id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 17 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260317.1 Rolnummer: Q/26/00006 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2026-03-19 Raadplegingen: 325 - laatst gezien 2026-06-18 14:46 Fiche 1 Wanneer de rechtbank vaststelt dat slechts 1 groepsvennootschap financiële problemen heeft, terwijl die ene groepsvennootschap geen rechtstreeks contact lijkt te hebben met klanten en enkel diensten levert aan andere groepsvennootschappen die wel gezond zouden zijn, dan lijkt de financiële situatie van die ene groepsvennootschap in moeilijkheden een louter gevolg te zijn van een beleidsbeslissing op groepsniveau. Op grond van artikelen XX.41, § 2, 8°/2, XX.46, § 4 WER en XX.7 WER legt de rechtbank bijkomende informatieverplichtingen op met het oog op latere beoordeling inzake homologatie van een reorganisatieplan. . UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Algemeen (insolventie) Vrije woorden: Opening gerechtelijke reorganisatie / groepsvennootschap / Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.46 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 2 De informatieplicht in het kader van een gerechtelijke reorganisatie met het oog op een collectief akkoord is niets minder dan een toepassing van de goede trouw die van elke schuldenaar die tot de gerechtelijke reorganisatie wordt toegelaten kan verwacht worden. Deze informatie zal immers belangrijk zijn voor de rechtbank én voor schuldeisers van wie grote inspanningen zullen worden gevraagd, bij het beoordelen van het reorganisatieplan (vgl. HvB Gent 17 november 2025, 2025/EV/24, onuitg.). Dat de goede trouw wordt vermoed (artikel 1:9 BW) doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om bijkomende informatieplichten op te leggen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: Informatieplicht opening GRP Tekst van de beslissing De ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, 3de kamer heeft volgend vonnis verleend in de zaak van: . NV [ABC] Verzoekster, .
- DE RECHTSPLEGING Het dossier van de rechtspleging en de stukken werden ingezien, in het bijzonder het schriftelijk verslag van de gedelegeerd rechter, de heer Bertil Reunis dd. 4 maart
- Tijdens de zitting van 10 maart 2026 in raadkamer werden gehoord: - verzoekster, vertegenwoordigd door meester […] - de gedelegeerd rechter, Bertil Reunis, werd gehoord zijn verslag. De artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd. .
- HET VERZOEK . 2.
- Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 27 februari 2026 vordert verzoekster samengevat: het verzoek toelaatbaar en gegrond te verklaren, de procedure van gerechtelijke reorganisatie tot het bekomen van een collectief akkoord open te verklaren en een termijn van opschorting van 4 maanden te bepalen, op basis van artikel XX 44§2 WER de verkoop te schorsen van de roerende goederen van verzoekster die op verzoek van BV [MUN], middels betekening van 23 februari 2026 in beslag werden genomen en met verkoop gepland op 11 april
- .
- DE BEOORDELING . 3.
- In toepassing van artikel XX.
- WER is deze rechtbank bevoegd. . 3.
- Verzoekster toont aan dat haar continuïteit bedreigd is zoals voorzien door artikel XX.
- WER. . 3.
- Dat de rechtbank op basis van de thans gekende gegevens oordeelt dat de voorwaarden van artikel XX.
- WER vervuld zijn. Derhalve wordt de procedure van gerechtelijke reorganisatie geopend verklaard zoals hierna bepaald (artikel XX.46, § 2 WER). . 3.
- Verzoekster maakt deel uit van een vennootschapsgroep actief in de evenementen - en radiosector. . Enerzijds bezit zij containerunits en praalwagens die zij verhuurt aan de andere groepsvennootschappen en anderzijds voert zij consultancydiensten uit voor de andere groepsvennootschappen in het kader van evenementen die door de groepsvennootschappen worden georganiseerd. Verzoekster stelt dat haar omzet kan worden verdeeld tussen 3 kernactiviteiten: het concept [K], het concept [B] en verhuur containers. . Verzoekster heeft zelf geen contractuele relatie met de eindklanten en heeft enkel inkomsten van de groepsvennootschappen. . De containerunits en praalwagens worden verhuurd aan zustervennootschap BV [ABC2] die vervolgens het evenement verder organiseert en factureert aan de eindklant. Verzoekster factureert ook consultancydiensten (planning en coördinatie) aan de andere groepsvennootschappen in het kader van evenementen waarbij deze groepsvennootschappen optreden als organisator. . In 2024 behaalde verzoekster een omzet van 10.114.697,40 euro en in 2025 slechts een omzet van 3.571.279,68 euro. In de gevoegde kasplanning voorziet verzoekster een te behalen omzet in de maanden maart tot en met augustus 2026 van nauwelijks 60.000 euro, waarvan 9.000,00 euro wordt voorzien voor kosten van boekhouding en advocaat. Verzoekster heeft op heden geen personeelsleden meer. . Uit het verslag van de gedelegeerd rechter van 4 maart 2026 blijkt dat verzoekster heeft verklaard dat de vele andere groepsvennootschappen geen financiële problemen kennen en zelfs “gezonde” bedrijven zouden zijn. . Verzoekster stelt een opeisbaar passief te hebben van bijna 3 miljoen euro. Op 31 december 2025 had verzoekster 1.185,20 euro liquiditeiten tot haar beschikking. . Verzoekster stelt onder alle voorbehoud een terugbetaling van maximaal 50% van de hoofdsom in het vooruitzicht. . Verzoekster heeft sinds haar oprichting in 1995 dezelfde maatschappelijke naam gehouden. Op 16 januari 2026 – anderhalve maand voor de neerlegging van het verzoekschrift inzake gerechtelijke reorganisatie – wordt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad voor verzoekster een naamswijziging gepubliceerd en een wijziging van maatschappelijke zetel. . 3.
- Ter zitting heeft de rechtbank aan verzoekster gevraagd of het een correcte vaststelling is dat in essentie andere groepsvennootschappen – die dezelfde bestuurders en uiteindelijke begunstigden hebben dan verzoekster - bepalen hoeveel marge verdiend wordt door verzoekster en hoeveel marge er blijft hangen bij de operationele groepsvennootschap. De rechtbank merkte immers op dat verzoekster de enige groepsvennootschap is die financiële problemen heeft en stelt haar passief nooit te kunnen terugbetalen terwijl verzoekster ook de enige groepsvennootschap is die niet rechtstreeks in contact staat met de eindklanten. In dat opzicht lijkt de financiële situatie van één groepsvennootschap een louter gevolg van een beleidsbeslissing op groepsniveau. . Verzoekster heeft ter zitting hierop geantwoord dat de financiële voorwaarden voor de onderlinge diensten en prestaties tussen de groepsvennootschappen marktconform zijn en zijn neergelegd in contracten. . De rechtbank stelt vast dat verzoekster in 2025 een verlies heeft gemaakt van 953.315,36 euro op een omzet van 3.571.279,68 euro die enkel behaald werd bij groepsvennootschappen, zodat het voor de rechtbank voorlopig niet helder is waaruit zou blijken dat correcte winstverdelingen zouden gebeuren. Uit de boekhouding blijkt dat verzoekster in 2025 voor 3.581.032,18 euro handelsgoederen heeft aangekocht (“602300 Seminaries en evenementen”) en slechts een omzet van 3.569.065,18 euro (“703000 Evenementen”) heeft gerealiseerd. . 3.
- Krachtens artikel XX.41, § 2, 8°/2 WER dient de schuldenaar die het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie aanvraagt bij zijn verzoekschrift de identificatiegegevens van de verbonden ondernemingen te voegen. . Krachtens artikel XX.46, § 4 WER kan de rechtbank in het vonnis waarbij de procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt geopend aan de schuldenaar bijkomende informatieverplichtingen opleggen. . Overeenkomstig artikel XX.7 WER onderzoekt de rechtbank ambtshalve alle omstandigheden die relevant zijn voor de insolventieprocedure en beveelt ambtshalve elke nuttige onderzoeksmaatregel. . 3.
- Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank het noodzakelijk om informatieplichten op te leggen aan de schuldenaar wat betreft de financiële relatie tussen de verbonden ondernemingen. . De schuldenaar dient aan de gedelegeerd rechter uiterlijk 21 april 2026 mee te delen: . - uitsplitsing van de door verzoekster gerealiseerde omzet ten aanzien van elke groepsvennootschap voor de jaren 2024 en 2025; - uitsplitsing van de door verzoekster gerealiseerde omzet in 2024 en 2025 volgens de 3 kernactiviteiten: het concept [K], het concept [B] en de verhuur van de containerunits; - de overeenkomsten gesloten tussen verzoekster en de andere groepsvennootschappen voor de onderlinge diensten of prestaties; - de economische en cijfermatige onderbouwing van de door de verzoekster gehanteerde eenheidsprijzen in de facturatie tegenover groepsvennootschappen; - overzicht van de vastgelegde engagementen met betrekking tot het concept [K] voor het najaar 2026 en de hieruit te verwachten omzet en kosten voor verzoekster. - overzicht van de vastgelegde engagementen met betrekking tot verhuur containerunits voor de periode maart 2026 tot en met december 2026 en de hieruit te verwachten omzet en kosten voor verzoekster; - bewijs dat de intellectuele rechten op de concepten [K] en [B] behoren tot het actief van verzoekster, zoals meegedeeld in het inleidend verzoekschrift; - overzicht van alle activa eigendom van verzoekster en de afschrijvingslijst per 31 december 2024 en per 31 december
- - tussentijdse resultaatrekening uit de boekhouding van verzoekster voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 15 april
- - financieel dagboek uit de boekhouding van verzoekster voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 15 april
- . 3.
- Verder dient verzoekster aan de gedelegeerd rechter verklaringen te geven omtrent volgende vaststellingen nopens de boekhouding van verzoekster alsook de oorzaken ervan te duiden: . - openstaande klantvorderingen per 31 december 2024 ten belope van 1.022.783,6 euro; tegenover klantvorderingen per 31 december 2025 ten belope van slechts 89.635,87 euro; - gerealiseerde omzet in 2024 van 10.114.697,40 euro tegenover een omzet in 2025 van 3.571.279,68 euro; - Een rekening-courantvordering op de verbonden vennootschap [ABC2] ten belope van 460.000,00 euro en 62.512,52 euro per 31 december 2024 terwijl die rekening-courantpositie per 31 december 2025 volledig gesaldeerd werd en tot 0,00 euro werd herleid. - De verhouding tussen de aangekochte handelsgoederen in 2025 ten belope van 3.581.032,18 euro (“602300 Seminaries en evenementen”) en de hiermee gerealiseerde omzet in 2025 van 3.569.065,18 euro (“703000 Evenementen”) zonder rekening te houden met de overige kosten met een verlies van -953.315,36 euro tot gevolg. . 3.
- De gedelegeerd rechter zal van deze informatie een omstandig verslag opmaken en dit neerleggen in het register. . Deze informatieplicht is niets minder dan een toepassing van de goede trouw die van elke schuldenaar die tot de gerechtelijke reorganisatie wordt toegelaten kan verwacht worden. Deze informatie zal immers belangrijk zijn voor de rechtbank én voor schuldeisers van wie grote inspanningen zullen worden gevraagd, bij het beoordelen van het reorganisatieplan (vgl. HvB Gent 17 november 2025, 2025/EV/24, onuitg.). Dat de goede trouw wordt vermoed (artikel 1:9 BW) doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om bijkomende informatieplichten op te leggen. . 3.
- Verzoekster vordert tevens in toepassing van artikel XX.44 § WER om de schorsing te bevelen van de verkoop op verzoek van beslaglegger BV [MUN], die gepland staat op 11 april
- Dat artikel bepaalt: Art. XX.
- §
- Zolang de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan over het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, ongeacht of de vordering werd ingeleid of het middel van tenuitvoerlegging aangevat voor of na de neerlegging van het verzoekschrift: - kan de schuldenaar niet worden failliet verklaard; indien de schuldenaar een rechtspersoon is, kan deze niet gerechtelijk worden ontbonden; - kan geen enkele tegeldemaking van de roerende of onroerende goederen van de schuldenaar plaatsvinden als gevolg van de uitoefening van een middel van tenuitvoerlegging. §
- Indien de dag die vastgesteld is om over te gaan tot de gedwongen verkoop van roerende goederen afloopt binnen een termijn van twee maanden na het neerleggen van het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, kunnen de werkzaamheden van verkoop op beslag worden verdergezet. Alleszins kan de rechtbank de schorsing ervan uitspreken, vooraf of gelijktijdig met de beslissing tot opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, na de gedelegeerd rechter te hebben gehoord in zijn verslag, en op uitdrukkelijke vraag van de schuldenaar in zijn verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie evenals op verzoek van de beslagleggende schuldeiser. Het verzoek tot schorsing van de verkoop heeft geen schorsend effect. Indien de schorsing van de verkoop is uitgesproken, zullen de kosten voortgebracht uit deze schorsing ten laste zijn van de verzoeker. De termijnen worden berekend overeenkomstig artikelen 52 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. De rechtbank neemt aan dat de verkoop van de in beslaggenomen goederen – hoofdzakelijk op maat gemaakte praalwagens - het opzet en de doelstelling van de gevraagde gerechtelijke reorganisatieprocedure doorkruisen en de continuïteit van de onderneming verhinderen, zodat de schorsing ervan zich opdringt. Dit blijkt eveneens uit het verslag van de gedelegeerd rechter, waarbij de rechtbank zich aansluit. . 3.11 Om de rechtbank en de gedelegeerd rechter toe te laten de zaak verder op te volgen, is het aangewezen dat verzoekster lopende de periode van opschorting tussentijds rapporteert over haar financiële situatie. De rechtbank legt naast hetgeen bepaald in randnummer 3.7 en 3.
- een aantal dwingende informatieverplichtingen op in de zin van artikel XX.46, §4 WER, zoals hierna opgesomd. . 3.12 Sinds 1 september 2023 bestaat, binnen Regsol, de mogelijkheid de administratie van de schuldeisers digitaal te voeren. De module “schuldeisers” maakt het de schuldenaar ook mogelijk zijn digitaal schuldeisersbestand op eenvoudige wijze op te laden in Regsol. Overeenkomstig artikel XX.46, § 4 WER kan de rechtbank aan de schuldenaar bijkomende informatieverplichtingen opleggen om de opvolging van de procedure te vergemakkelijken. De rechtbank kan inzonderheid aan de schuldenaar opleggen op bepaalde tijdstippen de volgens een model bepaald door de rechtbank opgestelde lijst van schuldeisers neer te leggen in het dossier van de gerechtelijke reorganisatie. De rechtbank maakt gebruik van deze mogelijkheid en legt aan de schuldenaar op om gebruik te maken van de module “schuldeisers” in Regsol en zodoende om elke schuldeiser in de opschorting afzonderlijk toe te voegen in de daartoe in Regsol voorziene elektronische lijst van schuldeisers, met invulling van alle gegevens (onder functionaliteiten/tegel: “schuldeisers” en vervolgens “+schuldeiser toevoegen”) dan wel door een bestaande lijst te importeren (onder tegel “lijst importeren uit Excel”, zie tegel “Instructie voor Import lijst”). De schuldenaar zal de schuldeisers in de opschorting elektronisch toevoegen in Regsol, zoals hierboven bepaald, uiterlijk op het ogenblik van de neerlegging van het reorganisatieplan. Indien de schuldenaar deze verplichtingen niet naleeft kan de rechtbank handelen zoals bepaald in artikel XX.62, of desgevallend de aanvraag tot verlenging, zoals bepaald in artikel XX.59, weigeren. . 3.13 Deze rechtbank zal voorlopig geen gebruik maken van de mogelijkheid op afstand te stemmen. De rechtbank sluit immers niet uit dat de problemen die thans worden vastgesteld op stemmingszittingen – door de onvoldragen digitalisering van de module “stemming” – zullen worden uitvergroot, zonder dat er nog de mogelijkheid bestaat er aan te remediëren. .
- DE BESLISSING . Op die gronden beslist de rechtbank op tegenspraak het volgende: . Verklaart het verzoek toelaatbaar en in de hierna bepaalde mate gegrond. Verklaart de procedure van gerechtelijke reorganisatie van [ABC], met als doelstelling het bekomen van een collectief akkoord, open en bepaalt de duur van opschorting tot 30 juni
- Legt verzoekster de hiernavolgende dwingende informatieverplichtingen op in toepassing van artikel XX.46, §4 WER: • Beveelt de informatie opgesomd in randnummers 3.7 en 3.
- van dit vonnis uiterlijk 21 april 2026 over te maken aan de gedelegeerd rechter, • uiterlijk op elke tiende dag van de maand schriftelijk verslag uit te brengen aan de gedelegeerd rechter en neer te leggen in het register met een overzicht van de gerealiseerde opbrengsten, kosten en schulden in de voorbije kalendermaand, • Beveelt in toepassing van art. XX.46, §4, tweede lid WER de schuldenaar gebruik te maken van de module “schuldeisers” in Regsol en zodoende om elke schuldeiser en diens gegevens in de opschorting afzonderlijk toe te voegen in Regsol, zoals hierboven bepaald, en dit uiterlijk op het ogenblik van het neerleggen van het reorganisatieplan. • uiterlijk drie werkdagen voor het verstrijken van de termijn voor neerlegging van het reorganisatieplan in het register, het reorganisatieplan ter kennis te brengen aan de gedelegeerd rechter, • De schuldenaar legt minstens twintig dagen voor de rechtszitting waarop over het reorganisatieplan zal worden gestemd, in het register, het reorganisatieplan neer. • bij haar eventueel verzoek tot verlenging van de opschorting relevante stukken te voegen waaronder: 1) een actuele lijst van schuldeisers in de opschorting, 2) een overzicht van eventuele nieuwe schulden, 3) een nieuwe begroting met inkomsten en uitgaven voor de bijkomende gevraagde termijn van opschorting. Bepaalt dat gestemd zal worden over het reorganisatieplan op de zitting van de derde kamer van dinsdag 14 juni 2026 om 14 uur in zittingszaal 2.6 van het gerechtsgebouw te 9000 Gent, Opgeëistenlaan 401/E. Bevestigt de aanwijzing van de heer Bertil Reunis, rechter in ondernemingszaken, in zijn hoedanigheid van gedelegeerd rechter (e-mailadres: bertil.reunis ). Beslist in toepassing van art. XX.48, §1, 6° WER dat niet op afstand zal kunnen worden gestemd. Schorst de verkoop van de roerende goederen van verzoekster die op verzoek van BV [MUN] , middels betekening van 23 februari 2026 in beslag werden genomen en met verkoop gepland op 11 april
- Beveelt dat door toedoen van de griffier in toepassing van artikel XX.
- WER dit vonnis bij uittreksel binnen de vijf dagen bekendgemaakt wordt in het Belgisch Staatsblad. Veroordeelt verzoekster tot de gerechtskosten. . Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, derde kamer, samengesteld uit rechter, kamervoorzitter, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken Michel Reyniers en Tony Moreels en is op de openbare zitting van 17 maart 2026 uitgesproken door rechter, kamervoorzitter Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier Ann Vriendt. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div