← België

ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071212.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2007:JUG.20071212.10 Rolnummer: AR 2992/06 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-02-17 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-07-02 16:29 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Internationale koop Vrije woorden: CISG kwalificatie als koop-verkoop gebreken Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS Rechtbank van koophandel te Kortrijk VIJFDE KAMER In de zaak nr. 2992/2006 der algemene rol (verzet inzake algemene rol 4035/2005). De heer A, wonende te ... (Duitsland), ..., handel drijvende te ... (Duitsland), ... en ingeschreven in het Gewerberegister te Warstein, DE ..., Eiser op verzet, hebbende als raadsman en pleitend Mter. Johan Lambers, advocaat te Brussel, TEGEN : De NV ISOCAB, met vennootschapszetel te 8531 Harelbeke-Bavikhove, Treurnietstraat 10 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0413.684.313, Verweerster op verzet, hebbende als raadsman Mter. Godfried Duchi en pleitend Mter. Sandra Verhoye, advocaten te Kortrijk. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 14 november 2007 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. Bij tussenvonnis van 23 mei 2007 heeft de rechtbank de vorderingen en de standpunten van de partijen omschreven, en het belang omschreven in verband met de kwalificatie van de overeenkomst tussen de partijen gesloten: moet er aangenomen worden dat er een grensoverschrijdende aannemingsovereenkomst, dan wel een internationale koop-verkoopovereenkomst werd gesloten. In verband met deze items verwijst de rechtbank naar voormeld tussenvonnis. In dat tussenvonnis heef de rechtbank de debatten heropend op grond van de volgende overwegingen: "Vooraleer verder te oordelen, wenst de rechtbank ingelicht te worden over de aangerekende kostprijs van die onderaannemer, belast met de montage van de door de NV Isocab geleverde onderdelen op de werf "bäckerei Hamma". De NV Isocab wordt uitgenodigd de factu(u)ren van haar onderaannemer voor die werf, het betalingsbewijs van die factu(u)r(en) en alle documenten (eventuele overeenkomst, prijsofferte, briefwisseling van of met die onderaannemer) nuttig voor de kostprijsbepaling van de montagekosten voor te leggen. Ook eventuele andere dienstige elementen tot afweging tussen de waarde van de levering en de montage kunnen / moeten vooralsnog in het debat gebracht worden." Volgens de besluiten en de uiteenzetting ter zitting van de partijen blijkt dat er geen betwisting bestaat over het feit dat A aan de NV Isocab een bedrag verschuldigd was voor de werf "bäckerei Hamma" van in totaal euro 52.000,00 en dat de werken uitgevoerd voor de installatie van de door de NV Isocab geleverde onderdelen een bedrag vertegenwoordigden van maximaal euro 15.700,

  1. De rechtbank wees in haar tussenvonnis reeds op het feit dat de meerderheid van de rechtsleer, om te bepalen welk van de verplichtingen van de "verkoper" het belangrijkst is in de zin van art. 3, 2) CISG, een kwantitatief economisch criterium aanneemt, zodat een vergelijking van de waarde van de geleverde goederen en de verrichte diensten centraal staat (Goossens W., "Aanneming van werk: Het gemeenrechtelijk dienstencontract",
  2. Recht en onderneming, blz. 84, nr. 88). De rechtbank volgt dat kwantitatief economisch criterium, om de voorliggende overeenkomst te kwalificeren. Volgens de verstrekte gegevens is de waarde van de verrichte diensten ( euro 15.700,00) meer dan ondergeschikt aan de waarde van de geleverde goederen ( euro 52.000,00 - euro 15.700,00 = euro 36.300,00), zodat de overeenkomst door de rechtbank als een internationale koopovereenkomst wordt gekwalificeerd, waarop het CISG toepasselijk is. Het feit dat er arbeid nodig was in de werkplaatsen van de NV Isocab om de op de werf te leveren onderdelen te vervaardigen, speelt geen de minste rol. Zelfs indien de goederen volgens de behoeften van de koper worden vervaardigd (wat in casu zelfs helemaal nog niet is bewezen) of indien de koper de goederen heeft ontworpen, is het Weens Koopverdrag van toepassing, indien de koper geen wezenlijk deel van de grondstoffen, levert, wat in casu niet het geval is (Goossens W., "Aanneming van werk: Het gemeenrechtelijk dienstencontract",
  3. Recht en onderneming, blz. 81, nr. 85, met de voorbeelden aldaar opgesomd). Overeenkomstig art. 38-1) CISG moet de koper de zaken binnen een, gelet de omstandigheden zo kort mogelijke termijn keuren of doen keuren. En overeenkomstig art. 39-1) CISG, verliest de koper het recht om er zich op te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis stelt, onder opgave van de aard van de tekortkoming. Art. 39 CISG moet analoog worden toegepast bij gebrekkig uitgevoerde herstellingen. De koper dient derhalve de verkoper binnen redelijke termijn in kennis te stellen van het feit dat de herstellingen verkeerd of op een onbevredigde wijze werden uitgevoerd (Van Houtte H., Erauw J. en Wautelet P., eds., "Het Weens Koopverdrag", nr. 6.27, blz. 215 en 216). In voorliggende zaak heeft de NV Isocab de gebreken waarover A had geklaagd op 24 januari 2005 laten herstellen op 27 januari
  4. Zij bevestigde de uitvoering van die herstellingen op 2 februari
  5. A betwist die tussenkomst van de NV Isocab niet. In zijn besluiten, neergelegd op 23 oktober 2007, houdt hij evenwel voor dat bij die herstelling slechts aan één aangeklaagd gebrek werd verholpen. Wanneer een handelaar niet tijdig en concreet protesteert op de mededeling dat er aan de aangeklaagde gebreken verholpen werd, moet worden aangenomen dat de geadresseerde aanvaardt dat aan al de gebreken waarover hij zijn beklag maakte, verhopen werd. Uit niets blijkt dat A kort na 2 februari 2005, dag waarop A kennis werd gegeven van de uitvoering van de herstellingen, de NV Isocab zou hebben gewezen op het feit dat slechts aan één van de meerdere aangeklaagde gebreken werd verhopen. Hij beweert wel dit telefonisch te hebben gedaan, wat echter ontkend wordt door de NV Isocab en niet bewezen wordt door A. Er moet derhalve aangenomen worden dat op 27 februari 2005 de NV Isocab wel degelijk liet verhelpen aan al de gebreken die A op dat moment had gesignaleerd. Of de herstellingen deugdelijk werden uitgevoerd, doet verder niets meer terzake. Er wordt immers niet aangetoond dat A binnen een redelijke termijn nadat hij had ontdekt of had behoren te ontdekken dat de herstellingen niet deugdelijk waren uitgevoerd, de NV Isocab hiervan in kennis stelde, onder opgave van de aard van de tekortkomingen nopens die uitgevoerde herstellingen. Aangenomen wordt dat alle herstellingen dateren van 27 februari
  6. De bäckerei Hamma liet A op 31 mei 2005 weten dat zij niet tevreden was met het resultaat. Toen, op 31 mei 2005, had hij ongetwijfeld kennis van de gebrekkige herstellingen. Er ligt enkel een bewijs voor van protest vanwege A, via T, dat slechts dateert van 7 november
  7. Dit is niet binnen een redelijke termijn zoals door het CISG vereist. Door zijn inertie heeft A dan ook het recht verloren om er zich op te beroepen dat de door de NV Isocab geleverde zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden. Zelfs indien een aan te stellen deskundige die gebreken thans nog zou vaststellen. Het verzoek tot de aanstelling is derhalve niet zinvol. Er wordt dan ook niet op dat verzoek ingegaan. A is derhalve gehouden voor de "werf bäckerei Hamma" de overeengekomen som te betalen aan de NV Isocab. Hij kan zich niet beroepen op de exceptio non adimpleti contractus, noch aanspraak maken op enige vergoeding voor herstelkosten of minderwaarden. Uit niets blijkt dat in het vonnis waartegen verzet A veroordeeld werd tot grotere bedragen dan deze waarop de NV Isocab gerechtigd is volgens de overeenkomst, haar uitgestuurde facturen en factuuraanhorigheden. Dat vonnis wordt derhalve bevestigd. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak; Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend; Verklaart het verzet ontvankelijk, doch wijst het af als ongegrond; Bevestigt het vonnis waartegen verzet, gewezen op 16 februari 2006 (A.R. nr. 4035/2005) in al zijn onderdelen; Verklaart de tegeneis van A ontvankelijk, doch wijst deze af als ongegrond; Veroordeelt A tot de kosten van de procedure op verzet en begroot deze aan de kant van de NV Isocab op euro 61,97 aanvullende rechtsplegingsvergoeding verzetsprocedure; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op woensdag, TWAALF DECEMBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN. Aanwezig : de heren L. Vandenbroucke, ondervoorzitter ; P. De Poot en P. Matton, rechters in handelszaken ; mevrouw Ch. Busschaert, griffier. Ch. Busschaert P. Matton P. De Poot L. Vandenbroucke Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.