id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 20 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250520.2 Rolnummer: N 25 00085 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-05-21 Raadplegingen: 395 - laatst gezien 2026-06-16 05:25 Fiche 1 Een onderneming kan niet op een duurzame wijze met enige kans op succes gevoerd worden wanneer de onderneming niet op regelmatige wijze haar sociale en fiscale verplichtingen voldoet en of geen correcte, accurate boekhouding voert. Dergelijk verzuim heeft o.a. tot gevolg dat een vertekend beeld wordt gecreëerd met betrekking tot de reële liquiditeitsvereiste en de reële rendabiliteit van de activiteit. Een nauwkeurige opvolging van de financiële situatie van de onderneming wordt hierdoor moeilijk, zo niet onmogelijk. Deze opvolging is nochtans noodzakelijk om correcte beleidsbeslissingen te kunnen nemen, om tijdig te kunnen reflecteren over de toekomst van de onderneming, om desgevallend herstelmaatregelen te nemen, dan wel om de activiteiten te stoppen. Dit gebrek aan opvolging heeft bijgedragen tot de faillietverklaring. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Kwijtschelding weigering Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.173 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 2 Er is sprake van kennelijk grove fouten. Fiscale, sociale en boekhoudkundige verplichtingen werden systematisch genegeerd door verweerder. In alle opzichten werd door verweerder misbruik maakt van publieke middelen en geduldige schuldeisers. De houding van verweerder – die in alle opzichten niet overeenstemt met de maatschappelijke en economische normen - kan niet geduld worden in het handelsverkeer. De rechtbank stelt vast dat verweerder intussen, via een nieuwe vennootschap, opnieuw zich schuldig maakt aan dezelfde kennelijke grove fouten zoals hierboven weerhouden. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Kwijtschelding weigering Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.173 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 3 De rechtbank kan niet ambtshalve een “verbod” in de zin van art. XX.229 WER opleggen. Ook niet wanneer de Belgisch Staat in conclusies stelt “B.B. lijkt de gewoonte te ontwikkelen om zich met doelgerichte miskenning van alle boekhoudkundige, administratieve of fiscale verplichtingen te mengen in het economisch verkeer en zijn werkings- en levensbehoeften gewoon rechtstreeks uit de kas te voldoen, volgens het adagium bruto = netto.” UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Kwijtschelding - ondernemingsverbod Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.173 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.229 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Ondernemingsrechtbank Gent – Afdeling Gent, Tweede kamer. N/25/00085 *********** Partijen in het geding Mr. R.G. […], optredend in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van B.B. Eiser/eiseres q.q.. De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, KBO-nr. 0308.357.159, op vervolging en benaarstiging van de Adviseur Invordering - Ontvanger van het Team invordering Gent Rand, die voor deze rechtspleging woonstkeuze doet op het kantoor van de Adviseur-generaal inning en invordering - Gewestelijk directeur van het Regionaal Invorderingscentrum Oost-Vlaanderen, gevestigd te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6 bus 201, Tweede eiseres. Vertegenwoordigd door Mr. C.D. […] B.B. Gefailleerde, die niet verschijnt. I. INFORMATIE OVER DE PROCEDURE 1.
- De curator heeft een verzoekschrift houdende verzet tegen de kwijtschelding neergelegd in het Register op 26 maart
- De Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën heeft een verzoekschrift houdende verzet tegen de kwijtschelding neergelegd in het Register op 11 april
- 1.
- De partijen werden opgeroepen in overeenstemming met artikel 1034sexies Ger.W. om te verschijnen op de zitting van 22 april
- Verweerder verschijnt niet. De rechtbank heeft de curator en Belgische Staat in raadkamer van 22 april 2025 gehoord, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen. De rechtbank heeft kennis genomen van het rechtsplegingsdossier en de neergelegde stukken. De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd. II. SAMENVATTING VAN DE RELEVANTE FEITEN 2.
- B.B. werd in staat van faillissement verklaard bij vonnis van deze rechtbank van 7 november 2023, eiser q.q., mr. R.G., werd aangesteld als curator. Op 26 maart 2025 heeft vervolgens de curator het verzoekschrift in overeenstemming met artikel XX.173 §3 WER neergelegd. III. DE VORDERINGEN 3.
- In het verzoekschrift vordert de curator: […] dat de kwijtschelding volledig wordt geweigerd aan gefailleerde B.B. De curator wijst in zijn verzoekschrift naar volgende omstandigheden: […] 4.a Ontegensprekelijk laattijdige aangifte van faillissement. - Wat betreft schuld aan A.R – 15.953,18 EUR. Faillissement kwam tussen op dagvaarding op verzoek van AR NV. Betreffende schuldeiser liet weliswaar na om aangifte van schuldvordering in te dienen. Blijkens faillissementsvonnis beliep de openstaande schuld 15.953,18 EUR uit hoofde van onbetaalde facturen uitgeschreven voor huurovereenkomsten van voertuigen. Betreffende schuldeiser bekwam geen betaling; gedwongen tenuitvoerlegging bleek onmogelijk. - Wat betreft schuld aan FOD Financiën – 22.421,87 EUR. Daarnaast worden schulden genoteerd t.a.v. FOD Financiën t.b.v. 22.421,87 EUR, waarvan de oudste dateert van
- Een aanzienlijk gedeelte vloeit voort uit niet-indiening BTW-aangiftes en de uit dien hoofde ingekohierde verhogingen en boeten. Tevens dient gewezen op de schulden ten gevolge van correctionele veroordelingen van 23/03/2022 en 22/09/2022 en veroordeling door de Politierechtbank van 26/01/
- […] - Schuld aan VLABEL – 797,00 EUR. Verkeersbelasting werd onbetaald gelaten sedert 21/02/
- - Schuld aan sociale verzekeringskas ACERTA. Sociale bijdragen blijken alle onbetaald gelaten sedert 01/
- Teruggevorderde coronapremie werd niet terugbetaald. Uit het bijgevoegde stavingsstuk 2.b blijkt dat de aanzienlijke coronapremies door gefailleerde blijken aangevraagd, ontvangen en integraal aangewend. Uit gevoegd rekeningoverzicht blijkt sedertdien geen verdere activiteit meer gevoerd. Dwangbevel blijkt betekend per 03/
- 4.b Misbruik van geduldige schuldeisers – in casu FOD Financiën en sociaal Verzekeringsfonds. 4.c Afwezigheid op faillissementsdatum van enig actiefbestanddeel. Verduistering dan wel verbergen van activa wordt dan ook vermoed. Een zelfstandige activiteit kan niet worden verondersteld te zijn gevoerd geworden zonder enig actiefbestanddeel. […] 4.d Afwezigheid van het voeren van een passende boekhouding; Niet-indiening Btw-aangiftes met corresponderende boetes tot gevolg; Afwezigheid van enig boekhoudkundig stuk. Het bijhouden van de boeken wordt evenwel als meest essentieel geoordeeld, nu het naleven van deze verplichting de basis vormt om de financiële toestand van een onderneming te kunnen beoordelen. 4.e Organiseren van de insolvabiliteit, met onder meer het niet houden van een werkelijk adres, als meest doeltreffend middel om zich te onttrekken aan de schuldeisers.
- Tevens dient gewezen op een totaal gebrek aan medewerking met curator. Gefailleerde reageerde niet op opeenvolgende brieven welke hem werden toegestuurd, zowel per e-mail als per post toegestuurd aan zowel op het aanvankelijke domicilieadres als aan het later gekende adres te 8840 Staden, Roeselarestraat
- Ter info van de Rechtbank worden nog volgende relevant geoordeelde info bezorgd: Op 24.03.2025 werd ondergetekende curator geïnformeerd dat gefailleerde hoofdelijk aansprakelijke vennoot (en zaakvoerder) blijkt te zijn van B CommV […] . Betreffende CommV blijkt opgericht in maart 2024 tussen B.B. als gecommanditeerde vennoot en T.A. als commanditaire vennoot. Activiteit van deze CommV volgens gepubliceerde oprichtingsakte: onder meer schoonmaakwerkzaamheden, autohandel; transport; restaurant; ... Fiscale schulden zouden ook in deze CommV onbetaald worden gelaten; er blijken geen invorderingsmogelijkheden. Gefailleerde blijkt dan ook opnieuw bezig schulden te maken met / via diens nieuw opgerichte vennootschap. 3.
- De Belgische Staat vordert: - Akte te verlenen van het verzet, uitgaande van de BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën, Adviseur Invordering - Ontvanger van het Team invordering Gent Rand tegen de kwijtschelding van de restschulden in het faillissement van B.B. - Het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren - Dienvolgens te zeggen voor recht dat de kwijtschelding aan de heer B.B. wordt geweigerd met betrekking tot de restschulden, verschuldigd aan de BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën, Adviseur Invordering – Ontvanger van het Team Inning & Invordering Natuurlijke personen Gent Centrum - Kosten als naar recht De Belgische Staat wijst in haar verzoekschrift naar volgende omstandigheden: 3.
- De gefailleerde is ingeschreven als ondernemer in eigen naam vanaf 17.03.2020 (stuk 1). Het is niet echt duidelijk of de gefailleerde daadwerkelijk activiteiten heeft ontwikkeld als ondernemer, dan wel of zijn inschrijving er toe strekte aanspraak te kunnen maken op steunmaatregelen voor ondernemers. Uit de rekeninguittreksels die door de curator worden voorgelegd blijkt alleszins dat de gefailleerde sinds de oprichting quasi geen inkomsten realiseerde, andere dan de ontvangen steunuitkeringen (stuk 2.b van de curator). Feit is dat de gefailleerde weinig of geen intenties had om de fiscale en administratieve verplichtingen, eigen aan zijn onderneming, na te leven of te respecteren. Van bij aanvang diende de gefailleerde op systematische wijze te worden gewezen op de afwezigheid van BTW-aangiften, indienen van klantenlistings (stukken 3 t.e.m. 7). Enkel wanneer de BTW-aangifte aanleiding gaf tot een BTW-tegoed (teruggave) deed men de moeite om een aangifte in te dienen. Meermaals werd de gefailleerde aangeschreven met de melding dat hij, wanneer hij meende aan de voorwaarden te voldoen, een aanvraag kon doen bij de diensten van verzoeker om te kunnen genieten van de BTW-vrijstellingsregeling wegens beperkte omzet. De gefailleerde nam echter geen enkel initiatief in die zin. Het gevolg hiervan was dat op regelmatige basis boeten werden gevestigd wegens het niet indienen van de verplichte aangiften en listings (stuk 2). Vanaf aanslagjaar 2022 hield dhr. B.B. N ook op met het indienen van aangiften in de personenbelasting. Deze nalatigheid wordt gesanctioneerd met administratieve boeten, die de schuldenlast verder verzwaren (stukken 2, 8 en 9). Verzoeker diende vast te stellen dat de gefailleerde enkel voldeed aan administratieve verplichtingen wanneer hem dat rechtstreeks een tegoed of een uitkering opleverde. Administratieve betalingsverplichtingen werden zo goed als systematisch genegeerd. 3.
- Enkele maanden na zijn persoonlijk faillissement, op 25.03.2024, gaat B.B. over tot oprichting van een de commanditaire vennootschap B. CommV. stuk 10). B.B. treedt hierbij op in zijn hoedanigheid van gecommanditeerde vennoot en bestuurder (stuk 11). Opnieuw dient verzoeker vast te stellen dat B.B. zich andermaal in het handelsverkeer begeeft zonder de minste administratieve verplichting na te leven. Sinds de oprichting werd door de huidige vennootschap nog geen enkele BTW-aangifte ingediend (stukken 12-15). Opnieuw stapelen de BTW-boeten zich op in hoofde van de vennootschap (stuk 15-16). Bij een poging tot controle op de maatschappelijke zetel van de vennootschap, laat de gefailleerde verstek. Ook op gewone en aangetekende schriftelijke berichten, telefonische oproepen met ingesproken bericht en op e-mailberichten, volgt geen enkele reactie van de gefailleerde (stuk 15, Proces-Verbaal, Blad 2 en 3 van 3). B.B. onttrekt zich derhalve doelbewust aan elke wettelijke verplichting en aan elke vorm van toezicht. Teneinde de invordering door zijn schuldeisers te bemoeilijken, bedient B.B. zich nu van een bankrekening bij REVOLUT BANK, gevestigd te VILNIUS (Litouwen) (stuk 16). 3.
- De procureur des Konings stelt ter zitting geen formeel verzet tegen de kwijtschelding aan te tekenen doch sluit zich aan bij het standpunt van eisende partijen. 3.
- Verweerder verschijnt niet noch legt hij besluiten neer. IV. DE BEOORDELING 4.
- Artikel XX.173 §1, 1e lid WER luidt: “Indien de gefailleerde een natuurlijke persoon is, zal hij ten aanzien van de schuldeisers worden bevrijd van de restschulden, onverminderd de zakelijke zekerheden gesteld door de schuldenaar of een derde.”. 4.
- In overeenstemming met artikel XX.173 §3 WER kan de kwijtschelding, al dan niet in zijn geheel, geweigerd worden bij gemotiveerde beslissing op vordering van een belanghebbende, met inbegrip van de curator en het openbaar ministerie, “indien de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement”. Een grove fout betreft een ernstige inbreuk op de essentiële normen van het vennootschapsleven of een flagrante fout die getuigt van een niet verschoonbare lichtzinnigheid of onzorgvuldigheid. Het kennelijk karakter duidt erop dat het een manifeste fout betreft die ook als dusdanig door elk redelijk voorzichtig en vooruitziend ondernemer wordt aanzien. De kennelijk grove fout kan bestaan uit een geheel van feiten en gedragingen die door hun samenhang als kennelijk grof worden beschouwd. 4.
- Dat de fout moet ‘bijgedragen’ hebben tot het faillissement, houdt in dat de fout een aandeel moet gehad hebben in de daaropvolgende faillietverklaring. Het faillissement moet mee veroorzaakt moet zijn door de kennelijk grove fout. Niet vereist is dat deze fout de enige, de belangrijkste of de noodzakelijke oorzaak van het faillissement is. De goede trouw is een essentieel element bij de beoordeling van de kwijtschelding (Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 2407/004, 4). 4.
- De rechtbank besluit uit de feiten en gegevens, zoals door de curator en tussenkomende partij aangebracht, dat er in hoofde van gefailleerde sprake is van kennelijk grove fouten. De feiten en gegevens, evenals de motieven aangebracht door de curator en tussenkomende partij, zoals hiervoor weergegeven, herneemt de rechtbank hier en maakt deze tot de zijne. De rechtbank verwijst in het bijzonder naar de aard van het passief, het gebrek aan enige boekhouding en het gebrek aan medewerking met de curator. 4.4.
- Op heden bestaat het passief uit: - 22.421,87 EUR ten aanzien van de FOD Financiën - 516,53 EUR ten aanzien van EOS Aremas - 797,00 EUR ten aanzien van VLABEL - 13.262,17 EUR ten aanzien van Acerta Sociaal Verzekeringsfonds De rechtbank stelt vast dat: - Er 7 opeenvolgende kwartalen persoonlijke sociale bijdragen onbetaald zijn gebleven - De personenbelasting voor de aanslagjaren 2021, 2022 en 2023 onbetaald is gebleven. - Verweerder onterechte corona-steun heeft genoten die niet werd terugbetaald. - Verweerder penale boetes voor meerdere strafrechtelijke veroordelingen onbetaald heeft gelaten. - Verweerder geen boekhouding voerde en dat er geen enkel boekhoudkundig stuk beschikbaar was voor de curator. Fiscale, sociale en boekhoudkundige verplichtingen werden systematisch genegeerd door verweerder. In alle opzichten werd door verweerder misbruik maakt van publieke middelen en geduldige schuldeisers. De houding van verweerder – die in alle opzichten niet overeenstemt met de maatschappelijke en economische normen - kan niet geduld worden in het handelsverkeer. Niettemin stelt de rechtbank vast dat verweerder intussen, via een nieuwe vennootschap, opnieuw zich schuldig maakt aan dezelfde kennelijke grove fouten zoals hierboven weerhouden (zie proces-verbaal van vaststelling van de FOD Financiën stuk 15 Belgisch Staat). De Belgische Staat verwoordt het treffend: “B.B. lijkt de gewoonte te ontwikkelen om zich met doelgerichte miskenning van alle boekhoudkundige, administratieve of fiscale verplichtingen te mengen in het economisch verkeer en zijn werkings- en levensbehoeften gewoon rechtstreeks uit de kas te voldoen, volgens het adagium bruto = netto.” De rechtbank kan enkel vaststellen dat zij niet ambtshalve een “verbod” in de zin van art. XX.229 WER kan opleggen. 4.4.
- De rechtbank wijst tot slot naar het totaal gebrek aan medewerking door verweerder met het afwikkelen van zijn faillissement. Er werd niet gereageerd op brieven, noch op officieel domicilieadres noch op een door de curator later vernomen ander verblijfsadres, en e-mail (stuk 3 eiser q.q.). Dit alles samen, maakt een kennelijk grove fout uit. 4.
- Het staat vast dat deze fout heeft bijgedragen tot het faillissement van verweerder. Een onderneming kan niet op een duurzame wijze met enige kans op succes gevoerd worden wanneer de onderneming niet op regelmatige wijze haar sociale en fiscale verplichtingen voldoet en of geen correcte, accurate boekhouding voert. Dergelijk verzuim heeft o.a. tot gevolg dat een vertekend beeld wordt gecreëerd met betrekking tot de reële liquiditeitsvereiste en de reële rendabiliteit van de activiteit. Een nauwkeurige opvolging van de financiële situatie van de onderneming wordt hierdoor moeilijk, zo niet onmogelijk. Deze opvolging is nochtans noodzakelijk om correcte beleidsbeslissingen te kunnen nemen, om tijdig te kunnen reflecteren over de toekomst van de onderneming, om desgevallend herstelmaatregelen te nemen, dan wel om de activiteiten te stoppen. Dit gebrek aan opvolging heeft bijgedragen tot de faillietverklaring. 4.
- Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement van de onderneming. Deze fouten verantwoorden de weigering van de kwijtschelding zoals door de curator gevraagd. De vordering van de curator beoordeelt de rechtbank dan ook als gegrond. Verweerder laat overigens verstek en laat geen concreet verweer kennen. 4.
- Waar artikel 279
(1), 4°, W.Reg. in een vrijstelling van rolrechten voorziet voor alle zaken die ingeleid worden in het kader van Boek XX WER, met betrekking tot de insolventie van ondernemingen, is er geen aanleiding om in toepassing van artikel 269
(2)§ 1 W.Reg. enige veroordeling tot betaling van rolrechten uit te spreken. 4.8. Alle andere besluiten wijst de rechtbank af als ongegrond of niet ter zake dienend. V. BESLISSING De rechtbank doet recht op tegenspraak en op grond van alle bovenstaande redenen, alle verdere en meer uitgebreide of strijdige conclusies verwerpende als zijnde niet-gegrond of niet ter zake dienend. De rechtbank verklaart zich bevoegd tot kennisname van de vordering. De rechtbank verklaart de vordering van de curator en de tussenkomende partij ontvankelijk en gegrond als volgt: De rechtbank weigert volledig de kwijtschelding aan B.B. De rechtbank verzoekt de curator het vonnis bij uittreksel bekend te maken in het Belgisch Staatsblad. De rechtbank verwijst B.B. in de kosten van het geding, waaronder de met toepassing van artikel 4 §2, 1e en 3e lid en artikel 5 §1 van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand verschuldigde bijdrage van 24 EUR aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. ***** Gewezen op verstek door de Tweede Kamer van de Ondernemingsrechtbank van Gent – Afdeling Gent, samengesteld uit: V. Verlaeckt, rechter en voorzitter van de kamer,[…] en […], rechters in ondernemingszaken, en uitgesproken door de voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op 20 mei 2025 in aanwezigheid van […] griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div