← België

ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251007.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 07 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251007.1 Rolnummer: A/2013/01669 Rechtsgebied: Handelsrecht - Financieel recht Invoerdatum: 2025-10-15 Raadplegingen: 183 - laatst gezien 2026-06-18 18:23 Fiche 1 Eens aandelen aan toonder zijn omgezet in aandelen op naam hebben de onderliggende toonder-stukken niet langer de waarde van kapitaal vertegenwoordigende effecten. Het loutere bezit van de toonderstukken leidt dan niet (meer) tot aandeelhouderschap. Wel moet bewezen worden dat de aandelen aan toonder geldig werden omgezet. Een notariële akte waarin de notaris louter de verklaring van een beweerdelijke aandeelhouder akteert, zonder dat de notaris daadwerkelijk de aandelen aan toonder heeft gezien, bewijst geen geldige omzetting en bewijst niet dat de betrokkene op dat moment in het bezit was van de aandelen aan toonder of op het ogenblik van de beslissing tot omzetting UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN Vrije woorden: geldigheid omzetting aandelen aan toonder. Bewijs aandeelhouderschap Fiche 2 Het bezit van aandelen aan toonder geldt – tot bewijs van het tegendeel – als vermoeden van eigendom. De bewijslast inzake bezitsgebreken rust hierbij integraal op diegene die het bezit wenst aan te vechten. De rechtbank acht de voorgehouden diefstal van de aandelen aan toonder na de omzetting ervan - en waarvan wordt voorgehouden dat deze toonder-stukken niet werden vernietigd "omwille van sentimentele redenen" - niet bewezen. Voor de rechtbank is het ongeloofwaardig dat verweerder fysieke aandelen zou meenemen naar de kantoren van diegene (eiser) waarmee op dat ogenblik reeds een conflict bestaat over het bezit van die aandelen, om vervolgens die aandelen daar achter te laten in een doorzichtige map, in een zak van Mediamarkt, gelegd in open boekenrek, waarna de aandelen dan de dag erna zouden gestolen zijn door eiser. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - BANK - EN KREDIETWEZEN - Toezicht op de kredietinstellingen - Aandelenbezit en deelnemingen Vrije woorden: Bewijs aandeelhouderschap. Aandelen aan toonder. 2279 (oud) BW. Bezit versus diefstal. Tekst van de beslissing Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer: Partijen in het geding De heer [H.U.], Eiser op hoofvordering Verweerder op tegenvordering Met als advocaat mr. [JD] En De heer [A.P.] Mevrouw [G.A.P] NV [CVP] Verweerders op hoofdvordering Eisers op tegenvordering Met als advocaat mr. [MDB] I. INFORMATIE OVER DE PROCEDURE 1.

  1. Deze zaak werd ingeleid bij dagvaarding van 26 april
  2. Er werden tussenvonnissen gewezen door deze rechtbank op 25 september 2018, 26 februari 2019 en 24 december
  3. Partijen hebben conclusies genomen. 1.
  4. De partijen werden in hun middelen en conclusies gehoord op de openbare zitting van 6 mei 2025, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd. II. FEITEN DIE AANLEIDING GEVEN TOT HET GESCHIL 2.
  5. De rechtbank geeft een korte samenvatting van de feiten die aanleiding hebben gegeven tot het geschil. Voor de uitgebreide weergave van de feiten verwijst de rechtbank naar de uitvoerige conclusies van partijen. 2.
  6. Eiser is oprichter en aandeelhouder van NV [JF], een onderneming gespecialiseerd in het ontwerpen en produceren van meubelen voor professionele klanten (groothandel). In 1992 wilde NV [JF] een eigen verkooppunt openen in [X], ditmaal gericht op particuliere klanten (kleinhandel). Om redenen eigen aan NV [JF] werd het niet wenselijk geacht naar de buitenwereld toe bekend te maken dat NV [JF] of eiser rechtstreeks betrokken waren bij dit nieuwe verkooppunt. Om die reden werd een samenwerking opgezet met [A.P.] en [G.A.P.] (hierna “consoorten [A.P.]”) waarbij een nieuwe vennootschap, de NV [CVP] werd opgericht waarin het verkooppunt zou worden uitgebaat. 2.
  7. Partijen hebben een andere visie over de inhoud van deze “samenwerking” aangaande [CVP]. Eiser maakt gewag van een portage-overeenkomst en stelt dat consoorten [A.P.] loutere stromannen waren omdat de betrokkenheid van eiser geheim moest blijven. Eiser stelt dat hij 75% aandeelhouder van [CVP] is en consoorten [A.P.] slechts voor 25%. Consoorten [A.P.] betwisten deze zienswijze en stellen dat zij de oprichters en 100% aandeelhouders zijn, zonder meer. Zij ontkennen het bestaan van een portage-overeenkomst. Sinds de oprichting van NV [CVP] zouden de aandelen nimmer van eigenaar gewisseld zijn. Eiser stelt hierover in conclusie: “Het was voor zowel de heer [H.U.] als de heer [BL] van in het begin duidelijk dat zij deze winkel nooit in eigen naam konden beginnen of dat zij ook maar op enige wijze hun naam konden verbinden aan deze winkel (zie verklaring van de heer [BL]: stuk 45). Dit zou immers, naar de klanten toe van [JF], de perceptie kunnen wekken dat [JF] haar eigen klanten concurrentie zou aandoen. Absolute discretie was dan ook noodzakelijk om ervoor te zorgen dat [JF] haar klanten niet zou verliezen. Het was derhalve onmogelijk dat de heer [H.U.] en/of de heer [BL] de gesprekken aangaande de huur van de winkel zelf zouden doen, laat staan dat zij op enige wijze betrokken zouden zijn bij de oprichting van de vennootschap die de uitbating van de winkel voor haar rekening zou nemen. Het is dan ook om die reden dat ervoor geopteerd werd om te werken via een portage-afspraak, met name een derde die officieel zou optreden als aandeelhouder en bestuurder/gedelegeerd-bestuurder van de vennootschap, terwijl de heer [H.U.] de werkelijke economische en juridische eigenaar bleef, zij het volledig achter de schermen. Gelet op de titels aan toonder die toen nog konden worden uitgegeven, kon dit perfect, zonder dat hieraan enige veruitwendiging diende gegeven te worden. De mogelijkheid van deze aandelen aan toonder, was ook de reden waarom de heer [H.U.] opteerde voor een naamloze vennootschap en niet voor de meer evidente (en vooral goedkopere) optie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.” Consoorten [A.P.] stellen hierover in conclusie: “[H.U.] contacteerde [A.P.] met het oog op een mogelijke samenwerking in de meubelsector. Tijdens de onderhandelingen tussen [A.P.] en [H.U.] werd duidelijk dat [H.U.] zoekende was naar een samenwerkingspartner om de afzetmarkt van [JF] (B2B) te verruimen/ te verleggen naar B2C relaties (en dit anoniem/ zonder de B2B klanten van [JF] (die aan de eindklant verkochten) voor de borst te stoten)). [A.P.] en [H.U.]/ [JF] sloten in het jaar 1992 een niet-exclusieve (geheime) samenwerkingsovereenkomst onder de volgende voorwaarden: Voor [A.P.] (cfr infra): De oprichting alsmede de uitbating van deze meubelwinkel (B2C verkoopsvennootschap) die goederen (meubels) van [JF] en [JFI] (niet-exclusief) zou afnemen/ aankopen teneinde deze te verkopen aan de eindklant. Op 19/11/1993 richtten concluanten [CVP] NV (een meubelwinkel (B2C)) op met 1000 aandelen op naam (stuk 1), waarvan de aandelen vanaf de oprichting van [CVP] tot heden in eigendom zijn van concluanten. Concluanten dragen als zijnde de oprichters/bestuurders de oprichters- en bestuurdersaansprakelijkheid/ het ondernemingsrisico. het meedelen van gegevens over de verkoopscijfers/nieuwe modellen/trends van concurrerende productievennootschappen aan [JF]/ [JFI] Voor [JF]/[H.U.] (cfr. infra): De betaling van een geheel bedrag van 161.130,79 EUR (6.500.000 BEF -– 1 EUR = 40,3399 BEF) door [H.U.] (via [JF]) aan [A.P.] als tegensprestatie voor de door [A.P.]/[FIN] geleverde prestaties en toekomstige commissies op verkopen door [CVP] van goederen van [JF]. Dit geld werd door [A.P.] aangewend voor de oprichting van deze nieuwe meubelwinkel. In casu betaalde [H.U.] dit bedrag in twee schijven: een bedrag ad. 61.973,38 EUR (2.500.000 BEF) dd. 18/11/1993 via een cheque (gelden afkomstig van [JF]) (stuk 49b) en een bedrag ad. 99.157,41 EUR (4.000.000 BEF) dd. 1/04/1994 via een overschrijving (stuk 49a). Door deze samenwerkingsovereenkomst met [A.P.] werd de afzetmarkt van [JF]/[H.U.] in de meubelsector aanzienlijk uitgebreid naar de B2C markt, en dit zonder klanten van de B2B markt te verliezen. [H.U.] beweerde evenwel PLOTS dat partijen een mondelinge portage-overeenkomst dd. 1993 met betrekking tot [CVP] zouden gesloten hebben: [A.P.] zou slechts de officiële/pro forma eigenaar zijn van de aandelen van [CVP], terwijl [H.U.] de werkelijke juridische en economische eigenaar daarvan zou zijn, quod non. Een dergelijke overeenkomst is in strijd met de gebruikelijke handelspraktijken.” 2.
  8. Op 19 november 1993 wordt aldus [CVP] NV opgericht met het oog op de uitbating van het verkooppunt te [X]. Verschenen als oprichters van [CVP] NV: [A.P.] die intekende op 950 aandelen en [G.A.P.] die intekende op 50 aandelen. Het geplaatste kapitaal bedroeg 10.000.000 BEF en werd bij oprichting volstort ten belope van 2.500.000 BEF. Het kapitaal wordt vertegenwoordigd door 1000 aandelen. Als bestuurders worden benoemd: [A.P.], [G.A.P.] en NV [FIN], zijnde de managementvennootschap van [A.P.]. 2.
  9. Op 30 november 2001 worden de 1000 aandelen waarvan sprake in de oprichtingsakte van [CVP] NV omgezet in aandelen aan toonder, die worden gedrukt en fysiek uitgegeven aan de aandeelhouders. 2.
  10. Tussen 1993 en 2012 wordt door [CVP] NV – zoals voorgenomen - een meubelzaak te [X] uitgebaat. Consoorten [A.P.] blijven al die tijd bestuurder van [CVP] NV. 2.
  11. In 2012 - 19 jaar na de oprichting van [CVP] NV - ontstaat er een geschil tussen eiser en consoorten [A.P.], onder meer over het aandelenbezit in [CVP] NV. 2.7.
  12. Eiser is van oordeel dat hij 75% aandeelhouder is van [CVP] NV en dat consoorten [A.P.] slechts 25% aandeelhouder zijn. Eiser verwijst hiervoor onder meer naar de “portage-overeenkomst” en het feit dat hij 750 van de 1000 fysieke aandelen aan toonder van [CVP] NV in zijn bezit heeft. Eiser wijst onder meer naar het gegeven dat hij het oprichtingskapitaal heeft betaald en doorheen de jaren dividenden uit [CVP] NV heeft ontvangen conform de aandelenverhouding van 75/
  13. 2.7.
  14. Consoorten [A.P.] betwisten het bestaan van een “portage-overeenkomst” en stellen dat zij 100% aandeelhouder van [CVP] NV zijn. Consoorten [A.P.] zouden met eiser een loutere samenwerkingsovereenkomst gehad hebben waarbij eiser bepaalde financiering voor zijn rekening zou nemen. Van enige overdracht van aandelen van [CVP] NV zou nooit sprake geweest zijn. Consoorten [A.P.] wijzen erop dat de aandelen aan toonder reeds op 28 december 2011 werden omgezet en dat in het aandelenregister de aandelen op hun naam zijn ingeschreven. De 750 fysieke aandelen aan toonder die eiser voorlegt, zouden daarom nu geen waarde meer hebben. De aandelen aan toonder werden volgens consoorten [A.P.] na de omzetting niet vernietigd wegens “sentimentele redenen”. Eiser zou na de omzetting de 750 aandelen aan toonder hebben gestolen van [A.P.] waarvoor hij strafklacht heeft neergelegd en verzet wegens ongewilde buitenbezitstelling heeft aangetekend. Het bezit van de 750 aandelen aan toonder zou geen bewijskracht meer hebben. De aandelen zouden waardeloos geworden zijn gezien de eerdere omzetting naar aandelen op naam. 2.
  15. Vervolgens worden tussen partijen tal van procedures gevoerd in de periode 2013-2025; wederzijdse strafklachten en klachten met burgerlijke partijstelling, vorderingen in kortgeding, vorderingen op eenzijdig verzoekschrift, vorderingen tot schriftonderzoek en procedures ten gronde met onder meer een gerechtsdeskundig onderzoek. Zo gaat eiser op 26 april 2013 ook over tot dagvaarding van consoorten [A.P.], wat huidige procedure doet aanvangen. De huidige procedure is de zogenaamde “procedure ten gronde” waarin zal moeten geoordeeld worden over wie nu al dan niet rechtmatig eigenaar was of is van de 750 aandelen van NV [CVP]. Er bestaat geen betwisting dat consoorten [A.P.] aandeelhouder zijn van 250 aandelen (25%). III. DE VORDERINGEN VAN PARTIJEN 3.
  16. Eiser vordert in laatste conclusie: “De vordering van concluant ontvankelijk en gegrond te verklaren, Dienvolgens : Wat betreft de eigendomstitel van 750 aandelen NV [CVP]: - In hoofdorde: Te horen zeggen voor recht dat concluant de rechtmatige eigenaar is van 750 aandelen in NV [CVP], - In ondergeschikte orde verweerders hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan concluant van een bedrag gelijk aan € 247.894,00, te vermeerderen met wettelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf datum van dagvaarding tot op datum van algehele betaling; - In ondergeschikte orde verweerders hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan concluant van een bedrag gelijk aan € 161.130,87, te vermeerderen met wettelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf datum van dagvaarding tot op datum van algehele betaling; Wat betreft de vordering inzake de nietigverklaring van de algemene vergaderingen en raad van bestuur: De nietigverklaring te bevelen van de besluiten van de algemene vergadering van NV [CVP] dd. 28.12.2011, 28.11.2012, 13.04.2013 en 30.04.2013, alsmede alle verder plaatsgevonden algemene vergaderingen van [CVP] tot en met heden én van de besluiten van de raad van bestuur dd. 13.04.
  17. Wat betreft de tegenvordering van verweerders: De tegenvordering van verweerders ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren, Wat betreft de uitvoerbaarheid bij voorraad: De uitvoerbaarheid bij voorraad van het tussen te komen vonnis uit te spreken. Wat betreft de gedingkosten: In alle geval verweerders te veroordelen tot de kosten van het geding, dewelke in hoofde van concluant als volgt worden begroot : -Dagvaardingskost : 145,77 euro -Rechtsplegingsvergoeding : 1.800,00 euro” 3.
  18. Verweerders vorderen in laatste conclusie: “De vordering van eiser onontvankelijk te horen verklaren, minstens ongegrond; De tegenvordering van concluanten ontvankelijk en gegrond te horen verklaren; Dienvolgens: −Voor recht te zeggen dat concluanten de rechtmatige eigenaar zijn van 100% van de aandelen van [CVP] − De nietigverklaring te bevelen van de besluiten van de algemene vergadering en de Raden van Bestuur van [CVP] dd. 10/04/2013, 30/04/2013, 22/07/2013; 29/11/2013; 20/12/2013; 23/12/2013 en 13/02/2014; − [H.U.] te veroordelen tot overlegging van de overeenkomst tussen [H.U.] en de heer [G] dd. 1/08/2013 conform artikel 877 Ger.W. [H.U.] te horen veroordelen tot alle kosten van het geding, waaronder de basisrechtsplegingsvergoeding, de kosten van de aangestelde deskundige en de kosten van de kortgedingprocedure die werden aangehouden om te worden gevoegd bij de bodemprocedure. Het te vellen vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het recht op kantonnement.” IV. DE BEOORDELING DOOR DE RECHTBANK 4.
  19. De casus handelt in essentie over de eigendomsrechten van de aandelen van [CVP] NV. De standpunten van partijen zijn duidelijk: - Eiser beweert dat hij 75% aandeelhouder is van [CVP]. Hij heeft 750 aandelen aan toonder van de 1000 aandelen in bezit. - Consoorten [A.P.] betwisten en stellen dat [A.P.] eigenaar is van 950 aandelen en [G.A.P.] van 50 aandelen in [CVP]. 4.
  20. Eiser beschikt over 750 aandelen aan toonder van [CVP] zoals vastgesteld door gerechtsdeurwaarder Roppe op 10 april
  21. De authenticiteit van deze 750 aandelen aan toonder in het bezit van eiser, staat niet ter discussie. Volgens consoorten [A.P.] zijn deze 750 aandelen aan toonder op heden waardeloos gezien de aandelen reeds werden omgezet in aandelen op naam op 28 december
  22. De aandelen aan toonder zouden na de omzetting evenwel niet zijn vernietigd wegens “sentimentele redenen”. Na de omzetting zouden de aandelen aan toonder gestolen zijn door eiser, wat door deze laatste wordt betwist. 4.
  23. Het hof van beroep te Gent heeft in zijn arrest van 22 september 2014 deze zaak correct omschreven als een “weinig verkwikkelijk dossier“. De ene partij beweert, na zes jaar procederen, plots een kopie van een getekende portage-overeenkomst te hebben teruggevonden. De andere partij beweert dat hij de aandelen aan toonder waaraan hij blijkbaar emotioneel gehecht is, in een doorzichtige plastic zak op een open boekenrek heeft gelegd, in het kantoor van zijn tegenpartij na het ontstaan van het geschil over het aandeelhouderschap. Beide partijen zijn nalatig en onvoorzichtig geweest in hun samenwerking. Aan beide zijden worden verschillende verklaringen gegeven die niet altijd even sluitend zijn. De enigen die met 100% zekerheid weten wat er daadwerkelijk gebeurd is, zijn partijen zelf. Vaststaat dat minstens één van hen de waarheid niet spreekt. De rechtbank kan hoogstens de juridische werkelijkheid trachten achterhalen op basis van de toegelaten bewijsmiddelen. 4.
  24. De rechtbank stelt vast dat partijen honderden pagina’s conclusies opstellen, doch een onlogische volgorde hanteren in de aangevoerde middelen/verweer en gestelde vorderingen. De rechtbank moet eerst oordelen over de vordering tot nietigverklaring van verschillende besluiten, in het bijzonder de besluiten waarvan wordt voorgehouden dat zij werden genomen op de algemene vergadering van 28 december
  25. De uitkomst van die beoordeling heeft immers bepalende gevolgen op het overig debat. 4.
  26. Eiser vordert de nietigverklaring van de besluiten van algemene vergaderingen van NV [CVP] van 28 december 2011, 28 december 2012, 13 april 2013 en 30 april 2013, alsook van de besluiten van de raad van bestuur van 13 april
  27. Eiser stelt dat hij als 75% aandeelhouder niet werd uitgenodigd voor voormelde algemene vergaderingen. De stemmingen zouden derhalve ongeldig zijn. De aangevochten besluiten zijn relevant voor de beoordeling van huidige casus: - Op de algemene vergadering van 28 december 2011 zou zijn beslist dat de aandelen aan toonder worden omgezet naar aandelen op naam. - Op de algemene vergadering van 28 december 2012 werd de beslissing tot omzetting van een jaar eerder, opnieuw bevestigd bij notariële akte. - Op de algemene vergadering van 13 april 2013 wordt onder andere de benoeming van eiser als bestuurder van [CVP] herroepen. - Op de raad van bestuur van 13 april 2013 hebben consoorten [A.P.] beslist om [A.P.] aan te stellen als gedelegeerd bestuurder van [CVP]. Om de actuele juridische waarde van de aandelen aan toonder te kunnen beoordelen, is vooreerst van belang na te gaan of de aandelen nu wel of niet geldig werden omgezet naar aandelen op naam. Als de beslissing tot omzetting van de aandelen nietig is, dan is er geen omzetting. Als er geen omzetting is, dan stelt zich de vraag wat het gevolg daarvan is. 4.
  28. Met betrekking tot de vordering tot nietigverklaring uitgaande van eiser, is het wetboek vennootschappen van 7 mei 1999 van toepassing. Overeenkomstig artikel 178 W.Venn. spreekt de rechtbank op verzoek van elke belanghebbende de nietigheid uit van een besluit van de algemene vergadering. Overeenkomstig artikel 64 W.Venn. is een besluit van een algemene vergadering nietig: “1° wegens enige onregelmatigheid naar de vorm waardoor het genomen besluit is aangetast, indien de eiser aantoont dat de begane onregelmatigheid het genomen besluit heeft kunnen beïnvloeden; 2° in geval van schending van de regels betreffende de werkwijze van de algemene vergaderingen of in geval van beraadslaging en besluit over een aangelegenheid die niet op de agenda voorkomt, wanneer er bedrieglijk opzet is; 3° wegens enige andere overschrijding van bevoegdheid of wegens misbruik van bevoegdheid; 4° wanneer stemrechten werden uitgeoefend die opgeschort zijn krachtens een wettelijke bepaling die niet in dit wetboek is opgenomen en, buiten deze onwettig uitgeoefende stemrechten, het aanwezigheids- of meerderheidsquorum vereist voor de beslissingen ter algemene vergadering niet zou zijn bereikt; 5° wegens enige andere in dit wetboek vermelde reden.” 4.
  29. Consoorten [A.P.] betwisten de ontvankelijkheid van de vordering tot nietigverklaring van de algemene vergadering van 28 december
  30. De dagvaarding tot nietigverklaring dateert van 26 april 2013, wat laattijdig zou zijn. De rechtbank overweegt hierover hetgeen volgt: 4.7.
  31. Overeenkomstig artikel 198, §2, 3e lid W.Venn. kunnen vorderingen tot nietigverklaring van een besluit van de algemene vergadering bedoeld in artikel 178 W.Venn. niet meer worden ingesteld na het verstrijken van een termijn van zes maanden te rekenen van de dag waarop de besluiten kunnen worden tegengeworpen aan degene die de nietigheid inroept of van de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen. 4.7.
  32. Consoorten [A.P.] houden voor dat op 28 december 2011 een algemene vergadering van aandeelhouders van [CVP] heeft plaatsgevonden. Het is op deze vergadering dat zou beslist zijn tot de omzetting van alle aandelen aan toonder naar aandelen op naam. Uit de “notulen van de vergadering van aandeelhouders op 28.12.2011” wordt gesteld dat [A.P.] zou zijn verschenen met 950 aandelen en [G.A.P.] met 50 aandelen. Er blijkt 1 agendapunt geweest te zijn, nl. “omzetting aandelen aan toonder naar aandelen op naam”. Na te hebben vastgesteld dat “geheel het maatschappelijk kapitaal aanwezig is”, worden volgende beslissingen genotuleerd: 1) “De aandeelhouders keuren de beslissing goed om alle aandelen aan toonder om te zetten in aandelen op naam”. 2) “De aandeelhouders geven aan dhr. [A.P.] de opdracht om het aandeelregister in deze zin aan te passen en in het komende jaar een afspraak vast te leggen voor de bevestiging van deze omzetting via notariële akte”. 4.7.
  33. Consoorten [A.P.] leggen geen stukken voor waaruit een vaste datum blijkt of waaruit minstens door de rechtbank kan afgeleid worden dat deze notulen daadwerkelijk dateren van 28 december
  34. Evenmin worden stukken voorgelegd waaruit blijkt dat deze notulen of minstens de inhoudelijke beslissingen kenbaar zijn gemaakt aan derden en al zeker niet aan eiser. Tenslotte blijkt uit geen stuk of aangevoerd feit dat consoorten [A.P.] op 28 december 2011 ook daadwerkelijk zijn verschenen met 1000 aandelen aan toonder in bezit. 4.7.
  35. Op 28 november 2012 – bijna een jaar na voormelde, voorgehouden algemene vergadering – wordt voor notaris Maelfait een notariële akte verleden met titel “aandelen op naam – aanpassing statuten”. Van belang is na te gaan wat de notaris heeft geakteerd en vooral ook wat hij niet heeft geakteerd. De notaris bevestigt in de akte dat in zijn kantoor een bijzondere algemene vergadering wordt gehouden van de aandeelhouders van [CVP]. Verder akteert de notaris dat de aanwezigen (zelf) verklaren dat zij 100% aandeelhouders zijn en dat zij verklaren dat [A.P.] eigenaar is van 950 aandelen en [G.A.P.] eigenaar is van 50 aandelen. Nergens in de akte wordt door de notaris vastgesteld dat hijzelf (i) de aandelen aan toonder heeft gezien en (ii) dat hijzelf het aandeelhouderregister van [CVP] heeft gezien. Enkel de verklaringen van consoorten [A.P.] worden geakteerd. Zo akteert de notaris hetgeen [A.P.] zelf uiteenzet, en akteert hij vervolgens dat de aanwezigen op de vergadering – zijnde consoorten [A.P.] zelf – verklaren dat hetgeen [A.P.] zopas uiteen heeft gezet, juist is. De beslissingen worden opgenomen in de notulen; de eerste beslissing: “De vergadering bevestigt hierbij de beslissing genomen door de algemene vergadering op 28 december 2011 om de aandelen aan toonder om te zetten in aandelen op naam. Het register van aandelen werd opgemaakt op 28 december 2011.[…]” En de tweede beslissing: “De algemene vergadering beslist de statuten aan te passen aan de genomen besluiten en beslist om de bestaande statuten te actualiseren […]” 4.7.
  36. In conclusie hechten consoorten [A.P.] bijzonder veel belang aan deze notariële akte, doch deze akte houdt enkel de authentieke bevestiging in van de loutere eigen verklaringen van consoorten [A.P.]. Zij gaan eraan voorbij dat de omzetting van de aandelen aan toonder niet is gebeurd voor de notaris. Die omzetting zou immers al één jaar eerder gebeurd zijn. Consoorten [A.P.] willen aan de notariële akte een waarde en inhoud toekennen die deze niet heeft. Het enige wat de notaris authentiek heeft vastgesteld, is dat consoorten [A.P.] op 28 november 2012 verklaren dat zij 100% aandeelhouders zijn en dat zij verklaren dat zij één jaar eerder samen zouden beslist hebben om de aandelen aan toonder om te zetten naar aandelen op naam. De notariële akte van 28 november 2012 voegt aldus weinig toe aan de discussie of de besluiten genomen op de algemene vergadering van 28 december 2011 nu al dan niet geldig zijn. Het louter zelf bevestigen voor een notaris van hetgeen men zelf beweert, heeft een geringe toegevoegde waarde. 4.7.
  37. De beslissingen genomen op de algemene vergadering van 28 november 2012 worden nu wel ter kennis gebracht van derden, en dus ook van eiser. Op 11 december 2012 wordt in het Belgisch Staatsblad volgende publicatie verricht: “Uit de akte verleden voor ondergetekende notaris Frederic Maelfait te Harelbeke op 28 november 2012 blijkt dat: Bevestiging van omzetting van aandelen aan toonder in aandelen op naam, beslist bij beslissing genomen op 28 december
  38. De statuten werden geactualiseerd en vervangen door nieuwe statuten.” Er worden geen stukken voorgelegd waaruit blijkt dat de notulen van de buitengewone algemene vergadering van 28 november 2012 eerder dan 11 december 2012 aan derden ter kennis zijn gebracht. Uit de publicatie van 11 december 2012 zou impliciet ook de kennis van de beslissingen genomen op 28 december 2011 kunnen afgeleid worden. 4.7.
  39. De dagvaarding van eiser in nietigverklaring dateert van 26 april
  40. Er zijn geen 6 maanden verstreken tussen 11 december 2012 en 26 april
  41. Dit alles leidt tot de vaststelling dat de vordering tot nietigverklaring ingesteld door eiser tijdig is. Er wordt niet bewezen dat eiser vóór 11 december 2012 kennis had van de beslissing tot omzetting van de aandelen aan toonder van [CVP] NV naar aandelen op naam. De rechtbank ziet geen ambtshalve op te werpen middelen van onontvankelijkheid. De vordering van eiser tot nietigverklaring van de besluiten van algemene vergaderingen van NV [CVP] van 28 december 2011, 28 november 2012 en 13 april 2013, alsook van de besluiten van de raad van bestuur van 13 april 2013 is ontvankelijk. 4.7.
  42. De verwijzing naar een mail gezonden door [A.P.] aan Benny Wouters op 17 december 2011 mist relevantie. Gezien deze mail dateert van vóór de geviseerde vergadering en dus van vóór de aangevochten besluiten, valt niet in te zien hoe hieruit de kennisname van de inhoud van de besluiten kan afgeleid worden. Bovendien is de mail gericht aan de heer Wouters en wordt niet bewezen dat eiser kennis zou hebben gehad van deze mail. 4.7.
  43. In de inleidende dagvaarding van 26 april 2013 werd (evident) niet de nietigverklaring van de besluiten van de algemene vergadering van 30 april 2013 gevorderd. Deze vordering werd staande de procedure gesteld in conclusie. Consoorten [A.P.] stellen dat dit laattijdig is gebeurd. Eiser betwist dit niet. De vordering tot nietigverklaring van de besluiten genomen op algemene vergadering van 30 april 2013 is aldus onontvankelijk. Ten gronde is de algemene vergadering van 30 april 2013 – als er al sprake kan zijn van “besluiten” gezien de inhoud en aard van de betrokken notulen – van geen belang. 4.
  44. Ten gronde – wat betreft de nietigverklaring. 4.8.
  45. Consoorten [A.P.] stellen dat de toonder-stukken in bezit van eiser geen relevantie meer hebben. Deze zouden waardeloos zijn geworden door de omzetting ervan naar aandelen op naam. Inderdaad, eens aandelen aan toonder zijn omgezet in aandelen op naam hebben de onderliggende toonder-stukken niet langer de waarde van kapitaal vertegenwoordigende effecten. Na omzetting incorporeren de aandelen aan toonder niet langer de rechten verbonden aan de hoedanigheid van aandeelhouder. Vanaf dan heeft artikel 2279 (oud) BW geen relevantie meer. Het loutere bezit van de toonderstukken leidt dan niet (meer) tot aandeelhouderschap. Als bijvoorbeeld aandelen aan toonder na hun omzetting niet werden vernietigd en die fysieke aandelen aan toonder komen nadien toch opnieuw in omloop, dan kunnen de bezitters van die toonderstukken zich hoogstens wenden tot bijvoorbeeld degene die hen de (waardeloze) toonderstukken heeft verkocht of tot de bestuurders van de emitterende vennootschap die mogelijks onzorgvuldig zijn geweest. Echter, in casu is de situatie anders. Eiser vordert net de nietigverklaring van de beslissing tot de omzetting van de aandelen aan toonder. Als de rechtbank oordeelt dat het besluit tot omzetting nietig is, dan is er van een omzetting geen sprake en zouden de toonderstukken opnieuw waarde hebben. 4.8.
  46. Niet wordt betwist dat eiser op heden het bezit heeft van 750 fysieke, originele aandelen aan toonder van NV [CVP], ondertekend door de bestuurders van [CVP]. Het bezit ervan in hoofde van eiser werd door gerechtsdeurwaarder reeds op 10 april 2013 vastgesteld. Eiser stelt dat de algemene vergaderingen in 2011 en 2012 onmogelijk geldig konden zijn aangezien hij als 75% aandeelhouder niet uitgenodigd en dus niet aanwezig was. Consoorten [A.P.] stellen dat zij wel degelijke 100% aandeelhouders waren in 2011 en 2012 en dat eiser deze 750 fysieke aandelen aan toonder heeft gestolen tussen donderdag 7 maart 2013 en maandag 11 maart
  47. Deze diefstal zou dateren van na de algemene vergaderingen waarop de aandelen aan toonder werden omgezet naar aandelen op naam. 4.8.
  48. De rechtbank moet nagaan welk bewijs er volgt uit het feit dat eiser aantoont dat hij op 10 april 2013 de aandelen aan toonder in zijn bezit had. Het bezit van aandelen aan toonder geldt – tot bewijs van het tegendeel – als vermoeden van eigendom. Artikel 2279 (oud) BW heeft niet enkel een eigendomsverkrijgende functie, doch ook een bewijsfunctie waardoor de bezitter het bewijs van zijn eigendom niet (op andere wijze) hoeft te leveren. Het loutere bezit van de toonderaandelen legitimeert als eigenaar. Krachtens artikel 2230 (oud) BW wordt diegene die toondereffecten bezit, vermoed deze voor zichzelf te bezitten. Om het vermoeden te kunnen toepassen moet het bezit vrij zijn van gebreken (zie artikelen 2228-2229 (oud) BW). Het bezit moet deugdelijk en te goeder trouw zijn, wat vermoed wordt. De bewijslast inzake bezitsgebreken rust hierbij integraal op diegene die het bezit wenst aan te vechten. Het bewijs mag geleverd worden met alle middelen van recht. Het bewijs van een bezitsgebrek is een loutere feitenkwestie. Het tegenbewijs moet aldus door consoorten [A.P.] worden geleverd. 4.8.
  49. Hoewel de discussie omtrent de bezitsgebreken naar het oordeel van de rechtbank doorslaggevend is, moet vastgesteld dat consoorten [A.P.] hier slechts enkele alinea’s aan wijden in hun laatste syntheseconclusie van 119 pagina’s. Meer bepaald randnummers 95 tot en met 99 op pagina 79-
  50. Het zijn nochtans consoorten [A.P.] die de bewijslast dragen. De rechtbank bespreekt de 3 (drie) opgeworpen argumenten: - Consoorten [A.P.] stellen “In eerste instantie merken concluanten op dat het bezit van [H.U.] en het vermoeden waarop [H.U.] zich beroept in strijd is met de bijzondere bewijswaarde van de notariële akte conform art. 1319-1320 BW”. Zoals uiteengezet in randnummers 4.7.4 en 4.7.
  51. van dit vonnis is de notariële akte van 28 november 2012 naar dewelke verwezen wordt, niet relevant. De notaris heeft enkel vastgesteld wat consoorten [A.P.] zelf hebben verklaard. De notaris heeft niets vastgesteld met betrekking tot het effectieve bezit van de aandelen. De authentieke bewijswaarde geldt enkel voor de feiten die de notaris verklaart gezien, gehoord of verricht te hebben in de uitoefening van zijn ambt. Er is niemand die gezien heeft dat consoorten [A.P.] 1000 aandelen aan toonder hadden op het ogenblik van de omzetting of de bevestiging ervan één jaar later. - Verder argumenteren consoorten [A.P.] “ in tweede instantie merken concluanten op dat de aandelen aan toonder door het besluit van de AV dd. 28/12/2011 tot omzetting van de aandelen aan toonder naar aandelen op naam (stuk 6), wat notarieel verleden werd dd. 28/11/2012 (stuk 7a) en gepubliceerd dd. 20/12/2012 (stuk 7b), GEHEEL waardeloos zijn geworden. Uit het bezit van waardeloze aandelen kan dan ook geen enkel eigendomsrecht worden afgeleid. Vanaf 28/12/2011 bestonden er in de vennootschap geen aandelen aan toonder meer, doch enkel aandelen op naam.” Zoals uiteengezet in randnummers 4.5 en 4.8.
  52. van dit vonnis, wordt het bezit van de toonderaandelen net ingeroepen om aan te tonen dat de omzetting van de aandelen op zich nietig was. In dat geval, kan in de context van dat specifiek discussiepunt niet aangenomen worden dat de toonderstukken geen waarde meer zouden hebben. Zulks oordelen zou immers impliceren dat eender wie die een volstrekt ongeldige beslissing op papier zou zetten waarin hij verklaart aandeelhouder te zijn – zonder te beschikken over de toonderstukken zelf – en beslist tot omzetting ervan op zijn eigen naam, zelf er voor zou kunnen zorgen dat de aandelen aan toonder hun waarde verliezen. Op die manier zou elke bezitter van aandelen aan toonder eenvoudig kunnen worden verschalkt en het toenmalig artikel 2279 (oud) BW uitgehold worden. Dat het hof van beroep Gent in zijn arrest van 22 september 2014 heeft geoordeeld dat na de omzetting van de aandelen op naam de toonderstukken geen waarde meer hebben, doet aan bovenstaande geen afbreuk. Immers, het hof diende niet te oordelen over de vordering tot nietigverklaring van die omzetting. Op het ogenblik van voormeld arrest – waarin het hof moest oordelen in beroep tegen een kortgedingbeschikking inzake schorsing – bestond de beslissing tot omzetting immers nog steeds. Het is aldus logisch dat het hof in 2014 heeft geoordeeld dat gelet op de uitgevoerde omzetting naar aandelen op naam, het louter bezit van toonderstukken en artikel 2279 (oud) BW niet meer relevant is. Dit verandert uiteraard wanneer de formele omzetting zelf, zou ongedaan gemaakt worden. Dat is net waarover deze rechtbank nu moet oordelen. - Tenslotte stellen consoorten [A.P.] dat “[H.U.] zich geenszins kan beroepen op art. 2279 BW, nu de voorwaarden ervan niet zijn voldaan: [H.U.] heeft deze aandelen geheel ter kwader trouw verkregen (cfr supra). Voor de toepassing van artikel 2279 tweede lid B.W. in hoofde van de derde- bezitter, is immers een reëel en deugdelijk bezit, te goeder trouw vereist. Bij gebreke aan het ter goeder trouwe handelen, zoals in casu, kan de derde bezitter zich niet beroepen op voornoemd artikel. Concluanten herhalen evenwel dat dit niet relevant is nu de aandelen waardeloos waren zodat uit het bezit hiervan in het geheel niets kan worden afgeleid...” Concreet beweren consoorten [A.P.] dat eiser de toonderstukken heeft gestolen tussen 7 en 11 maart
  53. Hij die beweert, moet bewijzen (artikel 870 Ger.W. en artikel 8.
  54. BW). Op basis van de door consoorten [A.P.] aangebrachte argumenten en stukken, acht de rechtbank het niet bewezen dat eiser op een onrechtmatige wijze in het bezit zou zijn gekomen van de 750 aandelen aan toonder. Met andere woorden, de rechtbank acht de diefstal niet bewezen. Consoorten [A.P.] hebben een klacht met burgerlijke partijstelling wegens diefstal neergelegd tegen eiser op 29 april
  55. Er werd een uitgebreid gerechtelijk onderzoek gevoerd. Bij beschikking van 6 mei 2014 heeft de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg afdeling Tongeren geoordeeld dat er “geen aanleiding is tot vervolging” van eiser. Tegen deze beslissing tot buitenvervolgingstelling werd door consoorten [A.P.] geen beroep aangetekend. 4.8.5 De rechtbank acht het verhaal van de voorgehouden diefstal volstrekt ongeloofwaardig. Consoorten [A.P.] stellen hierover in conclusie: “Op vrijdag dd. 7/03/2013 nam [A.P.] deze 950 (waardeloze) aandelen mee naar het kantoor van [JF], alwaar hij (nog) werkzaam was (tot zijn ontslag dd. 15/3/2013) i.k.v. de uitvoering van de tweede samenwerkingsovereenkomst [O], om reden dat [A.P.] t.a.v. een werknemer van [JF], de heer Geert [J], wou bewijzen dat hij steeds de eigenaar was van de

(950)aandelen van [CVP] (en niet [H.U.]). Hierover was immers enige verwarring ontstaan bij de werknemers van [JF] ingevolge de uitvoering van de tweede samenwerkingsovereenkomst (cfr. de aandelenruil [CVP] > [H.U.] had aldus kennis van de locatie van de gedematerialiseerde effecten. Op maandag dd. 11/03/2013 stelde [A.P.] vast dat zijn 950 (waardeloze) aandelen aan toonders met volgummers 1-301 en 351-1000 ten burelen van [A.P.] (gelegen ten kantoor van de NV [JF]) gestolen waren (door [H.U.]).” In de klacht met burgerlijke partijstelling specifieert [A.P.] nog dat de aandelen aan toonder opgeborgen zaten in een open boekenrek, in een doorzichtige map omhuld door een plastic zak van Mediamarkt. Waarom de aandelen aan toonder niet werden vernietigd na de omzetting ervan, verklaren consoorten [A.P.] in conclusie als volgt: “Concluanten noch de notaris hebben de waardeloze aandelen aan toonder vernietigd, om sentimentele redenen. Voor de rechtbank is het onbegrijpelijk – en ook ongeloofwaardig – dat [A.P.] op 7 maart 2013 fysieke aandelen zou meenemen om deze vervolgens achter te laten in de kantoren van diegene (eiser) waarmee op dat ogenblik reeds een conflict bestaat over het bezit van die aandelen, en dit in een doorzichtige map, gelegd in open boekenrek. Het is bovendien vreemd dat [A.P.] plots op 8 maart 2013 aan een andere werknemer van [JF] wou bewijzen dat hij de eigenaar was van de aandelen van [CVP] en dit door – volgens hem – waardeloze aandelen voor te leggen. Immers, in de redenering van [A.P.] had hij eenvoudig aan de werknemer het aandeelhouderregister en de publicatie in het Belgisch Staatsblad kunnen voorleggen. De bewuste werknemer aan wie de aandelen werden getoond op 8 maart 2013, heeft tijdens het strafonderzoek hierover verklaard: “Ik heb het gevoel dat [A.P.] dit heeft opgezet en dat hij mij misbruikt heeft. Het kan toch niet dat je de aandelen meebrengt en aandringt dat ik ze zou zien en dat je dezelfde dag vergeet van ze mee te nemen. Als ze zo waardevol zijn als je laat uitschijnen leg je ze toch niet in een open rek in je bureel in een plastic zak. Waarom laat hij dit juist aan mij zien?” Deze werknemer / getuige heeft zeker niet verklaard dat hij alle 950 aandelen heeft gezien. Het is immers niet betwist dat [A.P.] sowieso eigenaar is van 250 aandelen en over deze 250 fysieke aandelen aan toonder beschikte. De rechtbank deelt de door de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent, zetelend in kortgeding, gemaakte opmerking in zijn beschikking van 15 juli 2013: “Er kunnen kanttekeningen geplaatst worden bij de beweerde diefstal van de aandelen van [CVP]. Zo rijst de vraag waarom [A.P.] - op een moment dat de relatie tussen hem en [H.U.] minstens al vertroebeld was - 750 aandelen in een open rek bij [JF] n.v. liet liggen” Consoorten [A.P.] stellen in conclusie dat zij noch de notaris de aandelen hebben vernietigd wegens “sentimentele redenen”. Vooreerst blijkt uit niets dat de notaris überhaupt ooit de mogelijkheid heeft gehad om de aandelen te vernietigen, want de fysieke aandelen aan toonder zijn nooit voorgelegd aan de notaris. Verder kan een omzetting van aandelen aan toonder enkel gebeuren als deze aandelen daadwerkelijk zijn afgegeven aan de emittent, zijn de NV [CVP]. Consoorten [A.P.] konden deze aandelen dus niet houden, ook niet uit sentimentele redenen. Zij moeten overgedragen worden aan de vennootschap. De rechtspersoon zelf kan bezwaarlijk sentimentele redenen hebben. Het vernietigen van aandelen aan toonder na de omzetting is geen geldigheidvoorwaarde, doch als consoorten [A.P.] niet wensten dat de toonderstukken zouden worden vernietigd om welke reden dan ook, dan had de bestuurder van [CVP] – de heer [A.P.] dus – met aantekeningen of doorstreping de toonderstukken eenvoudig in onwaarde kunnen stellen. De enige die verantwoordelijk is van het feit dat eiser zich in huidige procedure kan beroepen op artikel 2279 (oud) BW – met vermoedens op bewijsvlak als gevolg - , is [A.P.] zelf. Het is bovendien (minstens) vreemd dat consoorten [A.P.] de fysieke aandelen aan toonder niet hebben meegenomen naar de algemene vergadering van 28 november 2012 bij notaris Maelfait – waar tenslotte de beslissing tot omzetting bevestigd werd - maar deze aandelen wel meeneemt op 8 maart 2013 naar de kantoren van de tegenpartij en deze dan nog achterlaat. De notaris moest blijkbaar de aandelen aan toonder niet zien om het eigendomsrecht te bewijzen, maar een niet ter zake doende werknemer wel. Het is (minstens) vreemd dat aandeelhouders in 2011 op een vergadering – waarover geen enkel stuk kan voorgelegd worden waaruit kan aannemelijk gemaakt worden dat deze vergadering daadwerkelijk in 2011 heeft plaatsgevonden – beslissen tot omzetting van aandelen; en deze aandeelhouders vervolgens één jaar wachten om deze beslissing bij notariële akte louter te “laten bevestigen” waardoor zij menen dat zij de aandelen niet meer moesten laten zien aan de notaris. 4.8.
  1. De rechtbank komt niet tot huidig oordeel om de enkele reden dat consoorten [A.P.] de diefstal niet kunnen bewijzen. De rechtbank wijst nog op de volgende, samenhangende feiten en vermoedens: - [CVP] heeft over de boekjaren 2007, 2008 en 2009 telkens een dividend aan de aandeelhouders uitgekeerd van 50.000,00 EUR bruto. Op deze 50.000,00 EUR was 12.500,00 EUR roerende voorheffing verschuldigd. Deze roerende voorheffing werd steeds betaald door [CVP]. Elk jaar werd het saldo van 37.500 EUR door [CVP] op rekening van [A.P.] gestort en elk jaar stortte [A.P.] enkele dagen later exact 75% van deze 37.500,00 EUR door op de rekening van eiser. Op 11 februari 2008 werd het netto dividend van 37.500,00 EUR door [CVP] aan [A.P.] betaald en op 29 februari 2008 stortte [A.P.] hiervan 28.125,00 EUR (75%) door aan eiser. Op 4 december 2008 werd het netto dividend van 37.500,00 EUR door [CVP] aan [A.P.] betaald en op 10 december 2008 stortte [A.P.] hiervan 28.125,00 EUR (75%) door aan eiser. Op 1 maart 2010 werd het netto dividend van 37.500,00 EUR door [CVP] aan [A.P.] betaald en op 18 maart 2010 stortte [A.P.] hiervan 28.125,00 EUR (75%) door aan eiser. De motivatie en duiding die consoorten [A.P.] aan deze betalingen proberen te geven in conclusies, kan de rechtbank niet volgen. Het bestaan van andere “afspraken “ wordt door consoorten [A.P.] niet bewezen en zelfs niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank is overtuigd dat dit wel degelijk doorstortingen waren ten belope van 75% van het dividend conform het aandelenbezit van eiser. Een andere verklaring is hiervoor niet te geven. De werkwijze met doorstorting en gevolgde omweg, is te verklaren door de door partijen gewilde geheimhouding. Voor het boekjaar 2010 werd de dividenduitkering geboekt op de rekening-courant van partijen, dit met latere verrekening van de overname van de aandelen [ARCHI]. Eiser maakt dit in conclusie – gestaafd met overtuigingsstukken – voldoende aannemelijk. - Uit een ereloonnota blijkt dat consoorten [A.P.] op 15 januari 2013 een consultatie bij een advocatenkantoor hebben gehad en op 29 januari 2013 een advies hebben gekregen met betrekking tot “nazicht rechtsleer en rechtspraak omtrent termijn om de nietigheid in te roepen + opvolging + briefwisseling klant”. De notariële akte waarin de beslissing tot omzetting van de aandelen werd “bevestigd” dateert van 28 november 2012, zijnde 47 dagen voor het juridisch advies “omtrent termijn om nietigheid in te roepen”. Het staat iedereen vrij voorafgaand juridisch advies in te winnen, maar het is in deze concrete omstandigheden opmerkelijk dat op een ogenblik dat er nog geen protest is tegen de omzetting, gezien deze pas werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, er toch al informatie wordt ingewonnen over de termijn waarbinnen de nietigheid moet gevorderd worden van de beslissing tot omzetting. Temeer daar consoorten [A.P.] voorhouden dat de formele beslissing tot omzetting al zou dateren van één jaar voordien, namelijk op 28 december
  2. Blijkbaar moest er dan geen juridisch advies ingewonnen worden. Dat enkel advies zou zijn gevraagd omtrent de “nietigheid” van mondelinge samenwerkingsovereenkomsten, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Het is ook onwaarschijnlijk dat het betreffende advocatenkantoor zou geadviseerd hebben om aandelen aan toonder na omzetting ervan, niet te vernietigen of niet te voorzien van aantekeningen. Vermoedelijk zal het advocatenkantoor in januari 2013 ook niet geadviseerd hebben om aandelen aan toonder 2 maanden later, in een doorzichtige plastic zak achter te laten in het kantoor van de tegenpartij. - Eiser legt mailcommunicatie tussen hemzelf en [A.P.] voor. Uit deze mails kan naar het oordeel van de rechtbank afgeleid worden dat [A.P.] in tempore non suspecto (in onverdachte tijden) eiser weldegelijk aanzag als de werkelijke aandeelhouder. Zo is er geen enkele andere, zinnige verklaring te geven waarom [A.P.] de resultaten en behaalde omzetten van [CVP] met eiser moet bespreken. Zo kan verwezen worden naar een mail van 24 januari 2012 waarin [A.P.] aan eiser mailt: “[H.U], Heb jij deze week tijd om de resultaten van [CVP] te bespreken? Deze jaarrekening moet deze maand nog neergelegd worden”. Zulke e-mail heeft niets te maken met de “integratie van [CVP] in [O]”, zoals consoorten [A.P.] voorhouden. Met de “neerlegging van de jaarrekening” heeft een buitenstaander immers geen zaken. De bespreking van resultaten met oog op afwerking en neerlegging van de jaarrekening, is een zaak van bestuurders en aandeelhouders. Uit e-mails blijkt verder dat [A.P.] verschillende keren aan eiser instructies vraagt over te nemen beslissingen nemen binnen [CVP]. Daarnaast zijn er ook verschillende e-mails waarin [A.P.] verantwoording aflegt aan eiser over bepaalde beslissingen en geldbestedingen in [CVP]. Dit is geen normale communicatie als eiser in werkelijkheid geen aandeelhouder van [CVP] zou zijn. - [CVP] werd opgericht op 19 november
  3. Het kapitaal werd door de oprichters [A.P.] volstort ten belope van 2.500.000 BEF. Eén dag voor de oprichting had eiser via een bankcheque deze 2.500.000 BEF overhandigd aan [A.P.], die deze gelden dan heeft gestort op de rekening van [CVP] in oprichting. Ook latere volstortingen van het kapitaal werden gedaan met gelden, voorafgaandelijk overhandigd door eiser aan [A.P.]. Dat eiser deze gelden aan [A.P.] zou overhandigd hebben uit hoofde van een “andere” mondelinge samenwerkingsovereenkomst, acht de rechtbank – alle elementen en stukken van het dossier indachtig – niet geloofwaardig. De “andere afspraak” wordt ook niet bewezen. 4.8.
  4. Dat consoorten [A.P.] op 20 maart 2013 verzet hebben aangetekend conform de Wet van 24 juli 1921 op de ongewilde buitenbezitstelling van de titels aan toonder voegt in deze concrete casus weinig toe aan het debat op het vlak van bewijsvoering en bewijslast. De aandelen aan toonder bevinden zich immers niet bij een derde-verkrijger die de aandelen heeft ontvangen na het verzet. De aandelen aan toonder bevinden zich bij diegene waarvan wordt gesteld dat hij de aandelen gestolen heeft tussen 7 en 11 maart
  5. Er wordt niet betwist dat die onvrijwillige buitenbezitstelling (evident) dateert van vóór het geformuleerd verzet. Consoorten [A.P.] hebben op 6 mei 2013 in rechte een vordering gesteld tot terugvordering van de aandelen aan toonder voor de rechtbank eerste aanleg Hasselt, doch deze procedure werd niet verder benaarstigd. Waarom consoorten [A.P.] deze procedure niet hebben benaarstigd, wordt niet uitgelegd. 4.8.
  6. De rechtbank erkent dat de voorgehouden portage-overeenkomst moet bewezen worden conform artikel 1371 en volgende (oud) BW en dat eiser geen schriftelijke overeenkomst kan voorleggen. Uit het schriftonderzoek is naar recht gebleken dat de handtekening op de voorgelegde kopie van de overeenkomst (stuk 142 eiser) van [A.P.] is. Echter, dit stuk blijft een kopie waarvan door de gerechtsdeskundige niet kon vastgesteld worden dat deze kopie dateert van
  7. [A.P.] betwist bovendien de echtheid van deze kopie. Hij betwist dat hij dit stuk getekend heeft en wijst erop dat zijn handtekening erop kan “geplakt” zijn. De rechtbank kan enkel vaststellen dat een origineel ontbreekt en dat de echtheid van de kopie – nl. dat handtekening effectief op origineel werd geplaatst - niet bewezen wordt. Evenwel stelt de rechtbank ook vast dat het bewijs van de portage-overeenkomst niet essentieel is om deze casus te beoordelen, net omwille van het bezit van de 750 aandelen aan toonder in hoofde van eiser. Consoorten [A.P.] slagen er immers niet in het tegenbewijs te leveren omtrent het bezit van de aandelen aan toonder in hoofde van eiser. 4.
  8. De rechtbank oordeelt dan ook dat, gelet op het voorgaande, voor recht bewezen is dat eiser de eigenaar was van de 750 aandelen in [CVP] NV op 28 december 2011, 28 november 2012 en 13 april
  9. Dit leidt tot de vaststelling dat de besluiten op de algemene vergadering van 28 december 2011, 28 november 2012 en 13 april 2013 nietig dienen verklaard te worden. Dit wegens inbreuk op: - artikel 64, 1° W.Venn; de hoofdaandeelhouder (75%) werd niet opgeroepen voor de algemene vergaderingen van 28 december 2011, 28 november 2012, 13 april 2013 en 30 april
  10. Deze onregelmatigheid heeft zonder twijfel de aangevochten beslissingen beïnvloed. De aanwezigheid van eiser had minstens tot gevolg gehad dat de 750 aandelen niet werden ingeschreven op naam van consoorten [A.P.] en dat de omzetting niet nogmaals zou bevestigd geweest zijn één jaar later. Ook zouden consoorten [A.P.] niet zijn aangesteld als bestuurder of gedelegeerd bestuurder. - artikel 64,2° W.Venn; consoorten [A.P.] hebben zich op voormelde vergaderingen als 100% aandeelhouders gedragen terwijl zij dat niet waren. Zij hebben op bedrieglijke wijze stemrechten gebruikt die verbonden zijn aan de 750 aandelen aan toonder van eiser ten einde de aandelen op hun eigen naam te doen inschrijven en ten einde het bestuur van [CVP] in handen te krijgen. De beslissingen van de raad van bestuur van 13 april 2013 dienen evenzeer nietig te worden verklaard. Zij werden genomen door een bestuur benoemd tijdens een algemene vergadering die thans nietig werd verklaard. Dat er geen tijdige vordering tot nietigverklaring van de besluiten genomen op de algemene vergadering van 30 april 2013 werd ingesteld, doet aan het voorafgaande geen afbreuk. 4.
  11. Dit juridische oordeel sluit ook aan met de (innerlijke) overtuiging van de rechtbank dewelke gesteund is op alle stukken, feiten, vermoedens én verklaringen ter zitting van partijen in persoon – in samenhang overwegend – dat ook in werkelijkheid het steeds de bedoeling van partijen is geweest om eiser te beschouwen als 75% aandeelhouder van [CVP] NV, en dit tot het ogenblik van het ontstaan van een geschil tussen partijen. 4.
  12. Naast de vordering tot nietigverklaring van bepaalde besluiten – waaronder het besluit tot omzetting van de aandelen aan toonder – , vordert eiser ook te horen zeggen voor recht dat hij “de rechtmatige eigenaar is van 750 aandelen in NV [CVP]” Gelet op de vernietiging van de besluiten op de algemene vergadering van 28 december 2011, 28 november 2012 en 13 april 2013, stelt de rechtbank vast dat de 750 aandelen aan toonder in handen van eiser wel geldig werden omgezet naar aandelen op naam van eiser op de algemene vergadering van 23 december
  13. Er liggen geen stukken voor dat de aandelenverhouding sindsdien zou gewijzigd zijn. De rechtbank oordeelt aldus dat eiser eigenaar is van 750 aandelen in NV [CVP]. 4.
  14. Eiser vordert ook de nietigverklaring te bevelen van “alle verder plaatsgevonden algemene vergaderingen van [CVP] tot en met heden”. Er wordt niet meegedeeld welke concrete algemene vergaderingen geviseerd worden. Partijen nemen in conclusies hierover geen verder standpunt in. Bij gebreke aan concretisering, wijst de rechtbank deze vordering af. De procedure is 12 jaar geleden ingeleid. Partijen hadden voldoende de tijd om de zaak in staat te stellen en vorderingen te concretiseren. 4.
  15. Gelet op de beoordeling van de rechtbank wat betreft de hoofdvordering, staat vast dat de tegenvordering tot nietigverklaring van de besluiten van de algemene vergadering en de raden van bestuur van [CVP] NV van 10 april 2013, 30 april 2013, 22 juli 2013, 9 november 2013 , 20 december 2013, 23 december 2013 en 13 februari 2014, ongegrond is. De rechtbank acht het niet noodzakelijk om in te gaan op de vraag tot overlegging van de overeenkomst tussen [H.U.] en de heer [G] van 1 augustus
  16. 4.
  17. Consoorten [A.P.] verzetten zich tegen de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad. Zij wijzen erop dat de door de wetswijziging van 19 oktober 2015 gewijzigde artikelen 1397 en 1398 van het Ger. W. slechts van toepassing zijn op zaken die aanhangig werden gemaakt vanaf 1 november
  18. In casu dateert de dagvaarding van 26 april
  19. De rechtbank wijst erop dat artikel 1397 Ger.W. nogmaals werd gewijzigd door artikel 155 van de Wet van 6 juli 2017 (BS 24 juli 2017). In de laatste wet werden geen specifieke overgangsmaatregelen bepaald, zodat artikel 3 Ger.W. van toepassing is. Dit leidt tot de vaststelling dat het huidige artikel 1397 Ger.W. van toepassing is op hangende gedingen (HvB Gent 26 april 2018, NJW 2018, afl. 387, 641, noot Vandenbussche W.). Zelfs indien het huidige artikel 1397 Ger.W. niet van toepassing zou zijn op huidig geding, maakt eiser voldoende aannemelijk dat de uitvoerbaarheid bij voorraad in deze casus noodzakelijk is gezien het gevaar op misbruik van de schorsing te groot is gelet op de voorgaanden in deze casus. V. DE BESLISSING De rechtbank doet recht op tegenspraak en op grond van alle bovenstaande redenen, alle verdere en meer uitgebreide of strijdige conclusies verwerpende als zijnde niet gegrond of niet ter zake dienend. De rechtbank verklaart zich bevoegd tot kennisname van de vordering. - Verklaart de vordering van [H.U.] tot nietigverklaring van de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouder van de NV [CVP] gehouden op 28 december 2011, 28 november 2012 en 13 april 2013, ontvankelijk en gegrond. - Zegt voor recht dat de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouder van de NV [CVP] gehouden op 28 december 2011, 28 november 2012 en 13 april 2013, nietig zijn. - Verklaart de vordering van [H.U.] tot nietigverklaring van de besluiten van de raad van bestuur van de NV [CVP] gehouden op 13 april 2013, ontvankelijk en gegrond. - Zegt voor recht dat de besluiten van de raad van bestuur van de NV [CVP] gehouden op 13 april 2013, nietig zijn. - Wijst de vordering tot nietigverklaring van de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouder van de NV [CVP] gehouden op 30 april 2013 en “alle verder plaatsgevonden algemene vergaderingen van [CVP] tot en met heden” af als onontvankelijk. - Zegt voor recht dat [H.U.] 75% aandeelhouder – of eigenaar van 750 aandelen – is van de NV [CVP] - Verklaart de tegenvordering van [A.P.], [G.A.P.] en NV [CVP] ontvankelijk, doch wijst deze af als ongegrond. - Zegt dat huidige beslissing door [CVP] NV zal worden neergelegd en bij uittreksel worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 67 en 73 Wetboek Vennootschappen. - Veroordeelt [A.P.] en [G.A.P.] tot de kosten van het geding, aan de zijde van [H.U.] begroot op 145,77 EUR kost dagvaarding en 1.883,72 EUR en 414,19 EUR rolrechten. - Wijst het anders- of meergevorderde af als ongegrond. - zegt in overeenstemming met artikel XX.108 WER dat dit vonnis bij voorraad en op de minuut vanaf de uitspraak uitvoerbaar is. ***** Gewezen op tegenspraak door de Tweede Kamer van de Ondernemingsrechtbank van Gent – Afdeling Gent, samengesteld uit: V. Verlaeckt, rechter en voorzitter van de kamer, F. B. en W. L. rechters in ondernemingszaken, en uitgesproken door de voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op 7 oktober 2025 in aanwezigheid van Z. Foré, griffier bij beschikking hoofdgriffier N. Pettens dd. 16 september
  20. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.