id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 08 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071108.12 Rolnummer: 2053/2007 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 16:18 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Rechtbank van koophandel GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Regeling bevoegdheidsgeschillen - Verwijzingsplicht (gerechtelijk recht) Vrije woorden: exceptie niet terecht op basis van hetgeen in de dagvaarding wordt gesteld geen verwijzing Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS In de zaak nr. 2053/2007 der algemene rol.- De heer D, wonende te ..; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer ..; eiser, hebbend als raadsman meester Stefaan Lambrecht, pleitend meester Geert Vanhoutte, advocaten te Waregem; tegen : De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "BOUWWERKEN KRISTOF DEWANCKELE", met vennootschapszetel te 8800 Roeselare, Vijfwegenstraat 242; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0479.801.491; verweerster, hebbend als raadsman meester Patrick Tailly, advocaat te Lichtervelde, pleitend meester Sofie Deblaere, advocaat te Kortrijk; De Rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting en heeft kennis genomen van de stukken. Toepassing is gemaakt van de art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Bij dagvaarding van 10 juli 2007 vordert de eisende partij de veroordeling van de verwerende partij tot de betaling van 3.958,07 EUR, meer de moratoire interesten aan de wettelijke rentevoet op 3.441,80 EUR sedert 16 februari 2007 en de gerechtelijke interesten sedert de dagvaarding op 3.958,07 EUR, meer de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Met conclusie, ingediend ter griffie op 04 oktober 2007, betwist de verweerster voor elk ander verweer de volstrekte bevoegdheid van deze rechtbank, voorhoudende dat alleen de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk ten dezen genoemde bevoegdheid heeft. De verwijzing naar de arrondissementsrechtbank wordt door de eiser niet gevorderd. De rechtbank is derhalve gehouden het opgeworpen middel zelf te beslechten. Op de pleitzitting van 04 oktober 2007 vroegen de beide partijen, bij monde van hun respectieve raadsman, de verwijzing van de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, gezien de debiteur van de gevorderde facturen niet de huidige verweerster, de bvba Bouwwerken Kristof Dewanckele is, doch de echtgenoten D, waarvan de partijen verklaren dat laatstgenoemden aldaar vrijwillig zullen tussenkomen. De rechtbank kan niet zomaar op het verzoek van de partijen ingaan ; de verwijzing naar de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk kan enkel maar gelast worden indien de exceptie van onbevoegdheid terecht is, ofwel ingeval van samenhang (dit laatste is evenwel niet aan de orde, gezien er geen samenhangende zaak is voor de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk). De exceptie van materiële onbevoegdheid, door de verweerster opgeworpen omdat niet zij maar het echtpaar Dewanckele de debiteur is van de gevorderde facturen, kan niet weerhouden worden. De bevoegdheid wordt beoordeeld en bepaald op grond van hetgeen in de dagvaarding wordt gesteld. In casu wordt in de dagvaarding betaling gevorderd door een handelaar van twee facturen die werden uitgeschreven voor uitgevoerde aannemingswerken, waarvan wordt gesteld dat de bvba Bouwwerken Kristof Dewanckele als gedaagde partij, de debiteur is. Het gaat derhalve om een geschil waarvoor de rechtbank van koophandel bevoegd is op grond van art. 573, 1° Ger.W. De exceptie van onbevoegdheid is ongegrond zodat er geen reden is om de zaak te verwijzen naar de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk. Waar blijkt dat de eiser een verkeerde partij in betaling gedagvaard heeft, leidt dit tot de ongegrondheid van de vordering. De eiser zal een nieuwe dagvaarding moeten uitsturen tegen zijn debiteur, voor de terzake bevoegde rechtbank. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekend op tegenspraak; Verklaart zich bevoegd en de vordering ontvankelijk doch ongegrond; Veroordeelt de eiser tot de kosten van het geding, deze gevallen aan de zijde van de verweerster begroot op 364,40 EUR ten titel van rechtsplegingsvergoeding; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis, gewezen door de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, samengesteld als volgt : P. Vanwettere, griffier. G. Leroy, rechter in handelszaken. J. Corne, rechter in handelszaken. P. Deseyne, voorzitter. Vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op acht november tweeduizend en zeven. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.