id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 23 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250423.1 Rolnummer: 0/23/01071 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-05-21 Raadplegingen: 311 - laatst gezien 2026-06-16 05:15 Fiche In beginsel is het aan de bijzonder bevoorrechte schuldeiser om het nodige te doen voor de inning van de schuldvorderingen die in het onderpand van haar schuldvordering vallen. Deze pandhoudende schuldeisers staan in beginsel buiten de eigenlijke faillissementswerkzaamheden. De zogenaamde separatist heeft een afscheidingsrecht. Indien de schuldeiser dat recht heeft en ook uitoefent, blijven de goederen buiten de boedel. De bedragen die de pandhoudende schuldeiser (of de separatist) ontvangt, vallen aldus "niet te beurt aan de boedel" en vormen geen basis voor de berekening van het ereloon overeenkomstig XX.20, § 3 WER en artikel 6 § 1 van het Koninklijk Besluit van 26 april
- Separatisten kunnen de taak van de verzilvering van hun onderpand overlaten aan de curatele. Daartoe is een opdracht van hunnentwege aan de curatele nodig. Deze opdracht kan ook stilzwijgend worden gegeven; nodig is evenwel dat ondubbelzinnig vaststaat dat die opdracht is gegeven. De consequentie daarvan is daarenboven wel dat het ereloon en kosten van de curator met betrekking tot die prestaties die hebben geleid tot de inning van die vorderingen, in de rangregeling van een sub-boedel ten laste worden gelegd van die separatisten en in mindering wordt gebracht van de opbrengst van het onderpand. Uit de stukken blijkt niet dat de betrokken pandhoudende schuldeiser voormelde opdracht aan de curator heeft toevertrouwd en nog minder dat de pandhoudende schuldeiser zich akkoord heeft verklaard het overeenstemmende ereloon en kosten ten laste te nemen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Ereloon curator - berekeningsbasis - pandrecht invorderingen Tekst van de beslissing 0/23/01071 . De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent — afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: DF NV,[...] waarbij mr. [X] werd aangewezen als curator. *********
- DE RECHTSPLEGING] Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer […], dd. 07 maart 2025 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van boek XX WER werden nageleefd.
- HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 05 maart 2025 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten.
- DE BEOORDELING Voor de begroting van de staat van onkosten en ereloon van de curator dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen. In het verzoekschrift weerhoudt de curator: · een gerealiseerd actief van 267.415,40 euro, · de gemaakte aanrekenbare kosten 16.910,59 euro belopen, · De nog aanrekenbare sluitingskosten 883,89 euro bedragen. De rechtbank controleert en oordeelt op basis van de aanwezige stukken, zoals hierna volgt. 3.
- De curator neemt een bedrag van 42.976,00 euro aan "invorderingen" op in de berekeningsbasis inzake het ereloon. Voormeld bedrag werd geïnd door een pandhoudende schuldeiser en in mindering gebracht van haar schuldvordering. Het bedrag werd niet betaald op de faillissementsrekening. Er wordt niet betwist dat de betrokken schuldeiser een pandrecht heeft op de door haar geinde vorderingen. In beginsel is het aan de bijzonder bevoorrechte schuldeiser om het nodige te doen voor de inning van de schuldvorderingen die in het onderpand van haar schuldvordering vallen. Deze pandhoudende schuldeisers staan in beginsel buiten de eigenlijke faillissementswerkzaamheden. De zogenaamde separatist heeft een afscheidingsrecht. Indien de schuldeiser dat recht heeft en ook uitoefent, blijven de goederen buiten de boedel. De bedragen die de pandhoudende schuldeiser (of de separatist) ontvangt, vallen aldus "niet te beurt aan de boedel" en vormen geen basis voor de berekening van het ereloon overeenkomstig XX.20, § 3 WER en artikel 6 § 1 van het Koninklijk Besluit van 26 april
- Separatisten kunnen de taak van de verzilvering van hun onderpand overlaten aan de curatele. Daartoe is een opdracht van hunnentwege aan de curatele nodig. Deze opdracht kan ook stilzwijgend worden gegeven; nodig is evenwel dat ondubbelzinnig vaststaat dat die opdracht is gegeven. De consequentie daarvan is daarenboven wel dat het ereloon en kosten van de curator met betrekking tot die prestaties die hebben geleid tot de inning van die vorderingen, in de rangregeling van een sub-boedel ten laste worden gelegd van die separatisten en in mindering wordt gebracht van de opbrengst van het onderpand. Uit de stukken blijkt niet dat de betrokken pandhoudende schuldeiser voormelde opdracht aan de curator heeft toevertrouwd en nog minder dat de pandhoudende schuldeiser zich akkoord heeft verklaard het overeenstemmende ereloon en kosten ten laste te nemen. Zie hierover Gent 29 juni 2009, TGR 2009, 323; Brussel 29 april 2015, JLMB 2016, afl. 13, 610; Ondernemingsrechtbank Gent (afdeling Gent) 22 oktober 2019, TIBR 2/2001, 163; Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Hasselt) 15 april 2021, TIBR 1/2022,
- Het bedrag van 42.976,00 euro wordt geweerd uit de berekeningsbasis. 3.
- Gelet op het bovenstaande weerhoudt de rechtbank: · een gerealiseerd actief van 224.439,40 euro · de gemaakte aanrekenbare kosten 16.910,59 euro belopen, · De nog aanrekenbare sluitingskosten 883,89 euro bedragen. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald.
- DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent — afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift: - Begroot het ereloon van de curator op 33.373,43 euro (exclusief BTW). - Begroot de aanrekenbare kosten op 17.794,18 euro. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken […] en […] en is op de buitengewone openbare zitting van 23 april 2025 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier […] Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div