← België

ECLI:BE:ORGNT:2010:JUG.20101122.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 22 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2010:JUG.20101122.4 Rolnummer: 010-338 Rechtsgebied: Handelsrecht - Insolventierecht Invoerdatum: 2013-09-04 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-01 14:07 Fiche De wet continuïteit van ondernemingen legt geen verplicht op aan diegene welke toegelaten werd tot de procedure met het oog op het sluiten van een minnelijk akkoord of collectief akkoord om voorafgaandelijk de verkoop van activa, hiervoor voorafgaandelijk machtiging te vragen. De W.C.O. voorziet niet in een machtiging voor overdracht van activa welke niet gelijk te stellen zijn met een overdracht van een onderneming of een gedeelte van een onderneming of activiteit. De onderneming die toegelaten is tot de procedure W.C.O. behoudt haar beschikkings- en beheersbevoegdheid over de onderneming . Alleen indien activa zouden overgedragen worden, op een wijze dat dit gelijk te stellen zou zijn met een overdracht van een onderneming of activiteit, is het de bedoeling van de wetgever geweest dat dit zou verlopen conform de artikelen 59 e.v. W.C.O. Geen enkel bepaling in de W.C.O. voorziet in enige voorafgaandelijke machtiging voor activa die niet vallen onder artikel 59 e.v. W.C.O. De vordering aangebracht bij verzoekschrift om dergelijke machtiging te bekomen is niet ontvankelijk. De rechtbank beschikt immers over geen wettelijke basis om een machtiging te verlenen. De vordering bij verzoekschrift ingeleid om een verklaring van recht te bekomen namelijk 'te zeggen voor recht dat geen machtiging dient verleent voor de onderhandse verkoop van het onroerend goed' is niet ontvankelijk. Een verklaring van recht kan worden gevraagd tegenover een partij met wie men in betwisting is omtrent zijn rechten, wanneer men de schending van een ernstig bedreigd recht wil voorkomen. (art. 18 lid 2 Ger.W.) Uit het feitenrelaas van verzoekster volgt dat de notarissen blijkbaar de akte niet wensen te verlijden zonder machtiging. Indien de vennootschap het met het standpunt van de notarissen niet eens is, kan zij dit geschil met de notarissen laten beslechten hetzij ten gronde, hetzij in kortgeding. Ingevolge artikel 3 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt ( 25 Ventose ) is de notaris in beginsel verplicht zijn ambt te verlenen. Bij uitzondering kan hij zijn tussenkomst weigeren wegens strijdigheid met de openbare orde. Aan deze bepaling ontleent de verzoekster rechten en ingeval van betwisting dient de rechtbank over deze rechten uitspraak te doen. Dit vereist echter een procedure op tegenspraak en impliceert dagvaarding (art. 700 Ger.W.) van de notarissen voor de bevoegde rechtbank die de akte niet willen verlijden. De vordering, zoals thans ingeleid bij verzoekschrift, is derhalve onontvankelijk gezien er geen bepalingen in de W.C.O zijn die een specifieke procedure van machtiging voorzien en om reden dat in het algemeen de procedure bij verzoekschrift niet kan worden gebruikt om een verklaring van recht te vragen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Continuïteit van de ondernemingen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Continuïteit van de ondernemingen - Algemeen Vrije woorden: WCO - verkoop activa lopende de procedure - beheersbevoegdheid - rechtsvordering tot bekomen van verklaring van recht niet ontvankelijk bij gebrek aan wettelijke basis Tekst van de beslissing <> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.