← België

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260513.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 13 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260513.3 Rolnummer: O/25/00503 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 195 - laatst gezien 2026-06-18 20:26 Fiche Een curator en een medecurator aangesteld op grond van XX.123 WER, treden op als een college. Zij hebben samen recht op één ereloon dat zij onderling dienen te verdelen. Dit geldt ook wanneer er slechts een minimum ereloon kan toegekend worden. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: ereloon medecurator Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: [ABC] ADVOCATEN BV, , waarbij mr. [B] werd aangewezen als curator en mr. [X], als medecurator.

  1. DE RECHTSPLEGING Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer Peter Van den Bossche, dd. 18 februari 2026 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van boek XX WER werden nageleefd.
  2. HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 09 februari 2026 verzoeken de curatoren om het ereloon en de kosten te begroten.
  3. DE BEOORDELING Voor de begroting van de staat van onkosten en ereloon van de curatoren dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen. Uit het verzoekschrift en de stukken blijkt dat de curatoren hun staat van ereloon en kosten wensen begroot te zien op basis van volgende gegevens : • Een berekeningsbasis voor ereloon gerealiseerd actief van 4.336,78 euro, • Gemaakte aanrekenbare kosten van 201,48 euro. . De context van het faillissement en het verzoek tot begroting van het ereloon : . 3.
  4. Het verzoekschrift tot begroting van het ereloon gaat uit van zowel de curator alsook van de medecurator. De curator werd aangesteld over het faillissement van een advocatenvennootschap. Een mede-curator werd aangesteld. Krachtens artikel XX.7 WER onderzoekt de rechtbank ambtshalve alle omstandigheden die relevant zijn voor de insolventieprocedure. Uit de initiële dagvaarding tot faillissement blijkt dat de enige bestuurder overleden was en dat de vennootschap “al enige tijd geen activiteiten meer verrichtte”. De zetel zou “ al lang” niet meer gevestigd zijn op het gepubliceerde adres. . 3.
  5. Het aangegeven passief bedraagt 37.538,57 euro. Het enig gerealiseerd actief betreft een banktegoed op een ING-rekening ten bedrage van 4.335,27 euro. In het proces-verbaal van het plaatsbezoek noteert de curator “dienen wij […] vast te stellen dat de vennootschap niet meer aan te treffen is op het adres Krijgslaan 21 te 9000 Gent. En daar wij niets gevonden hebben, tekenen wij met de Rechter in Ondernemingszaken dit P.V. van niet bevinding.” Negen maanden na faillietverklaring wordt het verzoek tot begroting van het ereloon neergelegd. In het verzoekschrift wordt gesteld dat het faillissement – hoewel er 4.335,27 euro actief werd gerealiseerd – moet gesloten worden “wegens ontoereikend actief” in de zin van artikel XX.135, §1 WER. De curator en medecurator zijn van oordeel dat zij elk recht hebben op de minimumvergoeding van 2.010,14 euro uit hoofde van ereloon en kosten. . 3.
  6. Er werd aan verzoekers toelichting gevraagd omtrent de mogelijk dubbele aanrekening van het ereloon. De curator stelt hierover: . “Dat klopt toch niet: wij zijn toch niet als college aangesteld, Maar met elke een afzonderlijke functie. En we moeten nu afrekeningsvergadering houden ……” . En: . “De perceptie van de taxatiecommissie is niet juist: Wij werden niet als College aangesteld, Maar: Ikzelf als curator, met de gewone opdracht; Mter [X], als curator uit hoofde van de activiteit als vrije beroeper, Advocaat, van [ABC] Advocaten, dus met een verschillende opdracht. Dit is niet hetzelfde dan wanneer er 2 curatoren worden aangesteld met eenzelfde opdracht [...] als college. Vandaar de vraag tot 2 x het ereloon”. . De medecurator stelt hieronder onder meer: . “Mijn aanstelling is gesteund op art.XX.123 WER. Dit betreft een andere insolventiefunctionaris waarvan de vergoeding wordt bepaald overeenkomstig art. XX20§3, tweede lid WER. Het KB van 10.8.1998 in daarop niet van toepassing” .
  7. De beoordeling door de rechtbank . 4.
  8. Het verzoekschrift tot begroting van het ereloon raakt de problematiek van de vergoeding van de “medecurator”. De curator stelt enerzijds dat een curator en medecurator niet optreden als “college”. De mede-curator stelt anderzijds dat “het KB van 10.8.1998 daarop niet van toepassing [is]”. . 4.
  9. Ten eerste is het “K.B. van 10.8.1998” inderdaad niet van toepassing aangezien dit koninklijk besluit werd opgeheven in gevolge artikel 16 van het Koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema’s tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen. Wel zijn van toepassing twee Koninklijke besluiten van 26 april
  10. Enerzijds het koninklijk besluit houdende vaststelling van de regels en barema’s tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen en anderzijds het koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel XX.1, § 1, laatste lid van het Wetboek van Economisch Recht wat betreft de toepassing van boek XX van het Wetboek van Economisch Recht op de beoefenaars van een vrij beroep. . 4.
  11. Wanneer de gefailleerde de beoefenaar is van een vrij beroep, voegt de rechtbank aan de curator als medecurator overeenkomstig artikel XX.20, § 1, een beoefenaar van dit beroep toe om bijstand aan de curator te verlenen in verband met de beroepstechnische en deontologische aspecten van het beroep en de vrijwaring van de vertrouwelijke gegevens verbonden met dit vrij beroep. (art. XX.123 WER). . 4.
  12. Het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende uitvoering van artikel XX.1, § 1, laatste lid, van het Wetboek van economisch recht wat betreft de toepassing van boek XX van het Wetboek van economisch recht op de beoefenaars van een vrij beroep is van toepassing. Een medecurator is een “mede-vereffeningsdeskundigen” in de zin van artikel 1, 2° van het laatsgenoemde KB van 26 april 2018 (zie ook artikel I.23, 7° WER). Krachtens artikel 10 van dit koninklijk besluit staat de mede-vereffeningsdeskundige de vereffeningsdeskundige bij in de afwikkeling van de insolventieprocedure en verstrekt o.a. advies omtrent de beroepstechnische aspecten en de regels die voortvloeien uit de plichtenleer. . Over de opdracht van de medecurator stelt het Verslag aan de Koning onder meer: . “Wat betreft de aanstelling in het raam van een faillissementsprocedure, wordt verduidelijkt dat de curator en de medecurator gezamenlijk instaan voor de opvolging en de afwikkeling van het faillissement. Het is immers steeds de bedoeling van de wetgever geweest om de beoefenaar van een vrij beroep, die in een faillissementsprocedure is verwikkeld, maximaal te laten bijstaan door een collega-beoefenaar zodat het respect voor o.a. het beroepsgeheim en andere elementen uit de plichtenleer, maximaal worden gewaarborgd. Niettegenstaande hun gezamenlijke opdracht waarbij er sprake is van een volledige wisselwerking tussen de curator en de medecurator, spreekt het voor zich dat de curator het best geplaatst is om alle handelingen te stellen en procedures te voeren die gepaard gaan met de concrete afwikkeling van een faillissementsprocedure. De curator is immers vertrouwd met het afhandelen van faillissementsprocedures. Hij doet dit wel in samenspraak met, en gesteund door de medecurator. Deze laatste verleent advies en bijstand bij de concrete afhandeling van de faillissementsprocedure. De medecurator zal in het bijzonder advies verstrekken over de vraag of een voortzetting van de ondernemingsactiviteit aangewezen is en welke formaliteiten moeten worden vervuld om de lopende zaken op een passende wijze op te volgen en desgevallend af te ronden.” . 4.
  13. Over de vergoeding van de mede-vereffeningsdeskundige, en dus ook van de medecurator, stelt artikel 15 dat de mede-vereffeningsdeskundige wordt vergoed overeenkomstig het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen op billijke wijze vergoed rekening houdend met de complexiteit van zijn opdracht en de geleverde prestaties. . In het Verslag aan de Koning wordt hierover gesteld: . “Voor de vergoeding wordt verwezen naar het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen daar dit koninklijk besluit overeenkomstig artikel XX.20, § 3, van het WER, de vergoeding voor de erelonen en de kosten regelt voor alle insolventiefunctionarissen, mede-insolventiefunctionarissen inbegrepen. De mede-insolventiefunctionaris wordt vergoed overeenkomstig het koninklijk besluit, rekening houdend met de complexiteit van zijn opdracht en de geleverde prestaties. Naargelang de opdracht waarmee de mede-insolventiefunctionaris wordt belast (medecurator of mede-insolventiefunctionaris bij overdracht onder gerechtelijke gezag), is hoofdstuk 1 of hoofdstuk 2 van toepassing van voormeld koninklijk besluit. Wat betreft het faillissement, treden de medecurator en de curator op als een college. De medecurator wordt vergoed zoals een curator. Zulks betekent dat alleen het college, die de aangestelde curatoren vormen, en niet elke curator van die groep afzonderlijk recht heeft op een ereloon en een kostenvergoeding. Vinden de aangestelde curatoren geen consensus omtrent de verdeling van de kosten en het ereloon, dan zal de rechtbank deze verdeling vaststellen.” . 4.
  14. Hieruit volgt dat hoofdstuk 1 van het Koninklijk Besluit “houdende vaststelling van de regels en barema’s tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen,” van toepassing is voor vergoeding van de medecurator. Een medecurator is ook een curator. In hoofdstuk 1 wordt onder artikel 2 van dit Koninklijk Besluit gesteld: “Wanneer de ondernemingsrechtbank meerdere curatoren heeft aangesteld, worden zij in toepassing van dit besluit als een enkel curator beschouwd.” . In het Verslag aan de Koning wordt hierover gesteld: . “Wanneer de ondernemingsrechtbank meerdere curatoren heeft aangesteld, worden zij op grond van dit besluit als een enkele curator beschouwd. Zulks betekent dat alleen de groep, die de aangestelde curatoren vormen, naar luid van de bepalingen van dit besluit recht heeft op een ereloon en een kostenvergoeding, en niet elke curator van die groep afzonderlijk. Vinden de aangestelde curatoren geen consensus omtrent de verdeling van de kosten en het ereloon, dan zal de rechtbank deze verdeling vaststellen. Het totale bedrag van het ereloon en de kostenvergoeding wordt overeenkomstig dit besluit toegekend door de ondernemingsrechtbank voor het geheel van de prestaties verricht in het kader van het beheer van de failliete boedel, ongeacht of zij door een enkele curator of door meerdere curatoren worden gerealiseerd.” . Krachtens artikel 6 van datzelfde Koninklijk Besluit wordt het proportionele ereloon per schijf berekend op alle bedragen die naar aanleiding van het faillissement aan de boedel te beurt vallen, daaronder begrepen de bedragen die de curator heeft geïnd en de bedragen die de vereffende activa na het faillissement hebben opgebracht. De proportionele erelonen per schijf worden vastgesteld overeenkomstig de tabel in een bijlage 1 gevoegd aan voormeld Koninklijk Besluit, weliswaar met een minimum. . 4.
  15. Uit bovenstaande volgt dat de curator en de medecurator optreden als een “college” en dat zij samen, slechts recht hebben op één ereloon dat globaal begroot wordt op een gerealiseerd actief van 4.335,27 euro. Derhalve dient het ereloon van beide verzoekers samen te worden bepaald op het minimum, zijnde 2.010,14 euro. . Verzoekers dienen dit te verdelen. . (Zie ook Orb. Gent (afd. Kortrijk), 24 oktober 2023, I 2024, afl. 2, RS-49; J. Rasquin “Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Art. XX.123 WER”, OHRA – Afl. 90 (2 februari 2021), p. 126; B. Vander Meulen ”Praktische gids voor Faillissementscuratoren”, 2021, p.14.) . 4.
  16. Dat deze beslissing tot gevolg heeft dat het faillissement geen “faillissement met ontoereikend actief” is en dat de curatoren “nu een afrekeningsvergadering [moeten] houden ……” – zoals de curator stelt – kan niet gelden als argument. Dit volgt uit de wet. Dat de medecurator stelt dat een afzonderlijke vergoeding van 2.010,14 euro “een gepaste vergoeding is voor mijn prestaties, kosten van briefwisseling en verplaatsingskosten” is niet relevant. Geheel ten overvloede blijkt op basis van de door de rechtbank gekende gegevens dat het betrokken advocatenkantoor al lange tijd gesloten en inactief was en dat er geen plaatsbezoek is doorgegaan. Welke prestaties er daadwerkelijk geleverd zijn, verduidelijken verzoekers niet. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald. .
  17. DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift : - Begroot het ereloon van de curatoren op 2.010,14 euro (exclusief BTW). - Begroot de aanrekenbare kosten op 201,48 euro. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken Toon Sorgeloos en Patrick Dumortier en is op de buitengewone openbare zitting van 13 mei 2026 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier Myriam Geldof. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.