachten of de overheid zou tussenkomen in het schadegeval, doet niets af aan het recht op rente, nu blijkt dat de overheid niet is tussengekomen. In dat vonnis en dat arrest, werd ook reeds aangenomen, en wel bij de betwisting de rente uit te betalen door de verweersters op de reeds uitbetaalde vergoedingen, dat het in voorliggende zaak gaat om een geldschuld en geen waardeschuld, zodat geen vergoedende rente kan verschuldigd zijn. De verbintenis van de verzekeraar in het kader van een brandverzekering is immers een geldschuld en geen waardeschuld (Cass. 27 oktober 1995, Arr. Cass. 1995, 927). Waarom de eiseressen blijven aandringen op de toekenning van vergoedende rente, is de rechtbank dan helemaal niet duidelijk. Op dat onderdeel van de vordering kan niet worden ingegaan. Er wordt enkel moratoire rente toegestaan vanaf 17 augustus 2000 en gerechtelijke rente vanaf 13 maart
- * * * Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart de vorderingen ontvankelijk; Verklaart de vordering van de BVBA C & D Food ongegrond; Verklaart de vordering van de NV MCM Fine Foods in volgende mate gegrond; Veroordeelt de vennootschap naar Nederlands recht Avero Schadeverzekeringen Benelux NV tot de betaling aan de NV MCM Fine Foods van een bedrag van euro 21.886,21 (eenentwintigduizend achthonderd zesentachtig euro en eenentwintig cent), de NV Mercator Verzekeringen tot de betaling aan de NV MCM Fine Foods van een bedrag van euro 23.875,87 (drieëntwintigduizend achthonderd vijfenzeventig euro en zevenentachtig cent), de NV AGF Belgium Insurance tot de betaling aan de NV MCM Fine Foods van een bedrag van euro 17.906,90 (zeventienduizend negenhonderd en zes euro en negentig cent), de NV Fortis AG tot de betaling aan de NV MCM Fine Foods van een bedrag van euro 15.917,24 (vijftienduizend negenhonderd zeventien euro en vierentwintig cent), die vier bedragen telkens te vermeerderen met de moratoire rente sedert 17 augustus 2000 tot 13 maart 2006, de dag van de dagvaarding, en vanaf die laatste datum te vermeerderen met de gerechtelijke rente tot de dag van de betalingen, en dit tegen de wettelijke rentevoet, zoals vastgelegd in burgerlijke en handelszaken buiten de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand in handelstransacties; Wijst het door de NV MCM Fine Foods meergevorderde af als ongegrond; Veroordeelt de eiseressen tot 1/4de en de verweersters tot 3/4de van de kosten van het geding en stelt deze tot op heden vast aan de kant van de eiseressen op euro 280,10 kosten dagvaarding en rolstelling en op euro 371,84 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding, en aan de kant van de verweersters op euro 371,84 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis, gewezen door de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vijfde kamer, samengesteld als volgt: C. Busschaert, griffier. P. Matton, rechter in handelszaken. P. De Poot, rechter in handelszaken. L. Vandenbroucke, ondervoorzitter. Vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op ZEVEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div