← België

ECLI:BE:ORGNT:2009:JUG.20090430.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 30 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2009:JUG.20090430.6 Rolnummer: A/08/2544 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2010-07-19 Raadplegingen: 130 - laatst gezien 2026-07-02 19:40 Fiche Indien de statuten van de vennootschap niets vermelden over de bezoldiging van de zaakvoerder is het mandaat van zaakvoerder in beginsel bezoldigd. Wanneer de statuten bepalen dat de zaakvoerder zijn mandaat kosteloos uitoefent tot de algemene vergadering er anders over beslist is bij gebreke aan dergelijke beslissing het mandaat onbezoldigd. De zaakvoerder kan zich niet beroepen op zijn bezoldiging in het verleden vermits een jaarlijks weerkerende beslissing van de algemene vergadering vereist is. Behoudens andersluidende overeenkomst is de bezoldiging van de zaakvoerder pas verschuldigd op het ogenblik dat hij décharge verkrijgt, bij gebreke aan décharges is geen bezoldiging verschuldigd. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid - Bestuur - Zaakvoerder Vrije woorden: Vennootschap - zaakvoerder - bezoldiging Annotaties Publicaties: TRV - - 2009, aflevering 7, 659 Tekst van de beslissing A/08/02544 - in de zaak van: D.B.P., zelfstandig zaakvoerder. t e g e n : Bvba R.S.P In deze zaak, in beraad gehouden, heeft de Rechtbank het volgende vonnis verleend.

  1. De procedure De betwisting werd ingeleid bij dagvaarding, die aan verweerster werd betekend bij geregistreerd exploot van dagvaarding van gerechtsdeurwaarder Bob RISKÉ te Lokeren, gedagtekend 25.09.
  2. Op de zitting van 16.04.2009 werden de partijen gehoord in hun middelen en besluiten. Voor het opstellen van alle akten van rechtspleging werd de wet van 15.06.1935 toegepast.
  3. Voorwerp van de vorderingen : Eiser vordert te zeggen voor recht dat zijn ontslag als zaakvoerder van verweerster rechtsmisbruik oplevert en hem ten onrechte geen kwijting werd verleend voor de uitoefening van zijn mandaat tot op de datum van zijn ontslag ; voorts vraagt eiser de veroordeling van verweerster tot betaling van een bedrag van euro 50.416,66 (vergoeding prestaties zaakvoerder enerzijds en schadevergoeding wegens rechtsmisbruik bij ontslag anderzijds) meer de wettelijke verwijlsintresten vanaf de 10.04.2007 tot de dagvaarding en vanaf dan meer de gerechtelijke intresten tot de volledige betaling ; eiser vordert tevens de veroordeling van verweerster tot de kosten van het geding en de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van het kantonnement.
  4. Samenvatting van de standpunten van partijen De stelling van eiser : Hij is medeoprichter en aandeelhouder (500 aandelen) van verweerster ; de overige 1.000 aandelen behoren toe aan zijn echtgenote en diens broer (elk eveneens 500) Hij was ook zaakvoerder van verweerster sedert diens oprichting Verweerster houdt zich bezig met aan- en verkoop en verhuur van materialen voor land- en tuinbouw Hij werd in de periode februari/maart 2007 de toegang ontzegd tot het bedrijf (tevens gezinswoning), hij had geen toegang meer tot de boekhouding (wijziging paswoord), zijn GSM werd afgesloten en uiteindelijk werd hij ook ontslagen Hij voerde een procedure strekkende tot de gedwongen overname van aandelen, resulterend in een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van koophandel, bevestigd in graad van beroep Intussen werd ook de echtscheiding uitgesproken tussen hem en de zaakvoerster van verweerster, mevrouw A.M. Na zijn ontslag binnen verweerster kende deze een spectaculaire omzet-/winstdaling ; onder het zaakvoerderschap van A.M., voornoemd en diens broer kent de vennootschap ernstige verliezen Hij maakt aanspraak op een vergoeding voor zijn mandaat als zaakvoerder voor het boekjaar afgesloten per 30.06.2007 : dergelijk professioneel mandaat wordt vermoed bezoldigd te zijn, des te meer indien zulks betrekking heeft op een handelsvennootschap Bovendien had hij geen andere activiteiten of inkomsten, hetgeen verweerster ook niet betwist Het feit dat de A.V. jaar na jaar besliste om hem een bezoldiging toe te kennen bewijst dat verweerster het bezoldigd karakter van zijn prestaties heeft erkend Ten tijde van zijn ontslag kende het bedrijf van verweerster een exponentiële groei, zodat hij in die omstandigheden zeker aanspraak kan maken op bezoldiging, zulks pro rata temporis voor de periode 1 juli 2006 tot 16 maart 2007 (datum ontslag) Hij betwist dat hij de nietigverklaring zou moeten vorderen van de besluiten van de A.V. van verweerster, zeker om reden dat de notulen van de A.V. van 09.01.2008 met geen woord reppen over enige bezoldiging aan de zaakvoerders Zijn ontslag zou te aanzien zijn als rechtsmisbruik, getuige het feit dat hij werd ontslagen zonder enige formele motivering, zonder voorafgaandelijke ingebrekestelling, zonder opzegging en terwijl de cijfers aantoonden dat er sprake was van een aanzienlijke omzetstijging ; tevens verwijst hij naar de procedure inzake de overname van zijn aandelen en de stukken uit het dossier De stelling van verweerster : De statuten zijn duidelijk en bepalen dat het mandaat van zaakvoerder kosteloos wordt uitgeoefend, tenzij de A.V. hier anders over beslist De A.V. is bijgevolg exclusief bevoegd om dergelijke vergoeding omtrent de bezoldiging te nemen Inzake het boekjaar, afgesloten per 30/06/2007, werd beslist om de winst van het boekjaar over te dragen naar het volgende jaar ; deze beslissing werd genomen met een meerderheid van stemmen en de goedkeuring van de jaarrekening bindt de aandeelhouders van de vennootschap Indien eiser niet akkoord ging met de besluitvorming van de A.V. had hij moeten overgaan tot een vordering in nietigverklaring van de besluiten van deze A.V. ; eiser miskent de essentiële regels die de basis vormen van het vennootschapsleven Door de goedkeuring van de jaarrekening wordt ook de bezoldiging goed-of afgekeurd Volledigheidshalve wijst zij erop dat eiser de laatste 3 jaren van zijn mandaat weinig of niet op het bedrijf aanwezig was en zijn taken ondermaats uitvoerde, zodat alleen al op die grond geen vergoeding is verschuldigd ; zij verwijst hiervoor naar geschreven getuigenverklaringen die als stuk worden voorgelegd Evenmin is er enige vergoeding verschuldigd wegens rechtsmisbruik, gelet op het ad nutum herroepbaar karakter van het bestuursmandaat Er zijn geen redenen om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren
  5. Beoordeling. 4.
  6. Inzake de vergoeding als zaakvoerder 4.1.
  7. De statuten van verweerster bepalen duidelijk (blz. 13 - oprichtingsakte 28 maart 2000, verleden voor notaris DE BRABANDER, ter standplaats Lokeren) : " De zaakvoerder oefent zijn mandaat kosteloos uit tot de algemene vergadering er anders over beslist " (onderlijning door de Rechtbank). Het essentiële aan de statuten, onderdeel van de oprichtingsakte, is dat ze de rechten en plichten specifiëren van de bij de vennootschap betrokken partijen en de identiteit, de organisatie en de werking van de vennootschap vastleggen. Het gaat om een geheel van regelen die van toepassing zijn op iedereen die op een bepaalde manier met de vennootschap in aanraking komt, als orgaan, als aandeelhouder en soms zelfs als derde. De statuten zijn in beginsel enkel ondergeschikt aan de wet (in formele zin, bvb. de vennootschappenwet) en maken op hun manier ook de "wet" uit binnen de vennootschap, zijnde het objectieve recht waarbinnen het vennootschapsleven zich ontwikkelt. 4.1.
  8. Enkel indien de statuten van de vennootschap niets vermelden over de bezoldiging van de zaakvoerder gaan de meerderheid van rechtspraak en rechtsleer ervan uit dat het mandaat van zaakvoerder in beginsel, bij ontstentenis van enige andersluidende overeenkomst, geacht moet worden bezoldigd te zijn (zie in dat verband o.a. : A. BENOIT- MOURY, "La condition juridique des dirigeants des sociétés commerciales", Ann. Fac. Dr. Lg. 1982, nr. 52, 314 ; M. COIPEL, "Les sociétés privées à responsabilité limitée", in Rép. not., Brussel, Larcier, 1997, nr. 291, 258; P.A. FRANCK, "De la rémunération des administrateurs dans les sociétés anonymes", Rev. prat.soc. 1956, nr. 7, 150-151 ; K. GEENS, noot onder Kort Ged. Kh. Brussel 18 oktober 1988, T.R.V. 1989, 155 ; P. HAINAUT-HAMENDE en G. RAUCQ, "Les sociétés anonymes - La constitution de la société", in Rép. not., Brussel, Larcier, 1994, nr. 407, 313 ; J. LIEVENS, De eenpersoons-BVBA, Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen, 1988, nr. 152, 106 ; J. RONSE, J.M. NELISSEN GRADE, K. VAN HULLE, J. LIEVENS en H. LAGA, "Vennootschappen - Overzicht van rechtspraak (1978-1985)", T.P.R. 1978, nr. 166, 1001; B. TILLEMAN, Bestuur van vennootschappen, Kalmthout, Biblo, 1996, nr. 705, 409 ; B. Van Caillie, «Bedenkingen betreffende opnemingen ten titel van bezoldigingen door bestuurders van naamloze vennootschappen en zaakvoerders van besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid», T.R.V. 1989, 276; K. Geens en H. Laga, «Overzicht van rechtspraak, Vennootschappen (1986-1991)», T.P.R. 1993, 1143). Dit impliceert dat enkel bij stilzwijgen van de statuten het door eiser aangehaalde beginsel (vermoeden) geldt dat de zaakvoerder recht heeft op een redelijke vergoeding voor zijn geleverde prestaties en diensten voor rekening van de vennootschap. Precies om reden dat de statuten van verweerster hier het beginsel vooropstellen van het onbezoldigd karakter van het bestuursmandaat (en dus niet het stilzwijgen bewaren omtrent het al dan niet bezoldigd karakter van het mandaat) faalt de toepassing van het voormelde door eiser in conclusies aangehaalde beginsel, gebruik of vermoeden van bezoldigd mandaat. 4.1.
  9. Bijgevolg moet in casu enkel en alleen toepassing worden gemaakt van de regel dat de algemene vergadering exclusief bevoegd is om te bepalen of de bestuurder/zaakvoerder recht heeft op bezoldiging alsook, in voorkomend geval, welk het bedrag van deze bezoldiging is (vgl. K. GEENS, noot onder Kort Ged. Kh. Brussel 18 oktober 1988, T.R.V. 1989, 155 ; J. VAN RYN, Principes de droit commercial, T. I, Brussel, Bruylant, 1954, nr. 593, 389). De A.V. (het - formeel - hoogste orgaan binnen de vennootschap) is immers de lastgever van de zaakvoerder, die als lasthebber/orgaan namens de vennootschap optreedt en binnen die lastgevingsrelatie komt het krachtens de statuten van verweerster enkel alleen aan de lastgever (dus de A.V.) toe om te beslissen of er een vergoeding/bezoldiging toegekend wordt aan de zaakvoerder. In casu ligt een dergelijke beslissing van de A.V. van verweerster niet voor, althans niet voor wat betreft het bewuste boekjaar (afgesloten per 30/06/2007) voor het welk eiser vergoeding vraagt (weliswaar pro rata temporis) voor de door hem alsdan geleverde prestaties en uitgeoefende taken. Het ontbreken van een dergelijke beslissing leidt tot de principiële vaststelling dat eiser ook geen recht op bezoldiging heeft voor het betrokken jaar. Eiser kan bijgevolg ook geen argumenten putten uit het feit dat verweerster (c.q. de A.V.) hem voor de voorgaande jaren wél bezoldigingen(vergoedingen) toekende : de betrokken vergoeding of bezoldiging vereist duidelijk een periodieke (jaarlijkse) beslissing houdende de (al dan niet) toekenning. Er kan geen sprake zijn van verworven rechten gebaseerd op het verleden. 4.1.
  10. Behoudens andersluidende overeenkomst (die in casu niet voorligt) is de bezoldiging van de zaakvoerder bovendien pas verschuldigd op het ogenblik dat hij décharge verkrijgt (zie: Ch. RESTEAU - bijgewerkt door A. BENOIT-MOURY en A. GREGOIRE - Traité des sociétés anonymes, T. II, Brussel, Swinnen, 1982, nr. 934, 180 ; B. TILLEMAN, Bestuur van vennootschappen, Kalmthout, Biblo, 1996, nr. 722, 416). Het gaat hier om een toepassing van het gemeen recht, waarin het loon van de gemeenrechtelijke lasthebber in beginsel verschuldigd is op het ogenblik waarop hij rekenschap dient af te leggen. Aangezien de algemene vergadering aan eiser in casu uitdrukkelijk geen décharge heeft verleend (zie notulen algemene vergadering dd. 09/01/2008 - door eiser ondertekend - stuk 6 dossier verweerster) is zijn bezoldiging ook om die reden niet verschuldigd geworden (Vgl. : Rb. Brussel (33e Kamer) 16 maart 2000, T. Not 2001, 503). 4.1.
  11. De Rechtbank merkt op dat eiser (die trouwens niet enkel zaakvoerder was, doch ook aandeelhouder was van verweerster en dit kennelijk nog steeds is, nu zijn vordering tot overname van zijn aandelen weliswaar gegrond werd verklaard naar het principe, doch de overdracht kennelijk nog niet gerealiseerd is bij gebrek aan definitieve waardebepaling van zijn aandelenpakket door de gerechtsdeskundige : zo nam eiser bvb. nog deel als aandeelhouder aan de A.V. van 12/02/2009 - zie stuk 38 dossier eiser) het besluit van de algemene vergadering van verweerster waarbij werd beslist hem geen décharge te verlenen en hem geen bezoldiging uit te keren niet heeft bestreden via de daartoe geëigende middelen, d.w.z. middels een eis tot nietigverklaring binnen de wettelijk daartoe voorziene termijn. Bij gebreke aan dergelijke actie (en eiser erkent duidelijk dat hij nooit een dergelijk initiatief heeft genomen, volgens hem om reden dat er nooit enig formeel besluit van de A.V. is geweest inzake zijn bezoldiging voor het betrokken boekjaar) moet de beslissing van de A.V. van verweerster, zoals deze impliciet maar niettemin duidelijk blijkt uit de jaarrekening voor het bewuste jaar (ook de notulen alluderen hierop, in de rubriek "aanwending van het resultaat"), geacht worden definitief te zijn geworden (zie terzake o.m. : V. SIMONART, "L'ordre public et le droit des sociétés", T.B.H. 1994, p. 112, nr. 17). Naast een formele en expliciete beslissing van de A.V. inzake de toekenning van een bezoldiging kan deze beslissing immers ook impliciet blijken uit de (goedkeuring van) de jaarrekening (Vgl. : Kh. Hasselt 16 maart 2006, R.W. 2006-2007, 1771 ; Kh. Brussel 14 februari 1989, T.R.V. 1989, 436 ; T. VUYLSTEKE, Hoofdstuk III Organen en hun werkin : de zaakvoerder, in : de BVBA in de praktijk, I.3.1-72). Een afzonderlijke stemming is trouwens niet vereist voor de toekenning van de bezoldiging, in tegenstelling tot hetgeen geldt inzake de kwijting (K. Geens en H. Laga, «Overzicht van rechtspraak, Vennootschappen (1986-1991)», T.P.R. 1993, 1143, nr. 257) Eiser kan immers niet buiten het feit dat de besluitvorming van de A.V. essentieel is voor de efficiënte werking van de vennootschap : de besluitvorming op de algemene vergadering bestaat in essentie uit de beraadslaging tussen de aandeelhouders, het uitbrengen van de stemmen door de individuele aandeelhouders en, daaruit volgend, het besluit dat door de algemene vergadering als orgaan wordt aangenomen, zijnde het besluit van de meerderheid van de stemmende aandeelhouders. Het besluit van de A.V. is bijgevolg in zekere zin een uitvoering van de oprichtingsovereenkomst (eiser was overigens ook één der mede-oprichters) : bij de oprichting (of bij hun latere toetreding) hebben de aandeelhouders het onvermijdelijke en noodzakelijke beginsel van de meerderheidsbeslissing immers aanvaard. Het aannemen van het besluit gebeurt door de algemene vergadering als collegiaal orgaan. Zonder dergelijke manier van werken zou de minste obstructie de gehele werking van de vennootschap lam kunnen leggen. Het is uiteraard niet uitgesloten dat er sprake is van een soort "misbruik van meerderheid" (door de ex-echtgenote van eiser en/of diens broer) doch de enige manier om zulks aan de kaak te stellen was precies een procedure in nietigverklaring van het gewraakte besluit van de A.V., hetgeen eiser gemeend heeft evenwel niet te moeten voeren. In elk geval pleit de rechtszekerheid ervoor dat, na het verstrijken van de wettelijke vervaltermijnen voor het vernietigen van de rechthandeling (in casu het besluit van de A.V.), deze handelingen onaantastbaar worden (B. TILLEMAN, " De nietigheid van besluiten van de algemene vergadering : het nieuwe artikel 190bis Venn.W. ", T.B.H., 1994,

(987), p. 1006, nr. 33). Precies om reden dat alleszins de goedkeuring van de jaarrekening een impliciete (maar niettemin afdoende duidelijke) beslissing inhield van de A.V. inzake de niet-toekenning van een bezoldiging aan eiser was dergelijke beslissing, in weerwil van wat eiser beweert, wel degelijk een gebeurlijk voor vernietiging vatbare beslissing van de A.V. 4.1.6. Aan eiser werd geen décharge verleend bij expliciete beslissing van de A.V. terzake ; er is dus geen sprake van het uitblijven van een beslissing van de A.V. omtrent de kwijting, in welke hypothese de Rechtbank hieromtrent wél zou kunnen gevat worden met een vordering tot gerechtelijke kwijting. Wanneer de jaarvergadering weigert kwijting te verlenen zonder evenwel te besluiten tot het instellen van de actio mandati verkeert de zaakvoerder/bestuurder in een onzekere positie en blijft hij bedreigd met een dergelijke vennootschapsvordering tot aan het verstrijken van de verjaringstermijn : om aan deze onzekerheid een einde te stellen kan de zaakvoerder/bestuurder evenwel de vennootschap voor de rechter dagen teneinde het besluit van de A.V. waarbij kwijting geweigerd werd aan te vechten en door de rechter te doen vaststellen dat zijn beleid zonder fouten werd gevoerd en hij van elke aansprakelijkheid jegens de vennootschap op dat vlak zou ontslagen worden (A. GOEMINNE, "Kwijting van bestuurders en zaakvoerders", R.W. 1995-1996,
(1001), 1004, nr. 16) In casu staat evenwel vast dat eiser het besluit van de A.V., waarbij hem décharge geweigerd werd, niet heeft aangevochten binnen de wettelijk voorziene vervaltermijn en via de hiertoe geëigende procedurele weg. Bijgevolg heeft de Rechtbank geen rechtsmacht om uitspraak te doen nopens de door eiser in conclusies gestelde vordering te zeggen voor recht dat hem ten onrechte geen kwijting werd verleend. 4.1.
  1. Dit onderdeel van de vordering van eiser wordt afgewezen als ongegrond, gelet op het hierboven overwogene. 4.
  2. Inzake de schadevergoeding wegens rechtsmisbruik bij het ontslag van eiser 4.2.
  3. Het mandaat van een (niet statutair benoemde) zaakvoerder van een bvba is ad nutum herroepbaar en de bevoegdheid terzake is (net als de bevoegdheid om deze te benoemen) een exclusieve bevoegdheid van de algemene vergadering. Deze regel van afzetbaarheid ad nutum wordt, ondanks kritiek uit bepaalde rechtsleer, aanzien als een beginsel dat zelfs de openbare orde raakt, althans in de nv (F. HELLEMANS, De algemene vergadering, Biblo, 2001, p. 651, nr. 592 en de verwijzingen aldaar). Deze verregaande bevoegdheid en macht in hoofde van de A.V. wordt verantwoord als een soort van compensatie of tegengewicht voor het feit dat een bestuursorgaan verregaande bevoegdheden heeft en in feite slechts éénmaal per jaar rekening en verantwoording moet afleggen van zijn bestuur ; vandaar dat de A.V. de macht heeft om het orgaan van bestuur, dat niet voldoet of wiens beheer niet strookt met de verwachtingen, de laan uit te sturen (Vgl. : D. VAN GERVEN, "De herroeping van een gedelegeerd bestuurder van een NV", noot onder Kh. Brussel 3 mei 1993, T.R.V. 1994, 112). Het besef moet dus bestaan, in hoofde van diegene die een dergelijk mandaat aanvaardt, dat de positie van de vennootschapsmandataris (zaakvoerder/bestuurder), wiens benoeming niet statutair verankerd is, zoals in casu, één van de meest wankele/precaire rechtsposities is in ons rechtssysteem. Ook de statuten (oprichtingsakte) van verweerster zelf voorzien/bevestigen op blz. 13 dat eiser wordt benoemd tot niet-statutaire zaakvoerder voor onbepaalde duur, ad nutum afzetbaar. Dat eiser werd benoemd in de oprichtingsakte verschaft deze uiteraard geen enkel voorrecht evenmin als enig bijzonder statuut dat afwijkt van voorgaande principes. 4.2.
  4. Bij de herroeping van het mandaat moet geen reden of verantwoording worden opgegeven, zodat het feit dat het ontslag in casu zonder duidelijke motivatie gegeven zou zijn geen belang heeft ; overigens blijkt uit het verslag van de bijzondere algemene vergadering dd. 16/03/2007 (stuk 11 dossier eiser) de grote vertrouwensbreuk ( " gebrek aan vertrouwen ") tussen eiser en de overige zaakvoerders/aandeelhouders (zie ook de overweging dienaangaande in de beschikking, zoals in kort geding dd. 02.05.2007 - stuk 23 dossier eiser). De herroeping van het mandaat van een bestuurder is ook niet onderworpen aan enige opzeggingstermijn of -vergoeding (H. LAGA, "Benoeming en ontslag van bestuurders : een voorstel tot wijziging van artikel 518 Venn.W.", in : liber amicorum Guy Horsmans, Brussel, Bruylant, 2004, p. 623-628 ; Droit des sociétés commerciales, M. Coipel, Kluwer 1998, p. 483, nr. 470). Dat eiser in casu nooit vooraf in gebreke werd gesteld is bijgevolg zonder enige relevantie. 4.2.
  5. Louter de ontijdigheid, bruuskheid of abruptheid van het ontslag van een (niet statutaire) zaakvoerder kunnen geen aanleiding geven tot enige schadevergoeding. Eén en ander maakt de essentie uit van de relatie van de vennootschap met zijn bestuurders,zodat de notie van « rechtsmisbruik » niet van doen kan zijn bij de beslissing tot het onmiddellijke ontslag van de bestuurder/zaakvoerder. Hieruit volgt dat het misbruik van recht dat eiser inroept, ter staving van zijn vordering tot schadevergoeding, een begrip is dat in beginsel niet thuishoort bij het ontslag van zaakvoerders, c.q. de herroeping van hun mandaat door de vennootschap. Het loutere feit van het "ontslag" zelf kan dus nooit (rechts)misbruik opleveren, enkel de wijze waarop of de omstandigheden waarin het ontslag wordt gegeven kan in bepaalde omstandigheden een fout uitmaken, die aanleiding zou kunnen geven tot schadevergoeding (mits ook schade bewezen is en het oorzakelijk verband tussen deze schade en de foutieve context waarin het ontslag werd betekend). Dat eiser uit louter subjectieve overwegingen zou ontslagen zijn is mogelijk, doch dit levert an sich geen fout op : overigens zijn ontslagen vaak gebaseerd op subjectieve overwegingen, die eigen zijn aan al dan niet geschonden vertrouwensrelaties tussen mensen. 4.2.
  6. Het zijn « slechts » de begeleidende omstandigheden van het ontslag of de herroeping van het mandaat die gebeurlijk aanleiding kunnen geven tot het toekennen van een schadevergoeding (Gent 6 maart 2006, DAOR 2008, 333). Enkel indien het ontslag plaatsvindt in omstandigheden die een misbruik uitmaken zoals het gebruik van kwetsende bewoordingen, bedreigingen of nodeloze ruchtbaarheid aan het ontslag kan de vennootschap een vergoeding wegens misbruik van ontslag verschuldigd zijn (Gent 20 januari 2003, J.D.S.C. 2005, 121). Feit is echter dat eiser in casu geen omstandigheden inroept, laat staan staaft die het bewijs inhouden dat zijn ontslag zou gegeven zijn op een wijze die redelijkerwijze, d.w.z. vanuit de perceptie van een gemiddeld zorgvuldig persoon in vergelijkbare omstandigheden geplaatst, als krenkend of grievend kan ervaren worden. Het besluit van de A.V. waarin tot ontslag van eiser werd overgegaan maakt overigens ook enkel melding van een gebrek aan vertrouwen, zonder meer, hetgeen duidelijk geen grievende, kwetsende of krenkende bewoording is. 4.2.
  7. Louter ten overvloede merkt de Rechtbank nog op dat eiser zijn ontslag zelf kennelijk ook nooit heeft aangevochten (bvb. via een procedure in nietigverklaring). 4.2.
  8. Ook dit onderdeel van de vordering van eiser faalt en wordt bijgevolg als ongegrond afgewezen.
  9. De uitspraak De Rechtbank doet recht op tegenspraak en op grond van alle bovenstaande redenen, alle verdere en meer uitgebreide of strijdige conclusies verwerpende als zijnde niet gegrond of niet terzake dienend. Ze verklaart de vorderingen van eiser ontvankelijk doch ongegrond en wijst eiser hier bijgevolg van af. Ze veroordeelt eiser eveneens tot de kosten van het proces, aan de zijde van verweerster te begroten op euro 2.500,00 rechtsplegingsvergoeding. Dit vonnis is gewezen door de rechtbank van koophandel te Dendermonde, tweede kamer, samengesteld uit rechter B. Van den Bergh, als voorzitter en de rechters in handelszaken M. Moens en P. Convents en op de openbare terechtzitting van 30 APRIL 2009 uitgesproken door rechter B. Van den Bergh in aanwezigheid van E. Van den Hauwe, griffier. E.Van den Hauwe P.Convents M. Moens B. Van den Bergh Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.