id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 22 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2008:JUG.20080222.5 Rolnummer: AR 2175/07 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2008-09-30 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-07-02 17:05 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: compensatie Tekst van de beslissing Nr. rep. VONNIS Rechtbank van Koophandel te Kortrijk Derde Kamer In de zaak nr. A/2175/07 der algemene rol.- Meester Jan VANDENBRAEMBUSSCHE, advocaat te 8940 Wervik, Nieuwstraat, 38, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de heer A, binnenhuisinrichter, wonende te X, met ondernemingsnummer X, volgens vonnis van de rechtbank van koophandel te Ieper van 3 februari 2006, Eisende partij qq., tegen : De BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID "ZONNECENTRUM", met maatschappelijke zetel gevestigd te 8930 Menen, Lauwbergstraat, 101, met ondernemingsnummer 0876.999.566 Verwerende partij, hebbende als raadsman Mter Rik Devloo, advocaat te 8500 Kortrijk, Koning Albertstraat, 24/1, pleitend meester Sofie Vanden Bulcke. Gezien de inleidende dagvaarding van 31 juli 2007, betekend door het ambt van gerechtsdeur-waarder J. Phlypo te Roeselare. Gezien de stukken van rechtspleging; Gezien de door partijen neergelegde dossiers; Gehoord de partijen in hun middelen en besluiten; Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; I De Vordering De eiser qq. vordert de betaling door de verweerster van een factuur voor de uitvoering van schilderwerken voor een bedrag van euro 6.390,11, vermeerderd met de moratoire renten conform de wet op de betalingsachterstand bij handelstransacties. II Beoordeling De verweerster legt de betreffende factuur voor die voor voldaan is ondertekend door de gefailleerde op 9 december 2005. Dit zou zijn gebeurd nadat er compensatie werd doorgevoerd tussen enerzijds de openstaande schulden van de gefailleerde tegenover de heer L, zaakvoerder van verweerster en de openstaande schulden van de verweerster tegenover de gefailleerde. De eiser qq houdt voor dat een dergelijke compensatie niet kan, gezien de heer L geen compensatie kan doorvoeren tussen de schulden van de gefailleerde tegenover hem persoonlijk enerzijds en schulden van zijn vennootschap tegenover de gefailleerde anderzijds. Daarenboven is deze compensatie gebeurd in de verdachte periode op een ogenblik dat de heer L wist dat A zou failliet verklaard worden. De rechtbank stelt echter vast dat destijds, bij het onderzoek naar de ingediende schuldvorderingen en de betwistingen daarover, de curator uitdrukkelijk de bewuste factuur, voorwerp van huidig geding, in mindering heeft gebracht op de schuldvordering van de L, "als compensatie". De schuldvordering van L werd dan ook aanvaard in het passief van het faillissement onder aftrek van de bewuste factuur. De rechtbank kan dan ook alleen vaststellen dat de curator aanvaard heeft dat de betreffende factuur mocht worden gecompenseerd met de openstaande schulden van de gefailleerde tegenover de heer L. Terecht stelt de verweerster dat door deze compensatie, vooropgesteld en doorgevoerd door de curator zelf, L heeft betaald voor rekening van de verweerster. De schuldvordering werd in die zin goedgekeurd door de Rechtbank. De curator kan thans niet meer terugkomen op zijn eigen erkenning dat, mits compensatie, deze factuur als betaald diende aanzien te worden, zodat de verweerster bevrijd was. Betaling van een schuld door een derde is steeds toegelaten. In casu heeft de curator, door zelf de compensatie voorop te stellen en toe te passen, aanvaard dat deze factuur door een derde werd betaald. Mocht de rechtbank deze vordering toekennen, dan zou de boedel tweemaal profiteren, eenmaal door de compensatie, waardoor de schulden gereduceerd worden en eenmaal door de betaling van de huidige vordering. De rechtbank besluit dan ook dat door deze conventionele compensatie, doorgevoerd tussen enerzijds de gefailleerde en anderzijds de verweerster en haar zaakvoerder, daarenboven erkend door de curator en aldus vastgelegd in de opname der schuldvordering van L, de verweerster bevrijd is. Omtrent de kosten De eiser beweert dat deze procedure noodzakelijk werd omdat de verweerster naliet de betreffende afgetekende factuur voor te leggen, waardoor hij in het ongewisse bleef nopens het bewijs van de betaling. De rechtbank stelt echter vast dat de curator reeds vooraf kennis moet hebben gehad van deze afgetekende factuur, nu hij zelf de compensatie heeft doorgevoerd in de betwisting van de schuldvordering van de heer L. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, recht doende in eerste aanleg, op tegenspraak, alle verdere besluiten van de hand wijzend. Verklaart de vordering van de eiser qq ontvankelijk, doch wijst ze af als ongegrond. VEROORDEELT de eiser qq tot de kosten van het geding, aan zijn zijde begroot op euro 217,50 dagvaarding en rol en euro 900,00 rechtsplegingsvergoeding en aan de zijde van de verweerster op euro 900,00 rechtsplegingsvergoeding. Dit alles bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borg. Aldus het vonnis gewezen door de derde kamer van de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, samengesteld als volgt : J. Degroote, rechter, voorzitter van de kamer, F. Deschepper, rechter in handelszaken, P. Breemersch, rechter in handelszaken, en uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op vrijdag, tweeëntwintig februari tweeduizend en acht door de voorzitter van de kamer, bijgestaan door de griffier J. Vanleeuwen. J. Vanleeuwen P. Breemersch F. Deschepper J. Degroote Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.