id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 14 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071114.11 Rolnummer: AR 1380/07 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 139 - laatst gezien 2026-07-02 16:19 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: betaling schuld na dagvaarding faillissement Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS Rechtbank van koophandel te Kortrijk VIJFDE KAMER In de zaak nr. 1380/2007 der algemene rol De heer A, garagehouder, wonende te ... en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer ..., Eiser op hoofdeis, Verweerder op tegeneis, hebbende als raadsman Mter. Claude Van Marcke en pleitend Mter. Inès Devos, advocaten te Anzegem, TEGEN : De BVBA CONSULTING & ADVIES BURO, met vennootschapszetel te 8570 Anzegem, Kleine Leiestraat 8 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0475.514.784, Verweerster op hoofdeis, Eiseres op tegeneis, hebbende als raadsman Mter. Jan De Brabanter en pleitend Mter. Annelies Fayt, advocaten te Asse. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 17 oktober 2007 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. Met dagvaarding van 14 mei 2007 vordert A de ambtshalve faillietverklaring van de BVBA Consulting & Advies Buro. Met haar besluiten vordert de BVBA Consulting & Advies Buro, bij tegeneis, de veroordeling van A tot de betaling van een schadevergoeding van euro 2.500,00 wegens tergend en roekeloos geding. A heeft gedagvaard tot faillietverklaring van de BVBA Consulting & Advies Buro op grond van het feit dat zijn factuur van 29 juni 2006 voor een bedrag van euro 650,38 onbetaald bleef ondanks ingebrekestellingen, de laatste bij aangetekende brief van 7 maart 2007, de gerechtsdeurwaarder door hem aangesproken om over te gaan tot dagvaarding tot het bekomen van een uitvoerbare titel nopens voormelde factuur, hem had laten weten dat de BVBA Consulting & Advies Buro gerechtelijk was uitverkocht op 4 november
- Na dagvaarding heeft de BVBA Consulting & Advies Buro evenwel de aan A verschuldigde factuur betaald en dit met betalingsopdracht gedateerd op 23 mei
- Thans dringt A nog steeds aan op de toekenning van zijn vordering omdat de BVBA Consulting & Advies Buro de vervallen conventionele rente en het conventioneel verhogingsbeding onbetaald laat. In elk geval dringt hij aan op de veroordeling van de BVBA Consulting & Advies Buro tot de kosten van het geding. De BVBA Consulting & Advies Buro wijst er van haar kant op dat: de vordering niet ontvankelijk is omdat A het "ambtshalve" faillissement heeft gevorderd, wat wettelijk niet is voorzien, de vordering ongegrond is omdat a.A niet over een titel beschikte, b.er geen bewijs is dat er voldaan is aan de faillissementsvoorwaarden in haren hoofde, c.en de factuur ondertussen betaald is, zij haar tegeneis steunt op het misbruik van het faillissementsrecht om betaling van een factuur te bekomen en op de lichtzinnige wijze waarop A overging tot de dagvaarding tot faillietverklaring. Het feit dat A in het inleidend dagvaardingsexploot het woord "ambtshalve" foutief in de mond neemt, laat niet toe te besluiten tot de niet ontvankelijkheid van de vordering. A had hoedanigheid en belang om zijn vordering te stellen. Evenmin is de foutieve omschrijving in het dispositief van de dagvaarding een reden om tot de ongegrondheid van de vordering te besluiten. Zoals A in het overwegend deel van die dagvaarding aangeeft, vordert hij het faillissement op basis van de opgesomde redenen. De BVBA Consulting & Advies Buro kon de dagvaarding niet verkeerd begrijpen. De rechtbank wijst er vervolgens op dat bij een vordering tot faillissement een uitvoerbare titel niet is vereist (Kh. Kortrijk, 1 maart 2004, T.G.R. 2006, 193). Het is voldoende dat er een zekere, vaststaande en eisbare schuld bestaat. In voorliggende zaak was er de onbetaalde factuur van A van 29 juni 2006, die de BVBA Consulting & Advies Buro prompt betaalde na de betekening van de dagvaarding die deze zaak inleidde, wat impliceert dat die factuur door de BVBA Consulting & Advies Buro beschouwd werd als zeker, vaststand en opeisbaar. Nu die factuur betaald werd, zijn de faillissementsvoorwaarden in hoofde van de BVBA Consulting & Advies Buro naar het oordeel van de rechtbank niet langer vervuld. Het feit dat conventionele rente en het conventioneel verhogingsbeding tot op vandaag onbetaald blijven, bewijst geen staking van betaling. Er is immers geen bewijs dat die rente en dat verhogingsbeding een zekere, vaststaande en opeisbare schuld uitmaken. A bewijst niet dat er daaromtrent iets tussen de partijen was bedongen. Hij legt geen factuurvoorwaarden voor. De voorwaarden tot faillietverklaring zijn dan ook thans niet meer voorhanden. Er moet echter worden aangenomen dat het tot die dagvaarding tot faillissement is kunnen komen door het feit dat de factuur van A van 29 juni 2006 voor een bedrag van slechts euro 650,38 onbetaald bleef ondanks ingebrekestellingen, de laatste bij aangetekende brief van 7 maart 2007, en de gerechtsdeurwaarder door A aangesproken om over te gaan tot dagvaarding om een titel te bekomen op grond van de voormelde factuur, hem had laten weten dat de BVBA Consulting & Advies Buro gerechtelijk was uitverkocht op 4 november 2006, waardoor de BVBA Consulting & Advies Buro alzo de schijn heeft verwekt in staat van faillissement te verkeren. Het ging in deze zaak niet om een loutere bewering dat de BVBA Consulting & Advies Buro een factuur onbetaald liet. De BVBA Consulting & Advies Buro liet een factuurtje onbetaald van amper euro 650,38 en dit gedurende bijna een volledig jaar, die slechts betaald werd nadat de dagvaarding in de bus viel. Zelfs na de ontvangst van een aangetekende brief bleef die onbetwiste factuur nog meer dan twee maanden onbetaald. De BVBA Consulting & Advies Buro heeft het aan haar betalingsgedrag te danken dat zij een schijn in een bepaalde richting opwekt. Het ging in deze zaak ook niet om een eenvoudige verklaring van een gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder liet weten dat er gerechtelijk uitverkocht werd. De BVBA Consulting & Advies Buro heeft in haar besluiten overigens zelf toe dat er discussie was omtrent een afbetalingsplan, wat impliceert dat verschillende schuldeisers in de rij stonden om door haar betaald te raken. Door de verwekking van de schijn aan de faillissementsvoorwaarden te voldoen, heeft de BVBA Consulting & Advies Buro zelf schuld aan de door A uitgestuurde dagvaarding en dient zij dan ook thans in te staan voor al de kosten van het geding. Uit wat voorafgaat blijkt reeds dat A niet lichtzinnig overging tot dagvaarding in faillietverklaring. Daarbij ontkent de BVBA Consulting & Advies Buro niet dat zij eveneens tot faillietverklaring werd gedagvaard door een andere schuldeiser en dat die zaak ook diende behandeld te worden op de zitting van 6 juni
- Dit impliceert meteen dat ook andere schuldeisers van de BVBA Consulting & Advies Buro uit haar houding afleidden dat in hoofde van de BVBA Consulting & Advies Buro de faillissementsvoorwaarden vervuld waren. Ten slotte blijkt uit niets dat A de faillissementsprocedure misbruikte voor de inning van haar factuur. A gaf in eerste instantie de opdracht aan de gerechtsdeurwaarder om tot dagvaarding over te gaan om een uitvoerbare titel te bekomen op basis van haar onbetaalde factuur. Pas na kennisname van de weinig rooskleurige financiële situatie door de gerechtsdeurwaarder verstrekt, ging A over tot dagvaarding tot faillissementsverklaring. Die proceseconomische houding van A op dat moment, strijdt met de bewering dat A het faillissementsrecht misbruikte. De tegeneis van de BVBA Consulting & Advies Buro is niet bewezen. Hij wordt als ongegrond afgewezen. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Uitspraak doende op tegenspraak, Verklaart de hoofdeis en de tegeneis ontvankelijk, doch wijst ze beiden af als ongegrond; Veroordeelt de BVBA Consulting & Advies Buro tot de kosten van het geding en stelt deze tot op heden vast aan de kant van A op euro 189,48 kosten van dagvaarding en rolstelling en op euro 185,92 rechtsplegingsvergoeding. Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag VEERTIEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig: de heren L. Vandenbroucke, ondervoorzitter, P. De Poot en P. Matton, rechters in handelszaken, mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert P. Matton P. De Poot L. Vandenbroucke Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div