← België

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250409.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 09 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250409.2 Rolnummer: F241/2008 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-04-10 Raadplegingen: 262 - laatst gezien 2026-06-17 02:02 Fiche De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van kennelijke nalatigheid van de curator in het beheer van het faillissement. Om die reden past de rechtbank een negatieve coëfficiënt toe van 0,

  1. In geval van vertraging in het beheer van het faillissement, kan de ondernemingsrechtbank daarenboven alle interesten die de geconsigneerde sommen hebben opgebracht, weren uit de berekeningsbasis. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: Ereloon curator - nalatigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: G. NV, met maatschappelijke zetel […] werd in staat van faillissement verklaard bij vonnis van deze rechtbank van 30 juni 2008, waarbij mr. K.S. […] , werd aangewezen als curator.
  2. DE RECHTSPLEGING Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer T.M., dd. 20 maart 2025 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van de faillissementswet werden nageleefd.
  3. HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 06 maart 2025 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten.
  4. DE BEOORDELING Uit het verzoekschrift en de stukken blijkt: • een gerealiseerd actief van 755.603,03 euro, • de gemaakte aanrekenbare kosten 35.786,10 euro belopen, • De nog aanrekenbare sluitingskosten 602,05 euro bedragen. De rechtbank stelt vast dat de afhandeling van het faillissement een onverantwoorde vertraging heeft gekend. Uit de stukken blijkt dat dit faillissement kon afgesloten worden in
  5. Tussen 2012 en 2025 lag het faillissement volledig stil, zonder enige transactie of procedure sindsdien. De curator geeft geen enkele verklaring omtrent deze vertraging. Schuldeisers zouden zulke vertraging niet moeten ondergaan. Er werd overigens geen enkel provisioneel dividend uitgekeerd aan enige schuldeiser terwijl al meer dan 12 jaar bijna 600.000,00 euro voor de schuldeisers beschikbaar is bij de deposito -en consignatiekas. Dit terwijl de rechtbank wel vaststelt dat de curator reeds in 2008 (voor zichzelf) wel een provisioneel ereloon van 10.000,00 euro heeft bekomen en uitbetaald. De tarieven van ereloon voor de curator in de periode 2012-2013 zijn bovendien beduidend lager dan de geldende tarieven op heden. De rechtbank stelt vast dat verschillende stavingstukken ontbreken. Geen enkele afrekening kan voorgelegd worden inzake het realiseren van de roerende goederen. Jaarverslagen tussen 2012 en 2025 werden steevast laattijdig neergelegd. De jaarverslagen 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022 werden allen neergelegd op 24.2.
  6. Jaarverslagen 2023 en 2024 werden neergelegd op 28.2.
  7. De curator heeft in dit faillissement minstens niet gehandeld als een normaal vooruitziend en zorgvuldig curator. De curator beseft dit blijkbaar en stelt zelf voor in het verzoekschrift een negatieve coëfficiënt toe te passen van 0,
  8. Dit betreft een gerechtelijke erkenning dat de vereffening minstens niet volgens de regels van de kunst is verlopen. De rechtbank is echter van oordeel dat er ook sprake is van kennelijke nalatigheid van de curator in het beheer van het faillissement. Om die reden past de rechtbank een negatieve coëfficiënt toe van 0,
  9. In geval van vertraging in het beheer van het faillissement, kan de ondernemingsrechtbank daarenboven alle interesten die de geconsigneerde sommen hebben opgebracht, weren uit de berekeningsbasis (art.6 KB van 26 april 2018). De rechtbank past dit toe en de bedragen van 90.164,42 euro + 32.230,00 euro verworven intresten worden uit de berekeningsbasis geweerd. Gelet op het bovenstaande weerhoudt de rechtbank: • een berekeningsbasis ereloon gerealiseerd actief van 633.209,00 euro, • de gemaakte aanrekenbare kosten 35.786,10 euro belopen, • de nog aanrekenbare sluitingskosten 602,05 euro bedragen. • een correctiecoëfficiënt van 0,7 Het ereloon bedraagt 55.841,65 euro x 0,7 = 39.089,15 euro, met dien verstande dat hiervan reeds 10.000,00 euro als provisie werd betaald aan de curator. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald.
  10. DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift : - Begroot het ereloon van de curator op 39.089,15 euro, onder aftrek van de reeds toegekende provisie van 10.000 euro, hetzij een bedrag van 29.089,15 euro (exclusief BTW). - Begroot de aanrekenbare kosten op 36.388,15 euro. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken F.B. en P.D. en is op de buitengewone openbare zitting van 09 april 2025 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier A.V. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.