id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 22 november 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071122.15 Rolnummer: AR 2091/2007 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-07-02 16:23 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Wegvervoer - Internationaal vervoer - C.M.R.-Verdrag Vrije woorden: goederenvervoer over de weg toepasselijk recht Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS In de zaak nr. 2091/2007 der algemene rol.- De naamloze vennootschap "OLSTRANS", met vennootschapszetel te 9870 Zulte-Olsene, Grote Steenweg 200; ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0405.333.306; eiseres, hebbend als raadsman meester Louis Declerck, advocaat te Harelbeke, voor wie verschijnt meester Dirk Vanbiervliet, advocaat te Kortrijk; tegen : Mevrouw A, handeldrijvende te .., wonende te ..; BTW nr. DE ..; verweerster, hebbend als raadsman meester Katrin Markus, advocaat te Brussel, voor wie verschijnt meester Dries Van Parys, advocaat te Menen; De partijen hebben met instemming van de rechtbank hun respectieve dossiers ingediend. De Rechtbank heeft kennis genomen van de stukken. Toepassing is gemaakt van de art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Met dagvaarding van 05 juni 2007 vordert de eiseres de veroordeling van de verweerster tot betaling van 2.346,02 euro, met de conventionele rente tegen 12 % per jaar op 2.046,50 euro sedert de dagvaarding tot aan de dag van de betaling, meer de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Voormelde hoofdsom van 2.346,02 euro is samengesteld als volgt : - factuur d.d. 15 december 2006 : 2.046,50 euro - interesten 12 % : 94,87 euro - schadebeding 10 % : 204,65 euro 2.346,02 euro. Met de litigieuze factuur werd de prijs aangerekend van drie voor rekening van de verweerster uitgevoerde transporten van goederen van Avelgem naar Lampertsheim respectievelijk Philippsburg (bundel eiseres, stuk nr. 2). Met conclusie, ingediend ter zitting op 25 oktober 2007 verklaart de verweerster dat het factuurbedrag ad 2.046,50 euro werd betaald. Zij verzet zich wel tegen de aanrekening van de rente en het schadebeding conform de factuurvoorwaarden van de eiseres aangezien zij deze factuurvoorwaarden niet kent en ook niet heeft aanvaard zodat zij haar niet tegenstelbaar zijn. Zij beweert enkel in het bezit te zijn van het document "Ladeauftrag", waarop enkel het verschuldigd bedrag wordt vermeld. Met conclusie, ingediend ter griffie op 10 oktober 2007, bevestigt de eiseres de betaling van het factuurbedrag nl. 1.740,00 euro betaald op 03 september 2007 en 306,50 euro betaald op 01 oktober 2007. Zij maakt een nieuwe afrekening waarbij zij de betalingen in mindering brengt en de rente herleidt tot 11,5 % per jaar. De verweerster kan bezwaarlijk gevolgd worden in haar argumentatie dat zij de algemene voorwaarden van de eiseres niet kent. De verweerster heeft immers de litigieuze factuur van 15 december 2006 ontvangen, zoals blijkt uit de afstempeling ervan door haar administratieve dienst op datum van 2 januari 2007 ("eingegangen"). Bovendien heeft zij met brief d.d. 05 januari 2007 geprotesteerd tegen de aanrekening van wachttijden in deze factuur. Waar zij echter inmiddels de totale factuurhoofdsom betaald heeft, kan enkel maar vastgesteld worden dat de verweerster haar initieel protest niet heeft gehandhaafd, minstens dat dit ongegrond was en dat zij zulks heeft ingezien. Door haar betaling heeft de verweerster te kennen gegeven dat zij de factuur toch aanvaardde. Anderzijds bewijst de verweerster niet dat de algemene voorwaarden van de eiseres niet voorkomen op de keerzijde van de factuur. De verweerster bewijst derhalve haar stelling (dat de voorwaarden van de eiseres haar niet tegenstelbaar zijn) niet. Zij wordt integendeel vermoed de factuur met inbegrip van de algemene voorwaarden van de eiseres te hebben aanvaard. Krachtens artikel 25 van het Wetboek van Koophandel kan het bewijs van een overeenkomst tussen kooplieden geleverd worden door een aanvaarde factuur ; die bewijswaarde heeft ook betrekking op de contractsvoorwaarden die op de factuur zijn vermeld ; een factuur wordt in beginsel geacht aanvaard te zijn, wanneer zij niet tijdig en op terechte gronden werd geprotesteerd (inzake internationaal wegvervoer : zie Cass., 29 april 2004, T.B.H., 2005, 510). In casu geldt deze bewijsregeling volgens Belgisch handelsrecht, gezien bij gebreke aan rechtskeuze door de partijen, het Belgisch recht van toepassing is op grond van art. 4.1 en 4.4 van het Verdrag van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO). Immers de eiseres als vervoerder heeft haar hoofdvestiging in België (Zulte-Olsene), terwijl de vervoerde goederen ook in België werden ingeladen (Avelgem). Alsdan voorzien de algemene voorwaarden van de eiseres (art. 7 en 8) : a)dat op de factuur, bij niet tijdige betaling op de vervaldag, een intrest van 1 % per maand verschuldigd zal zijn zonder enige ingebrekestelling; b)dat er van rechtswege een forfaitair en onherleidbaar bedrag van 10 % van het factuurbedrag ten titel van schadebeding zal verschuldigd zijn eveneens zonder enige ingebrekestelling; Met betrekking tot het rentebeding en de toepassing ervan door de eiseres, meer bepaald waar de factuurvoorwaarden een conventionele rente van 1 % per maand voorzien, dient vastgesteld te worden dat zij in haar conclusie terecht deze rentevoet herleidt en slechts rente vordert à rato van 11,5 % per jaar, zijnde gelijk aan de rentevoet die voortvloeit uit de actuele toepassing van art. 5 van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties (cf. Belgisch Staatsblad d.d. 27 juli 2007), welke rentevoet in handelszaken dient aanzien te worden als zijnde in overeenstemming met het toetsingscriterium van de Wet van 23 november 1998 (nl. de werkelijke schade), zodat er geen verdere matiging dient te gebeuren dan de vermindering tot de bewuste rentevoet die de eiseres zelf vooropstelt (vaste rechtspraak van deze rechtbank). Anderzijds is het verhogingsbeding ten dezen niet strijdig met art. 1023 Ger.W. en evenmin kan staande gehouden worden dat het geen indemnitair karakter zou hebben en/of zou neerkomen op een verboden privé-straf dan wel op een speculatie op de wanprestatie van de wederpartij, en aldus nietig of ongeoorloofd zou zijn. Er dient al evenmin verder dan 10 % gematigd te worden met toepassing van art. 1231 B.W. (art. 4 van de Wet van 23/11/1998) gezien een verhoging met 10 % niet neerkomt op een vergoeding die kennelijk het bedrag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden (vaste rechtspraak van deze rechtbank). Het kantonnement is een recht van de veroordeelde partij. De eisende partij toont niet aan waarom dit ten dezen aan de verwerende partij zou moeten worden ontzegd. OP DEZE GRONDEN, DE RECHTBANK, alle andere conclusies afwijzend als niet dienend, Wijzende op tegenspraak; Verklaart de gereduceerde vordering toelaatbaar en gegrond; Veroordeelt de verweerster om aan de eiseres te betalen de som van : VIJFHONDERD TWEEENNEGENTIG euro TWEEENZEVENTIG cent (592,72 EUR), met de rente tegen 11,5 % per jaar op 391,07 EUR sedert 01 oktober 2007 + de gerechtelijke rente op 204,65 EUR sedert de dagvaarding, telkens tot aan de dag van de betaling. Verwijst de verweerster in de kosten van het geding aan de zijde van de eiseres, tot heden begroot op 494,97 EUR dagvaarding en rolrecht + 123,95 EUR aangepaste rechtsplegingsvergoeding, meer de eventuele uitvoeringskosten. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling. Aldus het vonnis, gewezen door de rechtbank van koophandel te Kortrijk, eerste kamer, samengesteld als volgt : - P. Deseyne, voorzitter, - J. Corne, rechter in handelszaken, - G. Leroy, rechter in handelszaken, en uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting van tweeëntwintig november tweeduizend en zeven door de voorzitter, bijgestaan door P. Vanwettere, griffier. P. Vanwettere G. Leroy J. Corne P. Deseyne Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.