id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 19 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251119.1 Rolnummer: O/22/00680 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 171 - laatst gezien 2026-06-15 07:03 Fiche Wanneer een curator beslist om een aankoopoptie in het kader een lopende lease-overeenkomst te lichten, dan valt enkel de eventuele netto-opbrengst (de zogenaamde "overwaarde") van die operatie de “boedel te beurt” en zal enkel die netto-opbrengst deel uitmaken van de berekeningsbasis voor het ereloon. De lease-afkoopsom die in mindering moet gebracht worden, is de hoofdsom vermeerderd met btw. Als enkel de netto lease-afkoopsom, in mindering zou gebracht worden dan zou dit tot gevolg hebben dat de curator ereloon ontvangt op basis van btw die geen betrekking heeft op de “overwaarde”, doch wel op goederen die de curator zelf heeft aangekocht om vervolgens door te verkopen. Dit betreft btw die nooit tot de failliete boedel heeft gehoord en kan behoren. Als enkel de netto-lease-afkoopsom in mindering wordt gebracht, dan ontvangt de curator ereloon op basis van de overwaarde (incl.btw) vermeerderd met de btw die geen betrekking heeft op de overwaarde. Enkel de overwaarde - inclusief de btw op die overwaarde – valt de boedel te beurt. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: ereloon berekening curator Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: [X] BV, werd in staat van faillissement verklaard bij vonnis van deze rechtbank van 20 december 2022, waarbij mr. [Y] werd aangewezen als curator.
- DE RECHTSPLEGING Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, [Z] , dd. 22 oktober 2025 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van boek XX WER werden nageleefd.
- HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 10 juli 2025 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten.
- DE BEOORDELING Voor de begroting van de staat van onkosten en ereloon van de curator dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen.
- De rechtbank stelt vast: • dat de curator een lease-voertuig heeft afgekocht van ING LEASE voor 7.109,56 euro, meer btw 1.493,01 euro, samen 8.602,57 euro. • dat vervolgens de curator het lease-voertuig heeft verkocht voor 11.501,00 euro (excl. btw), meer veilingkosten (18%) ten belope van 2.070,18 euro (excl. btw), zijnde samen 13.571,18 euro (excl. btw), dan wel 16.421,13 euro (incl. btw). • dat de curator zijn ereloon verzoekt te begroten op de totale realisatiewaarde inclusief btw, zijnde 16.421,13 euro. • dat het ereloon op een realisatie van 16.421,13 euro wordt begroot op 4.926,33 euro (excl. btw). • dat het globale ereloon van de curator enkel begroot wordt op de eerste schijf van 30% cfr. het KB van 26.04.
- • dat de gefailleerde btw-plichtig is. Samengevat verzoekt de curator aan de rechtbank een ereloon van 4.926,33 euro toe te kennen op een transactie die voor de failliete boedel 4.391,44 euro (11.501,00 euro – 7.109,56 euro) heeft opgebracht. De curator heeft beslist goederen aan te kopen die niet tot de boedel behoorden bij het openvallen van het faillissement en heeft deze vervolgens doorverkocht met een netto verlies voor de boedel, althans volgens de berekeningswijze van de curator. Dit was niet het resultaat dat de wetgever of de Koning voor ogen had bij het bepalen van de regels inzake begroting van ereloon en kosten van de curator.
- Wanneer een curator beslist om een aankoopoptie in het kader een lopende lease-overeenkomst te lichten, dan valt enkel de eventuele netto-opbrengst (de zogenaamde "overwaarde") van die operatie de “boedel te beurt” en zal enkel die netto-opbrengst deel uitmaken van de berekeningsbasis voor het ereloon. Met netto-opbrengst wordt in dit kader bedoeld de verkoopprijs die de curator heeft ontvangen, verminderd met de aankooprijs die de curator aan de lease-maatschappij heeft moeten betalen bij het lichten van de aankoopoptie. In essentie "realiseert" of "valoriseert" de curator “de aankoopoptie” en niet zozeer het lease-goed op zich. De optie kan in bepaalde gevallen op het ogenblik van de faillietverklaring een “waarde” hebben. Het is die waarde die de curator realiseert. De waarde van de aankoopoptie is niet de waarde van het lease-goed, maar enkel de "overwaarde" die wordt overgehouden na betaling van de afkoopsom.
- De lease-afkoopsom waarmee rekening moet gehouden worden, is de hoofdsom vermeerderd met btw. In casu zijnde 7.109,56 euro + 1.493,01 euro, samen 8.602,57 euro. Immers, het ereloon van de curatoren wordt ook berekend op basis van de bruto verkoopprijs waaronder ook de btw begrepen wordt. Als enkel de netto lease-afkoopsom – dus zonder btw – in mindering zou gebracht worden, dan zou dit tot gevolg hebben dat de curator ereloon ontvangt op basis van btw die geen betrekking heeft op de “overwaarde”. Zijnde btw die nooit tot de failliete boedel heeft gehoord en kan behoren. Concreet : Netto verkoop 13.571,18 euro en bruto verkoop 16.421,13 euro; Netto lease afkoopsom 7.109,56 euro en bruto lease afkoopsom 8.602,57 euro; Ereloon wordt berekend op bruto verkoop : Derhalve ereloon wordt berekend op bruto “overwaarde”, zijnde 16.421,13 euro - 8.602,57 euro = 7.818,56 euro.
- Het totaal gerealiseerd actief bedraagt aldus 22.179,26 euro min 8.602,57 euro, zijnde 13.576,69 euro. De kosten worden begroot op 17.334,97 euro min 8.602,57 euro, zijnde 8.732,40 euro. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald.
- DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift : - Begroot het ereloon van de curator op 4.073,01 euro (exclusief BTW). - Begroot de aanrekenbare kosten op 8.732,40 euro. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken Toon Sorgeloos en Patrick Dumortier en is op de buitengewone openbare zitting van 19 november 2025 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier Alwin Bruynooghe. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div