← België

ECLI:BE:ORGNT:2008:RECO.20080519.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Aanbeveling van 19 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2008:RECO.20080519.12 Rolnummer: Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2010-09-01 Raadplegingen: 513 - laatst gezien 2026-07-03 14:20 Fiche De fout die een orgaan van een vennootschap begaat bij de besprekingen die tot een overeenkomst hebben geleid, brengt de aansprakelijkheid van de rechtspersoon in het gedrang maar sluit de persoonlijke aansprakelijkheid van dat orgaan niet uit, beide aansprakelijkheden bestaan gelijktijdig naast elkaar . Een voorzichtig en redelijk handelend vereffenaar geconfronteerd met een vordering in faillissement zou volgens de rechtbank, niet verder het onroerend goed te koop hebben aangeboden en minstens gewacht hebben om een bod van een liefhebber te aanvaarden tot er meer duidelijkheid zou zijn geweest omtrent het lot van de NV in vereffening. In die zin verwijt de koper terecht de vereffenaar dat met het ondertekenen van het compromis niet werd gewacht, minstens tot na de inleidende zitting waarop de vordering in faillissement zou worden behandeld. De voorzichtige vereffenaar moest in elk geval rekening houden met mogelijk ongelijk en oog hebben voor de belangen van derden die met hem handelen. Een redelijk handelend vereffenaar, wacht en stelt het ondertekenen van de compromis uit tot de juridische onzekerheid over het al dan niet faillissement verdwenen is. Dit alles klemt des te meer nu het zeker is dat een daling van de prijs van het onroerend goed normaal gezien niet te vrezen viel. De aansprakelijkheid van de vereffenaars op grond van artikel 1382 B.W. dient individueel beoordeeld. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Vennootschappen - Algemene beginselen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Bepalingen gemeen aan alle vennootschappen - Einde HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Naamloze vennootschap - Bestuur - Aansprakelijkheid Vrije woorden: Vennootschap -aansprakelijkheid van de vereffenaar - ontvangen van een voorschot bij een onderhandse verkoop van een onroerend goed kort voor het faillissement van de vennootschap Tekst van de beslissing A.R. 2938/2005 IN DE ZAAK VAN: NV VRD M., met maatschappelijke zetel gevestigd te ............... Eiseres, vertegenwoordigd door meester I. Van Den Bossche loco meester Dirk Noels, advocaat te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 196,- Tegen

  1. Meester L.D., advocaat te ..., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de NV I. B. IN VEREFFENING, met maatschappelijke zetel gevestigd te ........................, hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde dd. 12.02.2001, eerste verweerder q.q., verschijnende door Mter. M. Schoenmaekers voor cur.qq. voormeld;-
  2. Meester D.D.C., advocaat te ..........., in haar hoedanigheid van curator over het faillissement van de NV I.B. IN VEREFFENING, met maatschappelijke zetel gevestigd te ................, hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde dd. 12.02.2001, tweede verweerster q.q., verschijnende door Mter. M. Schoenmaekers voor cur.qq.
  3. Meester H.V.D., advocaat te.........., in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de NV I.B. IN VEREFFENING, met maatschappelijke zetel gevestigd te .............. derde verweerder, vertegenwoordigd door meester E. Van Malderen loco Mter. Dirk De Maeseneer, advocaat te 1050 Brussel, Waterloosesteenweg 412 F,-
  4. De heer A.D.M., accountant, te .............., in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de NV I.B. IN VEREFFENING, met maatschappelijke zetel gevestigd te ..............................., vierde verweerder, vertegenwoordigd door meester E. Van Malderen loco meester Dirk De Maeseneer, advocaat te 1050 Brussel, Waterloosesteenweg 412 F,-
  5. De heer P.B., notaris, met burelen gevestigd te ......................en wonende te ................, vijfde verweerder, vertegenwoordigd door meester Steenhout Pierre loco meester Els De Groote, advocaat te 9000 Gent, Casinoplein 19,-
  6. BVBA NOTARIS P.B., burgerlijke vennootschap met handelsvorm, met maatschappelijke zetel gevestigd te ...................., zesde verweerster, vertegenwoordigd door meester Steenhout Pierre loco meester Els De Groote, advocaat te 9000 Gent, Casinoplein 19,-
  7. De heer P.V., notaris, met burelen gevestigd te ........................, zevende verweerder, vertegenwoordigd door meester Steenhout Pierre loco meester Els De Groote, advocaat te 9000 Gent, Casinoplein 19,- 8 Meester H.V.D., advocaat te .................., in in persoonlijke naam , vertegenwoordigd door meester E. Van Malderen loco Mter. Dirk De Maeseneer, advocaat te 1050 Brussel, Waterloosesteenweg 412 F,- Vrijwillig tussenkomende partij ;-
  8. De heer A.D.M., accountant, wonende ....................,in persoonlijke naam, vertegenwoordigd door meester E. Van Malderen loco meester Dirk De Maeseneer, advocaat te 1050 Brussel, Waterloosesteenweg 412 F,- Vrijwillig tussenkomende partij;- Gelet op het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde dd.10.06.2005 waarbij de zaak naar deze Rechtbank verzonden werd. Gelet op het tussenvonnis van deze Rechtbank dd. 27.12.2007 waarbij de persoonlijke verschijning van partijen werd bevolen. Gelet op het proces-verbaal van persoonlijke verschijning van partijen dd. 11.01.
  9. A.VOORWERP VAN DE VORDERING
  10. De eis ingeleid bij exploot d.d. 12 januari 2004 , zoals uitgebreid in conclusie dd. 28/09/2007 strekt ertoe verweerders solidair en in solidum, hoofdelijk, minstens de ene bij gebreke aan de andere, met dien verstande dat de betaling van één hunner bevrijdend zou zijn ten aanzien van alle anderen, te veroordelen, de 1 tot en met de 4de verweerders zowel in hun hoedanigheid van curator (1ste en 2de verweerder) dan wel vereffenaar (3de en 4de verweerder) als in eigen naam, om aan N.V. V. te betalen de som van 142.238,76 euro, meer de vergoedende intresten vanaf datum ingebrekestelling (30 mei 2001) tot datum van dagvaarding en de gerechtelijke intresten sindsdien tot de dag van betaling. Tevens 3de en 4de verweerders te horen bevelen conform artikel 877 Ger. W. tot overlegging van alle stukken betreffende het beheer van de door hen geïnde voorschotgelden op de vereffeningsrekening te verantwoorden, in het bijzonder betreffende de storting van deze gelden op hun persoonlijke rekening. Tevens 5de en 7de verweerders te horen bevelen conform artikel 992 Ger. W. om persoonlijk voor uw rechtbank te verschijnen, teneinde verduidelijking te geven betreffende het verloop van de bijeenkomst van 19 januari 2001 waarbij het voorschot werd overhandigd en de koopovereenkomst werd getekend. De verweerders solidair in solidum, hoofdelijk, minstens de ene bij gebrek aan de andere, te horen veroordelen tot betaling van de advocaatskosten ex aequo et bono bepaald op 7.500,00 euro. Verweerders te horen veroordelen tot de gedingskosten.
  11. Bij conclusie hebben de heer P.B., de BVBA P.B. en de heer P.V. een tussenvordering gesteld lastens de heren H.V.D. en A.D.M. en vorderen zij voor het geval de vordering tegen hen gegrond zou worden verklaard dat de heren H.V.D. en A.D.M.. hen zouden vrijwaren voor alle veroordelingen in hoofdsom, intresten en kosten die zij in deze zaak zouden kunnen oplopen.
  12. Bij conclusie dd. 10.04.2007 hebben de curatoren gevorderd de vordering, in de mate en voor zover lastens hen ingesteld, ontvankelijk doch als ongegrond te horen afwijzen. Voor recht te zeggen dat eiseres een schuldvordering heeft in het gewoon passief van het faillissement van N.V. I.B. in vereffening voor het bedrag van 74.368,06 Euro, zijnde het door haar betaalde en verloren voorschot. Indien de rechtbank van oordeel zou zijn dat tevens een schadevergoeding verschuldigd is in toepassing van art. 46 F.W., eveneens voor recht te zeggen dat eiseres deze vordering qua cijfers zal dienen te staven en alsdan een schuldvordering heeft in het gewoon passief van het faillissement van N.V. I.B. in vereffening. B.FEITEN - VOORWERP VAN DE BETWISTING
  13. Op 29 december 2000 besluit de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de NV I.B. om deze vennootschap vroegtijdig te ontbinden en in vereffening te stellen en om 3de en 4de verweerders tot haar vereffenaars te benoemen.
  14. Op 12 januari 2001 dagvaardden de curatoren van T.B. de NV I.B. in vereffening in faillissement tegen de zitting van 25/01/
  15. Op 19 januari 2001 sluit de NV V. met de NV I.B. in vereffening, vertegenwoordigd door haar vereffenaar, meester H.V.D., twee onderhandse koopovereenkomsten. Deze koopovereenkomsten betreffen enerzijds een villa met afhangen gelegen te ........... voor de prijs van 26.500.000 Bef (656.917,84 euro) en anderzijds een perceel grond gelegen te ............ voor de prijs van 1.000.000 Bef (24.789,35 euro). Deze overeenkomsten worden gesloten in aanwezigheid van notaris B. - notaris van de verkoper - en notaris V. - notaris van de koper. Over de omstandigheden van deze vergadering en de inhoud van de adviezen die aan NV V. al dan niet gegeven werden, verschillen de meningen.
  16. Bij het sluiten van de onderhandse koopovereenkomsten wordt op 19 januari 2001 door de koper aan de vereffenaar meester H.V.D. een voorschot betaald van 3.000.000 Bef.
  17. Op de zitting van 25/01/2001 verzetten de curatoren van Th.B. zich tegen enig uitstel. De vordering in faillissement wordt op deze zitting in beraad genomen en bij vonnis van 12 februari 2001 wordt het faillissement uitgesproken van NV I.B. in vereffening.
  18. N.V. B. tekende op 7 maart 2001 derdenverzet aan tegen het faillissementsvonnis.
  19. Tegen het faillissementsvonnis werd op 28 maart 2001 hoger beroep aangetekend door de N.V. Immo Busschaert in vereffening.
  20. Op 4 mei 2001 hebben de curatoren van NV I.B. in vereffening laten weten: - dat zij niet van plan waren om de bij akte d.d. 19 januari 2001 vastgestelde verkopen verder te zetten, onder verwijzing naar artikel 46 FW. zij een hoger bod ontvangen zouden hebben.
  21. Op 3 juni 2001 vorderen de curatoren op verzoekschrift bij de rechtbank van koophandel te Dendermonde de machtiging om de onroerende goederen te mogen verkopen tegen 28.500.000 Bef. In deze procedure komt eiseres vrijwillig tussen en betwist de machtiging. De rechtbank schorste dan haar uitspraak op tot dat het beroep tegen het faillissementsvonnis zal zijn beslecht.
  22. Bij vonnis van 26 september 2001 werd het derdenverzet ontvankelijk doch ongegrond verklaard.
  23. Op 30 oktober 2001 tekende de NV B. beroep aan tegen het vonnis dd. 26 september 2001 waarbij het derdenverzet werd afgewezen.
  24. Na voeging van de beroepen tegen het faillissementsvonnis en het vonnis afwijzing derdenverzet wordt bij arrest van het Hof van Beroep te Gent dd. 4 november 2002 het faillissementsvonnis bevestigd.
  25. Bij arrest van 16.02.2002 verleent het Hof van Beroep de curatoren de machtiging om de kwestieuze onroerende goederen te verkopen tegen de minimum prijs van 28.500.000 Bef. De eis in ontbinding van de onderhandse verkoopsovereenkomsten ingesteld door N.V. V. werd gegrond verklaard. Uiteindelijk worden de onroerende goederen door de curatoren aan een andere kandidaat koper dan eiseres verkocht.
  26. Op 23 februari 2003 heeft eiseres dan aangifte van schuldvordering gedaan voor een bedrag van 3.000.000 Bef.
  27. Eiseres is van oordeel dat de curatoren een quasi-delictuele fout begingen door: in de concrete omstandigheden van het geval, de gesloten koopovereenkomsten tussen eiseres en N.V. I.B. in vereffening niet te honoreren ; van in het begin te stellen dat zij bij een eventueel hoger bod het door eiseres betaalde voorschot niet in aanmerking zouden nemen.
  28. Eiseres stelt dat noch de vereffenaars noch de notarissen haar hebben ingelicht van het feit dat : op het ogenblik van het sluiten van de onderhandse overeenkomsten reeds een faillissementsvordering tegen de verkoper werd ingesteld, bij dagvaarding betekend op 12 januari 2001 ; zij niet werd ingelicht omtrent de gevolgen van een eventueel faillissement voor de uitvoering van de koopovereenkomsten en de gevolgen voor wat betreft het voorschot.
  29. Eiseres stelt dat de vereffenaar meester V.D. zich sterk maakte dat de commotie in de media rond het beleggingskantoor B. volledig los stond van de vereffening van N.V. I.B. Volgens eiseres drong de vereffenaar er expliciet op aan dat op 19 januari 2001 het voorschot aan hem zou overhandigd worden en dreigde hij ermee anders de verkoop niet te laten doorgaan. Eiseres stelt dat zij geen advies ontving om dit niet te doen. Eiseres is tevens van oordeel dat de vereffenaars ten persoonlijke titel aansprakelijk zijn. Eiseres wijst erop dat voorafgaandelijk de ondertekening van de verkoopscompromis op 19 januari 2001 de vereffenaars wisten dat er door dezelfde curatoren van de andere aan B. gelieerde bedrijven op 12 januari 2001 een dagvaarding in faillissement aan NV I.B. in vereffening was betekend. Het feit van deze dagvaarding in faillissement werd volgens eiseres door de vereffenaars niet medegedeeld. Eiseres beklaagt zich over het feit dat de vereffenaars de koopovereenkomst lieten doorgaan zonder haar in te lichten over de dagvaarding in faillissement.
  30. Ten aanzien van de curatoren stelt eiseres een onrechtmatig beroep op art. 46 van de faillissementswet en de weigering tot aanvaarding van het hoger bod met aanrekening van het voorschot.
  31. Ten aanzien van de vereffenaars stelt eiseres dat het bewijs geleverd is van onjuiste voorspiegelingen, onvolledige informatie, manifest onvoldoende afweging van de belangen van de betrokken partijen en een onzorgzaam handelen. Eiseres verwijst hiervoor naar de feiten van : zich te verzetten, met hand en tand, tegen de door een ieder voorgestelde rubricering het maken van verklaringen in verband met de vermeende ongegrondheid van de doorbraakplannen van de curatoren , de onderhouden contacten met de onderzoeksrechter... - het weigeren van een kort uitstel voor het ondertekenen van de compromis tot na de inleidingszitting van de falingsvordering het in deze omstandigheden doen uitgeven van een cheque te wachten tot de rekening van de cheque waarop de cheque getrokken is voldoende gespijsd is en dan het onmiddellijk innen van de cheque de gelden te transfereren, niet naar de derden rekening van de vereffenaar-advocaat maar wel naar de vereffeningsrekening deze gelden onmiddellijk en dan nog daags voor de inleidingszitting van de faillissementsvordering aan te wenden voor het doeleinde van het aan zich zelf uitbetalen van erelonen. Deze aansluitende reeks van onrechtmatigheden hebben er, volgens eiseres, toe geleid dat zij schade heeft geleden en zijn volgens eiseres een voorbeeld van quasi delictuele fout. Eiseres is van oordeel dat de vereffenaars aansprakelijk zijn, zowel op grond van artikel 192 Venn. Wet., oud artikel 186 en artikel 1371 en 1382 van het Burg. W.
  32. Ten aanzien van de notarissen stelt eiseres dat deze eveneens tekort gekomen zijn aan hun informatieverplichting. Volgens eiseres hadden zij minstens haar er op dienen te wijzen dat er ernstige risico's verbonden waren aan de transactie, rekeninghoudende met de dagvaarding in faillissement van NV I.B. in vereffening. Eiseres stelt dat de notarissen het voorschot hadden dienen te rubriceren in afwachting van de betaling van het saldo op de koopsom. Met betrekking tot de faillissementsvordering zijn, volgens eiseres, de notarissen eveneens tekort geschoten aan hun informatieverplichting. Eiseres is van oordeel dat zij voorafgaandelijk het ondertekenen van de onderhandse verkoopovereenkomsten een onderzoek hadden dienen te doen naar de toestand van de NV I.B. in vereffening. Minstens hadden zij de vereffenaars moeten ondervragen omtrent deze toestand. In elk geval staat, volgens eiseres, vast dat notaris B. zeer goed op de hoogte was van de werkelijke toestand.
  33. Alle verwerende partijen en tussenkomende partijen betwisten dat zij enige fout zouden hebben begaan. C.BEOORDELING. C.
  34. Ten aanzien van de curatoren
  35. De curatoren vorderen zelf de opname in het passief van de schuldvordering van eiseres uit hoofde van verloren voorschot en voorzover bewezen uit hoofde van schadevergoeding bij toepassing van art 46 F.W.
  36. Bij vonnis van 23.06.2003 inzake AR. 3087/2003 werd de schuldvordering van eiseres reeds in het gewoon passief van het faillissement I.B. N.V. in vereffening opgenomen voor 142.538,76 euro. Op dit punt hebben we geen rechtsmacht meer.
  37. In conclusie dd. 27/09/2007 stelt eiseres blijkbaar een vordering tegen de curatoren persoonlijk, terwijl zij in die hoedanigheid niet inzake gedagvaard zijn. Deze eis is niet ontvankelijk.
  38. In hun hoedanigheid van curator hebben de curatoren evenmin enige fout begaan. Door de in kracht van gewijsde gegane arresten van het Hof Van Beroep te Gent dd. 27/06/2002 en 16/12/2002 is komen vast te staan dat de curatoren terecht zich hebben beroepen op artikel 46 F.W. en de niet tegenstelbaarheid van de onderhandse verkoopsovereenkomst voor faillissement afgesloten . Uit dit volgt dat de curatoren evenmin een fout hebben begaan door de overeenkomst niet in aanmerking te nemen en geen fout hebben begaan door het voorschot niet in aanmerking te nemen bij het eventueel uitbrengen van een hoger bod op het onroerend goed na faillissement. Het feit dat de curatoren terugbetaling bekwamen van het ereloon dat de vereffenaars zich toekenden is niet relevant . De vordering tegen de curatoren q.q. op grond van het aangevoerde is niet gegrond. C.
  39. Ten aanzien van de vereffenaars.
  40. De vereffenaars zijn gedagvaard q.q. Door het tussengekomen faillissement hebben de vereffenaar geen mandaat meer. Zij zijn geen beheerder meer van enige vereffeningsmassa. Deze vordering is niet ontvankelijk vermits zij geen boedel meer beheren
  41. Enkel de persoonlijke aansprakelijkheid van de vereffenaars dient dus onderzocht.
  42. De fout die een orgaan van een vennootschap begaat bij de besprekingen die tot een overeenkomst hebben geleid, brengt de aansprakelijkheid van de rechtspersoon in het gedrang maar sluit de persoonlijke aansprakelijkheid van dat orgaan niet uit, beide aansprakelijkheden bestaan gelijktijdig naast elkaar ( Cass. 20 juni 2005,T.B.H.,2006,418).
  43. De aansprakelijkheid van een vereffenaar op grond van artikel 1382 B.W. moet worden beoordeeld uitgaande van de vraag hoe een voorzichtig en redelijk handelend vereffenaar in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld.
  44. De aansprakelijkheid van de vereffenaars op grond van artikel 1382 B.W. dient individueel beoordeeld. 34 Onmiddellijk na hun aanstelling op 29 december 2000 hebben de vereffenaars de onroerende goederen van de NV I.B. in vereffening te koop gesteld, waaronder het onroerend goed welke naderhand bij onderhandse overeenkomst van 19/01/2001 werd verkocht aan eiseres.
  45. Aan de vereffenaars werd op 12 januari 2001 de dagvaarding in faillissement betekend voor de zitting van 25 januari
  46. Meester H.V.D. verklaarde bij de persoonlijke verschijning dat hij reeds op 17 januari 2001 wist dat Meester L.D. de behandeling van de zaak zou vragen op grond van artikel 735 Ger.W. op de zitting van 25/01/
  47. In een brief van 17 januari 2001 heeft meester L.D. aan vereffenaar HV.D. inderdaad geschreven : dat hij zich verzet tegen iedere vraag om uitstel in de vordering in faillissement tegen N.V.I.B.in vereffening; dat de staat van faillissement van N.V.I.B. vaststaat, dat de zaak dringend is nu " door de vereffenaars niettegenstaande zij kennis hebben van de dagvaarding in faling en zij toch ook kennis moeten hebben van het feit dat de ontbindingsbeslissing zelf en derhalve hun aanstelling nietig is (..)de verkoop van de onroerende goederen overhaast wordt georganiseerd(..)" - dat hij zich als curator van R. N.V. het recht voorbehoud de nietigverklaring te vorderen van de buitengewone algemene vergadering waarbij NV I.B. in vereffening werd gesteld.
  48. De koper heeft pas op 18 januari 2001 na lezing van een notariële aankondiging interesse betoond in het onroerend goed en contact genomen met notaris B. en vervolgens meester H.V.D.. Na bezichtiging op 19 januari 2001 werd dezelfde dag reeds een akkoord bereikt over de prijs. Notaris B. verklaarde dat op zijn kantoor een bod binnenkwam om 16.04 uur en dat nadien initiatief werd genomen om dezelfde dag nog een compromis op te stellen. Notaris Verlinden verklaarde zeer dringend naar het kantoor van notaris B. te zijn geroepen om N.V. V. bij te staan bij het opstellen van de compromis.
  49. Meester H.V.D., die zelf ingeschreven is op de lijst van curatoren, moest zeker weten dat een onderhandse verkoop bij faillissement niet tegenstelbaar is aan de boedel . Artikel 46 F.W. en het gebrek aan overschrijving op het hypotheekkantoor van de onderhandse akte hebben voor gevolg dat de curator deze overeenkomst niet moet eerbiedigen zoals trouwens werd overwogen in het arrest van het Hof van Beroep te Gent A.R. 2001/AR/2429 dd. 27 juni 2002 onder punt 2.
  50. . (zijnde de procedure waarbij de curatoren machtiging vroegen om het onroerend goed in kwestie te verkopen)
  51. Een voorzichtig en redelijk handelend vereffenaar geconfronteerd met een vordering in faillissement en wetende dat de eisende partij behandeling zou vragen op 25 januari 2001, zou volgens de rechtbank, niet verder het onroerend goed te koop hebben aangeboden en minstens gewacht hebben om een bod van een liefhebber te aanvaarden tot er meer duidelijkheid zou zijn geweest omtrent het lot van NV I.B. in vereffening. In die zin verwijt eiseres terecht de vereffenaar dat met het ondertekenen van het compromis niet werd gewacht, minstens tot na de inleidende zitting van 25/01/2001 waarop de vordering in faillissement zou worden behandeld.
  52. De rechtbank begrijpt niet wat de vereffenaars bezielde om bij hoogdringendheid de compromis met betrekking tot het onroerend goed te verlijden, gelet op de grote onzekerheid nopens de faillissementstoestand. Dit is des te meer niet te begrijpen wanneer men weet dat de vereffenaars de bedoeling hadden om een zo belangrijk voorschot van 3.000.000 BEF te vragen van de koper. 41 Bovendien werden geen maatregelen genomen om te vermijden dat het voorschot van 3.000.000 BEF zou opgaan in de boedel van NV. I.B. in vereffening.
  53. Elke redelijke vereffenaar, gesteld in dezelfde omstandigheden van 19 januari 2001, moest zich bewust zijn van de zware schadelijke gevolgen voor de koper in het geval het voorschot niet werd gerubriceerd en er een faillissement volgde zonder dat de verkoop notarieel is verleden en overgeschreven op het hypotheekkantoor.
  54. De vereffenaar stelt wel dat hij zeker was dat geen faillissement zou volgen. De rechtbank hecht hieraan geen geloof. In dat verband is het belangrijk andere handelingen van de vereffenaars te bekijken, meer bepaald de feiten welke aanleiding hebben gegeven tot het arrest van het Hof van Beroep te Gent 7e kamer dd. 18.06.2007 (stuk 30 bundel curatoren). Maar zelfs, al geloofden de vereffenaars in hun kansen om het faillissement te bestrijden, dan bestond in elk geval het risico op een faillissement. Het is niet steeds mogelijk zijn kansen op gelijk krijgen in een rechtsprocedure juist in te schatten, in elk geval stond het risico vast. De voorzichtige vereffenaar moest in elk geval rekening houden met mogelijk ongelijk en oog hebben voor de belangen van derden die met hem handelen. Een redelijk handelend vereffenaar, wacht en stelt het ondertekenen van de compromis uit tot de juridische onzekerheid over het al dan niet faillisement verdwenen is. Dit alles klemt des te meer nu het zeker is dat een daling van de prijs van het onroerend goed normaal gezien niet te vrezen viel.
  55. De curatoren van NV I.B. zijn overgegaan tot het terugvorderen van de voorschotten op hun ereloon welke de vereffenaars H.V.D. en A.D.M. zich hebben uitbetaald. Het volstaat te verwijzen naar de feiten en overwegingen in het arrest van het Hof van Beroep te Gent 7e kamer dd. 18.06.2007 . Op 10 januari 2001 betaalden de vereffenaars zich elk 18.213,78 euro uit . Op 24 januari 2001 (daags voor de zitting waarop de vordering in faillissement zou worden behandeld) betaalden zij nog eens 24.941,46 euro aan A.D.M. en 17.451,70 euro aan HV.D.
  56. Voor de bemiddeling bij de verkoop werd op 12 januari 2001 door N.V. W. .... euro gefactureerd en ook dit bedrag werd op 24/01/2001 snel betaald.
  57. In de overwegingen van het arrest wordt uitdrukkelijk gesteld dat de erelonen nog niet opeisbaar waren vermits de onroerende goederen nog niet werden gerealiseerd.
  58. De rechtbank acht het bewezen dat deze voortijdige uitbetaling door de vereffenaars aan hen zelf van nog niet opeisbare erelonen verband houdt met de ernstig vrees welke zij hadden dat de dagvaarding tegen de zitting van 25/01/2001 zou kunnen uitmonden in een faillissement.
  59. Door de reeds op 17/01/2001 gekende weigering van Meester L.D. om uitstel te verlenen op de zitting van 25.01.2001 wisten de vereffenaars dat een faillissement vanaf 25/01/2001 mogelijk was en hielden ze er blijkens hun handelingen rekening mede. De betalingen aan de vereffenaars aan de vooravond van de zitting van 25.01.2001 van niet opeisbare vorderingen aan henzelf is geen toeval en deze betalingen moeten volgens de rechtbank gezien worden in het licht van de ernstige vrees of het ernstig rekening houden met een faillissement van NV I.B. in vereffening op korte termijn..
  60. Hun concreet handelen bij de uitbetaling van de niet opeisbare erelonen en het veilig stellen van hun eigen belang staat in schril contrast met de afwezigheid van enige voorzichtigheid en het niet rekening houden met de belangen van de koper bij het ondertekenen van de compromis op 19/01/
  61. De koper N.V. V. kan zelf geen fout of onvoorzichtigheid worden verweten. Vooreerst waren de vereffenaars enerzijds advocaat en anderzijds accountant, van de advokaat mag, gezien zijn inschrijving op de lijst van curatoren, een grondige kennis van de problematiek van de onderhandse verkopen inzake faillissement worden verwacht.
  62. N.V. V. mocht van hen verwachten dat zij met hun professionele bekwaamheid een voorschot vroegen als een waarborg voor de goede uitvoering van de verbintenissen na ondertekening van de onderhandse verkoopovereenkomst, maar tevens mocht N.V.V. aannemen dat de vereffenaars zelf zeker waren hun verbintenis tot overdracht van het onroerend goed door notariële akte te kunnen uitvoeren en zij geen risico's zagen. Zoals boven aangetoond zou ieder redelijk handelend vereffenaar in dezelfde omstandigheden wel degelijk ernstige risico's zien.
  63. De vereffenaars waren op de hoogte van de dagvaarding in faillissement. Zij zelf hadden, rekening houdende met hun plicht van voorzichtigheid, moeten aandringen om het voorschot te rubriceren bij de notarissen in plaats van de cheque te innen en deze op de rekening te zetten van de NV I.B. in vereffening waardoor het bedrag van dan af niet meer individualiseerbaar was.
  64. Het feit, zoals vereffenaar H.V.D. verklaarde, bij de persoonlijke verschijning, dat hij de dagvaarding in faillissement zou hebben toegelicht op 19/01/2001 en zou gezegd hebben dat hij voldoende middelen had om de vordering te bestrijden, is in feite niet relevant. Vereffenaar H.V.D. had dienen in te gaan op de suggestie van de notarissen om het voorschot bij de notaris te rubriceren. Dat over rubricering gesproken werd blijkt uit de verklaring van eiseres zelf die verklaarde " ik heb zelf voorgesteld om de 3 miljoen te storten bij de notaris, maar Meester V.D. heeft zich daartegen verzet en gesteld dat hij die 3 miljoen nodig had om diverse betalingen te doen" Deze verklaring komt aannemelijk voor en wordt bevestigd door de verklaring van Notaris V. " gezien de situatie is het zo dat er gesuggereerd werd om het voorschot van 3 miljoen te storten op een rubriekrekening van een der notarissen en ik bevestig dat de vereffenaar uitdrukkelijk verklaarde als hij het voorschot niet mocht meenemen de verkoop niet zou doorgaan."
  65. Ook notaris B. bevestigt dat hij het advies gaf om het voorschot te storten op de rubriekrekening en dat de vereffenaar op dat advies reageerde door te zeggen " ik wil de cheque nu meenemen of de verkoop gaat nu niet door".
  66. De rechtbank neemt aan dat over de rubricering wel is gesproken en acht het bewezen dat de verkoper zich hiertegen heeft verzet .
  67. Door in al de bovenvermelde omstandigheden een onderhandse verkoopsovereenkomst te sluiten met inning van een voorschot van 3.000.000 BEF hebben de vereffenaars een fout begaan.
  68. De rechtbank is van oordeel dat elk van de vereffenaars individueel een fout heeft begaan, zonder dewelke de schade zoals ze zich in concreto voordoet zich niet zou hebben voorgedaan zodat ze in solidum gehouden zijn tot vergoeding van de schade.
  69. Alhoewel vereffenaar H.V.D. de compromis ondertekende en de cheque ontving erkent A.D.M., bij de persoonlijke verschijning, overleg te hebben gepleegd en dat de vereffenaars ervan overtuigd waren geen faillissement te moeten vrezen. Uit de overgelegde stukken in het bundel van de curatoren meer bepaald de opdracht welke D.M. gaf aan het kantoor te Lede op 19.01.2001 om NV W. te betalen en de door hem ondertekende afgifte van de cheque op 23/01/2001 blijkt dat hij nauw betrokken was bij de ganse transactie. Ook hij wist dat het voorschot niet was gerubriceerd bij de notaris ondanks de dagvaarding in faillissement.
  70. Het is voor de rechtbank duidelijk dat ook hij het risico op faillissement zeker kon inschatten. Het betalen van de niet opeisbare vorderingen in januari bewijst ook voor hem dat hij wist welk gevaar er bestond indien bij faillissement zijn ereloon nog niet zou zijn betaald. Indien hij geen zicht had op de precieze gevolgen bij faillissement voor de koper, dan is zulks zijn eigen nalatigheid door zich onvoldoende te informeren. In eerste instantie kon hij zulks doen bij zijn medevereffenaar. Ieder normaal voorzichtig vereffenaar, ook als hij al geen jurist is, zou zich bevragen omtrent de gevolgen van de onderhandse verkoop en het lot van het voorschot bij later faillissement. Ook voor hem staat de fout vast die bijgedragen heeft tot de schade voor eiseres.
  71. Eiseres vordert naast de terugbetaling van het voorschot ook nog eens een schadevergoeding van 10 % ingevolge ontbinding van de overeenkomst. De overeenkomst werd ontbonden bij arrest van 16.12.2002
  72. Eiseres heeft wel recht haar schade ingevolge ontbinding van de overeenkomst in te dienen in het passief van het faillissement. Deze schade staat los van de schade uit onrechtmatige daad. Voor de schade ingevolge de ontbinding zijn de vereffenaars niet gehouden.
  73. De vereffenaars zijn dan ook enkel gehouden tot betaling van 74.368,06 euro bedrag van het voorschot meer de intresten C.
  74. Ten aanzien van de notarissen P.B. en P.V. 63.. De partij die beweert dat de notaris tekort is geschoten in zijn informatieplicht draagt daarvan de bewijslast.
  75. De notaris is aansprakelijk als hij niet handelt als een bekwaam en voorzichtig notaris en er een oorzakelijk verband bestaat tussen de fout en de schade
  76. Het optreden van de notaris moet inzake niet getoetst worden aan het optreden van een notaris, handelend als een openbaar ambtenaar, maar wel aan het optreden van een notaris, handelend als een notaris-juridisch zakenman/raadgever. Deze handelwijze verplichtte de notaris niet minder tot een optreden zoals dat van een onpartijdig en juridisch onderlegd vertrouwenspersoon in dezelfde omstandigheden normaal mag worden verwacht.
  77. De informatieverplichting van de notaris ook als notaris-juridisch zakenman/raadgever is van openbare orde. Die verplichting is het uitvloeisel van het aanzien en van het vertrouwen die verbonden zijn met de opdracht die aan de notaris wordt toevertrouwd. Hij moet alle bij de akte betrokken partijen voorlichten.
  78. De rechtbank acht het bewezen dat de notarissen wel degelijk op de vergadering van 19/01/2001 advies hebben gegeven het voorschot te rubriceren. De afgevaardigde bestuurder van eiseres zegt trouwens bij de persoonlijke verschijning dat hij het zelf voorstelde, dus in dat opzicht kan de notarissen niet worden verweten geen voorlichting te hebben gegeven omtrent de wenselijkheid van het voorschot.
  79. De afgevaardigde bestuurder stelt geen rekening te hebben gehouden met een mogelijk faillissement gelet op de uitleg van de vereffenaar H.V.D., doch stelt eveneens geen kennis te hebben gehad dat er reeds een dagvaarding was.
  80. Uit de verklaring van vereffenaar H.V.D. blijkt : dat notaris B. op uitvoerige en uitgebreide wijze de koper informeerde op het risico en de daaraan verbonden gevolgen van een eventueel faillissement dat hij heeft geargumenteerd voldoende middelen te hebben om het faillissement te bestrijden.
  81. Het is volgens de rechtbank niet bewezen dat de notarissen enige fout kan worden verweten nu de rechtbank aanneemt dat : het risico van faillissement werd besproken; deze bespreking van het risico op faillissement gebeurde in het licht van de gevolgen voor de voorgenomen verkoop; gesproken werd over de rubricering van het voorschot en zowel eiseres als de notarissen dit een goede oplossing vonden; uiteindelijk tot het ondertekenen van de compromis en niet rubricering van het voorschot werd overgegaan gezien de argumenten die werden aangehaald door de vereffenaar Van Dooren en het feit dat hij dreigde anders de verkoop niet te laten doorgaan.
  82. Het is niet relevant of nu al dan niet ook gesproken werd over het feit of er reeds een dagvaarding in faillissement was. Het risico op faillissement werd toegelicht. Het is niet bewezen dat hierbij door de notarissen onjuist advies is verleend.
  83. De vordering tegen notaris P.B. en BVBA P.B. en P.V. komt bij gebreke aan enige fout ongegrond voor. C.4 Ten aanzien van de kosten en ereloon van advokaat en de kosten van het geding :
  84. De vordering in betaling van kosten en ereloon van advocaat wordt afgewezen. Overeenkomstig artikel 1022 Ger.W. kan geen partij boven het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding worden aangesproken tot betaling van een vergoeding voor de tussenkomst van de advocaat van een andere partij.
  85. De rechtbank nodigt de partijen uit hun rechtsplegingsvergoeding te begroten overeenkomstig de nieuwe wettelijke bepalingen terzake. Ten einde de kosten te begroten dringt zich de heropening van de debatten op vermits partijen nog geconcludeerd hebben in het licht van de oude tarieven inzake rechtsplegings- vergoeding en bovendien is het nodig partijen te horen omtrent de verdeling van deze rechtsplegingsvergoedingen. Voor het opstellen van alle akten van rechtspleging werd de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken toegepast. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK; Rechtdoende op tegenspraak. Gezien het verslag van de heer H. Cornelis Rechter-Commissaris dd. 28.11.
  86. Zegt dat eiseres een schuldvordering heeft in het gewoon passief van het faillissement van NV I.B. IN VEREFFENING voor een bedrag van 142.538,76 euro. Verklaart de vordering tegen H.V.D. en A.D.M. in hun hoedanigheid van vereffenaar van NV I.B. niet ontvankelijk. Verklaart de vordering tegen H.V.D. en A.D.M. in hun persoonlijke naam ontvankelijk en deels gegrond. Veroordeelt dienvolgens H.V.D. en A.D.M. in hun persoonlijke naam in SOLIDUM tot betaling van de som van 74.368,06 euro meer de vergoedende intresten vanaf 30.05.2001 tot datum van dagvaarding en van dan af meer de gerechtelijke intresten. Zegt dat de betaling door één hunner bevrijdend zal zijn voor de andere Wijst het meergevorderde af als ongegrond. Verklaart de vorderingen tegen P.B., BVBA P.B. en P.V. ontvankelijk doch ongegrond. Verklaart de tussenvordering van P.B. BVBA P.B. en P.V. zonder voorwerp. Beveelt de heropening van de debatten ten einde partijen te horen omtrent de rechtsplegingsvergoedingen. Stelt de zaak ten dien einde op de terechtzitting van MAANDAG 19 MEI 2008 TE 9.30 UUR. Staat de voorlopige tenuitvoerlegging toe van dit vonnis. Dit vonnis is gewezen door de rechtbank van koophandel te Dendermonde, ZEVENDE kamer, samengesteld uit voorzitter G. De Croock en de rechters in handelszaken D. De Cuyper en Ph. Van Haute en op de buitengewone en openbare terechtzitting van 25 APRIL 2008 uitgesproken door voorzitter G. De Croock in aanwezigheid van K. Waterschoot, griffier. K. Waterschoot Ph. Van Haute D. De Cuyper G. De Croock Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.