id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Beschikking van 24 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2008:ORD.20081124.8 Rolnummer: RK 49/08 Rechtsgebied: Financieel recht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-02 18:22 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BANK - EN KREDIETWEZEN - Bankverrichtingen - Documentair krediet Vrije woorden: kortgeding bankgarantie Tekst van de beslissing Nr. Rep. De voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, provincie West-Vlaanderen, zitting houdend in kort geding, rechtsprekend : In de zaak nr. 49/2008 R.K. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B-CONSTRUCT, met vennootschapszetel te 8630 Veurne, Handelstraat 3, Industriezone I ; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder nummer 0885.488.254; eiseres, hebbende als raadsman en pleitend meester Rik Ascrawat, advocaat te 8630 Veurne, Kaaiplaats 10; tegen :
- De naamloze vennootschap ACORI TRADE, met vennootschapszetel te 3545 Halen, Diestersteenweg 36 ; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder nummer 0893.551.330; eerste verweerster, hebbende als raadsman en pleitend meester Ward Robben, advocaat te 3540 Herk-De-Stad, Hasseltsesteenweg
- De naamloze vennootschap ING BELGIE, met vennootschapszetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 24 en met bijkomende uitbatingszetel te 8500 Kortrijk, Grote Markt 50 ; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder nummer 0403.200.393; tweede verweerster, hebbende als raadsman meester Jean- Pierre Buyle en pleitend meester Magdalena Geerts, beiden advocaat te 1050 Brussel, Louizalaan
- Wij hebben de partijen gehoord in openbare zitting en hebben kennis genomen van hun middelen en conclusies en van de door hen overgelegde stukken. Toepassing werd gemaakt van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. VOORWERP VAN DE VORDERING Volgens proces-verbaal van vrijwillige verschijning van 17 november 2008 hebben de partijen zich met een geschil bij ons aangemeld, waarbij de eiseres vordert te zeggen voor recht dat de tweede verweerster de bankwaarborg nummer 80-708676 niet mag vrijgeven t.b.v. 80.586,96 euro ten voordele van de eerste verweerster, op straffe van een dwangsom van 100.000 euro. De eiseres zet uiteen dat zij met de eerste verweerster een contract heeft aangegaan voor de levering van gegalvaniseerde staalstructuren; ten gunste van de eerste verweerster werd voor de betaling van de prijs een 100 % bankgarantie voorzien. Volgens de eiseres doet de eerste verweerster ten onrechte beroep op de garantie, vermits niet aan de formele voorwaarden voldaan is. De eerste verweerster legt immers geen ondertekende afleveringsbon voor. De eerste verweerster betwist de stellingname van de eiseres en wijst er op dat de laatstgenoemde de vervoerdocumenten heeft afgetekend, dewelke in combinatie met de packing list van de 3 containers, de aflevering der goederen bewijzen. De tweede verweerster wijst op het abstract karakter en het strikt formalisme van de door haar verleende bankgarantie. Volgens de bepalingen van het documentair krediet diende een ondertekende afleveringsbon te worden voorgelegd, wat niet het geval was, zodat de afroep van de garantie niet conform de voorwaarden van de garantiebrief is gebeurd. De kosten kunnen alleszins niet ten haren laste gelegd worden, nu zij vreemd is aan het onderliggend commercieel geschil tussen de eiseres en haar medecontractant. BEOORDELING
- Luidens art. 9 Ger.W. wordt de volstrekte bevoegdheid of de rechtsmacht bepaald naar het onderwerp, de waarde en in voorkomend geval het spoedeisend karakter van de vordering of de hoedanigheid van de partijen. Luidens art. 584 Ger.W. doet de voorzitter van de rechtbank van koophandel, in aangelegenheden die tot de bevoegdheid van die rechtbank behoren, bij voorraad uitspraak in zaken die hij spoedeisend acht. De urgentie is m.a.w. zowel een bevoegdheidsvereiste als een gegrondheidsvereiste. Als bevoegdheidsvereiste, meer bepaald als voorwaarde voor de rechtsmacht van de voorzitter in kort geding (cf. art. 9 Ger.W.), houdt de urgentie in dat de eisende partij in de gedinginleidende akte omstandigheden moet aanvoeren waaruit kan worden afgeleid dat de zaak spoedeisend is of waarvan wordt gesteld dat ze een spoedig ingrijpen vereisen. In casu voert de eiseres uitdrukkelijk de hoogdringendheid aan in het proces-verbaal van vrijwillige verschijning ; er is derhalve voldaan aan de urgentie als bevoegdheidsvoorwaarde. Wij nemen ten dezen ook aan dat voldaan is aan de urgentie als gegrondheidsvoorwaarde. Immers, de eiseres dreigt schade te lijden wanneer de tweede verweerster overgaat tot de betaling, voor haar rekening, van een bedrag dat volgens haar ten onrechte wordt opgevorderd door de eerste verweerster, de begunstigde van de bankgarantie (vgl. C. Dehouck, Documentair krediet, die Keure, 2007, nr. 1095).
- De verbintenis van de tweede verweerster die de bewuste betalingsgarantie heeft verleend, heeft een autonoom en abstract karakter. Uitdrukkelijk is voorzien dat de eerste verweerster de betaling zal kunnen vragen "onafhankelijk van de geldigheid of de juridische gevolgen van (het) contract" tussen de eiseres en de eerste verweerster "en zonder enige excepties of tegenwerpingen uit hoofde van dit contract te laten gelden". Betwistingen omtrent de correcte uitvoering van de onderliggende overeenkomst, moeten dus tussen de eiseres en de eerste verweerster onderling worden opgelost ; de bank is hieraan in principe vreemd. In zoverre de eiseres en de eerste verweerster dienaangaande in conclusies discussie voeren, gaat zulks niet alleen de vraag naar het al dan niet terechte beroep op de garantie te buiten, maar ook de grenzen van het kort geding. Enkel moet de bank nagaan indien de voorwaarden vervuld zijn die voor de uitvoering van de garantie bedongen zijn. Dienaangaande vermeldt de bankgarantie d.d. 5 februari 2008 dat er twee onderscheiden mogelijkheden zijn om de uitvoering van de betaling te bekomen. Enkel de eerste mogelijkheid is relevant in het kader van onderhavige betwisting en luidt als volgt : "De betaling zal worden uitgevoerd na het ontvangen van een schriftelijk verzoek tot betaling door Acori Trade NV, waarin wordt verklaard dat aan B-Construct de goederen werden geleverd conform met de termen van bovenvermeld contract, en geen betaling gebeurde van het bedrag dat Acori Trade NV krachtens deze waarborg vordert, dit alles aangevuld met ofwel een kopie van de door B-Construct BVBA ondertekende afleveringsbon ofwel een vaststelling door een gerechtsdeurwaarder dat de door Acori Trade NV aangeboden goederen niet in ontvangst werden genomen door B-Construct BVBA".
- Tussen de eiseres en de eerste verweerster bestaat geen betwisting dat de eerste verweerster per brief van 30 september 2008 een schriftelijk verzoek tot betaling aan de tweede verweerster heeft gedaan, met de voorziene verklaring dat de goederen conform werden geleverd en dat geen betaling gebeurde door de eiseres. Tussen de partijen bestaat wél betwisting nopens het stuk dat ter aanvulling van die verklaringen diende voorgelegd te worden. De eiseres meent dat er geen door haar ondertekende afleveringsbon voorhanden is, terwijl de eerste verweerster meent dat de door de eiseres afgetekende CMR-vervoerdocumenten, tesamen met de packing list, als zodanig gelden. De tweede verweerster meende aanvankelijk dat aan de formele, documentaire vereiste voldaan was. In haar brief d.d. 17 oktober 2008 aan de eiseres schreef de bank dat met de brief van 30 september 2008 van de eerste verweerster "een geldig beroep" gedaan werd op de bewuste waarborg, en werd de betaling aangekondigd "tegen 22 oktober 2008" (bundel eiseres, stuk nr. 9). Uit een e-mail van de bank aan de eerste verweerster blijkt impliciet dat de juristen van de bank hiervoor hun goedkeuring of instemming hadden gegeven (bundel eerste verweerster, stuk nr. 7). Na protest vanwege de eiseres, heeft de bank het geweer van schouder veranderd. Met niet- vertrouwelijke brief d.d. 29 oktober 2008 van haar raadsman, liet de bank weten dat de waarborg niet zou worden vrijgegeven, met volgende redengeving : "Op het eerste zicht heeft NV ACORI TRADE voormelde waarborg ten onrechte opeisbaar gesteld, aangezien niet voldaan is aan de formele voorwaarden daartoe. Zo werd geen door BVBA B-CONSTRUCT ondertekende afleveringsbon geproduceerd, waaruit moet blijken dat BVBA B-CONSTRUCT de goederen conform de bestelling ontvangen heeft" (bundel eiseres, stuk nr. 14).
- Inzake documentaire garantie geldt enerzijds het principe van de strikte conformiteit, als tegengewicht voor het onafhankelijk karakter van de bankgarantie, maar anderzijds is er ook nood aan een redelijke invulling van het principe van de strikte conformiteit, opdat de documentaire garantie zou kunnen blijven functioneren als efficiënt betalingsmiddel in het handelsverkeer (vgl. C. Dehouck, o.c., nrs. 768 e.v, nrs. 774 e.v., nrs. 853 en 856). Het abstract karakter van een onherroepelijke bankgarantie belet niet dat voor de uitlegging van de voorwaarden waaronder de bankgarantie opeisbaar is, men zich moet richten naar de strekking van de voorwaarden en naar wat de partijen hiermee bedoeld hebben, veeleer dan zich aan de letterlijke betekenis van de woorden te houden (arrest Hof van Beroep Gent, 7de kamer, d.d. 3 december 2007 in de samengevoegde zaken 2005/AR/2510 van GIMV e.a. t/ ING België e.a. en 2006/AR/30 van KBC Bank t/ GIMV e.a.).
- Wij dienen dus, binnen de perken van het kort geding, te oordelen indien de eerste verweerster al dan niet ten onrechte beroep doet op de bankgarantie. De discussie is daarbij beperkt tot de vraag indien prima facie de ondertekende vervoerdocumenten, in combinatie met de packing list, beantwoorden aan het vereiste van een "door B-Construct BVBA ondertekende afleveringsbon". In casu dienen wij daarop bevestigend te antwoorden. Uit de termen van de bankgarantie blijkt dat deze werd voorzien als autonome waarborg voor de betaling, door de eiseres, van de overeengekomen prijs van de door de eerste verweerster geleverde goederen, van zodra deze materieel werden afgeleverd. Dat de goederen geleverd werden, wordt in casu zelfs niet betwist door de eiseres. De discussie ten gronde nopens de beweerde niet-conformiteit bevestigt dit feitelijk gegeven. De eiseres heeft drie CMR-vervoerdocumenten (vrachtbrieven) als geadresseerde ondertekend. Het betrof 3 containers, met welbepaalde identificatie en inhoud, dewelke in combinatie met de packing-list van die 3 containers, beantwoorden aan de naderhand door de eerste verweerster uitgeschreven factuur, die niet betaald werd en waarvoor de bankgarantie wordt ingeroepen. Uit de door de eiseres afgetekende vervoerdocumenten blijkt dat de goederen ter plaatse bij de eiseres werden gelost en uitgeladen, wat ettelijke uren in beslag genomen heeft. Het wordt niet betwist dat de lege containers dan terug werden meegenomen door de vervoerder. In het Belgisch recht bestaat er geen specifiek document genaamd "afleveringsbon" dat wettelijk gedefinieerd is. De term "afleveringsbon" moet derhalve in zijn gewone betekenis worden gebruikt. Het gaat om een document dat niet aan specifieke vormvereisten onderworpen is en dat opgesteld wordt n.a.v. het materieel feit van de levering (van goederen of van diensten); het gaat er meer bepaald om de bevrijding te bewijzen van de leverancier aan diens verbintenis om te leveren. In casu is er geen beletsel om de 3 door de eiseres afgetekende CMR-vrachtbrieven, in combinatie met de packing list, te beschouwen als het door de bankgarantie vereiste bewijs dat de verbintenis tot aflevering van de bewuste goederen door de eerste verweerster werd nagekomen. Dit klemt des te meer nu de eerste verweerster, als alternatief voor een "ondertekende afleveringsbon", zich ook kon beroepen op een "vaststelling door een gerechtsdeurwaarder dat de door Acori Trade NV aangeboden goederen niet in ontvangst werden genomen door B-Construct BVBA". M.a.w. indien de eiseres, om welke reden dan ook (vermits er dienaangaande geen enkele specificatie bedongen werd in de bankgarantie), de levering zou geweigerd hebben, dan kon de eerste verweerster toch beroep doen op de bankgarantie, enkel mits de weigering van in ontvangstname door een gerechtsdeurwaarder te laten vaststellen ... OM DEZE REDENEN, Wij, Paul Deseyne, voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, provincie West-Vlaanderen, bijgestaan door de griffier Nathalie Bostoen; Alle andere conclusies afwijzend als niet dienend; Wijzende op tegenspraak; Verklaren ons bevoegd en de vordering ontvankelijk doch ongegrond; Veroordelen de eiseres tot de kosten van het geding, deze gevallen aan de zijde van de eerste verweerster en van de tweede verweerster, telkens en afzonderlijk, begroot op 1.200,00 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus deze beschikking, verleend in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting in kort geding op maandag VIERENTWINTING NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT. Aanwezig: Paul Deseyne, voorzitter, Nathalie Bostoen, griffier. N. Bostoen P. Deseyne Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div