id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.130.973 Rolnummer: A. 120815/XII-3544 Zaak: Arrest 130973 - - 04/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-10 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 06:15 Fiche Arrest nr 130.973 van 4 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 130.973 van 4 mei 2004 in de zaak A. 120.815/XII-
- In zake : Johan SNOEYS, wonende te Kapellen, René de Pauwstraat 27 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan Snoeys op 8 mei 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 18 februari 2002 van de gouverneur van de provincie Antwerpen waarbij zijn aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het dragen van een handverweervuurwapen, wordt geweigerd; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan verzoeker op 10 juli 2003; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord bij brief van 13 november 2003; Gelet op de beschikking van 9 december 2003 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 13 januari 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3544-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat L. Schoeps, die verschijnt voor verzoeker, en van adjunct-adviseur M. F. De Fré, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan verzoeker de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat overeenkomstig voormeld artikel 21, tweede lid, het ontbreken van het vereiste belang wordt vastgesteld wanneer de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van onder meer de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt; dat voorts, gelet op het artikel 84, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948, de memorie van wederantwoord bij ter post aangetekende zending aan de Raad van State moet worden toegestuurd; dat het vereiste er toe strekt de memorie een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat het dan ook de datum van de aantekening ter post is die in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van de tijdigheid van de memorie van wederantwoord; Overwegende dat het niet betwist is dat verzoekers memorie van wederantwoord geen vaste datum heeft verkregen binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van het meer vernoemde besluit van de Regent; dat, zoals gezien, artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State daar de sanctie van het ontbreken van het vereiste belang aan verbindt; dat verzoeker, om de sanctie te ontlopen, tevergeefs doet gelden dat hij “over een voldoende belang beschikt om de vernietiging van de beslissing van de heer Provinciegouverneur te vragen”; dat dit betoog niet kan doen voorbijzien dat de voorwaarden voor de toepassing van artikel 21, tweede lid, vervuld zijn; dat overeenkomstig dit voorschrift vastgesteld moet worden dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt, XII-3544-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier mei 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-3544-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.130.973 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.