id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.118 Rolnummer: A. 138471/VII-30166 Zaak: Arrest 131118 - - 06/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-25 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 06:18 Fiche Arrest nr 131.118 van 6 mei 2004 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.118 van 6 mei 2004 in de zaak A. 138.471/VII-30.
- In zake : de n.v. MERTENS BOUWONDERNEMING, die woonplaats kiest bij advocaten D. VANDEN BOER, S. VAN DEN BRANDE en P. VANVELTHOVEN, kantoor houdende te LOMMEL, Lepelstraat 125 tegen : de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN DIEVOET, kantoor houdende te BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. MERTENS BOUWONDER- NEMING op 27 juni 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing dd. 25/04/2003 van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (met referentie- nummer AD IV/J/317/1.598.923-74/AVA/APR47), waarbij het verlenen van vrijstelling van de aangerekende bijdrageopslagen wegens laattijdige betaling van de R.S.Z.-bijdragen voor het 3de kwartaal van 2002 werd geweigerd"; Gelet op het arrest nr. 126.072 van 4 december 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 12 december 2003; VII-30.166-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 126.072 van 4 december 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, VII-30.166-2/3 BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes mei tweeduizend en vier, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-30.166-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.118 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.072 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.