← België

ECLI:BE:ORGNT:2008:JUG.20080611.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 11 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2008:JUG.20080611.11 Rolnummer: AR 2314/07 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-07-02 17:37 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BIJZONDERE HANDELSOVEREENKOMSTEN - Factoring Tekst van de beslissing Nr. Rep. VONNIS In de zaak nr. 2314/07 der algemene rol. De vennootschap naar Nederlands recht NV FORTIS COMMERCIAL FINANCE, met vennootschapszetel te 5231 DC 's Hertogenbosch (Nederland), Hambakenwetering 2 en ingeschreven in de Kamer van Koophandel te ‘s Hertogenbosch onder het nummer 42.921, Eiseres, hebbende als raadsman Mter. Hugo Aerts, advocaat te 1702 Dilbeek - Groot-Bijgaarden, Bosstraat 38 en pleitend Mter. Johan Bekaert, advocaat te Kortrijk, TEGEN : De BVBA SHADOW BELGIUM, met vennootschapszetel te 8800 Roeselare, Ovenstraat 12 en ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0436.332.229, Verweerster, hebbende als raadslieden Mter. Filip Cappelle en Mter. Lieve Gadeyne, beiden advocaat te 8800 Roeselare, Rotsestraat 77 en pleitend Mter. Lieve Gadeyne voornoemd. De rechtbank heeft de partijen gehoord in de openbare zitting van 14 mei 2008 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. 1.De vordering. Met dagvaarding betekend op 27 augustus 2007 vordert de vennootschap naar Nederlands recht NV Fortis Commercial Finance, verder de NV Fortis Commercial Finance genoemd, de veroordeling van de BVBA Shadow Belgium tot de betaling van euro 3.013,11, te vermeerderen met de gerechtelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en met de kosten van het geding. In haar synthesebesluiten vordert de NV Fortis Commercial Finance de gerechtelijke rente enkel op euro 2.839,23, de hoofdsom van de onbetaalde facturen vermeerderd met het verhogingsbeding.

  1. De relevante feitelijke gegevens en beknopt standpunt van de partijen. De vennootschap naar Nederlands recht Toppoint BV leverde aan de BVBA Shadow Belgium stoffen voor de confectie van zonneweringen. De BV Toppoint heeft, overeenkomstig een met de NV Fortis Commercial Finance gesloten factorcontract, haar facturen, opgesteld ten laste van de BVBA Shadow Belgium, overgedragen aan de NV Fortis Commercial Finance. Naar de NV Fortis Commercial Finance voorhoudt, bedraagt haar vordering lastens de BVBA Shadow Belgium uit hoofde van die overdracht, euro 2.581,23, bedrag volgens de NV Fortis Commercial Finance te vermeerderen met de conventionele rente van 10 % en een schabeding van 10 %, overeenkomstig de algemene verkoopsvoorwaarden der Nederlandse Federatie Textiel Groothandelsbonden. Zij vordert minstens rente op het gevorderde bedrag op grond van de wet van 2 augustus met betrekking tot de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransactie. Volgens de BVBA Shadow Belgium bedraagt de vordering van de BV Toppoint lastens haar hoogstens euro 857,
  2. Van de voormelde overdracht van schuldvordering door de BV Toppoint heeft de NV Fortis Commercial Finance melding gemaakt in het deurwaardersexploot van 27 augustus 2007 waarbij de BVBA Shadow Belgium vooreerst aangemaand werd aan haar te betalen, en bij gebreke daaraan gedagvaard werd om voor deze rechtbank te verschijnen. De rechtsgeldigheid van de overdracht van schuldvordering wordt door de BVBA Shadow Belgium betwist. * * * De BVBA Shadow Belgium houdt voor dat bepaalde leveringen van de BV Toppoint niet conform waren en dat deze de niet-conformiteit van de leveringen erkende. Door die niet conforme leveringen was de BVBA Shadow Belgium tot twee keer toe genoodzaakt nieuwe stoffen voor haar cliënteel te confectioneren. Voor dat werk heeft de BVBA Shadow Belgium de NV Toppoint twee facturen overgemaakt, voor een totale som van euro 840,
  3. Na compensatie tussen euro 857,32 en euro 840,84 is de BVBA Shadow Belgium, naar deze voorhoudt, niets meer verschuldigd. De NV Fortis Commercial Finance wijst er op dat die twee facturen, waarbij het opnieuw confectioneren door de BVBA Shadow Belgium aan de BV Toppoint werd aangerekend, reeds van bij de uitreiking ervan de melding inhouden dat zij werden gecedeerd aan de NV Dexia Factors. Tijdens deze procedure heeft de NV Dexia Factors kennis gegeven aan de NV Toppoint dat zij de door de BVBA Shadow Belgium aan haar gecedeerde facturen heeft geretrocedeerd.
  4. Beoordeling. A.De ontvankelijkheid van de hoofdeis. De BVBA Shadow Belgium werpt in hoofdorde op dat de vordering van de NV Fortis Commercial Finance onontvankelijk is omdat de NV Fortis Commercial Finance slechts in het dagvaardingsexploot kennis geeft van de cessie van de schuldvordering door de BV Toppoint. Opdat een vordering toelaatbaar zou zijn is vereist dat de eisende partij procesbekwaam is en dat zij hoedanigheid en belang heeft om de vordering in te stellen (art. 17 en 18 Ger.W. / Fettweis, A., "Manuel de Procédure civile", blz. 36 e.v., nr. 26 e.v. / Vanlersberghe, P., "Gerechtelijk Recht, Artikelsgewijze Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Ger.W."- art. 17). De voorwaarden voor de toelaatbaarheid worden beoordeeld op het ogenblik waarop de vordering wordt ingesteld (Cass. 4 januari 1968, Arr .Cass. 1968, 599 / Cass. 4 december 1989, Arr .Cass. 1989-90, 467 / Antwerpen, 15 januari 2001, R.H.A., 2001, afl.1,22 / Luik, 16 maart 2000, DAOR 2001, afl. 57, p. 65). In de aanhef van het dagvaardingsexploot van 27 augustus 2007 heeft de NV Fortis Commercial Finance wel degelijk kennis gegeven aan de BVBA Shadow Belgium van het feit dat de BV Toppoint haar vorderingen op de BVBA Shadow Belgium aan de NV Fortis Commercial Finance heeft overgedragen. Pas na de kennisgeving van die overdracht heeft de NV Fortis Commercial Finance de BVBA Shadow Belgium aangemaand tot de betaling van de vordering en bij gebreke daaraan de BVBA Shadow Belgium gedagvaard om voor deze rechtbank te verschijnen. Tegenover de gecedeerde schuldenaar kan de overdracht ingeroepen worden vanaf het ogenblik dat zij aan hem ter kennis werd gebracht of door hem werd erkend (1690, tweede lid B.W.). Voordien kon enkel de "oorspronkelijke" schuldeiser (in dit geval de BV Toppoint) de BVBA Shadow Belgium aanspreken (Dirix, E., De vormvrije cessie, in: Dirix, E., Peeters, I., Van Haegenborgh, G en Verbeke, A., Overdracht in inpandgeving van schuldvorderingen, nr. 11, p.13). Volgens het Hof van Cassatie betekent dit dat vorderingen, ingesteld door de overnemer van de schuldvordering, slechts ontvankelijk zijn mits de overdracht vooraf tegenstelbaar gemaakt is aan de aangesproken schuldenaar (Cass. 7 februari 1989, Arr .Cass. 1988-89, 671; Cass. 18 oktober 2000, Arr. Cass. 2000, 1611). Het vonnis van de Vrederechter te Roeselare, waar de BVBA Shadow Belgium naar verwijst, past die principes in dat vonnis correct toe. Wat voorafgaat impliceert dan wel dat de overdracht kan ingeroepen worden vanaf de kennisgeving, zelfs al situeert deze zich juist vooraleer de dagvaarding wordt betekend. Uit geen enkele wettelijke bepaling volgt dat de kennisgeving dient te gebeuren van zodra de overdracht van de schuldvordering plaats greep. De werkwijze toegepast door de NV Fortis Commercial Finance, met name dat kennis wordt gegeven aan de gecedeerde schuldenaar in de aanhef van het exploot houdende "aanmaning- dagvaarding", is trouwens een veel gebruikt procédé, aanvaard door de rechtspraak (Antwerpen, 18 februari 2002, R.W. 2004 - 2005, blz. 866, linkse kolom tweede overweging aldaar aangesneden). De BVBA Shadow Belgium kan niet gevolgd worden wanneer zij stelt dat zelfs voor het eerst in synthesebesluiten zou kunnen gewag gemaakt worden van de overdracht van de schuldvordering, omdat de ontvankelijkheid van een vordering nu juist beoordeeld wordt bij het instellen van de vordering (Cass. 4 januari 1968, Arr .Cass. 1968, 599 / Cass. 4 december 1989, Arr .Cass. 1989-90, 467 / Antwerpen, 15 januari 2001, R.H.A., 2001, afl.1,22 / Luik, 16 maart 2000, DAOR 2001, afl. 57, p. 65), en niet bij de redactie van synthesebesluiten. De NV Fortis Commercial Finance toont aan dat zij tijdig kennis gaf van de overdracht van de schuldvordering door de BV Toppoint, met name voorafgaand aan het tijdstip van de dagvaarding. Rekening houdend met wat voorafgaat besluit de rechtbank dat de vordering van de NV Fortis Commercial Finance ontvankelijk is. B.De gegrondheid van de hoofdeis. Naar de NV Fortis Commercial Finance voorhoudt is de BVBA Shadow Belgium aan haar een hoofdsom verschuldigd van euro 2.581,
  5. De BVBA Shadow Belgium legt haar leveranciersfiche voor waaruit blijkt dat er slechts euro 857,32 zou verschuldigd zijn. De rechtbank stelt vast dat er op de leveranciersfiche van de BVBA Shadow Belgium enkele facturen van de BV Toppoint niet zijn opgenomen, bijvoorbeeld de facturen met nr. 405161 ( euro 889,32) en nr. 405157 ( euro 243,87). De volledige afrekening van de openstaande facturen, met de vermelding van de nummers van de facturen en van de creditnota's met hun bedragen, werd aan de BVBA Shadow Belgium overgemaakt op 8 en 18 mei
  6. Eerst bij brief van de raadsman van de BVBA Shadow Belgium van 2 juli 2007, die de ontvangst bevestigt van de ingebrekestelling van 8 mei 2007, wordt gewezen op het feit dat de leveranciersfiche van de BVBA Shadow Belgium een ander te betalen bedrag weerhoudt. In die laattijdige protestbrief wordt niet eens betwist dat de BVBA Shadow Belgium bepaalde facturen, wel vermeld in de afrekening van de NV Fortis Commercial Finance, zou hebben ontvangen. Bij gebreke aan tijdig en concreet protest door de BVBA Shadow Belgium tegen de afrekening van de NV Fortis Commercial Finance neemt de rechtbank aan dat de afrekening van de NV Fortis Commercial Finance met de werkelijkheid overeenstemt en dat er per 8 mei 2007 door de BVBA Shadow Belgium nog een bedrag in hoofdsom te betalen was van euro 2.530,
  7. Rekening houdend met de factuur van 27 april 2007 voor een bedrag van euro 50,35, nog niet in de afrekening van de NV Fortis Commercial Finance vermeld, maar ondertussen wel opgenomen in de klantenfiche van de BVBA Shadow Belgium, neemt de rechtbank aan dat er zodoende door de BVBA Shadow Belgium aan de overnemer van de vordering van de BV Toppoint een bedrag in hoofdsom verschuldigd is van euro 2.581,
  8. Terecht wijst de BVBA Shadow Belgium er op dat er haar geen factuurvoorwaarden werden meegedeeld, zodat er van enige overeenkomst door stilzwijgende aanvaarding nopens die factuurvoorwaarden geen sprake kan zijn. Het gevorderde conventioneel verhogingsbeding en de conventionele rente worden als ongegrond afgewezen. Even terecht maakt de NV Fortis Commercial Finance in ondergeschikte orde toepassing van de wet van 2 augustus 2002 met betrekking tot de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. Nu de toepasselijke rentevoet op basis van de voornoemde wet sedert het tweede semester van 2006 10 % en meer bedraagt wordt de gevorderde rentevoet van 10 % door de rechtbank toegekend. De berekening van de vervallen rente wordt als zodanig niet betwist door de BVBA Shadow Belgium, zodat het gevorderde bedrag van euro 173,75 wordt toegekend. De vordering van de NV Fortis Commercial Finance is derhalve principieel gegrond voor euro 2.754,98, te vermeerderen met de gerechtelijke rente op de hoofdsom van euro 2.581,
  9. C. De ingeroepen schuldvergelijking. De vordering die de BVBA Shadow Belgium meende te hebben op de BV Toppoint werd door de BVBA Shadow Belgium reeds gecedeerd door de BVBA Shadow Belgium bij het opstellen van haar facturen. Kennis van die cessie werd aan de BV Toppoint gegeven door de gegevens op die facturen zelf vermeld. Daar is geen betwisting over. Evenmin wordt er betwist dat pas tijdens deze procedure kennis werd gegeven aan de BV Toppoint van de retrocessie van de facturen van de BVBA Shadow Belgium door de NV Dexia aan de BVBA Shadow Belgium. Naar het oordeel van de rechtbank kan de BVBA Shadow Belgium zich dan ook geenszins beroepen op de exceptie van schuldvergelijking, enkel en alleen voorhoudend dat de BV Toppoint onmogelijk meer rechten kon overdragen dan deze bezat. Van het moment dat de BVBA Shadow Belgium factureerde aan de BV Toppoint was wettelijke schuldvergelijking tussen de wederzijdse vorderingen van de BVBA Shadow Belgium en de BV Toppoint immers uitgesloten. De BVBA Shadow Belgium had van hij het opstellen van haar facturen deze overgedragen, zodat de BV Toppoint en de BVBA Shadow Belgium niet verder elkaars wederzijdse schuldeiser en schuldenaar waren. De facturen van de BVBA Shadow Belgium werden trouwens door de BV Toppoint betwist. Pas bij de retrocessie van haar facturen door de NV Dexia, dit is op een tijdstip hoe dan ook te bepalen tijdens de duur van deze procedure, kreeg de BVBA Shadow Belgium haar vordering, bestaande uit de twee bewuste geretrocedeerde facturen, opnieuw in haar patrimonium. Op dat tijdstip had de BVBA Shadow Belgium evenwel reeds kennis gekregen van de overdracht van de vordering van de BV Toppoint aan de NV Fortis Commercial Finance. Op dat ogenblik was wettelijke compensatie ook uitgesloten, want de NV Fortis Commercial Finance en de BVBA Shadow Belgium waren op hun beurt niet wederzijds schuldeiser en schuldenaar. Terwijl de facturen van de BVBA Shadow Belgium betwist bleven. * * * Excepties die ontstaan zijn nadat de overdracht hem tegenwerpbaar is geworden zijn aan de overnemer daarbij niet tegenwerpbaar (Dirix E., "De vormvrije cessie", R.W. 1994-1995, blz. 144, nr. 27, 28 en 29 / Cornelis L., "Algemene theorie van de verbintenis", blz. 416). Een schuldenaar aan wie de overdracht ter kennis is gebracht kan zich niet op compensatie beroepen die daarna tot stand komt (art. 1295 B.W.). Uitzondering wordt gemaakt voor samenhangende vorderingen (Dirix E., "De vormvrije cessie", R.W. 1994-1995, blz. 144, nr. 29). In voorliggend geval kan er geen twijfel over bestaan dat de vorderingen van de BV Toppoint en deze van de BVBA Shadow Belgium samenhangend zijn. De BV Toppoint vordert betaling van haar facturen opgesteld voor bepaalde leveringen en de BVBA Shadow Belgium vordert betaling van de schade ontstaan door de niet conformiteit van bepaalde van die leveringen. De vraagt dient derhalve beantwoord te worden of na de retrocessie door de NV Dexia Bank de schuldvergelijking tussen de samenhangende vorderingen kan plaats grijpen. * * * De BV Toppoint betwistte de schadeaanspraken van de BVBA Shadow Belgium. Dit impliceert dat de schadeaanspraken van de BVBA Shadow Belgium niet effen en opeisbaar waren en er van wettelijke compensatie ook om die reden evenmin sprake kan zijn. Hoogstens zou er gerechtelijke compensatie kunnen worden toegepast. Voor zover de BVBA Shadow Belgium door haar verwijzing naar de schuldvergelijking gerechtelijke schuldvergelijking bedoelt, stelt zij derhalve impliciet, doch zeker, een vordering tot de vaststelling van haar aanspraken tegenover de BV Toppoint. Dit impliceert dat de rechtbank vooreerst de vordering van de BVBA Shadow Belgium in rechte dient vast te stellen. De vordering die de BVBA Shadow Belgium heeft op de BV Toppoint was, zoals voorzegd, gecedeerd door de BVBA Shadow Belgium bij het opstellen van haar twee facturen. Op grond van de hiervoor uiteengezette principes dient de BVBA Shadow Belgium derhalve te bewijzen dat zij die facturen van de NV Dexia Factors geretrocedeerd kreeg en kennis gaf van die retrocessie aan de BV Toppoint vooraleer de BVBA Shadow Belgium hoedanigheid en belang heeft om op basis van die facturen een vordering te stellen en zich kan baseren op gerechtelijke schuldvergelijking. De BVBA Shadow Belgium legt een schrijven voor van de NV Dexia te Brussel waaruit blijkt dat deze op 28 februari 2008 een brief stuurde aan de BV Toppoint op het adres PO Box 198 te NL 2260 AD Leidschendam, waarbij de NV Dexia de BV Toppoint kennis gaf van de retrocessie van de twee bewuste facturen van de BVBA Shadow Belgium. De BV Toppoint ontkent via de NV Fortis Commercial Finance de voormelde brief ooit ontvangen te hebben en wijst er op dat haar zetel gevestigd is te Nl-2665 NM Bleiswijk. Waar de BVBA Shadow Belgium voorhoudt dat zij reeds op 29 februari 2008 rechten kon putten uit haar facturen, daar zij zich in haar besluiten van die dag beroept op schuldvergelijking, die eerst na de vaststelling van de hoegrootheid van haar vordering kan plaats grijpen, dient zij derhalve te bewijzen dat zij kennis gaf van de retrocessie voorafgaand aan dat tijdstip, opdat haar impliciete vordering ontvankelijk zou zijn. Dit doet de BVBA Shadow Belgium evenwel niet. En zoals reeds aangehaald worden de voorwaarden voor de toelaatbaarheid beoordeeld op het ogenblik waarop de vordering wordt ingesteld (Cass. 4 januari 1968, Arr .Cass. 1968, 599 / Cass. 4 december 1989, Arr .Cass. 1989-90, 467 / Antwerpen, 15 januari 2001, R.H.A., 2001, afl.1,22 / Luik, 16 maart 2000, DAOR 2001, afl. 57, p. 65). In casu dient die beoordeling zich te situeren op 29 februari
  10. Kennisgevingen na die dag bewezen, verliezen elke relevantie. De impliciete uitoefening van het vorderingsrecht door de BVBA Shadow Belgium tot vaststelling van de hoegrootheid van haar vordering ten einde gerechtelijke compensatie te kunnen toepassen, is zodoende niet ontvankelijk. De rechtbank is derhalve niet rechtsgeldig gevat om rekening te houden met de in deze zaak hoogstens inroepbare gerechtelijke compensatie. D. De kosten van het geding. Er zijn geen redenen om het basisbedrag aan rechtsplegingsvergoeding, in casu euro 650,00,naar boven toe aan te passen. * * * Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, alle andere conclusies afwijzend als niet dienend, Rechtsprekend op tegenspraak; Verklaart de vordering van de NV Fortis Commercial Finance ontvankelijk en in de volgende mate gegrond; Veroordeelt de BVBA Shadow Belgium om aan de NV Fortis Commercial Finance te betalen de som van euro 2.754,98 (tweeduizend zevenhonderd vierenvijftig euro en achtennegentig cent), te vermeerderen met de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet, zoals vastgelegd in art. 5 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand in handelszaken en dit vanaf 27 augustus 2007 tot de dag van de betaling; Wijst het meergevorderde af als ongegrond; Verklaart de door de BVBA Shadow Belgium impliciet gestelde de tegeneis ontvankelijk; Verwijst de BVBA Shadow Belgium tot de kosten van het geding en stelt deze tot op heden aan de kant van de NV Fortis Commercial Finance vast op euro 200,67 kosten van dagvaarding en rolstelling en op euro 650,00 rechtsplegingsvergoeding; Onverminderd de toepassing van art. 1024 Ger.W.; Aldus het vonnis, gewezen door de rechtbank van koophandel te Kortrijk, vijfde kamer, samengesteld als volgt: -L. Vandenbroucke, ondervoorzitter, voorzitter van de kamer, -J. Vanbiervliet, rechter in handelszaken, -F. Desmet, rechter in handelszaken, en uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting van woensdag elf juni tweeduizend en acht door de voorzitter van de kamer, bijgestaan door L. Goossens, adjunct-griffier. L. Goossens J. Vanbiervliet F. Desmet L. Vandenbroucke. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.