← België

Arrest 130955 - - 03/05/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.130.955 Rolnummer: A. 138153/X-11468 Zaak: Arrest 130955 - - 03/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-12 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 06:13 Fiche Arrest nr 130.955 van 3 mei 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 130.955 van 3 mei 2004 in de zaak A. 138.153/X-11.

  1. In zake :
  2. de b.v.b.a. GARAGE VAN HAELEN,
  3. Karel VAN HAELEN,
  4. Eugenia VAN HAELEN-DE RAEYMAECKER, die woonplaats kiezen bij Advocaat E. DESAIR, kantoor houdende te 2600 ANTWERPEN, Uitbreidingstraat 80 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  5. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. GARAGE VAN HAELEN, Karel VAN HAELEN en Eugenia VAN HAELEN - DE RAEYMAEKER op 20 juni 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 26 maart 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg "Zonevreemde bedrijven" genaamd, van de gemeente Puurs "voor zover dit bestreden besluit deelplan 4.
  6. van het bijzonder plan van aanleg dat betrekking heeft op de terreinen van de verzoekende partijen aan de Gansbroekstraat 40 te Puurs van goedkeuring onthoudt", bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 april 2003; Gelet op het arrest nr. 125.445 van 19 november 2003 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de gemeente PUURS in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd, de afstand van de vordering tot schorsing wordt toegewezen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; X-11.468-1/3 Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 28 november 2003; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-11.468-2/3 Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie mei 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. BOVIN. X-11.468-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.130.955 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.445 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.