id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 10 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2008:JUG.20080710.4 Rolnummer: AR 3566/07 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-02-17 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-02 17:46 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Internationale koop Vrije woorden: ontbinding wegens te late levering CISG Tekst van de beslissing Nr. Rep. Rechtbank van Koophandel te Kortrijk Vijfde Kamer VONNIS In de zaak nr. 3566/2007 der algemene rol.- De NV BUBBLE & FOAM INDUSTRIES, met vennootschapszetel te 8570 Anzegem, Gijzelbrechtegemstraat, nr. 8-10 en ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0426.860.673, Eiseres, hebbende als raadslieden Mter. S. Beele & Mter. B. Beele en pleitend Mter. D. Lannoo, advocaten te Kortrijk, tegen : De vennootschap naar Frans recht SOMADEM SOCIETE DE MARKETING ET D'EMBALLAGES SARL, met vennootschapszetel te 49330 Mire, Zi le Rochereau en ingeschreven in het RCS Anger onder nummer 393.274.592, Verweerster, hebbende als raadsman en pleitend Mter. F. Delporte, advocaat te 8520 Kuurne. De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting van 25 juni 2008 en heeft kennis genomen van de stukken. Toepassing is gemaakt van de art. 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
- De vordering en de rechtspleging Bij dagvaarding van 7 november 2007 vordert de eiseres de veroordeling van de verweerster tot de betaling van euro 10.250,64 te vermeerderen met -de conventionele rente aan 11,5 % per jaar op euro 8.259,90 vanaf 1 januari 2008 tot de dag van de dagvaarding en van dan af de gerechtelijke rente aan dezelfde rentevoet -de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet op het verhogingsbeding vanaf de dagvaarding -de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen. Bij beschikking van 30 januari 2008 werden de termijnen om conclusies te nemen vastgelegd. De verweerster kon conclusies neerleggen tegen uiterlijk 29 februari 2008 en 25 april
- De verweerster legde conclusies neer op 29 februari 2008, 26 maart 2008 en 28 april
- Verwijzend naar die derde conclusie, buiten de termijn neergelegd, verklaarde verweerster, bij monde van haar raadsman, die conclusies uit de debatten te laten verwijderen.
- Korte schets van de feiten en het standpunt van de partiien. Ingevolge een bestelling van een van haar klanten, de firma Pelletey, heeft de verweerster op 13 september verpakkingsmaterialen besteld bij de eiseres. Als leveringsdatum werd daarbij vermeld: 9 oktober
- De eiseres heeft die goederen gefactureerd op 19 september 2006 (facturen nr. 12.382 en nr. 12.383). Op die facturen is er verwezen naar leveringsnota's die zouden dateren van 15 september
- Geen van de partijen legt die leveringsnota's evenwel voor. De verweerster heeft die goederen en de desbetreffende twee facturen aanvaard. Begin oktober 2006 werd de firma Pelletey onder "redressement judiciaire" geplaatst. Op 14 december 2006 heeft de verweerster een wissel geaccepteerd voor de som van euro 8.342,80 verwijzend naar die twee facturen nr. 12.382 en nr. 12.
- Op de vervaldag bleef die wissel onbetaald. Ingevolge de aangetekende ingebrekestelling van 24 september 2007 van de eiseres heeft de raadsman van de verweerster op 26 oktober 2007 laten weten dat de bestelling destijds geannuleerd werd wegens laattijdigheid. De raadsman van de eiseres heeft de inhoud van dat protest op 6 november 2007 betwist. * * * Het standpunt van de verweerster komt er op neer dat zij niet gehouden is de facturen van de eiseres te betalen omdat deze laatste wanprestatie pleegde door de bestelde goederen laattijdig te leveren. De aanvaarding van de facturen opgesteld voor de bestelling zou geen enkele invloed hebben, nu deze factuur de levering voorafging. 3.Beoordeling. Het gaat terzake om een internationale verkoopovereenkomst van roerende goederen, zodat het Weens Koopverdrag van toepassing is. Art 24 van de EEX-Vo bepaalt dat buiten de gevallen waarin zijn bevoegdheid voortvloeit uit andere bepalingen van die verordening, het gerecht van een lidstaat waarvoor de verweerder verschijnt, bevoegd is, tenzij die verschijning enkel tot doel heeft de bevoegdheid te betwisten en voor zover en geen ander gerecht bestaat dat bij uitsluiting bevoegd is. De verweerster is in voorliggende betwisting voor deze rechtbank verschenen en heeft de rechtsmacht ervan niet betwist in de geldig door haar neergelegde besluiten. Uit niets blijkt dat een ander gerecht uitsluitend bevoegd is op grond van de EEX-Vo, zodat de rechtbank rechtsmacht heeft om over deze zaak te oordelen en materieel en territoriaal terzake bevoegdheid heeft. * * * Waar de verweerster de niet ontvankelijkheid van de vordering opwerpt zonder enig element daaromtrent aan te voeren en de rechtbank geen middelen ontwaart daartoe ambtshalve op te werpen, wordt dit verweer als een stijlformule ter zijde geschoven. Geen van de partijen toont aan dat de levering van de goederen bij de verweerster plaats greep na 9 oktober 2006, de leveringsdatum door de verweerster bedongen op de bestelbon. De eiseres betwist dat de verweerster het order op 11 oktober 2006 heeft geannuleerd. De verweerster legt wel een brief in die zin voor, gedateerd op 11 oktober 2006, doch zij bewijst niet dat de inhoud van die brief ooit aan de eiseres werd overgemaakt. Bij de ontvangst van de goederen heeft de verweerster niet geweigerd deze in ontvangst te nemen, wat niet strookt met haar bewering dat zij het order voorafgaand aan de levering of ooit zou hebben geannuleerd. Op 14 december 2006 heeft de verweerster daarenboven een wissel geaccepteerd met de verwijzing naar de twee bewuste facturen nr. 12.382 en nr. 12.383, wat impliceert dat de verweerster het eens was met het feit dat zij nog haar betalingsplicht diende na te komen. De aanvaarding van de beweerdelijk laattijdige levering en het accepteren van de voormelde wissel impliceert ongetwijfeld dat de verweerster met die levering toen, zelfs al was ze laattijdig, hoe dan ook akkoord ging en dat de datum van de levering zich dient te situeren vooraleer de wissel werd geaccepteerd. Het stuk 4 van het bundel van de verweerster, een kopie van een blijkbaar door haar bijgehouden kalender, waar als leveringsdatum 26 oktober 2006 genoteerd staat, bevestigt wat voorafgaat. Welnu. overeenkomstig art. 49, 2). a) van het Weens koopverdrag kan een koper de overeenkomst niet meer ontbonden verklaren, indien de verkoper de goederen heeft afgeleverd. tenzij de ontbindend verklaring gebeurt wegens te late levering en dit binnen een redelijke termijn nadat de koper vaststelde dat de aflevering heeft plaatsgevonden. In de voorliggende zaak oordeelt de rechtbank dat er nog steeds geen ontbindend verklaring van de overeenkomst voorligt. Indien de eerste besluiten van de verweerster, opgesteld op 29 februari 2008, als ontbindend verklaring zouden kunnen aanvaard worden, doordat de verweerster aanhaalt wat volgt: "Er is veel te laat geleverd, de verbintenis werd niet vervuld en de betalingsverbintenis moet dan ook niet worden uitgevoerd", oordeelt de rechtbank vervolgens dat die verklaring niet binnen een redelijke termijn na de vaststelling van de levering, dit is voorafgaand aan de ondertekening van de wisselbrief, werd geformuleerd, zodat de verweerster niet meer gerechtigd is de ontbinding van de overeenkomst wegens laattijdige levering in te roepen. Voor het overige voert de verweerster geen verweer, ook niet wat betreft de toepassing van de rentevoet en het verhogingsbeding, zodat de vordering van de eiseres gegrond wordt verklaard. * * * Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft. waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan. OP DEZE GRONDEN. DE RECHTBANK, alle andere besluiten afwijzend als niet dienend, Rechtsprekend op tegenspraak; Verklaart de vordering toelaatbaar en gegrond: Veroordeelt de verweerster om aan de eiseres te betalen de som van tienduizend tweehonderd vijftig euro en vierenzestig cent ( euro 10.250,64) te vermeerderen met de moratoire rente aan 11,50 % op euro 8.259,90 vanaf 30 november 2006, de vervaldata der facturen. tot aan de volledige betaling, de gerechtelijke rente aan de wettelijke rentevoet zoals vastgelegd in burgerlijke en handelszaken buiten de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand in handelstransacties, op euro 825,99 vanaf 7 november 2007 tot de volledige betaling; Verwijst de verweerster gedaagde in de kosten van het geding, tot heden aan de zijde van de eiseres begroot op euro 475,54 kosten dagvaarding + inschrijving op de rol + euro 1.100,00 rechtsplegingsvergoeding en de eventuele uitvoeringskosten; Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling; Aldus het vonnis gewezen door de vijfde kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, samengesteld als volgt: L. Vandenbroucke, Ondervoorzitter, voorzitter van de kamer, J. Vanbiervliet. rechter in handelszaken, F. Desmet. rechter in handelszaken, en uitgesproken in het gerechtsgebouw 11te Kortrijk in de buitengewone openbare \terechtzitting op donderdag, tien juli tweeduizend en acht door de voorzitter van de kamer, bijgestaan door de griffier J. Vanleeuwen. J. Vanleeuwen F. Desmet J. Vanbiervliet L. Vandenbroucke. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div