id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 05 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260505.1 Rolnummer: O/25/00788 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 169 - laatst gezien 2026-06-18 20:23 Fiche In de boedelkosten neemt de curator het door haar betaald ereloon van de voorlopig bewindvoerder XX.32 WER op. De rechtbank kan deze kost niet kwalificeren als een boedelkost. Een voorlopig bewindvoerder aangesteld met toepassing van artikel XX.32 WER is voor zijn onbetaald ereloon een schuldeiser in het faillissement en dient een aangifte van schuldvordering in te dienen waarin hij zich kan steunen op het voorrecht van artikel 17 en 19,1° hypotheekwet. Een betaling aan een voorlopig bewindvoerder kan door de curator enkel geschieden als een provisionele uitkering van een dividend. De kost wordt geweerd uit de boedelkosten. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: onbetaald ereloon voorlopig bewindvoerder XX.32 WER na faillissement - aangifteplicht Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: [A] BV, waarbij mr. [X] werd aangewezen als curator.
- DE RECHTSPLEGING Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer Peter Van den Bossche, dd. 10 februari 2026 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van boek XX WER werden nageleefd.
- HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 06 februari 2026 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten.
- DE BEOORDELING Voor de begroting van de staat van onkosten en ereloon van de curator dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen. Uit het verzoekschrift en de stukken blijkt: • Een berekeningsbasis voor ereloon gerealiseerd actief van 15.002,81 euro, • de gemaakte aanrekenbare kosten 2.334,47 euro belopen, • Er geen nog aanrekenbare sluitingskosten zijn. In voormelde aanrekenbare kosten is een bedrag van 1.544,31 euro (inclusief BTW) opgenomen uit hoofde van ereloon voorlopig bewindvoerder XX.32 WER. De rechtbank kan deze kost niet kwalificeren als een boedelkost en dus ook niet in die zin begroten in het kader van huidig verzoek. Het volstaat te verwijzen naar § 6 van artikel XX.32 WER: “Bij een navolgende samenloop van schuldeisers geniet de vordering van de voorlopige bewindvoerder het voorrecht bedoeld in de artikelen 17 en 19, 1°, van de hypotheekwet van 16 december 1851 of wordt deze vordering behandeld als een buitengewone schuldvordering in de opschorting in een gerechtelijke reorganisatie.” Een voorlopig bewindvoerder aangesteld met toepassing van artikel XX.32 WER is voor zijn onbetaald ereloon een schuldeiser in het faillissement en dient een aangifte van schuldvordering in te dienen waarin hij zich kan steunen op het voorrecht van artikel 17 en 19,1° hypotheekwet. Een betaling aan een voorlopig bewindvoerder kan door de curator enkel geschieden als een provisionele uitkering van een dividend. Conclusie: de rechtbank weerhoudt : - Een gerealiseerd actief van 15.002,81 euro. - Gemaakte aanrekenbare kosten 790,16 euro (=2.334,47 euro – 1.544,31 euro). Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald.
- DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift : - Begroot het ereloon van de curator op 4.500,84 euro, te vermeerderen met de BTW, hetzij een bedrag van 5.446,01 euro. - Begroot de aanrekenbare kosten op 790,16 euro. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken Firmin Bulté en Guy Lucq en is op de openbare zitting van 05 mei 2026 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier Ann Vriendt. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div