id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 14 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2009:JUG.20090514.25 Rolnummer: 07-2063 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-07-19 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-07-02 19:45 Fiche Het was niet het opzet van de wetgever dat de deskundige de Rechtbank voortdurend zou vatten met verzoeken om de consignatie van bijkomende voorschotten of de verdere vrijgave van reeds betaalde voorschotten noch dat de Rechtbank voortdurend tot tussentijdse begrotingen zou overgaan. Het was veeleer de bedoeling te vermijden dat de deskundige al te veel kosten zou moeten voorschieten, doch niet dat zijn erelonen reeds op voorhand zouden betaald worden. Artikel 988 lid 2 Ger.W. bepaalt overigens dat 'verdere vrijgave ook mogelijk is om een redelijk deel van het ereloon voor reeds uitgevoerde werkzaamheden te dekken' (waarmee dus enkel verwezen wordt naar de -verdere-vrijgave van het voorschot, bepaald door de rechter bij toepassing van artikel 987 Ger.W.) doch zegt opvallend niets over de consignatie van een bijkomend voorschot in dergelijke hypothese. Het is bovendien pas ter gelegenheid van het eindverslag en bij de neerlegging van een gedetailleerde staat van kosten en erelonen dat de opdracht in beginsel beëindigd is en de betaling aan de orde is, tijdstip waarop trouwens de partijen en ook de Rechtbank een beter zicht hebben op de zaak om met kennis van zaken te kunnen oordelen over de (definitieve) begroting. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Ereloon Vrije woorden: deskundigenonderzoek - provisie - verzoek tot bijkomende consignatie Tekst van de beslissing VONNIS OP REKWEST AR NR 2063/07 INZAKE Sub I NV A.O.D., TEGEN NV S. MEDE INZAKE NV B.V.. EVENEENS INZAKE Sub II NV S. TEGEN NV A.B. De rechtbank spreekt het volgende vonnis uit. Gelet op de tussenvonnissen dd. 18 oktober 2007, waarbij de aanstelling van een deskundige de heer D. Royer werd bevolen en dd. 14 februari 2008 waarbij de expertise ook gemeen verklaard werd aan de in gedwongen tussenkomst gedagvaarde partij en de zaak gesteld werd naar 7 mei 2009. De deskundige vraagt thans (zie zijn schrijven dd. 5 mei 2009 - stuk 38 rechtsplegingsdossier) :
(1)een verlenging van de termijn met opnieuw 6 maanden (voor neerlegging eindverslag)
(2)de consignatie van een bijkomend voorschot, door hem begroot op 717,64 euro Gehoord aanwezige partij op de terechtzitting van 7 mei
- De deskundige is niet verschenen. De Rechtbank verlengt de termijn tot 30 november 2009 en drukt bij deze ook de hoop uit dat alsdan het deskundig onderzoek zal beëindigd zijn ; het dient opgemerkt dat aan de deskundige reeds een zeer ruime termijn werd gelaten in het P.V. van de installatievergadering dd. 08.11.2007, zulks in feite reeds in afwijking op de regel van artikel 974§ 1 Ger.W. dat de termijn voor het indienen van het eindverslag in beginsel op 6 maanden bepaalt. - Bij de installatievergadering dd. 8 november 2007 werd bepaald dat een bedrag van 4.840,00 euro diende geconsigneerd te worden ter griffie waarvan 2.420,00 euro onmiddellijk diende doorgestort te worden aan de deskundige. Het saldo werd dan vrijgegeven bij vonnis dd. 5 februari
- De Rechtbank meent dat er op heden geen redenen zijn, minstens geen afdoende redenen worden aangetoond om thans opnieuw reeds de consignatie van een bijkomend voorschot te bevelen. Het verzoek lijkt hic et nunc dan ook niet voldoende redelijk verantwoord. Het was niet het opzet van de wetgever dat de deskundige de Rechtbank voortdurend zou vatten met verzoeken om de consignatie van bijkomende voorschotten of de verdere vrijgave van reeds bepaalde voorschotten noch dat de Rechtbank voortdurend tot tussentijdse begrotingen zou overgaan ; het was veeleer de bedoeling te vermijden dat de deskundige al te veel kosten zou moeten voorschieten, doch niet dat zijn erelonen reeds op voorhand zouden betaald worden ; artikel 988 lid 2 Ger.W. bepaalt overigens dat "verdere vrijgave ook mogelijk is om een redelijk deel van het ereloon voor reeds uitgevoerde werkzaamheden te dekken" (waarmee dus enkel verwezen wordt naar de -verdere-vrijgave van het voorschot, bepaald door de rechter bij toepassing van artikel 987 Ger.W.) doch zegt opvallend niets over de consignatie van een bijkomend voorschot in dergelijke hypothese ; het is bovendien pas ter gelegenheid van het eindverslag en bij de neerlegging van een gedetailleerde staat van kosten en erelonen dat de opdracht in beginsel beëindigd is en de betaling aan de orde is, tijdstip waarop trouwens de partijen en ook de Rechtbank een beter zicht hebben op de zaak om met kennis van zaken te kunnen oordelen over de (definitieve) begroting. Uit het bovenstaande volgt dat er ook geen redenen zijn om de expertise op te schorten. Het voorgaande belet evenwel niet dat de deskundige in de loop van de verdere expertisewerkzaamheden, evenwel mits gemotiveerd verzoek daartoe (desgevallend vergezeld van stavingsstukken), alsnog een nieuw verzoek richt aan de Rechtbank. Voor het opstellen van alle akten van rechtspleging werd de wet van 15.06.1935 toegepast. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Rechtdoende op rekwest en op tegenspraak ten aanzien van Nv S. en bij verstek ten aanzien van de overige inzake zijnde partijen. Zeggen voor recht dat er op heden geen aanleiding bestaat om in te gaan op het verzoek van de deskundige tot consignatie van een bijkomend voorschot. Zegt dat de termijn voor het neerleggen van het deskundig verslag wordt verlengd tot 30 november
- De zaak wordt voor toezicht op de neerlegging van het verslag en voor verdere behandeling van de vorderingen of het vastleggen van een conclusiekalender gesteld op de zitting van donderdag 10 december 2009 te 9.30 uur. De deskundige dient niet te verschijnen op voormelde zitting wanneer zijn verslag neerligt. Houdt de beslissing over de kosten aan. Dit vonnis is gewezen in raadkamer door de rechtbank van koophandel te Dendermonde, tweede kamer, samengesteld uit rechter B. Van den Bergh, als voorzitter en de rechters in handelszaken M. Moens en P. Convents en op de openbare terechtzitting van 14 MEI 2009 uitgesproken door rechter B. Van den Bergh in aanwezigheid van E. Van den Hauwe, griffier. E.Van den Hauwe P.Convents M. Moens B. Van den Bergh Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div