id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.108 Rolnummer: A. 121495/VII-26729 Zaak: Arrest 131108 - - 06/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-25 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 06:17 Fiche Arrest nr 131.108 van 6 mei 2004 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.108 van 6 mei 2004 in de zaak A. 121.495/VII-26.
- In zake :
- Daniël GOETRY,
- Bertrand GOETRY, die woonplaats kiezen bij Advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te SINT-NIKLAAS, Vijfstraten 57 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Bevrijdingslaan 4, bus
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Daniël GOETRY en Bertrand GOETRY op 24 mei 2002 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 19 maart 2002 van de Vlaamse minister van leefmilieu en landbouw waarbij de vraag tot herziening van de beslissing van de Mestbank van 22 november 2000 tot vaststelling van de nutriëntenhalte voor het Mestbanknummer 44043001055 op de inrichting nr. 103147170, Patrijzenstraat 1, te Merelbeke, ongegrond wordt verklaard; Gelet op het arrest nr. 125.134 van 6 november 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekers op 24 november 2003; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekers, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de VII-26.729-1/3 rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekers binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekers niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekers een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 125.134 van 6 november 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekers geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat het, gelet op de omstandigheden van de zaak, gepast voorkomt de kosten ten laste te leggen van het Vlaamse Gewest, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. VII-26.729-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes mei tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-26.729-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.108 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.134 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.