id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 07 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071107.23 Rolnummer: AR 2170/04 Rechtsgebied: Handelsrecht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-02 16:17 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Landverzekering - Schadeverzekering - Aansprakelijkheidsverzekering SOCIAAL RECHT - ARBEID - Tijdelijke en uitzendarbeid - Uitzendarbeid Vrije woorden: verzekering interimkantoor vordert uitbetaalde provisie na arbeidsongeval terug van werkgever op ogenblik ongeval wegens inbreuken op art. 1382 B.W. Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS Rechtbank van koophandel te Kortrijk VIJFDE KAMER In de zaak nr. 2170/2004 der algemene rol. De NV AXA BELGIUM, met vennootschapszetel te 1170 Brussel, Vorstlaan 25 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0404.483.367, Eiseres op hoofdeis, hebbende als raadsman Mter. Frédéric Busschaert en pleitend Mter. Dieter Stockman, advocaten te Kortrijk, TEGEN : De BVBA URSA BENELUX, met vennootschapszetel te 8792 Waregem-Desselgem, Pitantiestraat 127 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0437.667.661, Verweerster op hoofdeis, Eiseres in gedwongen tussenkomst en vrijwaring, Eiseres op tussenvordering, hebbende als raadsman en pleitend Mter. Johan Vynckier, advocaat te Kortrijk-Marke, EN :
- De NV BROECKX & Co, met vennootschapszetel te 2000 Antwerpen, Huidevettersstraat 46 A en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0415.790.696, Eerste verweerster in gedwongen tussenkomst en vrijwaring, hebbende als raadsman Mter. Jacques Libouton en pleitend Mter. Vincent De Smet, advocaten te Brussel,
- De NV AGF BELGIUM INSURANCE, met zetel te 1000 Brussel, Lakensestraat 35 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0403.258.197, Tweede verweerster in gedwongen tussenkomst en vrijwaring, hebbende als raadsman en pleitend Mter. Christian Deleu, advocaat te Kortrijk, 3.De vennootschap naar Duits recht AXA VERSICHERUNG AG (voorheen AXA COLONIA VERSICHERUNG AG), met zetel te 51067 Keulen (Duitsland), Colonia Allee 10, met uitbatingszetel in België, te 2000 Antwerpen, Meir 12 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0446.631.253 ; Vrijwillig tussenkomende partij, Verweerster op tussenvordering, hebbende als raadsman Mter. Jacques Libouton en pleitend Mter. Vincent De Smet, advocaten te Brussel, De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 10 oktober 2007 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
- De vorderingen. Met dagvaarding, betekend op 13 mei 2004, vordert de NV Axa Belgium de veroordeling van de BVBA Ursa Benelux tot de betaling van een provisiesom van euro 52.361,99, in haar besluiten verhoogd tot een provisiesom van euro 90.249,31, te vermeerderen met de vergoedende rente vanaf 17 september 2001 tot de datum van de dagvaarding, met de gerechtelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de betaling en met de kosten van het geding. Met dagvaarding, betekend op 27 juli 2005, vordert de BVBA Ursa Benelux de gedwongen tussenkomst van de NV Broeckx & Co en de NV AGF Belgium Insurance in de procedure hangende tussen haar en de NV Axa Belgium, en de solidaire veroordeling, minstens de veroordeling in solidum van de in tussenkomst gedaagde partijen om haar te vrijwaren voor elke veroordeling, in hoofdsom, rente en kosten, die zij ooit zou oplopen ten aanzien van de NV Axa Belgium. Met haar verzoekschrift, ter griffie neergelegd op 16 februari 2007, is de vennootschap naar Duits recht Axa Versicherung AG, voorheen genoemd Axa Colonia Versichering AG, en verder in dit vonnis als de AG Axa Versicherung aangeduid, vrijwillig in het geding tussengekomen. Met haar besluiten vordert de BVBA Ursa Benelux de solidaire veroordeling, minstens de veroordeling in solidum van de NV Broeckx & Co, de NV AGF Belgium Insurance en de NV Axa Colonia Versicherung (thans genoemd de AG Axa Versicherung) om haar te vrijwaren voor elke veroordeling, in hoofdsom, rente en kosten, die zij ooit zou oplopen ten aanzien van de NV Axa Belgium.
- Korte schets van de feiten en het summiere standpunt van de partijen. Op 19 juli 2001 was A het slachtoffer van een arbeidsongeval. Hij was via het uitzendkantoor, de NV Randstad Belgium, op dat ogenblik tewerkgesteld als interim arbeider bij de BVBA CM Engineering vanaf 14 april
- De BVBA CM Engineering had A evenwel onmiddellijk doorverhuurd aan de BVBA Ursa Benelux, voorheen Pfeiderer Belgium genoemd, en dit eveneens vanaf 14 april
- A was bij de BVBA Ursa Benelux belast met het afbreken van een oude filterinstallatie. Daarbij diende hij zich op een rotte werkvloer te begeven. Die werkvloer begaf, A viel op een hoop afvalmateriaal en liep daarbij een zware rugwervelfractuur op. De NV Axa Belgium is de wetsverzekeraar van de NV Randstad Belgium. Zij houdt voor het slachtoffer van het arbeidsongeval reeds een provisie uitbetaald te hebben, voor tijdelijke werkonbekwaamheid en medische kosten, en wel een bedrag van euro 90.249,
- De NV Axa Belgium vordert die provisiesom terug van de BVBA Ursa Benelux omdat die inbreuken zou hebben gepleegd die eveneens een inbreuk uitmaken op art. 1382 B.W., met name: Het niet geëvalueerd hebben van de risico's voor de veiligheid en het niet genomen hebben van gepaste maatregelen betreffende het gekende risico voor ongevallen (inbreuk op art. 3 t.e.m. 9 K.B. van 27.03.1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van het werk). Het niet ervoor gezorgd hebben dat slopings- of ontmantelingswerkzaamheden uitgevoerd werden onder de leiding van een bekwaam persoon (inbreuk op art. 464.
- ARAB). Het niet ervoor gezorgd hebben dat er voor de aanvang van de ontmantelings-werkzaamheden overgegaan werd tot een grondig onderzoek dat de staat van de constructie omvat (inbreuk op art. 464.2 ARAB). Het niet ervoor gezorgd hebben dat slechts geschikte en bekwame werknemers het slopings- en ontmantelingswerk uitvoerden en dat hun werkzaamheden voor hen of voor de andere werknemers geen abnormaal risico meebrachten (inbreuk op art. 464.6 ARAB) De BVBA Ursa Benelux beschouwt zich als de werkgever van A, zodat zij meent te kunnen genieten van de werkgeversimmuniteit, a contrario afgeleid uit art. 46 § 1 van de arbeidsongevallenwet, zodat de vordering volgens haar in eerste instantie om die reden moet worden afgewezen. Ondergeschikt houdt de BVBA Ursa Benelux voor dat enkel A voor het ongeval aansprakelijk is, minstens er mede voor aansprakelijk is, omdat hij zich niet aan de gegeven instructies hield om de zoldervloer vooraf te verstevigen. Verder betwist de BVBA Ursa Benelux het oorzakelijk verband tussen haar fout en de ontstane schade. Zij betwist ook de hoegrootheid van de gevorderde bedragen. De BVBA Ursa Benelux vordert vervolgens vrijwaring lastens de NV Broeckx & Co, de AG Axa Versicherung en de NV AGF Belgium Insurance, die alle drie betwisten dat zij gehouden zijn tot enige vrijwaring.
- Beoordeling.
- I. Geen verwijzing wegens samenhang. De BVBA Ursa Benelux wijst er vooreerst op dat A, het slachtoffer van het arbeidsongeval, in wiens rechten de NV Axa Belgium is gesubrogeerd, bij dagvaarding van 19 juli 2004, met inleidingszitting voor de arbeidsrechtbank te Kortrijk, betaling van vergoedingen van schade vordert die niet door de wetsverzekeraar moeten worden vereffend. Die vordering is ondermeer ook gericht tegen de BVBA Ursa Benelux. De BVBA Ursa Benelux wijst er terecht op dat die vordering van A gebaseerd is op dezelfde feiten als deze die aan de basis liggen van onderhavige vordering en dat meerdere gelijkluidende vragen in beide procedures aan bod komen. De BVBA Ursa Benelux vordert dan ook de verwijzing van deze zaak wegens samenhang naar de arbeidsrechtbank te Kortrijk. Overeenkomstig art. 856 Ger.W. moet, in geval van samenhang, de vordering tot verwijzing ingesteld worden overeenkomstig de artikelen 854 en 855 (van het Gerechtelijk Wetboek). Art. 854 Ger.W. houdt voor dat de exceptie door de BVBA Ursa Benelux ingeroepen, door haar moet worden voorgedragen voor alle verweer of exceptie. In voorliggende zaak heeft de BVBA Ursa Benelux een eerste conclusie neergelegd ter griffie op 7 januari 2005, dit is langere tijd nadat zij kennis had van de dagvaarding van A, haar al betekend in de maand juli 2004 en dus van de aanhangigheid van die samenhangende vordering. In die eerste besluiten vordert de BVBA Ursa Benelux evenwel geen verwijzing wegens samenhang. De opgeworpen exceptie wordt door de rechtbank dan ook als niet ontvankelijk afgewezen, wegens niet voorgedragen in limine litis.
- Geen werkgeversimmuniteit in hoofde van de BVBA Ursa Benelux In voorliggend geval werd er een arbeidsovereenkomst gesloten tussen de NV Randstadt Belgium, het uitzendkantoor, en A, de uitzendkracht. De NV CM Engineering trad op als gebruiker tegenover het uitzendkantoor. De NV CM Engineering heeft A echter nooit als werknemer in dienst genomen, doch hem meteen "doorverhuurd" aan de BVBA Ursa Benelux, de uiteindelijke gebruiker. Ten onrechte houdt de BVBA Ursa Benelux, daarin gevolgd door de door haar aangesproken verzekeringsmaatschappijen, dan ook voor dat art. 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, toepasselijk is. Het is niet omdat de NV CM Engineering art. 21 van voormelde wet overtrad en de uitzendkracht niet gebruikte zoals was overeengekomen, dat er kan worden aangenomen dat de NV CM Engineering de uitzendkracht als werknemer in dienst had genomen. Art. 31 § 1 van die wet heeft enkel betrekking op het in dienst nemen van de werknemer om hem ter beschikking te stellen van derden en is dus in voorliggend geval niet toepasselijk. De BVBA Ursa Benelux dient te worden weerhouden als de "uiteindelijke" gebruiker van de uitzendkracht, die het feitelijke gezag uitoefent op de uitzendkracht. Maar de arbeidsovereenkomst werd en bleef gesloten tussen het uitzendkantoor en de uitzendkracht. Het is het uitzendkantoor dat van de immuniteit geniet, terwijl de BVBA Ursa Benelux als de uiteindelijke gebruiker in gemeen recht kan worden aangesproken bij het arbeidsongeval van de uitzendkracht (Petit J, A.P.R., "Arbeidsongevallen", nr. 705 en 706). De redenering van de BVBA Ursa Benelux volgen, met name dat zij vermoed wordt de werkgever van de uitzendkracht te zijn en dit op grond van art. 31 § 3 van voormelde wet, zou impliceren dat mits het "doorverhuren" van een uitzendkracht tussen twee gebruikers, de eerste niet zou kunnen genieten van de werkgeversimmuniteit, terwijl die werkgevers-immuniteit zou herleven in hoofde van de tweede gebruiker, terwijl er moet aangenomen worden dat enkel en alleen het uitzendkantoor van de werkgeversimmuniteit kan genieten. De vordering van de NV Axa Belgium in gemeen recht ten overstaan van de BVBA Ursa Benelux is derhalve ontvankelijk. 3.
- Toepassing van art. 1382 B.W. Het feit dat er geen strafrechtelijke vervolgingen werden ingesteld tegen de BVBA Ursa Benelux, impliceert niet dat er niet kan aangenomen worden dat de BVBA Ursa Benelux, de haar verweten inbreuken heeft gepleegd. In haar syntheseconclusie, die de integrale argumentatie van de BVBA Ursa Benelux omvatten, betwist zij de opgesomde en de door haar gepleegde inbreuken niet. Welnu de vaststelling van de inbreuk op een geschreven norm die een bepaalde gedraging gebiedt of verbiedt volstaat om het onrechtmatig karakter ervan te weerhouden (Vandenberghe H. e.a., "Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. 1994-1999", T.P.R. 2000, blz.1563, nr. 6). In voorliggend geval werden er inbreuken in hoofde van de BVBA Ursa Benelux vastgesteld op art. 3 t.e.m. 9 KB van 27.03.1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van het werk en op de artikelen 464.1, 464.2 en 464.6 ARAB. Het foutief handelen in hoofde van de BVBA Ursa Benelux wordt derhalve weerhouden. Het oorzakelijk verband tussen dat foutief handelen en het ongeval staat vast. Uit niets blijkt dat de ontmantelingswerkzaamheden werden uitgevoerd onder de leiding van een bekwaam persoon. De BVBA Ursa Benelux verwijt A het werk niet te hebben uitgevoerd volgens de aan hem gegeven instructies, met name op de (rotte) zoldering eerst dubbele spaanderplaten aan te brengen. Mits uitvoering van het werk onder de leiding van een bekwaam persoon kon in elk geval reeds gecheckt worden of aan de gegeven instructie om de zolder te verstevigen gevolg was gegeven vooraleer het werk werd aangevat. Anders gezegd, indien de BVBA Ursa Benelux de werken had geleid, dan kon er ingegrepen worden en kon het ongeval mogelijks vermeden worden. De rechtbank volgt de BVBA Ursa Benelux niet waar deze vervolgens (een deel van) de verantwoordelijkheid van het ongeval wijt aan de fout van A. Volgens de verklaring van A was hij enkel gewezen op het gevaar van de zwakte van het plafond. Van de opdracht tot het aanbrengen van dubbele spaanderplaten is er in zijn verklaring niets terug te vinden. Wel hebben hij en zijn werkmakker metaalplaten gebruikt om het een en ander te verstevigen en werd een ander deel van het plafond gecontroleerd. Met andere woorden, er werd door de arbeiders wel degelijk rekening gehouden met het gevaar van de zwakte van het plafond. Het omgekeerde, en dus enige fout in hoofde van A, bewijst de BVBA Ursa Benelux niet. In verband met de initieel gevorderde provisionele schadevergoeding heeft de NV Axa Belgium een bundel voorgelegd, waaruit blijkt dat zij reeds een bedrag uitbetaalde van euro 52.361,
- Er is door de BVBA Ursa Benelux niet concreet betwist welke van al die stukken niet zouden teruggaan tot vergoedingen betaald aan A en of al die posten een totaal bedrag van euro 52.361,99 verantwoorden. Dat gevorderd bedrag kan hic et nunc reeds als provisiesom worden toegekend. Of de NV Axa Belgium daarnaast nog een vergoeding betaalde voor de tijdelijke werkonbekwaamheid van A vanaf 16 november 2003, een bedrag van euro 17.582,29, en voor de medische kosten, een bedrag van euro 20.305,03, bedragen waarmee de vordering naderhand werd verhoogd, wordt aan de hand van de door haar eenzijdig opgestelde overzichten tot op heden niet bewezen. De NV Axa Belgium wordt uitgenodigd de stukken die deze bijkomende betalingen staven vooralsnog voor te brengen. Het provisioneel meergevorderde wordt naar de bijzondere rol verwezen. 3.
- De vordering tot vrijwaring ten laste van de NV Broeckx & Co en de AG Axa Versicherung Naar het oordeel van de rechtbank wijst de NV Broeckx & Co er volledig terecht op dat haar rechtsvoorganger, de NV Aim België, bij het sluiten van de verzekeringspolis burgerlijke aansprakelijkheid uitbating door de BVBA Ursa Benelux, niet is opgetreden als de verzekeraar, maar als agent. De bijvoegsels van de polis zijn ondertekend bij volmacht van de verzekeringsmaatschappiij, wat lastgeving impliceert. De algemene voorwaarden van de polis vermelden als maatschappij, de verzekerings-maatschappijen vermeld in de bijzondere voorwaarden (vertegenwoordigd door Aim België NV). De vordering in vrijwaring lastens de NV Broeckx & Co wordt als ongegrond afgewezen. * * * De AG Axa Versicherung is vrijwillig tussengekomen in het geding. Zij heeft belang, daar de verzekeringspolis aansprakelijkheid uitbating in feite met haar is aangegaan. Haar tussenkomst is ontvankelijk. Bij tussenvordering vordert de BVBA Ursa Benelux vervolgens vrijwaring lastens de AG Axa Versicherung, voorzover de NV Broeckx & Co, rechtsopvolger van de NV Aim België, niet als haar contractspartij zou worden weerhouden. De AG Axa Versicherung betwist helemaal niet dat zij contractuele verplichtingen heeft tegenover de BVBA Ursa Benelux op grond van de verzekeringspolis burgerlijke aansprakelijkheid uitbating, maar zij ontkent dat zij in de voorliggende zaak gehouden is dekking te verlenen. Volgens de AG Axa Versicherung is zij enkel gehouden dekking te verlenen voor de geldelijke vergoedingen waartoe de verzekerden zouden kunnen gehouden worden inzake extra-contractuele burgerlijke aansprakelijkheid, naar aanleiding van lichamelijke of stoffelijke schade veroorzaakt aan derden tijdens de uitbating van verzekerde activiteiten. Volgens de AG Axa Versicherung was A geen derde, maar een verzekerde. Zij verwijst naar de algemene voorwaarden van de polis. Als verzekerde wordt in de algemene voorwaarden van de polis omschreven, de verzekeringsnemer de aangestelden, vennoten, beheerders, zaakvoerders en commissarissen, wanneer zij handelen in het kader van de verzekerde activiteiten in dienst van de verzekeringsnemer. Naar de AG Axa Versicherung voorhoudt was A een aangestelde van de BVBA Ursa Benelux, namelijk belast met de uitvoering van afbraakwerken. De BVBA Ursa Benelux van haar kant betwist dat de algemene voorwaarden van de polis ooit deel uitmaakten van de verzekeringsovereenkomst. Ten onrechte volgens de rechtbank. Op 16 december 2004 werd aan de BVBA Ursa Benelux door de raadsman van de NV Broeckx & Co immers kopie overgemaakt van het schrijven waarbij meegedeeld werd dat er geen dekking zou worden verleend. Aan dat bericht is een kopie gehecht van het voorblad van de beweerdelijk niet ontvangen / niet gekende en thans betwiste algemene voorwaarden van de verzekeringspolis. Niet eerder dan in de besluiten genomen voor de BVBA Ursa Benelux op 12 januari 2007 wordt voorgehouden dat die algemene voorwaarden geen deel zouden uitmaken van het contract. Eerder protest wordt in elk geval niet aangetoond. Dergelijk protest, pas na meer dan 2 jaar, is in handelszaken als laattijdig af te wijzen. De term aangestelde is ruimer dan die van werknemer. De term aangestelde moet gezien worden in de betekenis als in art. 1384 derde lid B.W. (Petit J, A.P.R., "Arbeidsongevallen", nr. 708). Een aangestelde is niet per definitie de werknemer van de aansteller. De juridische gezagsverhouding - verbonden door een arbeidsovereenkomst - en de feitelijke gezagsverhouding kunnen divergeren (Vandenberghe H. e.a., "Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. 1994-1999", T.P.R. 2000, blz.1845-1850, nr. 128). Een uitzendkracht is de werknemer van het uitzendbureau en is tijdens de uitvoering van zijn opdracht bij de gebruiker de aangestelde van de gebruiker, die feitelijk gezag uitoefent over de aangestelde bij het vervullen van diens taak. In de verzekeringspolis, aangegaan door de BVBA Ursa Benelux, wordt niet bedongen dat met de term aangestelden (enkel) werknemers in dienstverband bedoeld worden. Bij het nazien van de voorwaarden van die polis kan evenmin aangenomen worden dat met de term aangestelden enkel en alleen de werknemers van de BVBA Ursa Benelux worden bedoeld. Waar er te lezen staat dat met "verzekerde" bedoeld wordt, "de aangestelden, vennoten, beheerders, zaakvoerders en commissarissen, wanneer zij handelen in het kader van de verzekerde activiteiten "in dienst van" de verzekeringsnemer", kan daaruit niet afgeleid worden dat die personen moeten "in dienstverband" staan van de verzekeringsnemer. Vennoten, beheerders, zaakvoerders en commissarissen handelen bij de uitvoering van hun opdracht in de regel niet in dienstverband van de verzekeringsnemer - vennootschap, maar ze worden wel als verzekerde beschouwd als ze handelen in dienst van de verzekeringsnemer - vennootschap, als ze doende zijn met de uitvoering van hun opdracht. Aangestelden, of het nu werknemers zijn in dienstverband van de verzekeringsnemer of derden gehuurd van een uitzendbureau, waarover het feitelijk gezag wordt uitgevoerd door de gebruiker - in casu de verzekeringsnemer -, en die doende zijn met de uitvoering van hun opdracht opgelegd door die verzekeringsnemer - gebruiker, dienen naar het oordeel van de rechtbank dan ook als verzekerden te worden beschouwd. De gehuurde uitzendkracht is dus geen werknemer, maar wel een aangestelde. Hij is volgens de termen van de voorgelegde verzekeringspolis, naar het oordeel van de rechtbank, een verzekerde. Hij is geen derde. De AG Axa Versicherung is dus niet gehouden tot het verlenen van dekking. De tussenvordering van de BVBA Ursa Benelux tegen de AG Axa Versicherung tot haar vrijwaring is ongegrond. 3.
- De vordering in vrijwaring ten laste van de NV AGF Belgium Insurance Op 28 oktober 2004 onderschreef de BVBA Ursa Benelux een polis burgerlijke aansprakelijkheid en na levering bij de NV AGF Belgium Insurance. De BVBA Ursa Benelux vordert op grond van die polis vrijwaring vanwege de NV AGF Belgium Insurance voor het schadegeval A overkomen op 19 juli
- De bijzondere voorwaarden van die polis vermelden als aanvangdatum 1 mei
- En in de algemene voorwaarden van die polis is onder art 15 van de gemeenschappelijke bepalingen bedongen dat de waarborg uitwerking heeft voor schade die zich tijdens de duur van het contract voordoet. De schade deed zich niet tijdens de duur van het contract voor, want ze dateert reeds van 19 juli 2001, zodat op grond van die contractuele bedingen de vordering van de BVBA Ursa Benelux lastens de NV AGF Belgium Insurance ongegrond is. De BVBA Ursa Benelux kan zich evenmin baseren op de bijzondere polisvoorwaarden voorzien in het bijvoegsel nr. 2 aan die verzekeringspolis. Daarbij is wel bedongen dat als datum van het schadegeval geldt de datum van de schriftelijke eis tot schadevergoeding, gericht tot de verzekerde of de verzekeraar, zoals de BVBA Ursa Benelux onderstreept. Maar in dat bijvoegsel is er eveneens bedongen dat het schadegeval de eis is tot schadevergoeding schriftelijk gericht tot de verzekerde of de verzekeraar slaande op een ingetreden schade tijdens de geldigheidsduur van het contract en de dekking van het contract slaat op de eisen tot schadevergoeding schriftelijk ingediend tijdens de geldigheidsduur van het contract voor schade ingetreden tijdens de geldigheidsduur van het contract. De schade dient dus hoe dan ook ingetreden te zijn na 1 mei 2004, wat in voorliggende zaak niet het geval is. Ook deze vordering in vrijwaring wordt als ongegrond afgewezen. * * * Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart het verzoek tot vrijwillige tussenkomst van de AG Axa Versicherung ontvankelijk; Verklaart de hoofdeis van de NV Axa Belgium ontvankelijk en in volgende mate thans gegrond; Veroordeelt de BVBA Ursa Benelux tot de betaling aan de NV Axa Belgium van een provisiesom van euro 52.361,99 (tweeënvijftig duizend driehonderd eenenzestig euro en negenennegentig cent), te vermeerderen met de vergoedende rente vanaf 17 september 2001 tot aan de dagvaarding en vanaf de dagvaarding op dezelfde hoofdsom te vermeerderen met de gerechtelijke rente tot de dag van de betaling, en dit telkens tegen de wettelijke rentevoet, zoals vastgelegd in burgerlijke en handelszaken buiten de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand in handelstransacties; Wijst de behandeling nopens het door de NV Axa Belgium provisioneel meergevorderde naar de bijzondere rol. Verklaart de vordering tot gedwongen tussenkomst en vrijwaring van de BVBA Ursa Benelux lastens de NV Broeckx & Co en de NV AGF Belgium Insurance ontvankelijk, doch wijst deze af als ongegrond; Verklaart de tussenvordering van de BVBA Ursa Benelux tot haar vrijwaring lastens de AG Axa Versicherung ontvankelijk, doch wijst deze af als ongegrond; Veroordeelt de BVBA Ursa Benelux tot al de kosten van het geding en stelt deze tot op heden vast aan de kant van de NV Axa Belgium op euro 250,38 kosten dagvaarding en rolstelling en op euro 371,84 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding, de NV Broeckx & Co en de AG Axa Versicherung op eenmaal euro 371,84 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding, de NV AGF Belgium Insurance op euro 371,84 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis gewezen door de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vijfde kamer, samengesteld als volgt: Ch. Busschaert, griffier P. Matton, rechter in handelszaken P. De Poot, rechter in handelszaken L. Vandenbroucke, ondervoorzitter Vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag ZEVEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div