id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 25 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20250625.1 Vervangt nummer: ECLI:BE:ORGNT:2025:AVIS.20250625.1 Rolnummer: A/13/02162 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-07-23 Raadplegingen: 248 - laatst gezien 2026-06-16 03:29 Fiche De van de gerechtsdeurwaarder ontvangen "vooraf te nemen kosten" uit de evenredige verdeling maakt geen gerealiseerd actief uit en behoort niet tot de berekeningsbasis voor het gewoon ereloon van de curator. Dit betreft een zuivere terugbetaling van kosten. Meer bepaald de terugbetaling van kosten die de gerechtsdeurwaarder heeft gemaakt, doch nog niet heeft aangerekend aan de curator/opdrachtgever. Niet alles wat een gerechtsdeurwaarder ontvangt in uitvoering en in op opdracht van een curator, is ten aanzien als gerealiseerd actief van de failliete boedel. Het komt niet binnen in de failliete boedel, maar wel in de "uitvoeringsboedel", waarin de failliete boedel eventueel gerechtigd is. De kleine samenloop (en dus "uitvoeringsboedel") waarmee een gerechtsdeurwaarder wordt geconfronteerd in een beslagprocedure, is te onderscheiden van de faillissementsboedel. Wat "te beurt valt" aan de "uitvoeringsboedel" , valt niet noodzakelijk "te beurt" aan de failliete boedel. Ook al is de failliete boedel, de vervolgende schuldeiser — of één van de vervolgende schuldeisers — in de beslagprocedure. Enkel wat de failliete boedel ontvangt uit het beschikbaar provenu van de evenredige verdeling is te aanzien als gerealiseerd actief. De vaststelling van de vooraf te nemen kosten gaat voor op de vaststelling van het beschikbaar provenu volgend uit de evenredige verdeling UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: berekening ereloon curator Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent — afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: BV [L] , werd in staat van faillissement verklaard bij vonnis van deze rechtbank van [../…/2013] waarbij mr. [X] ,werd aangewezen als curator.
- DE RECHTSPLEGING Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer [PVH] , dd. 13 mei 2025 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator bij vereffening. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van de Faillissementswet werden nageleefd.
- HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 05 mei 2025 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten.
- DE BEOORDELING 3.
- Voor de begroting van de staat van onkosten en ereloon van de curator dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen. De curator vordert de begroting van ereloon en kosten op basis van: - een gerealiseerd actief van 19.594,16 euro; - gemaakte aanrekenbare kosten 5.533,65 euro; - nog aanrekenbare sluitingskosten 485,97 euro; 3.
- De curator neemt een bedrag van 2.179,68 euro op als "invordering" bij het gerealiseerd actief. In de boekhoudfiche neemt de curator op 2 oktober 2024 een "invordering" op met de omschrijving "recuperatie gerechtsdeurwaarder" en boekt op dezelfde dag een boedelkost van 2.179,68 euro met omschrijving "kost gerechtsdeurwaarder". 3.
- Uit de stukken blijkt: - dat de gerechtsdeurwaarder door de curator werd gelast met een invorderingsdossier lastens de bestuurder van gefailleerde; - dat de gerechtsdeurwaarder in opdracht van de curator (uitvoerings)kosten van betekening, beslag, aanzegging,... heeft gemaakt ten belope van 2.431,54 euro (= 2.501,77 euro — 70,23 euro); - dat de gerechtsdeurwaarder in uitvoering van het beslag de beschikbare gelden heeft verdeeld middels proces verbaal van evenredige verdeling; - dat de failliete boedel niet in nuttige rang is gekomen bij deze evenredige verdeling; - dat de gemaakte kosten van beslag wel als "vooraf te nemen kosten" werden opgenomen in de evenredige verdeling. - dat om die reden de gerechtsdeurwaarder een bedrag van 2.109,45 euro heeft kunnen recupereren uit de evenredige verdeling en dat dat de gerechtsdeurwaarder deze 2.109,45 euro heeft toegerekend op zijn gemaakte uitvoeringskosten. - dat de curator enkel een saldo van de kosten heeft moeten betalen aan de gerechtsdeurwaarder van 322,09 euro (= 2.431,54 euro — 2.109,45 euro). 3.
- De ontvangen "vooraf te nemen kosten" uit de evenredige verdeling maakt geen gerealiseerd actief uit en behoort niet tot de berekeningsbasis voor het gewoon ereloon van de curator. Dit betreft een zuivere terugbetaling van kosten. Meer bepaald de terugbetaling van kosten die de gerechtsdeurwaarder heeft gemaakt, doch nog niet heeft aangerekend aan de curator/opdrachtgever. Niet alles wat een gerechtsdeurwaarder ontvangt in uitvoering en in op opdracht van een curator, is ten aanzien als gerealiseerd actief van de failliete boedel. Het komt niet binnen in de failliete boedel, maar wel in de "uitvoeringsboedel", waarin de failliete boedel eventueel gerechtigd is. De kleine samenloop (en dus "uitvoeringsboedel") waarmee een gerechtsdeurwaarder wordt geconfronteerd in een beslagprocedure, is te onderscheiden van de faillissementsboedel. Wat "te beurt valt" aan de "uitvoeringsboedel" , valt niet noodzakelijk "te beurt" aan de failliete boedel. Ook al is de failliete boedel, de vervolgende schuldeiser — of één van de vervolgende schuldeisers — in de beslagprocedure. Enkel wat de failliete boedel ontvangt uit het beschikbaar provenu van de evenredige verdeling is te aanzien als gerealiseerd actief. De vaststelling van de vooraf te nemen kosten gaat voor op de vaststelling van het beschikbaar provenu volgend uit de evenredige verdeling. Daarenboven worden uitvoeringskosten binnen de kleine samenloop na beslag gemaakt in het belang van de schuldeiser(s) van de debiteur en dus niet (enkel) in het belang van de beslagleggende schuldeiser(s). De kosten zijn bevoorrecht om reden dan zij nuttig zijn geweest voor die kleine samenloop en dus voor de "uitvoeringsboedel" en niet voor de failliete boedel die in mogelijks secundaire orde komt. In casu is de beslagprocedure/uitvoeringsprocedure deficitair gebleken voor de failliete boedel, aangezien de failliete boedel op het einde van de rit 322,09 euro aan kosten moet (bij)betalen aan de gerechtsdeurwaarder. In de (niet-aanvaarde) redenering van de curator, zou dit dan een ereloon vertegenwoordigen van 632,83 euro ten laste van het overig actief. De rechtbank volgt dat niet. In de boekhoudfiche dient aldus een boedelkost te worden geboekt van 2.431,54 euro waarbij de door de gerechtsdeurwaarder gecompenseerd bedrag van 2.109,45 euro in mindering dient te worden genomen en in min worden geboekt. De overeenstemmende netto boedelkost met het oog op de taxatie, is dan 322,09 euro. 3.
- Ook het verschil tussen 2.109,45 euro en 2.179,68 euro, zijnde 70,23 euro kan niet in aanmerking genomen worden als gerealiseerd actief. De gerechtsdeurwaarder vermeldt deze 70,23 euro enkel op zijn afrekening omdat dit de dagvaardingskost betreft die de gerechtsdeurwaarder heeft ontvangen van de Belgische Staat in het kader van kosteloze rechtspleging. Dit betreft evident geen gerealiseerd actief. Dit betreft een voorschot door een derde. De curator betaalt immers terug op het einde van de vereffening, bij het betalen van de zogenaamde "pro-deo fiche". 3.
- Het bedrag van 2.179,68 euro (= 2.109,45 euro en 70,23 euro) wordt geweerd uit de berekeningsbasis. De berekeningsbasis wordt aldus verminderd met 2.179,68 euro en gebracht op 17.414,48 euro. De kosten worden aldus verminderd met 2.179,68 euro en gebracht op 3.353,97 euro. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald.
- DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent — afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift: - Begroot het ereloon van de curator op 5.224,34 euro (exclusief BTW). - Begroot de aanrekenbare kosten op 3.839,94 euro. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken [TS] en [PD] en is op de buitengewone openbare zitting van 25 juni 2025 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier [AV] Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div