id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 13 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2008:JUG.20081113.6 Rolnummer: 08-1073 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-07-19 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-07-02 18:18 Fiche Een advocaat die voor een rechtscollege een proceshandeling verricht en die verklaart op te treden namens een rechtspersoon die behoorlijk is geïdentificeerd wordt wettelijk vermoed daartoe een regelmatige lastgeving te hebben ontvangen - Dit is een vermoeden juris tantum - Eiser die zelf zaakvoerder is , is geen derde - het vermoeden van volmacht van de raadsman kan in dit geval niet ingeroepen worden omdat de beslissing in het college van zaakvoerders niet rechtsgeldig werd genomen vermits de statuten voorzien in een collegiaal optreden van de zaakvoerders. Geen verstek - heropening debatten ten einde zich rechtsgeldig te laten vertegenwoordigen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsvordering - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BALIE - Algemeen (balie) Vrije woorden: verschijning vennootschap bij advocaat - mandaat ad litem Tekst van de beslissing A/08/01073 - IN DE ZAAK VAN: D.S.J. t e g e n: Bvba N. In deze zaak, in beraad gehouden, heeft de Rechtbank het volgende vonnis verleend.
- De procedure De betwisting werd ingeleid bij dagvaarding, die aan verweerster werd betekend bij geregistreerd exploot van dagvaarding van gerechtsdeurwaarder Antoine DE TROYER te Aalst, gedagtekend 21.04.
- Op de zitting van 16.10.2008 werden de partijen gehoord in hun middelen en besluiten. Voor het opstellen van alle akten van rechtspleging werd de wet van 15.06.1935 toegepast.
- Voorwerp van de vorderingen : Eiser vordert (nadat de Rechtbank voorafgaandelijk zou hebben vastgesteld dat verweerster niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd bij gebreke aan mandaat) de nietigverklaring wegens schending van art. 64, 2° en 3° Venn. W. van de beslissing van de bijzondere algemene vergadering van verweerster dd. 7 november 2007 tot benoeming van 2 bijkomende zaakvoerders ; voorts vraagt eiser gemachtigd te worden om alle handelingen te stellen teneinde de beslissing tot nietigverklaring tegenstelbaar te maken, o.a. door publicatie in het Belgisch Staatsblad ; verder vordert eiser aan verweerster het verbod te horen opleggen om op enigerlei wijze zijn rechten te miskennen onder verbeurte van een dwangsom van euro 10.000 per vastgestelde inbreuk op voormeld verbod ; eiser vordert tenslotte de veroordeling van verweerster tot de kosten van het geding en de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van het kantonnement (zie dagvaarding inzake de eis tot uitvoerbaarheid bij voorraad). Verweerster vordert de veroordeling van eiser tot betaling van een bedrag van euro 1,00 provisionele schadevergoeding en alvorens verder recht te doen, een deskundigenonderzoek te gelasten (opdracht omschreven op blz. 18 van de syntheseconclusies van verweerster) ; zij vordert tevens de veroordeling van eiser tot de kosten van het geding.
- Samenvatting van de standpunten van partijen De stelling van eiser : -- verweerster is niet rechtsgeldig vertegenwoordigd -- het besluit van de algemene vergadering van verweerster dd. 7 november 2007 moet worden vernietigd wegens talrijke onregelmatigheden -- de "benoeming van aanvullende zaakvoerders" werd als agendapunt opzettelijk weggelaten -- er was niet de minste aanleiding om af te wijken van het verbod om buiten de agenda besluiten te nemen -- minstens is er sprake van misbruik van bevoegdheid en hebben de meerderheidsaandeelhouders het vennootschapsbelang miskend De stelling van verweerster : -- haar raadsman geniet van het vermoeden van volmacht en bovendien legt zij een ondertekende opdracht (mandaat ad litem) voor -- het besluit om 2 bijkomende zaakvoerders te benoemen was een weloverwogen aanstondse beslissing, genomen per incident buiten de agenda -- er werd voor geopteerd om eiser niet te ontslaan -- eiser handelt tegen het vennootschapsbelang en er kan niet worden geduld dat hij zou meestemmen of meebeslissen over de verdediging in onderhavige procedure -- de 2 aanvullende zaakvoerders (naast eiser) dragen de meerderheidsaandeelhouder in zich -- eiser heeft tal van fouten gepleegd bij het beheer/bestuur van de vennootschap (valse verbintenissen in de jaarrekening, ....) -- eiser voert een chantagepolitiek -- de beslissing buiten de agenda draagt geen bedrieglijk opzet of inzicht in zich en het vennootschapsbelang vereiste dat de bewuste beslissing aanstonds werd genomen -- eiser heeft impliciet ingestemd met het litigieuze besluit, door 5 maand te wachten alvorens te procederen ; eiser zorgt bovendien voor een instabiele situatie binnen de vennootschap -- er werd louter gehandeld vanuit het vennootschapsbelang -- er is een deskundig onderzoek nodig naar de boekhouding en naar eventuele fouten begaan door eiser als zaakvoerder van de vennootschap
- Beoordeling. 4.
- Preliminair werpt eiser op dat verweerster niet rechtsgeldig vertegenwoordigd wordt bij gebreke aan mandaat, zodat alle namens verweerster gestelde proceshandelingen op grond van art. 848 Ger. W. van onwaarde dienen verklaard te worden (waarmee eiser verwijst naar de regels inzake ontkentenis van proceshandeling). 4.
- Verweerster repliceert o.a. dat het optreden in rechte niets te zien heeft met de interne keuken (art. 21 van de statuten) doch wel met de vertegenwoordigingsbevoegdheid conform art. 22 van de statuten, dat eiser onmogelijk van 2 walletjes kan eten (d.w.z. enerzijds vorderen tegen de vennootschap en anderzijds beslissen namens de vennootschap), dat haar raadsman geniet van het vermoeden van volmacht en eiser niet slaagt in het tegenbewijs (dat er geen rechtsgeldige volmacht bestaat, zeker gezien de bewuste volmacht als stuk 8 wordt voorgelegd). 4.
- Inzake het vermoeden van volmacht van de advocaat herinnert de Rechtbank aan volgende beginselen. Er bestaat inderdaad een algemeen principe dat een advocaat geniet van een vermoeden van volmacht en de wettelijke neerslag van dit principe is terug te vinden in artikel 440 Ger. Wb. ; voornoemd artikel stelt in zijn tweede lid : " De advocaat verschijnt als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving vereist ". Uit het tweede lid van artikel 440 Ger. Wb. dient noodzakelijkerwijze te worden afgeleid dat de advocaat geacht wordt door de partij namens wie hij optreedt daarvoor te zijn gemachtigd zonder daarvoor het bewijs te moeten leveren. (Grondwettelijk Hof, 23 april 1998, arrest nr. 42/98, R.W., 1998-99, 250) Een advocaat die voor een rechtscollege een proceshandeling verricht en die verklaart op te treden namens een rechtspersoon die behoorlijk is geïdentificeerd wordt wettelijk vermoed daartoe een regelmatige lastgeving te hebben ontvangen : het betreft hier vaststaande rechtspraak en rechtsleer (Cass., 9 februari 1978, R.W. 1977-78, 31 ; Cass., 17 april 1997, T.R.V., 1998, 516 ; Brussel, 28 januari 1999, J.L.M.B., 2000, 688) De advocaat wordt vermoed geldig belast te zijn met de verdediging van de belangen van de rechtspersoon, zonder dat hij in beginsel moet toelichten op welke wijze hij werd aangesteld. (VANANROYE, J., Proceshandelingen qualitate qua, de bevoegdheid van de advocaat en de vertegenwoordiging van de rechtspersoon, noot onder Cass., 17 april 1997, T.R.V. 1998, 521) Het volstaat overigens dat de advocaat zich manifesteert als houder der stukken : het bewijs van het mandaat van de advocaat blijkt door zijn optreden zelf of door zijn verklaring dat hij die opdracht heeft. (TILLEMAN, B., 'Lastgeving in de recente rechtspraak', in : Themis - Vormingsonderdeel bijzondere overeenkomsten, Deel 14, Die Keure, 2002-2003, 80, nr. 13) De doorwerking van art. 440 Ger. Wb. geldt in beginsel ook voor de interne besluitvorming. (DE BERSAQUES, G. en TILLEMAN, B., ‘Het optreden in rechte van rechtspersonen', in : X., Onderneming van publiek recht, Procesbevoegdheid van vennootschappen en verenigingen, (307-354),p. 329, nr. 29) Gezien voornoemd vermoeden van (rechtsgeldige) volmacht - mandaat ad litem - nemen rechtspraak en rechtsleer aan dat de partij die het mandaat in twijfel trekt de bewijslast draagt. (Rb. Gent, 5 mei 2000, T.G.R., 2001, 272 ; TILLEMAN, B., 'Lastgeving in de recente rechtspraak', in : Themis - Vormingsonderdeel bijzondere overeenkomsten, Deel 14, Die Keure, 2002-2003, 80, nr. 13) M.a.w. het vermoeden van volmacht geldt slechts juris tantum en is aldus weerlegbaar. In een recent gepubliceerd arrest van 9 januari 2007 (R.W., 2007-2008, 362) heeft het Hof van Cassatie de weerlegbaarheid van voornoemd vermoeden van regelmatige lastgeving vanwege het bevoegde vennootschapsorgaan nog eens duidelijk bevestigd door te overwegen dat een partij vermag dit vermoeden te weerleggen, mits hij aannemelijk maakt dat de beslissing om een akte van rechtspleging te verrichten niet goedgekeurd is door de organen van de rechtspersoon. 4.
- Feit is echter dat eiser, naar het oordeel van de Rechtbank, niet als een "derde" is te aanzien, gezien hij deel uitmaakt van het collegiale bestuursorgaan (college van zaakvoerders) en aldus in beginsel zelf deelachtig is/moet zijn aan de lastgeving vanwege de vennootschap aan de advocaat, nu dergelijke bevoegdheid tot het aanstellen van een raadsman toekomt aan het orgaan van bestuur. Men kan dus niet stellen dat eiser een derde is ten aanzien van wie de overeenkomst (van lastgeving aan de advocaat) zich als rechtsfeit opdringt en die het bestaan ervan moet erkennen. (DE PAGE, H., Traité elémentaire de droit civil belge, nr. 749 ; VERHEYDEN-JEANMART, N., Droit de la preuve, Brussel, Larcier, 1991, nr. 405) In casu dringen de statuten van de vennootschap zich op als "wet" aan de partijen : conform art. 21 van deze statuten vormen de 3 actuele zaakvoerders (eiser is nog steeds in functie) een college, dat handelt zoals een raadsvergadering ; voorts geldt dat een bijzondere volmacht aan een derde aangestelde van de vennootschap (zoals het procesmandaat) gezamenlijk moet gegeven worden : precies hier knelt het schoentje ... Inzake personenvennootschappen, met inbegrip van de BVBA, wordt algemeen gesteld dat de zaakvoerders op het niveau van het interne bestuur in beginsel individueel handelen, tenzij de statuten in een afwijkende regel hebben voorzien (B. Tilleman, Bestuur van vennootschappen, Biblo, 1996, nr. 788) : dit laatste is in casu evenwel duidelijk het geval, zo blijkt uit art. 21 van de statuten van verweerster. Men heeft dus geopteerd voor een collectieve i.p.v. individuele (bestuurs)bevoegdheid van de zaakvoerders. Het door verweerster neergelegde stuk 28 voldoet niet aan de vereisten, zoals verwoord in de statuten van verweerster (art. 21), nu de handtekening van 1 van de 3 zaakvoerders - met name deze van eiser - ontbreekt (hetgeen trouwens ook niet wordt betwist). Het vermoeden van (rechtsgeldige) volmacht van de raadsman die optreedt namens verweerster kan dan ook niet dienstig worden ingeroepen door verweerster. Treedt de rechtspersoon op door middel van een advocaat, dan zal de tegenpartij de geldigheid van de opdracht van de advocaat succesvol kunnen betwisten indien zij kan bewijzen dat de organen, waarvan men weet dat zij de opdracht hebben gegeven, ongeldig zijn samengesteld Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div