← België

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260113.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 13 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260113.3 Rolnummer: O/23/00513 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2026-02-05 Raadplegingen: 378 - laatst gezien 2026-06-18 06:13 Fiche Dat een curator meedeelt dat hij mogelijk een procedure zal aanvatten om de bewoners van de gezinswoning “uit het huis te zetten” is geen bedreiging, doch een aankondiging welke stappen hij zal zetten in de uitoefening van zijn opdracht. Het is mogelijk dat tussen de gefailleerde en de curator onenigheid bestaat over bepaalde juridische gevolgen van het faillissement, hetgeen aanleiding kan geven tot gerechtelijke procedures. Het louter bestaan van een meningsverschil met de curator, of het betrokken zijn bij dergelijke procedures, vormt echter op zich geen grond voor vervanging van de curator. Indien in een faillissement van een natuurlijke persoon blijkt dat het passief niet kan worden aangezuiverd met de beschikbare activa of de ter beschikking gestelde middelen, dient het onroerend goed van de gefailleerde natuurlijke persoon te worden verkocht. Uit de houding van de gefailleerde gedurende de vereffening blijkt dat deze uitsluitend is ingegeven door de intentie om de verkoop van de gezinswoning te verhinderen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: vordering tot vervanging curator / vermeende bedreiging / onenigheid inzake verkoop onroerend goed Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: . [P], in staat van faillissement verklaard bij vonnis van deze rechtbank van […] waarbij mr. [X] aangewezen werd als curator en mevrouw [Y] aangewezen werd als rechter-commissaris. .

  1. DE RECHTSPLEGING 1.De heer [P] heeft “een verzoekschrift” neergelegd “tot ontslag curator en rechter-commissaris” op 10 oktober
  2. Gefailleerde en curator werden opgeroepen in raadkamer voor de zitting van 28 oktober 2025 en werden gehoord in raadkamer. De zaak werd vervolgens in beraad genomen. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van de Faillissementswet werden nageleefd. .
  3. DE BEOORDELING
  4. Gefailleerde zet uitvoerig zijn klachten uiteen. Er zou sprake zijn van “vertrouwensbreuk” en “gebrek aan communicatie”. Gefailleerde heeft beelden en geluidsopnames gemaakt van het plaatsbezoek door de curator en rechter-commissaris. Hieruit zou blijken dat er ernstige “incidenten” zijn gebeurd en “bedreigingen” werden geuit. Hiervoor heeft gefailleerde een strafklacht neergelegd. Verzoeker zou lijden aan ernstige gezondheidsproblemen en getroffen zijn door hersentumoren die tevens zijn psychische toestand beïnvloeden.
  5. De curator weerlegt de beweringen van gefailleerde.
  6. Ter zitting zijn beide partijen akkoord met de wijze van oproeping. Zowel verzoeker als curator wensen behandeling van het verzoek zoals het werd geformuleerd en neergelegd. Er worden geen middelen van onontvankelijkheid opgeworpen.
  7. De rechtbank gaat niet in op de vraag tot vervanging. De rechtbank erkent dat een persoonlijke faillietverklaring ingrijpend kan zijn en emoties met zich kan teweegbrengen, in het bijzonder wanneer de gezinswoning betrokken is. Doch een curator moet zijn wettelijke opdracht vervullen en een gefailleerde moet zijn medewerking verlenen, minstens moet de gefailleerde zich onthouden van het frustreren van de werkzaamheden van de curator. Dat een curator meedeelt dat hij mogelijk een procedure zal aanvatten om de bewoners van de gezinswoning “uit het huis te zetten” is geen bedreiging, doch een aankondiging welke stappen hij zal zetten in de uitoefening van zijn opdracht. De fragmentaire beelden en geluidsopnames voegen niets toe aan het debat. Het blijkt dat de curator in een eerste fase een bezetting ter bede heeft toegestaan aan gefailleerde en zijn gezin, ten einde gefailleerde toe te laten zich te organiseren en een oplossing te vinden voor de gezinswoning en of een verhuizing. Doch deze toestand kan niet aanhouden. Een vereffeningsbewind moet spoedig en vlot verlopen. Het faillissement dateert van
  8. De curator heeft (meer dan) voldoende tijd gegeven.
  9. Uit de stukken en de pleidooien ter zitting, kan de rechtbank afleiden dat er mogelijk sprake is van een psychische problematiek in hoofde van gefailleerde - zoals door hemzelf ook aangevoerd - , reden waarom de curator ook behoedzaam te werk is gegaan. Doch ook aan dit gegeven zijn grenzen. Desnoods moeten er dwangmaatregelen genomen worden als dit gegeven een normaal vereffeningsbewind door de curator onmogelijk maakt. De rechtbank kan niet meegaan in het verhaal van de verschillende complottheorieën. De uitvoerige uiteenzetting over de verkeerde postcode komt als onzinnig over, net zoals de uiteengezette redenen van de betwistingen van de schuldvorderingen. De gefailleerde kan zijn rechten overigens uitputten in de bezwaarprocedure inzake verificatie van schuldvorderingen. Het blijkt dat de curator bepaalde schuldvorderingen heeft betwist op vraag van gefailleerde.
  10. De toelichting omtrent de totstandkoming van het faillissement en de betwisting van de faillissementsvoorwaarden is niet langer relevant, nu het faillissement definitief is. Het is mogelijk dat tussen de gefailleerde en de curator onenigheid bestaat over bepaalde juridische gevolgen van het faillissement, hetgeen aanleiding kan geven tot gerechtelijke procedures. Het louter bestaan van een meningsverschil met de curator, of het betrokken zijn bij dergelijke procedures, vormt echter op zich geen grond voor vervanging van de curator. Indien in een faillissement van een natuurlijke persoon blijkt dat het passief niet kan worden aangezuiverd met de beschikbare activa of de ter beschikking gestelde middelen, dient het onroerend goed van de gefailleerde natuurlijke persoon te worden verkocht. Uit de houding van de gefailleerde gedurende de vereffening blijkt dat deze uitsluitend is ingegeven door de intentie om de verkoop van de gezinswoning te verhinderen. Dat deze houding intussen leidt tot een verdere aangroei van het passief en tot hogere boedelkosten, lijkt verzoeker zich onvoldoende te realiseren.
  11. Dat de gefailleerde heeft gemeend een strafklacht te moeten neerleggen tegen de curator, doet aan het bovenstaande geen afbreuk. Gefailleerde toont geen fouten in hoofde van de curator aan. Er worden geen elementen aangereikt waaruit zou kunnen afgeleid worden dat de curator zijn wettelijke taak niet naar behoren volbrengt en kan volbrengen in de toekomst. Dezelfde vaststelling dringt zich ook op ten aanzien van de rechter-commissaris. .
  12. DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent, rechtdoende: Wijst de vordering tot vervanging van de curator en rechter-commissaris af. Kosten ten laste van de massa. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter, kamervoorzitter, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken Philippe Van Laere en Wim Libaers en is op de openbare zitting van 13 januari 2026 uitgesproken door rechter, kamervoorzitter Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier, Ann Vriendt. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.