id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 22 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251022.1 Rolnummer: O/23/00182 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-12-04 Raadplegingen: 156 - laatst gezien 2026-06-16 15:30 Fiche 1 Als een curator een “sociaal accountant” wil inschakelen is een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris noodzakelijk in toepassing van paragraaf 2 van artikel 7 van voormeld KB van 26 april
- Het is niet de rechtbank die zulke kosten machtigt of retroactief kan machtigen. De tussenkomst van een “sociaal accountant” valt niet onder het toepassingsgebied van paragraaf 1 van artikel 7 van voormeld KB. Dit zijn geen kosten die voortvloeien uit de toepassing van de wet. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Ereloon / kosten curator / bijstand derden / machtiging rechter commissaris Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 2 Een “sociaal accountant” is geen wettelijk omschreven functie of instelling. Het is in wezen een reguliere, zelfstandige dienstverlener die diensten aanbiedt aan curatoren om deze laatsten te helpen bij alles wat te maken heeft met de sociale afhandeling van werknemers. Een sociaal accountant kan evenwel zelf geen sociale documenten afleveren. Het betreft een loutere tussenpersoon die fungeert tussen enerzijds de curator en anderzijds zij die wel zulke sociale documenten kan afleveren. Dat de rechter-commissaris het inschakelen van derden moet machtigen, dient onder meer om te vermijden dat gebruikelijke standaardtaken – waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de curator deze zelf kan uitvoeren – onnodig worden uitbesteed, terwijl deze taken reeds worden vergoed via het forfaitaire ereloon. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Bijstand derden / curator / machtiging Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent - afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: [X] BV, werd in staat van faillissement verklaard bij vonnis van deze rechtbank van 21 maart 2023, waarbij [Y] werd aangewezen als curator.
- DE RECHTSPLEGING Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer [z.] , dd. 6 juli 2025 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van boek XX WER werden nageleefd.
- HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 5 juli 2025 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten.
- DE BEOORDELING 3.
- Voor de begroting van de staat van onkosten en ereloon van de curator dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen. De curator vraagt begroting van ereloon en kosten rekening houdend met • een gerealiseerd actief van 6.773,12 euro, • de gemaakte aanrekenbare kosten 1.561,95 euro, • De nog aanrekenbare sluitingskosten 520,41 euro 3.
- De curator neemt onder boedelkosten een uitgave van 181,50 euro op, betaald aan “Mertens en Jacobs”. De bewuste factuur vermeldt “afhandeling van het sociaal passief”. Over deze kost stelt de curator in zijn verzoekschrift tot begroting: “verzoeker is van oordeel dat deze uitgave onder de door de RC verleende algemene machtiging valt, ook al is Mertens en Jacobs geen sociaal secretariaat in de daadwerkelijke zin van het woord en waarvoor in navolgende falingen een bijzondere machtiging zal worden gevraagd; de tussenkomst van dit sociaal adviesbureau heeft alvast geleid tot de afwijzing van de door de werknemer ingediende schuldvordering”. 3.
- Deze kwestie raakt de problematiek van de zogenaamde “sociaal accountant”. Een “sociaal accountant” is geen wettelijk omschreven functie of instelling. Het is in wezen een reguliere, zelfstandige dienstverlener die diensten aanbiedt aan curatoren om deze laatsten te helpen bij alles wat te maken heeft met de sociale afhandeling van werknemers (ontslag, afgifte sociale documenten, berekening verbrekingsvergoeding, nazicht aangifte van schuldvorderingen, berekenen BV en RSZ in de rangregeling, aangifte bedrijfsvoorheffing belco-tax). Dergelijke sociaal accountant “ontlast” de curator van verschillende taken. Een sociaal accountant kan evenwel zelf geen sociale documenten (loonattesten, vakantie-attesten, …) afleveren. Het betreft een loutere tussenpersoon die fungeert tussen enerzijds de curator en anderzijds zij die wel zulke sociale documenten kan afleveren. Ongetwijfeld zal zulke “sociaal accountant” een hulp zijn voor de curator, doch de vraag stelt zich of het verantwoord is om in elk faillissement van een onderneming met personeel, standaard de kosten van een sociaal accountant ten laste van de boedel te leggen. Als de curator in zijn kantoororganisatie bijvoorbeeld administratieve bijstand (secretariaat of boekhouding) of reguliere juridische ondersteuning (medewerkers of stagiairs) inschakelt in de afhandeling van een faillissement – wat eveneens op zelfstandige basis kan gebeuren – worden deze kosten ook niet ten laste gelegd van de boedel. Hoewel ook die “hulp” ongetwijfeld zal bijdragen tot de afwikkeling van het vereffeningsbewind en de schuldeisers ten goede zal komen. In wezen bestaat er geen verschil tussen beiden. 3.
- Dat de rechter-commissaris het inschakelen van derden moet machtigen, dient onder meer om te vermijden dat gebruikelijke standaardtaken – waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de curator deze zelf kan uitvoeren – onnodig worden uitbesteed, terwijl deze taken reeds worden vergoed via het forfaitaire ereloon. Overeenkomstig artikel 5 van het Koninklijk besluit houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen van 26 april 2018 vormt het ereloon de vergoeding voor enerzijds de prestaties die de curator gewoonlijk verricht in het kader van een normale vereffening van de failliete boedel, zoals vaststelling van het tijdstip van staking van betaling, opmaak van de inventaris, hypothecaire inschrijvingen op naam van de boedel, verificatie van de schuldvorderingen, realisatie en vereffening van de activa, de rechtsgeschillen of andere rechtsvorderingen, hetzij als eiser, hetzij als verweerder, teneinde niet gegronde of overdreven schuldvorderingen te voorkomen, opsporing en inning van schuldvorderingen, onderhandelingen met schuldeisers of derden, onderzoek van de boekhouding en de stukken van de gefailleerde, verrichtingen inzake de beëindiging van het faillissement, briefwisseling en pleidooien. En anderzijds: de administratieve kosten die rechtstreeks verband houden met de afwikkeling van het faillissement waarmee hij is belast. 3.
- De rechtbank erkent dat de sociale wetgeving complex kan zijn en dat in welbepaalde gevallen het zeker verantwoord kan zijn om een “sociaal accountant” in te schakelen omwille van de voorgehouden expertise, mits machtiging van de rechter-commissaris. Een gemotiveerd verzoekschrift, geënt op een concrete casus, zal dan beoordeeld worden door de rechter-commissaris. Bepaalde werknemers- en werkgeversstatuten zijn inderdaad complex, niet elke gefailleerde beschikt over een perfect bijgehouden personeelsadministratie of is nog aangesloten bij een sociaal secretariaat op het ogenblik van faillietverklaring. Doch het moeten uitsplitsen in de rangregeling van een brutobedrag in een nettobedrag, sociale bijdragen en bedrijfsvoorheffing met het oog op dividend aan een werknemer, is niet complex. Evenmin is het opvragen aan het sociaal secretariaat van een voorgedrukte C4 en het ondertekenen van een vooraf ingevuld F1 formulier. Niettemin zijn dat taken die een “sociaal accountant” volbrengt voor rekening van de curator tegen betaling. 3.
- In elk geval, stelt de rechtbank vast dat verzoeker in casu geen bijzondere machtiging van de rechter-commissaris heeft bekomen voor de tussenkomst van een “sociale accountant”. Die kost kan dan ook om die reden niet opgenomen worden onder de boedelkosten. Kosten aan derden die niet gemachtigd zijn, worden geacht gedekt te zijn door het ereloon en zijn niet afzonderlijk aanrekenbaar aan de boedel. 3.
- De rechtbank volgt verzoeker niet waar hij voorhoudt dat “dat deze uitgave onder de door de RC verleende algemene machtiging valt, ook al is Mertens en Jacobs geen sociaal secretariaat in de daadwerkelijke zin van het woord”. Verzoeker doelt op de machtiging verleend door de rechter-commissaris op 29 maart 2023, waarbij enkel machtiging werd verleend voor “de kosten van het sociaal secretariaat voor het afleveren van alle sociale en fiscale documenten ten behoeve van de (ex-)werknemers van de gefailleerde”. Zoals verzoeker zelf stelt, is een sociaal accountant niet te aanzien als een sociaal secretariaat; met de kost “voor het afleveren” wordt ook niet bedoeld “de kost voor het inschakelen van een derde tot het doen afleveren van sociale documenten.” 3.
- De inschakeling van een “sociaal accountant” valt wel degelijk onder het toepassingsgebied van paragraaf 2 van artikel 7 van voormeld KB van 26 april
- Een voorafgaande machtiging door de rechter-commissaris is aldus noodzakelijk. Het is niet de rechtbank die zulke kosten machtigt of retroactief kan machtigen. 3.
- De tussenkomst van een “sociaal accountant” valt niet onder het toepassingsgebied van paragraaf 1 van artikel 7 van voormeld KB. Dit zijn geen kosten die voortvloeien uit de toepassing van de wet. Dat in het verslag aan de Koning onder paragraaf 1 van artikel 7 van voormeld KB als voorbeeld van “andere kosten die voortvloeien uit de toepassing van de wet” wordt verwezen naar “de kosten die de curator maakt bij het opvragen van de sociale documenten overeenkomstig artikel XX.103, 4°, van het Wetboek van economisch recht” doet geen afbreuk aan het voorgaande. Hiermee wordt bedoeld de kostprijs verschuldigd voor het afleveren van wettelijk noodzakelijke sociale documenten (door bv. een sociaal secretariaat) en niet de kosten van een derde die bijstand biedt bij het opvragen van sociale documenten. Artikel XX.103, 4° WER verwijst naar “het personeelsregister, de individuele rekening, zoals bepaald in artikel 4, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, zowel die van het afgelopen kalenderjaar als die van het lopende kalenderjaar, de gegevens met betrekking tot het sociaal secretariaat en de sociale kassen waarbij de onderneming aangesloten is, de identiteit van de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk en van de leden van de vakbondsafvaardiging en, in voorkomende geval, de toegangscode die de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan de onderneming heeft toegekend en die de raadpleging mogelijk maakt van het elektronisch personeelsregister en die toegang verleent tot de overige noodzakelijke identificatiegegevens”. Een “sociaal accountant” levert deze stukken vermeld in artikel XX.103, 4° WER niet af. 3.
- De rechtbank brengt in herinnering dat het ereloon van curatoren werd verhoogd in 2018 onder meer als compensatie voor het verdwijnen van het systeem van forfaitaire aanrekeningen van (on)kosten, waaronder het afleveren van sociale documenten. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald.
- DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent - afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift : - Begroot het ereloon van de curator op 2.031,94 euro (exclusief BTW). - Begroot de aanrekenbare kosten op 1.380,45 euro en 520,41 euro nog aanrekenbare sluitingskosten. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken Toon Sorgeloos en Patrick Dumortier en is op de buitengewone openbare zitting van 22 oktober 2025 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier Ann Vriendt. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.