id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 25 november 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251125.1 Rolnummer: O/25/00642 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-12-04 Raadplegingen: 268 - laatst gezien 2026-06-15 06:53 Fiche 1 In het kader van een vordering wegens het niet-neerleggen van de jaarrekening en het niet-naleven van de alarmbelprocedure, blijkt uit de laatst neergelegde jaarrekening van boekjaar 2020 een negatief eigen vermogen van 1.344.246,00 EUR, terwijl het netto-passief, zoals blijkt uit het proces-verbaal van verificatie, slechts 1.230.330,22 EUR bedraagt. De rechtbank wijst erop dat het mogelijk is dat het proces-verbaal van verificatie een vertekend beeld geeft en dat niet elke schuldeiser een aangifte van schuldvordering heeft gedaan. Het is mogelijk dat verbonden ondernemingen geen aangifte van schuldvordering hebben gedaan. Het is aan de curator dit te onderzoeken en dit desgevallend te staven aan de hand van stukken UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: bewijs verzuim alarmbelprocedure / niet neerlegging jaarrekening / curator Fiche 2 De curator moet zich als eisende partij als loyale procespartij opstellen en een stukkenbundel samenstellen op een wijze dat de rechten van verdediging worden gerespecteerd en de rechtbank in de mogelijkheid gesteld wordt om te oordelen, zonder onnodige tussenvonnissen. In discussies omtrent de levensvatbaarheid en de deficitaire verderzetting van een verlieslatende onderneming, is het noodzakelijk dat er een zekere wapengelijkheid bestaat op het vlak van boekhoudkundige gegevens. De curator kan niet enkel boekhoudkundige stukken voorleggen die hij dienstig acht en elke vraag van verweerders tot het meedelen van boekhoudkundige stukken naast zich neerleggen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: meedelen boekhouding / procesloyaliteit curator Fiche 3 De curator stelt een vordering op basis van artikel XX.226 WER maar legt de aangifte van schuldvordering van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid niet voor. De rekeninguittreksels of borderellen van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die bij elke aangifte van schuldvordering zijn gevoegd, worden ook niet voorgelegd. Nochtans kan de samenstelling van de schuldvordering relevant zijn bij de begroting van de bedragen waarvoor de bestuurder of gewezen bestuurder aansprakelijk is (zie onderscheid tussen bijdragen, bijdrageopslagen en intresten en vergelijk artikel XX.226 WER met de vroegere artikelen 265, §2, 409, §2 en 530, §2 W.Venn.). Bovendien kan – afhankelijk van de omstandigheden – de wijze van totstandkoming en de datum van opeisbaarheid een invloed hebben bij de begroting van de bedragen waartoe men veroordeeld kan worden. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: XX226 WER bewijs Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.226 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De ondernemingsrechtbank Gent - afdeling Gent, tweede kamer, heeft volgend vonnis verleend in de zaak van: Meester [A] q.q., curator van de BV [ALT], daartoe aangesteld bij vonnis van de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent van […] maart 2024, in persoon, Eiser, hierna verder aangeduid als “de curator” tegen: De heer [X] , [LUIGI] BV, Verweerders, beide hebbende als raadslieden meester [G] I. DE RECHTSPLEGING 1.
- Het geding wordt ingeleid met dagvaarding betekend op 27 mei
- Partijen hebben conclusies genomen. De rechtbank hoort de partijen in openbare zitting van 18 november 2025, waarna de debatten worden gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De rechtbank neemt kennis van het rechtsplegingsdossier en de neergelegde stukken. De rechtspleging verloopt in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. II. FEITEN DIE AANLEIDING GEVEN TOT HET GESCHIL 2.
- Tweede verweerder is bestuurder van BV [ALT], met eerste verweerder als vaste vertegenwoordiger. BV [ALT] werd failliet verklaard op 12 maart
- Eiser q.q. werd aangesteld als curator. 2.
- Eiser q.q. is overgegaan tot dagvaarding van verweerders tot veroordeling van het betalen van een som provisioneel begroot op 1.200.000,00 EUR. De vordering wordt gesteund op het niet-neerleggen van de jaarrekening (3:10 WVV), het niet-naleven van de alarmbelprocedure (5:153 WVV), het verderzetten van een reddeloos verloren onderneming (XX.227 WER) en de objectieve aansprakelijkheid inzake sociale zekerheidsbijdragen (XX.226 WER). III. BEOORDELING 3.
- De zaak is niet in staat. Procespartijen – ook curatoren – zijn verplicht de gepaste ijver aan de dag te leggen om de zaak te doen vooruitgaan en in staat van wijzen te brengen. Partijen zijn ertoe gehouden in hun conclusies alle middelen voor te dragen die hun eis of verweer kunnen schragen (zie ook Cass. 3 januari 1980, Arr.Cass. 1979, 510). Het is niet aan de rechtbank om door middel van tussenvonnissen een zaak in staat te laten stellen. Een burgerlijk proces verloopt in beginsel niet in verschillende fases, maar partijen moeten het wel minstens voor de rechtbank mogelijk maken om ernstig te oordelen op basis van conclusies en stukkenbundels. Van partijen wordt verwacht te weten welke stukken noodzakelijk zijn om de rechtbank in de mogelijkheid te stellen, recht te doen. 3.
- De curator stelt een vordering wegens het niet-neerleggen van de jaarrekening en het niet-naleven van de alarmbelprocedure. De curator legt geen enkel boekhoudkundig stuk voor, uitgezonderd een neergelegde jaarrekening van boekjaar 2020 waaruit een negatief eigen vermogen blijkt van 1.344.246,00 EUR, terwijl het netto-passief op heden, althans volgens de curator, slechts 1.230.330,22 EUR bedraagt. Deze vaststelling laat de curator onbesproken in zijn conclusies. De argumentatie van de curator is niet ter zake. Het vermoeden inzake causaliteit is maar relevant als er eerst collectieve schade wordt aangetoond. 3.
- De rechtbank wijst erop dat het mogelijk is dat het proces-verbaal van verificatie een vertekend beeld geeft en dat niet elke schuldeiser een aangifte van schuldvordering heeft gedaan (zie hierover “Vermeerdering van passief: staar u niet blind op het proces-verbaal van verificatie van schuldvorderingen”, TRV 2021, afl. 5, 566-568 noot onder Gent 17 februari 2020). Doch het is aan de curator dit te onderzoeken en dit desgevallend te staven aan de hand van stukken. Zo stelt de rechtbank vast dat in de jaarrekening 2020 een rekening-courant schuld van 744.347,00 EUR (post 48) en een overige lening van 344.840,00 EUR (post 174), samen 1.089.187,00 EUR is uitgedrukt en dat deze schuldvorderingen niet werden aangegeven in het passief. Het is mogelijk dat dit schulden zijn aan verbonden ondernemingen die geen aangifte van schuldvordering hebben gedaan. Verweerders stellen immers dat er financiële ondersteuning was vanuit groepsvennootschappen. Dit zou een verklaring kunnen zijn waarom het netto-passief schijnbaar is gedaald sinds 2021, doch in werkelijkheid is toegenomen. Bij gebrek aan aangeleverde details kan de rechtbank dit niet met zekerheid vaststellen. Bovendien moeten verweerders toegelaten worden over deze vaststelling standpunt in te nemen in het kader van de rechten van verdediging. 3.
- De curator stelt dat “de integrale schuldenberg” is ontstaan na 31 december 2020, doch de curator legt geen enkel stuk voor waaruit de rechtbank de datum van het ontstaan van de relevante schulden kan afleiden. Uit een proces-verbaal van verificatie van schuldvordering kan de rechtbank dat niet afleiden. Uitgezonderd de jaarrekening van 2020 wordt door de curator geen enkel boekhoudkundig stuk voorgelegd. 3.
- De curator wijst op misbruik van geduldige schuldeisers, doch legt hieromtrent geen enkel stuk voor. De rechtbank kan wel afleiden uit het proces-verbaal van verificatie dat er schulden zijn bij verschillende institutionele schuldeisers doch er worden geen gegevens aangereikt over onder meer de datum van de opeisbaarheid, het aantal onbetaalde kwartalen of aanslagen, de aard van de aanslagen en de tijdstippen van de laatste uitgevoerde betalingen aan die institutionele schuldeisers. De loutere omvang van een schuld, is niet allesbepalend. 3.
- Verweerders hebben nochtans terecht een vordering gesteld op grond van artikel 877 Ger. W. tot het voorleggen van enkele boekhoudkundige bescheiden. De curator is hierop niet ingegaan en laat deze tegenvordering zelfs volstrekt onbesproken in zijn conclusie. Dat het gevoerde verweer volgens de curator “louter steriel en abstract wordt gevoerd”, neemt niet weg dat de curator zich als eisende partij minstens als loyale procespartij moet opstellen en dat hij een stukkenbundel dient samen te stellen op een wijze dat de rechten van verdediging worden gerespecteerd en de rechtbank in de mogelijkheid gesteld wordt te oordelen, zonder onnodige tussenvonnissen. In discussies omtrent de levensvatbaarheid en de deficitaire verderzetting van een verlieslatende onderneming, is het noodzakelijk dat er een zekere wapengelijkheid bestaat op het vlak van boekhoudkundige gegevens. De curator kan niet enkel boekhoudkundige stukken voorleggen die hij dienstig acht en elke vraag van verweerders tot het meedelen van boekhoudkundige stukken naast zich neerleggen. De boekhouding van de gefailleerde bevindt zich – of behoort zich te bevinden – nu eenmaal bij de curator, minstens moet de curator daar toegang tot hebben bij eerste verzoek. Als de curator om welke reden dan ook, niet beschikt over de boekhoudkundige stukken die gevraagd worden, of geen toegang heeft tot boekhoudkundige gegevens, dan kan de curator die redenen duiden in conclusie en bijvoorbeeld aantonen dat de gefailleerde zelf of de boekhouder niet meewerkt. Sowieso zijn er in casu boekhoudkundige stukken gelet op de verschillende procedures gerechtelijke reorganisatie die werden gevoerd door de BV [ALT], naar dewelke verweerders terecht verwijzen. De curator kan deze voorleggen. 3.
- De curator stelt een vordering op basis van artikel XX.226 WER maar legt de aangifte van schuldvordering van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid niet voor. De rekeninguittreksels of borderellen van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die bij elke aangifte van schuldvordering zijn gevoegd, worden ook niet voorgelegd. Nochtans kan de samenstelling van de schuldvordering relevant zijn bij de begroting van de bedragen waarvoor de bestuurder of gewezen bestuurder aansprakelijk is (zie onderscheid tussen bijdragen, bijdrageopslagen en intresten en vergelijk artikel XX.226 WER met de vroegere artikelen 265, §2, 409, §2 en 530, §2 W.Venn.). Bovendien kan – afhankelijk van de omstandigheden – de wijze van totstandkoming en de datum van opeisbaarheid een invloed hebben bij de begroting van de bedragen waartoe men veroordeeld kan worden (zie Cass. 24 maart 2016, C.15.0166.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160324.13 en Cass. 18 juni 2020, C.19.0258.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.15). 3.
- De curator stelt een vordering op grond van XX.227 WER en legt geen enkel boekhoudkundig stuk voor. Er wordt zelfs niet uiteengezet welke activiteit de vennootschap heeft gevoerd in de periode 2021-2024, welke omzetten en resultaten behaald werden in de periode 2021-2024, hoe de schuld werd opbouw na het omslagpunt, … 3.
- Verweerders wijzen in conclusie naar procedures gerechtelijke reorganisatie om te argumenteren dat de onderneming niet reddeloos verloren was. Verweerders halen het vonnis van 9 mei 2023 aan, maar leggen dit niet voor. De curator wijst meermaals naar een vonnis van 20 juni 2023 waarbij de verlenging van de procedure gerechtelijke reorganisatie voor de BV [ALT] zou zijn geweigerd door de rechtbank. In zijn stukkenbundel neemt de curator enkel de publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van een uittreksel van dit vonnis op. Het vonnis zelf wordt evenwel niet voorgelegd. De inhoud kan mogelijk relevant zijn. 3.
- De rechtbank heropent de debatten teneinde minstens: - De curator de actief-passief balans (met interne details) van de boekjaren 2021, 2022 en 2023 te laten voorleggen – zoals gevraagd door verweerders –, in de mate dat hij hierover beschikt of hiertoe toegang heeft. - De curator de resultaatrekeningen van boekjaren 2021, 2022 en 2023 te laten voorleggen, in de mate dat hij hierover beschikt of hiertoe toegang heeft. - De curator de relevante stukken die BV [ALT] heeft neergelegd in de verschillende procedures gerechtelijke reorganisatie te laten voorleggen. - Partijen standpunt in te laten nemen omtrent de vaststelling dat de neergelegde jaarrekening van het boekjaar 2020 een negatief eigen vermogen van 1.344.246,00 EUR uitdrukt en het aangegeven passief in het faillissement 1.230.330,22 EUR bedraagt, dit in relatie met de vordering gebaseerd op het niet-neerleggen van de jaarrekening en niet-naleven van de alarmbelprocedure. - De curator toe te laten om te verduidelijken welk ogenblik hij aanziet als omslagpunt in het kader van XX.227 WER en waarop hij zich hiervoor baseert; evenals te duiden wat hij weerhoudt als feiten die erop wijzen dat de bestuurder niet heeft gehandeld zoals een normaal voorzichtig en zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld. - De curator toe te laten de aangegeven schuldvorderingen te situeren in de tijd. Aan de curator wordt gevraagd de datum van opeisbaarheid en de aard van de relevante schuldvorderingen waarvoor aangifte van schuldvordering werd gedaan in het faillissement van de BV [ALT], aanschouwelijk te maken. - De curator toe te laten gegevens aan te leveren met betrekking tot de opbouw van de schulden bij institutionele schuldeisers en een overzicht aan te leveren van de effectieve betalingen aan die institutionele schuldeisers de laatste 24 maanden in relatie met het vervallen van nieuwe schulden. - Partijen toe te laten het vonnis tot opening van de gerechtelijke reorganisatie van 9 mei 2023 en het vonnis tot weigering van de gevraagde verlenging van 20 juni 2023 voor te leggen. - De curator toe te laten de aangifte van schuldvordering uitgaande van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, met eventuele bijlagen, voor te leggen. Minstens om een detail van de samenstelling van de schuldvordering van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor te leggen. Het debat zal integraal hernomen worden. De rechtbank bepaalt bijkomende conclusietermijnen. IV. DE BESLISSING Op grond van de bovenstaande motivering komt de rechtbank, na beraadslaging tot de volgende beslissing: Alvorens over de vordering te oordelen, beveelt de rechtbank de heropening van de debatten, minstens om redenen vermeld in randnummer 3.
- De rechtbank bepaalt conclusietermijnen als volgt: Eiser q.q. 25 december 2025 Verweerders 25 januari 2026 De zaak zal behandeld worden op de zitting van dinsdag 3 februari 2026 om 10u00 in zittingszaal 1.1 in het gerechtsgebouw te 9000 Gent, Opgeëistenlaan
- Het debat wordt integraal hernomen. Houdt de kosten aan. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter, kamervoorzitter V. Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken [...] en is op de openbare zitting van 25 november 2025 uitgesproken door rechter, kamervoorzitter V. Verlaeckt in aanwezigheid van Z. Foré, griffier bij beschikking hoofdgriffier N. Pettens dd. 16 september
- Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160324.13 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div