id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.057 Rolnummer: A. 105638/X-10384 Zaak: Arrest 131057 - - 05/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-18 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-04 06:17 Fiche Arrest nr 131.057 van 5 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 131.057 van 5 mei 2004 in de zaak A. 105.638/X-10.
- In zake :
- Franciscus Jan CORNELIS,
- Maria Anna CRASSAERT, die woonplaats kiezen bij Advocaat G. CARLIER, kantoor houdende te 1500 HALLE, Ninoofsesteenweg 453 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij Advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Antoine Dansaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Franciscus CORNELIS en Maria CRASSAERT op 7 juni 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 5 april 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende verwerping van hun beroep ingesteld tegen het besluit van 28 november 2000 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beersel waarbij hun de regularisatievergunning wordt geweigerd voor de verbouwing van een eengezinswoning naar een meergezinswoning op een perceel gelegen te Beersel, Laarheidestraat, kadastraal bekend Sectie C, nrs. 187h2 en 187c2; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt do o r E er st e Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 10 december 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10.384-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 11 december 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 maart 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. MALLIEN die, loco Advocaat G. CARLIER verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat K. VAN ALSENOY, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen op 9 oktober 1998 de regularisatievergunning aanvragen voor de verbouwing van een eengezinswoning naar een meergezinswoning; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beersel op 28 november 2000 de regularisatieaanvraag weigert; dat de verzoekende partijen op 22 december 2000 beroep instellen tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 5 april 2001 beslist het beroep niet in te willigen; dat dit de thans bestreden beslissing is; dat niet wordt betwist dat het in artikel 158, § 2, tweede lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : D.R.O.) bedoelde certificaat niet werd opgesteld; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie met betrekking tot hun belang doen gelden wat volgt: "Overwegende dat, bij de behandeling van de regularisatiedossiers bij de Bestendige Deputatie, mutatis mutandis, dezelfde regels gelden als voor de behandeling van de dossiers bij de gemeenten; Dat dienvolgens de Bestendige Deputatie een beslissing kon treffen zonder zich te hoeven beroepen op een eventuele weigering van vergelijk vanwege de stedenbouwkundige inspecteur; Overwegende dat verzoekers bijgevolg wel degelijk een belang hadden om de vernietiging van de weigeringsbeslissing; X-10.384-2/4
- Overwegende dat de stedenbouwkundige inspecteur van de Afdeling Ruimtelijke Ordening (R.O.H.M.) bij aangetekende brief van 22.12.2000 aan verzoekers liet weten dat : C gebleken was dat de werken, handelingen en/of wijzigingen niet in aanmerking komen voor de afgifte van een regularisatievergunning (motivering van de weigering : de ruimtelijke ordening van het gebied wordt in het gedrang gebracht); C dat er terzake geen vergelijk kan worden getroffen.
- Overwegende dat voormelde stelling wellicht verklaart waarom de gemeente Beersel noch de Bestendige Deputatie verzoekers er niet op gewezen hebben dat geen vergunning kon worden afgeleverd zolang zij niet beschikken over een certificaat i.v.m. het vergelijk (Zie : Richtlijnen dd. 4.12.2000 : artikel 2.2.) Dat zowel de Gemeente Beersel als de Bestendige Deputatie hun beslissing tot weigering hebben genomen voor de beslissing van de stedenbouwkundige inspecteur inzake het vergelijk dd. 22.12.2000"; Overwegende dat de bestreden beslissing de weigering van een regularisatievergunning betreft; dat krachtens artikel 159, eerste lid, D.R.O. zoals het van toepassing was op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietig- verklaring, een regularisatievergunning slechts kon worden verleend na het opstellen van het certificaat bedoeld in artikel 158, § 2, D.R.O.; dat niet blijkt dat op dat ogenblik aan de door voornoemd artikel 159, eerste lid, D.R.O. opgelegde voorwaarde was voldaan; dat de bevoegde vergunningverlenende overheid dan ook de gevraagde regularisatievergunning moest weigeren omdat de alsdan geldende dwingende bepaling van artikel 159, eerste lid, tweede zin, D.R.O. zich ertegen verzette dat de regularisatievergunning werd verleend zo het vereiste certificaat niet voorlag; dat tot slot de artikelen 158 en 159 D.R.O. niet inhouden dat de bestendige deputatie de procedure tot vergelijk moet doorlopen en derhalve de beslissing terzake van de stedenbouwkundige inspecteur moet afwachten alvorens in beroep te beslissen een aanvraag tot regularisatievergunning niet in te willigen; dat de verzoekende partijen derhalve op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring geen belang hadden bij de vernietiging van de bestreden beslissing; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat de verzoekende partijen niet het vereiste belang hebben bij het beroep; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. X-10.384-3/4 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf mei 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.384-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.057 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.