← België

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250514.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 14 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250514.1 Rolnummer: A/15/00875 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-05-21 Raadplegingen: 228 - laatst gezien 2026-06-16 15:33 Fiche De rechtbank stelt vast dat de afhandeling van het faillissement een onverantwoorde vertraging heeft gekend. Uit de stukken blijkt dat dit faillissement kon afgesloten worden in

  1. Tussen 2017 en 2024 lag de faillissementsafwikkeling volledig stil, zonder enige transactie of procedure sindsdien. De curator stelt zelf dat "er geen objectieve verantwoording is voor de vertraging in de afhandeling" en wenst zich hiervoor te excuseren. Schuldeisers zouden zulke vertraging niet moeten ondergaan. De vertraging heeft onnodige kosten voor de boedel veroorzaakt, waaronder minstens voor 2.239,00 euro onnodige kosten uit hoofde van de jaarlijkse retributie voor regsol. Bovendien zorgt zulke vertraging voor bijkomende, onnodige werklast voor de rechtbank. Het ereloon voor de curator is door indexatie ook gestegen sinds
  2. De curator heeft in dit faillissement niet gehandeld als een normaal vooruitziend en zorgvuldig curator. Om die reden past de rechtbank een negatief coëfficiënt toe van 0,
  3. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Ereloon curator - vertraging in beheer - negatief coëfficiënt Tekst van de beslissing A/15/00875 De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent — afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: ******** F.J. BV, […], waarbij mr. [X] werd aangewezen als curator. *********
  4. DE RECHTSPLEGING Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer […], dd. 25 maart 2025 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van de faillissementswet werden nageleefd.
  5. HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 07 maart 2025 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten.
  6. DE BEOORDELING Voor de begroting van de staat van onkosten en ereloon van de curator dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen. De rechtbank stelt vast dat de afhandeling van het faillissement een onverantwoorde vertraging heeft gekend. Uit de stukken blijkt dat dit faillissement kon afgesloten worden in
  7. Tussen 2017 en 2024 lag de faillissementsafwikkeling volledig stil, zonder enige transactie of procedure sindsdien. De curator stelt zelf dat "er geen objectieve verantwoording is voor de vertraging in de afhandeling" en wenst zich hiervoor te excuseren. Schuldeisers zouden zulke vertraging niet moeten ondergaan. De vertraging heeft onnodige kosten voor de boedel veroorzaakt, waaronder minstens voor 2.239,00 euro onnodige kosten uit hoofde van de jaarlijkse retributie voor regsol. Bovendien zorgt zulke vertraging voor bijkomende, onnodige werklast voor de rechtbank. Het ereloon voor de curator is door indexatie ook gestegen sinds
  8. Er werden wel provisionele dividenden uitgekeerd aan bepaalde schuldeisers in
  9. Niettemin blijft er nog ongeveer 40.000,00 euro uit te delen. De curator heeft in dit faillissement niet gehandeld als een normaal vooruitziend en zorgvuldig curator. Om die reden past de rechtbank een negatief coëfficiënt toe van 0,
  10. In geval van vertraging in het beheer van het faillissement, kan de ondernemingsrechtbank daarenboven alle interesten die de geconsigneerde sommen hebben opgebracht, weren uit de berekeningsbasis (art.6 KB van 26 april 2018) De rechtbank past dit toe en de bedragen van 1.220,08 euro en 1.106,24 euro verworven intresten worden uit de berekeningsbasis geweerd. Gelet op het bovenstaande weerhoudt de rechtbank: · een berekeningsbasis ereloon gerealiseerd actief van 126.598,10 euro · de gemaakte aanrekenbare kosten 36.577,57 euro belopen, · de nog aanrekenbare sluitingskosten 1.088,37 euro bedragen. · een correctiecoëfficiënt van 0.85 Het ereloon bedraagt 25.634,87 euro x 0,85 = 21.789,63 euro. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald. ******
  11. DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent — afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift: - Begroot het ereloon van de curatoren op 21.789,63 euro (exclusief BTW). - Begroot de aanrekenbare kosten op 37.665,94 euro. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken […] en […] en is op de buitengewone openbare zitting van 14 mei 2025 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier […] Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.