← België

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250401.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 01 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250401.1 Rolnummer: F91/2016 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-04-10 Raadplegingen: 266 - laatst gezien 2026-06-17 02:02 Fiche Een BTW tegoed in hoofde van de gefailleerde dat door de FOD Financiën in toepassing van artikel 334 van de Programmawet van 27 december 2004 wordt aangewend voor fiscale schulden, maakt geen deel uit van de berekeningsbasis voor het ereloon van de curator UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: Ereloon curator - Compensatie btw-tegoed met fiscale schulden Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: VQK, wonende […] in staat van faillissement verklaard bij vonnis van deze rechtbank van 9 maart 2016, waarbij mr. C.D.[…] , werd aangewezen als curator. 1. DE RECHTSPLEGING 1.1. Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer H.V., dd. 11 december 2024 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van de faillissementswet werden nageleefd. 2. HET VERZOEK 2.1. Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 06 december 2024 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten. 3. DE BEOORDELING 3.1. De curator verzoekt het gewoon ereloon te begroten op 8.174,15 EUR. De curator weerhoudt een berekeningsbasis van 27.247,16 EUR aan gerealiseerd actief met het oog op de begroting van zijn gewoon ereloon. In voormelde berekeningsbasis is een bedrag van 2.827,82 EUR opgenomen uit hoofde van een aan de gefailleerde toekomend btw-tegoed dat werd aangewend door de FOD Financiën in toepassing van artikel 334 van de Programmawet van 27 december 2004. Het btw-tegoed in hoofde van gefailleerde bestond v66r datum faillietverklaring, doch de FOD Financiën heeft het tegoed na datum faillietverklaring gecompenseerd met fiscale schulden van de gefailleerde. Het btw-tegoed werd aldus niet "uitbetaald" aan de curator, maar wel onmiddellijk "aangewend" door de FOD Financiën op basis van de wet bij wijze van schuldvergelijking. De rechtbank onderzoekt of dit door de curator opgenomen btw-tegoed ten belope van 2.827,82 EUR wel in aanmerking kan genomen worden als basis om het gewoon ereloon van de curator te begroten. 3.2. Er bestaat geen rechtsvrede over het vraagstuk of een btw-tegoed dat ingevolge artikel 334 van de Programmawet van 27 december 2004 wordt aangewend door de FOD Financiën voor bestaande fiscale schulden kan opgenomen worden in de berekeningsbasis voor het gewoon ereloon van de curator. Er kan onder andere verwezen worden naar recente uiteenlopende rechtspraak met diverse motiveringen. Zie Brussel 1 december 2022, RED! 2023, afl. 1,35. Evenwel anders Brussel 31 mei 2021, TIBR 2022, RS-94 en nog anders Antwerpen 7 september 2023, 2023/EV/12, onuitg. Ook recente doctrine is niet eenduidig. Zie onder andere DE LEO, F., De berekeningsbasis van het gewoon ereloon van de faillissementscurator: over 'teruggeïnde en gerealiseerde activa', TIBR 2022, afl. 1, RS-98 en enigszins anders LEBEAU, J-P., Honoraires du curateur— Le montant d'un crédit NA compensé par le fisc avec une dette du failli peut-il-être inclus dans l'assiete taxable ?, RED! 2023, afl. 1, 36. 3.3. De rechtbank oordeelt als volgt: -Overeenkomstig artikel XX.20, § 3 WER worden de kosten en erelonen van de curatoren vastgesteld verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht, in de vorm van een proportionele vergoeding op de gerealiseerde activa en desgevallend rekening houdend met de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties. -Overeenkomstig artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 26 april 2018 vormt het ereloon van de curator de vergoeding enerzijds voor

  1. i)de prestaties die de curator gewoonlijk verricht in het kader van een normale vereffening van de failliete boedel, zoals [...], realisatie en vereffening van de activa, de rechtsgeschillen of andere rechtsvorderingen, hetzij als eiser, hetzij als verweerder, teneinde niet gegronde of overdreven schuldvorderingen te voorkomen, opsporing en inning van schuldvorderingen, [...] en anderzijds voor
  2. ii)de administratieve kosten die rechtstreeks verband houden met de afwikkeling van het faillissement met inbegrip van de kosten verbonden aan de werking van het personeel en de boekhouding van de curator. -Overeenkomstig artikel 6, § 1 van voormeld KB wordt het proportionele ereloon per schijf berekend op alle bedragen die naar aanleiding van het faillissement aan de boedel te beurt vallen, daaronder begrepen de bedragen die de curator heeft geind en de bedragen die de vereffende activa na het faillissement hebben opgebracht. -Overeenkomstig artikel 334, § 1 van de Programmawet van 27 december 2004 kan elke som die aan een persoon moet worden teruggegeven of betaald door de FOD Financiën, door de Rijksdienst voor sociale zekerheid of door een andere federale overheidsdienst of staatsorganisme, zonder formaliteit en naar keuze van de bevoegde ambtenaar, worden aangewend ter betaling van de door deze persoon verschuldigde sommen waarvan de inning en de invordering, door of krachtens een bepaling met kracht van wet, worden verzekerd door de FOD Financiën of door de Rijksdienst voor sociale zekerheid. Overeenkomstig van § 5 van dit zelfde wetsartikel blijft deze aanwending mogelijk in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure. Dat uit voormelde artikelen volgt dat in casu het btw-tegoed dat in toepassing van artikel 334 van de Programmawet van 27 december 2004 bij wijze van schuldvergelijking werd aangewend voor fiscale schulden van de gefailleerde niet in aanmerking komt voor de opname in de berekeningsbasis voor begroting van het gewoon ereloon van de curator. Het btw-tegoed ten belope van 2.827,82 EUR wordt geweerd uit berekeningsbasis. 3.4. Ter ondersteuning van dit oordeel overweegt de rechtbank vooreerst de gebruikelijke pro en contra argumenten: 3.4.1. Dat de gelden volgend uit de realisatie van actief niet op de faillissementsrekening zijn gekomen, acht de rechtbank geen relevant argument. Er zijn realisaties van actief denkbaar waar de schuldeisers mits machtiging van de rechter-commissaris rechtstreeks worden betaald naar aanleiding van realisatie van actief en waarbij de gelden niet eerst op de faillissementsrekening passeren. 3.4.2. Dat het ereloon enkel verschuldigd is voor het leveren van een daadwerkelijke prestatie of dienst vanwege de curator, acht de rechtbank geen relevant argument. Het ereloon kan begroot worden op actief waar de curator geen enkele prestatie heeft voor moeten verrichten. Een schuldenaar die spontaan een onbetaalde factuur betaalt na faillissement is bijvoorbeeld geen gevolg van enige prestatie van de curator. Ook de omvang van de prestatie is geen relevant criterium om actief al dan niet op te nemen in de berekeningsbasis. Of een curator nu wel of niet een vraag tot betaling of een herinneringsbrief heeft gestuurd naar de fiscale administratie, acht de rechtbank niet relevant. De aard van het actief wijzigt hierdoor niet. 3.4.3. Dat er tekstuele argumenten te vinden zijn in de verslagen aan de Koning naar aanleiding van het Koninklijk Besluit van 10 augustus 1998 en het Koninklijk Besluit van 26 april 2018 overtuigt de rechtbank evenmin. Uit de voormelde verslagen zou kunnen afgeleid worden dat de nadruk ligt op het daadwerkelijk "ontvangen" en "innen", doch in de tekst van het besluit staat nog steeds 'op alle bedragen die naar aanleiding van het faillissement aan de boedel te beurt vallen'. 3.4.4. Dat een schuldvergelijking te aanzien is als een tweevoudige ingekorte betaling en dus ook als een betaling van de gefailleerde aan de FOD Financiën waaruit dan weer zou kunnen afgeleid worden dat er wel sprake is van "inning", overtuigt de rechtbank niet. Het louter feit dat schuldvergelijkingen plaatshebben na faillissement, kan geen aanleiding zijn om die bedragen als gerealiseerd actief binnen de massa te aanzien in het kader van begroting van ereloon. Tijdens een faillissementsbewind gebeuren er tal van schuldvergelijkingen. Een gegronde tegenvordering van de curator in een hangende procedure, waarbij de rechtbank enkel ten belope van het verschil een veroordeling uitspreekt. Evident is de gestelde tegenvordering geen gerealiseerd actief. Of een eenvoudige wettelijke compensatie waaraan uiting wordt gegeven in de aangifte van schuldvordering voor het saldo. Of een dading waarin de curator genoegen neemt met een saldo na wederzijdse afrekening. Evident zal enkel dit saldo in aanmerking genomen worden bij de begroting van het gewoon ereloon, uitgezonderd eventuele toepassing van een correctiecoëfficiënt. Het kan nooit de bedoeling (geweest) zijn om ereloon te berekenen op zulke fantoom-activa bestanddelen. Voormelde voorbeelden verschillen in essentie niet van het vraagstuk omtrent de aanwending van btw-tegoeden op basis van artikel 334 van de Programmawet van 27 december 2004. Ook een tegenvordering die in een gerechtelijke procedure teniet gaat door schuldvergelijking kan even oprecht, opeisbaar en vaststaand zijn als een btw-tegoed. 3.4.5. Dat een curator niet voldoende zou geprikkeld zijn om zich te bekommeren over een correcte afrekening van de te compenseren btw-tegoeden als die tegoeden geen ereloon zouden opleveren, acht de rechtbank geen relevant argument. De wettelijke taak van de curator impliceert dat een curator moet handelen als een normaal vooruitziend en zorgvuldig curator wat inhoudt dat inspanningen dienen geleverd om het netto-passief zo beperkt mogelijk te houden. Die wettelijke taak van een curator krijgt geen andere invulling bij veel of weinig aanwezig actief in een faillissement. 3.5. Om tot oplossing van dit discussiepunt te komen, benadrukt de rechtbank dat er een verschil bestaat tussen enerzijds de gefailleerde en anderzijds de failliete boedel. Vele theoretische en praktische knopen in het faillissementsrecht zijn maar te ontwarren mits een goed begrip van het concept "buiten bezit gesteld vermogen". Een betaling door de gefailleerde (middels een onvrijwillige wettelijke schuldvergelijking) is niet noodzakelijk een betaling door of uit de massa, zijnde de failliete boedel. Eén en dezelfde compensatie kan te beurt vallen aan de gefailleerde zonder dat deze compensatie te beurt valt aan de failliete boedel. 3.6. In het kader van de begroting van het gewoon ereloon van een curator, neemt de rechtbank bij de interpretatie van de omschrijving 'alle bedragen die naar aanleiding van het faillissement aan de boedel te beurt vallen' de rangregeling als maatstaf. In essentie is de (roerende) rangregeling de belichaming van de failliete boedel. Los van de eigen systematiek en de mogelijke aanrekening bij separatisten, kunnen enkel bedragen die ter beschikking worden gesteld van en onderhevig zijn aan de rangregeling in aanmerking genomen worden voor de berekening van het gewoon ereloon. Vorderingen die na faillietverklaring —om welke reden dan ook—teniet gaan door schuldvergelijking, ondergaan de rangregeling (met rechten van voorrang) niet. De gecompenseerde bedragen hebben geen uitstaans met de massa en vallen aldus ook niet te beurt aan de failliete boedel. De aanwending door de FOD Financiën kan immers evenzeer geschieden ook al komt de FOD Financiën niet in nuttige rang in de rangregeling. In casu is dit ook gebleken. Uit het ontwerp van rangregeling voorgelegd door de curator blijkt dat er vanuit de failliete boedel geen uitdeling kan geschieden aan de FOD Financiën gezien deze niet in nuttige rang komt. Zo zal bv. ook een gerechtelijke compensatie tussen hoofdvordering en tegenvordering in een gemeenrechtelijke procedure plaatsvinden, los van de vraag of de tegenpartij van gefailleerde al dan niet in nuttige rang in de rangregeling zal komen. Dit net om reden dat de compensatie de massa niet raakt. Ook zulke compensatie komt dan (evident) niet in aanmerking voor de berekeningsbasis van ereloon. 3.7. Het bovenstaande neemt niet weg dat in bepaalde gevallen een correctiecoëfficiënt kan toegekend worden wanneer de curator aantoont dat zijn prestaties met betrekking tot een btw-tegoed - dat finaal weliswaar niet te beurt valt aan de failliete boedel - kunnen gevat worden onder art. 6, § 2, 3de lid van het Koninklijk Besluit van 26 april 2018. In casu wordt dit niet aangetoond door de curator. 3.8. Op 1.11.2017 werd 1.338,08 EUR op de faillissementsrekening gestort door de notaris. De curator neemt onterecht deze 1.338,08 EUR op als gerealiseerd actief terwijl dit een terugbetaling van (voorgeschoten) kosten betreft door de notaris in kader van de onroerende verkoop en rangregeling. Deze terugbetaling dient in mindering te worden genomen van de opgegeven kosten en te worden geweerd uit het gerealiseerd actief. 3.9. Gelet op het bovenstaande weerhoudt de rechtbank: · een gerealiseerd actief van 22.416,84 EUR, · cle gemaakte aanrekenbare kosten 7.560,57 EUR belopen, · De nog aanrekenbare sluitingskosten 366,48 EUR bedragen. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald. 4. DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent — afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift: - Begroot het ereloon van de curator op 6.725,05 EUR (exclusief btw). - Begroot de aanrekenbare kosten op 7.927,05 EUR. -Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken T.S. en D.P. en is op de openbare zitting van 01 april 2025 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van A.V. Gerelateerde publicatie(
  3. s)geciteerd door: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260513.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.