← België

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250613.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 13 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250613.1 Rolnummer: Q/25/0006 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-06-18 Raadplegingen: 170 - laatst gezien 2026-06-16 04:54 Fiche Weigering homologatie reorganisatieplan wegens laattijdige neerlegging reorganisatieplan: Een termijn van 3 werkdagen (vgl. artikel 1.7 BW) tussen een mogelijke kennisname en de voorziene stemming, is onredelijk kort en niet-verantwoord. Er kan niet aannemelijk gemaakt worden dat in casu het normdoel bereikt is. Er zijn grenzen aan de flexibiliteit met het oog op reparatie. Dat de wetgever wel degelijk redenen had om in de wet expliciet te voorzien dat een reorganisatieplan 20 dagen voor de zitting inzake stemming dient te worden neergelegd en te bepalen dat de mededeling aan de schuldeisers door de griffie moet gebeuren minstens 15 dagen voor de zitting. De schuldeiser moet het plan kunnen bestuderen, zich kunnen informeren en finaal een standpunt kunnen vormen wat betreft het voorgelegd plan en de implicaties ervan. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Weigering homologatie reorganisatieplan wegens laattijdige neerlegging reorganisatieplan Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.79 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De derde kamer van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent heeft volgend vonnis verleend in de zaak van : BV DDR, […] verzoekster,

  1. DE RECHTSPLEGING Het dossier van de rechtspleging en de stukken werden ingezien. Op de zitting van 10 juni 2025 werden gehoord: - Verzoekster, vertegenwoordigd door één van haar bestuurders, mevrouw [EG]., bijgestaan door meester [HDK]; - de aanwezige of bij volmacht vertegenwoordigde schuldeisers. Het verslag van de gedelegeerd rechter, de heer [CLFTH] wordt ingezien. Er werd overgegaan tot de stemming over het reorganisatieplan. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.
  2. HET VERZOEK Verzoekster vordert haar reorganisatieplan te homologeren.
  3. DE BEOORDELING 3.
  4. Bij vonnis van 25 maart 2025 van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent werd de procedure gerechtelijke procedure met het oog op een collectief akkoord open verklaard In voormeld vonnis werd bepaald dat de stemming over het reorganisatieplan zal doorgaan op 10 juni
  5. 3.
  6. Overeenkomstig artikel XX.77, § 1 WER dient de schuldenaar, minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.48 in het register, het reorganisatieplan neer te leggen. De rechtbank stelt vast dat in casu de schuldenaar het reorganisatieplan (pas) heeft neergelegd op 30 mei
  7. De termijn van twintig dagen werd niet gerespecteerd. Dit leidt tot de vaststelling dat de pleegvormen niet werden nageleefd. 3.
  8. De rechtbank kan de homologatie van een reorganisatieplan weigeren in geval van niet-naleving van de pleegvormen die door deze wet worden opgelegd (artikel XX.79 WER). De niet-naleving van de pleegvormen kan leiden tot een weigeringsgrond als deze niet-naleving daadwerkelijk invloed heeft gehad op de procedure in het algemeen en de stemverrichtingen in het bijzonder (normdoel). 3.
  9. De schuldeisers werden bij gewone brief van 2 juni 2025 in kennis gesteld van de neerlegging van het reorganisatieplan met de uitnodiging aanwezig te zijn op de zitting van 10 juni
  10. Er werden geen mededelingen via het register verricht. De rechtbank verwijst naar artikel XX.77,§ 5 WER. Zodra het plan in het register neergelegd is, ontvangen de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de schuldeisers door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt dat het reorganisatieplan onderzocht wordt en dat de schuldeisers het plan kunnen raadplegen in het register; en die de plaats, datum en uur vermeldt waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na die mededeling. In casu is voormelde mededeling niet gebeurd vijftien dagen voor de vastgestelde zitting. 3.
  11. Er zou kunnen gesteld worden dat de schuldeisers die niet of ontijdig in kennis zouden gesteld geweest conform artikel XX.77, § 5 WER zich desgevallend op de zitting van 10 juni kenbaar hadden kunnen maken en aldaar hadden kunnen opwerpen dat de termijn van 20 dagen niet werd gerespecteerd waardoor hun rechten benadeeld werden. Vergelijk (in bepaalde mate) met Gent, 3 februari 2025, 2024/EV/31, onuitg. Echter, in deze concrete casus stelt de rechtbank vast dat de schuldeisers pas bij gewone brief van 2 juni 2025 werden ingelicht om te kunnen gehoord worden op de zitting van 10 juni
  12. Los van de vraag of artikel 53bis Ger.W. - in welke mate ook - enige relevantie kan hebben in dit juridisch vraagstuk, volgt de rechtbank in elk geval niet dat schuldeisers die mogelijks de uitnodiging (pas) hebben ontvangen op woensdag 4 juni, - met een wettelijke feestdag op 9 juni 2025 – worden geacht zich op dinsdag 10 juni 2025 te komen manifesteren op de zitting; en dat uit het gebrek van hun aanwezigheid kan afgeleid worden dat zij geen invloed wilden uitoefenen op de stemming. Een termijn van 3 werkdagen (vgl. artikel 1.7 BW) tussen een mogelijke kennisname en de voorziene stemming, is onredelijk kort en niet-verantwoord. Er kan niet aannemelijk gemaakt worden dat in casu het normdoel bereikt is. Er zijn grenzen aan de flexibiliteit met het oog op reparatie. Dat de wetgever wel degelijk redenen had om in de wet expliciet te voorzien dat een reorganisatieplan twintig dagen voor de zitting inzake stemming dient te worden neergelegd en te bepalen dat de mededeling aan de schuldeisers door de griffie moet gebeuren minstens 15 dagen voor de zitting. De schuldeiser moet het plan kunnen bestuderen, zich kunnen informeren en finaal een standpunt kunnen vormen wat betreft het voorgelegd plan en de implicaties ervan. 3.
  13. Gelet op het voorgaande, kan niet zonder meer uitgesloten worden dat afwezige schuldeisers wel aanwezig zouden geweest zijn indien hen wel de wettelijke termijn – of minstens een redelijke oproepingstermijn – werd gelaten. Evenmin kan uitgesloten worden dat die schuldeisers in dat geval een meerderheid van tegenstemmers zouden gevormd hebben. Er waren immers maar 7 van de 23 schuldeisers aanwezig of vertegenwoordigd op de stemming. Dat finaal de kans op een andere uitslag in de stemming klein is, doet niet terzake. 3.
  14. De rechtbank kan op heden het voorgelegde reorganisatieplan niet homologeren. Er is echter geen enkele reden om een tweede kans aan de schuldenaar te ontzeggen. De rechtbank verlengt de termijn van opschorting. Aan de schuldenaar wordt toegelaten opnieuw een reorganisatieplan (tijdig) neer te leggen zodat de rechten van eenieder – in het bijzonder van alle betrokken schuldeisers – gerespecteerd worden.
  15. DE BESLISSING Op die gronden beslist de rechtbank op tegenspraak het volgende: - Staat aan BV DDR toe opnieuw een reorganisatieplan neer te leggen. - Verlengt de periode van opschorting tot 21 juli
  16. - Bepaalt dat gestemd zal worden over het aangepast reorganisatieplan op de zitting van de derde kamer van 14 juli 2025 om 14u in zittingszaal 2.
  17. van het gerechtsgebouw te 9000 Gent, Opgeëistenlaan 401/E. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, derde kamer, samengesteld uit rechter, kamervoorzitter, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken [TM] en [DVS] en is op de buitengewone openbare zitting van 13 juni 2025 uitgesproken door rechter, kamervoorzitter Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier [AV] Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.