id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 13 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260513.7 Rolnummer: O/22/00510 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 153 - laatst gezien 2026-06-18 20:23 Fiche 1 De curator neemt in de boedelkosten een bedrag van 2.387,30 euro op onder de noemer “kosten tenuitvoerlegging gdw” en een bedrag van 375,72 euro op als dagvaardingskost. Uit nazicht van de onderliggende stukken blijkt dat de kosten van “tenuitvoerlegging” in wezen kosten van kantonnement zijn. Deze kosten werden initieel door de curator voorgeschoten, doch werden nadien bij de vrijgave van de gekantonneerde gelden door de debiteur terugbetaald aan de curator. De curator rekent deze terugbetaling tot het gerealiseerd actief. Deze betaling betreft echter een terugbetaling van kosten en is geen gerealiseerd actief. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Vrije woorden: basis berekening ereloon curator Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - XX.20 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 2 Een correctiecoëfficiënt van 1.1 kan toegekend worden. Meer dan 65% van het gerealiseerd actief volgt uit procedures met betrekking tot paulianeus handelen en bestuurdersaansprakelijkheid. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE Tekst van de beslissing De tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent heeft het volgend vonnis verleend in het faillissement van: [P] CV, waarbij mr [Y] werd aangewezen als curator.
- DE RECHTSPLEGING Het faillissementsdossier werd ingezien, in het bijzonder het schriftelijk positief advies van de rechter-commissaris, de heer Guy Lucq, dd. 17 maart 2026 over de begroting van de staat van ereloon en kosten van de curator bij vereffening. De artikelen 2 en 30 tot en met 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de bepalingen van boek XX WER werden nageleefd.
- HET VERZOEK Bij verzoekschrift neergelegd in het register op 17 maart 2026 verzoekt de curator om het ereloon en de kosten te begroten.
- DE BEOORDELING Voor de begroting van de staat van onkosten en ereloon van de curator dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 26 april 2018 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van de insolventiefunctionarissen. Uit het verzoekschrift en de stukken blijkt dat de curator zijn staat van ereloon en kosten wenst te laten begroten op volgende gegevens: • een gerealiseerd actief van 188.092,11 euro, • de gemaakte aanrekenbare kosten 8.340,46 euro belopen, • de nog aanrekenbare sluitingskosten 370 euro bedragen. 3.
- De curator neemt in de boedelkosten een bedrag van 2.387,30 euro op onder de noemer “kosten tenuitvoerlegging gdw” en een bedrag van 375,72 euro op als dagvaardingskost. Uit nazicht van de onderliggende stukken blijkt dat de kosten van “tenuitvoerlegging” in wezen kosten van kantonnement zijn. Deze kosten werden initieel door de curator voorgeschoten, doch werden nadien bij de vrijgave van de gekantonneerde gelden door de debiteur terugbetaald aan de curator. De curator rekent deze terugbetaling tot het gerealiseerd actief. Deze betaling betreft echter een terugbetaling van kosten en is geen gerealiseerd actief. Het gerealiseerd actief wordt verminderd met de brutobedragen (incl. btw) en niet slechts met de nettobedragen zoals de curator in tweede instantie voorstelt. Dat de curator mogelijks onterecht btw heeft gerecupereerd door de terugbetaling niet correct fiscaal te verwerken, kan niet gelden als “extra actief” zoals de curator dit omschrijft. Het gerealiseerd actief wordt verminderd met 2.763,02 euro. De boedelkosten worden gesteld op 8.340,46 euro – 2.763,02 euro, hetzij 5.577,44 euro. Conclusie: de rechtbank weerhoudt : - Een gerealiseerd actief van 185.329,09 euro. - Gemaakte aanrekenbare kosten 5.577,44 euro. 3.
- De curator verzoekt toepassing te maken van een correctiecoëfficiënt van 1.
- Op basis van de stukken van het dossier kan de rechtbanken vaststellen dat de curator de gepaste vorderingen in rechte heeft gesteld en verschillende procedures met bevredigend resultaat voor de boedel heeft afgerond. Meer dan 65% van het gerealiseerd actief volgt uit procedures met betrekking tot paulianeus handelen en bestuurdersaansprakelijkheid. Een correctiecoëfficiënt van 1.1 kan toegekend worden. Het ereloon bedraagt conform de geldende barema’s 32.022,17 euro x 1,1 = 35.224,39 euro. Aldus kan de staat van kosten en erelonen begroot worden zoals hierna bepaald.
- DE BESLISSING Op die gronden, de tweede kamer van de ondernemingsrechtbank Gent – afdeling Gent, rechtdoende op verzoekschrift : - Begroot het ereloon van de curator op 35.224,39 euro (exclusief BTW). - Begroot de aanrekenbare kosten op 5.947,44 euro. - Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad Dit vonnis is gewezen door de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, tweede kamer, samengesteld uit rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt, en de rechters in ondernemingszaken Firmin Bulté en Toon Sorgeloos en is op de buitengewone openbare zitting van 13 mei 2026 uitgesproken door rechter en voorzitter van de tweede kamer, Vincent Verlaeckt in aanwezigheid van griffier Ann Vriendt. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div