id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.127 Rolnummer: A. 71956/XII-3464 Zaak: Arrest 131127 - - 06/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-19 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 06:19 Fiche Arrest nr 131.127 van 6 mei 2004 - Beslissing : Vernietiging Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.127 van 6 mei 2004 in de zaak A. 71.956/XII-
- In zake :
- de TIJDELIJKE VERENIGING CEI ELECTROTEC- RESEARCH COTTRELL,
- de NV CEI ELECTROTEC, heden de NV GTI INFRA,
- de NV RESEARCH COTTRELL BELGIUM, heden de NV AWT AIR COMPANY BELGIUM die woonplaats kiezen bij advocaat A. Houtekier, kantoor houdende Mechelen, Battelse Steenweg 95 tegen : de CVBA INTERCOMMUNALE VOOR VUILVERWIJDERING EN -VERWERKING VOOR OOSTENDE EN OMMELAND (IVOO), die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 70-
- verzoekers in tussenkomst :
- de NV BOUWBEDRIJF HOEDEMAKERS,
- de NV METAALCONSTRUCTIE GELDOF, die woonplaats kiezen bij advocaat K. Geelen, kantoor houdende te Hasselt, Gouverneur Roppesingel
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de tijdelijke vereniging CEI Electrotec - Research Cottrell Belgium, de NV Cei Electrotec en de NV Research Cottrell Belgium op 6 november 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing dd. 9 september 1996 van de verwerende partij waarbij de offerte door verzoeksters gedaan voor het uitbreiden en aanpassen van de bestaande rookgaszuiveringsinstallatie van de huisvuilverbrandingsinstallatie van I.V.O.O. te Oostende om te voldoen aan de nieuwe bepalingen van Vlarem II bis niet weerhouden werd, en de opdracht werd gegund aan de Tijdelijke Vereniging Geldof Metaalconstructie N.V.-Gec. Alsthom Stein Industrie-Hoedemakers N.V.”; XII-3464-1\14 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 2 mei 1997; Gelet op het schrijven van 26 mei 1997 van de raadsman van de NV Bouwbedrijf Hoedemakers waarbij zij “afzien van het verzoek tot tussenkomst”; Gelet op de beschikking van 2 juni 1997 die de tussenkomst van de NV Metaalconstructie Geldof toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 19 februari 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij en de “nota” van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 17 november 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 december 2003; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Huysmans, die loco advocaat A. Houtekier verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat H. Vermeire, die loco advocaat P. Devers verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. Dedecker, die loco advocaat K. Geelen verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-3464-2\14
- Over de procedure. Overwegende dat de verzoekende partijen geen laatste memorie hebben ingediend, maar na de laatste memorie van de verwerende partij nog een “nota” hebben neergelegd; dat de procedureregeling niet in een dergelijk stuk voorziet zodat het uit de debatten wordt geweerd;
- Over de ontvankelijkheid wat de eerste verzoekende partij betreft. Overwegende dat de eerste verzoekende partij in rechte trad als tijdelijke vereniging; dat een tijdelijke vereniging niet over rechtspersoonlijkheid beschikte; dat het beroep in zoverre als ingesteld door de tijdelijke vereniging CEI Electrotec-Research Cottrell dienvolgens niet ontvankelijk is;
- Over de afstand van de tweede verzoekende partij. Overwegende dat met een aangetekende brief van 23 september 2002 de tweede verzoekende partij uitdrukkelijk afstand van geding doet;
- Over het beroep wat de derde verzoekende partij betreft. 4.
- Over de ontvankelijkheid. 4.1.
- Overwegende dat in het auditoraatsverslag wordt opgeworpen dat het beroep niet ontvankelijk is, waar het ertoe strekt de bestreden beslissing nietig te verklaren in zoverre daardoor de offerte waaraan de verzoekende partij deelnam “niet weerhouden werd”; dat de verzoekende partij vooreerst geen laatste memorie heeft ingediend; dat zij, na kennis te hebben genomen van de laatste memorie van de verwerende partij, ter terechtzitting evenmin aandacht besteedt aan deze opwerping; dat uit haar houding moet worden afgeleid dat zij dit onderdeel van haar beroep niet langer handhaaft; 4.1.
- Overwegende dat de verwerende partij, in excepties in haar laatste memorie, de verzoekende partij belang bij haar beroep ontzegt, omdat zij niet meer bedrijvig zou zijn op het vlak van de afvalverbranding en rookgaszuivering en enkel erop uit zou zijn om schadevergoeding te verkrijgen bij de gewone rechter; XII-3464-3\14 Overwegende dat die exceptie niet wordt aanvaard; dat de verzoekende partij immers geen schadevergoeding vordert van de Raad van State maar de nietigverklaring nastreeft van een toewijzingsbeslissing, waardoor zij is voorbijgegaan; dat zij aan dat voorbijgaan een gekwalificeerd moreel belang ontleent dat gediend wordt, ongeacht haar huidige activiteiten, en gediend blijft worden door een nietigverklaring van die toewijzing; dat het door de verwerende partij ter ondersteuning van haar stelling aangevoerde arrest nr. 96.964 van 26 juni 2001 van de Raad van State niet relevant is, aangezien zich te dezen niet de situatie voordoet waarop dat arrest betrekking heeft en waarin herstel in natura nog mogelijk was; dat immers in de voorliggende zaak de opdracht uitgevoerd blijkt; 4.
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Op 5 februari 1996 keurt de raad van bestuur van de verwerende partij een bestek met bijhorende plannen goed inzake het uitbreiden en aanpassen van de bestaande rookgaszuiveringsinstallatie alsmede de raming ten belope van 184.240.000 frank (zonder BTW) en beslist de opdracht te gunnen met de procedure van de algemene offerteaanvraag . Wat de gunningscriteria betreft, stelt artikel 44, § 1, van het bestek (blz. I-10) dat bij de beoordeling van de offertes rekening zal worden gehouden met de volgende criteria, “waarbij de hieronder aangegeven volgorde geen bepalende invloed heeft” : “* Financiële criteria : - inschrijvingsbewijs - beroeps- en financiële waarborgen van de inschrijver * Technische criteria : - bedrijfszekerheid - milieu-eisen - kwaliteit van het aangeboden materiaal - onderhoudsvriendelijkheid .constructie .zekerheid in bevoorrading van wisselstukken - standaardisatie - referenties van gelijkaardige installaties *Aanwendingskosten De opdrachtgever en de ontwerper zullen een exploitatiekostberekening opstellen, gebaseerd op een afschrijvingsperiode van 15 jaar. De exploitatiekost zal berekend worden op basis van volgende gegevens : XII-3464-4\14 - Inschrijvingsprijs - Opgegeven garantiewaarden : .verbruik chemicaliën .stroomverbruik - Opgegeven stilstandperiodes - Kostprijs van reserveonderdelen *Uitvoeringstermijn : - globale uitvoeringstermijn - totale effectieve stilstandperiode van de verbrandingsinstallatie”. Blijkens het proces-verbaal van opening van 6 mei 1996 hebben vijf inschrijvers zeven offertes ingediend. Op 10 juni 1996 worden aan alle inschrijvers bijkomende preciseringen gevraagd aan de hand van een identieke vragenlijst. Aan sommige worden voorts bijkomende vragen gesteld. Het studiebureau NV Belconsulting stelt een verslag op omtrent de offerteaanvraag en de ingediende offertes : het verslag stelt voor de opdracht toe te wijzen aan de tijdelijke vereniging Geldof Metaalconstructie NV-GEC Alsthom Stein Industrie-Hoedemakers NV voor de inschrijvingssom van 191.071.844 frank (zonder BTW), vermeerderd met de meerprijs voor de suggestie met betrekking tot het uitbreiden van het gebouw voor 480.000 frank meer de tegen prijslijst te verrekenen meerwerken geraamd op 665.000 frank, aangezien daardoor nuttige stockageruimte gecreëerd wordt. Op 9 september 1996 beslist de raad van bestuur zich integraal aan te sluiten bij het voormelde verslag en de opdracht toe te wijzen zoals voorgesteld in dat verslag. Het verslag wordt in bijlage aan het besluit gevoegd. Het verslag bevat de volgende tabel met een samenvatting van de beoordeling van de gunningscriteria : “ GGH SE SE basis variante Criteria Financiële (*) goed goed(+) zeer goed Technische goed(+) goed(-) onvoldoende Referenties goed voldoende onvoldoende XII-3464-5\14 Aanwendingskosten zeer goed goed goed Uitvoeringstermijn voldoende voldoende voldoende (*)In de aanwendingskosten is rekening gehouden met de inschrijvingsprijs. CFE CRC Fabricom basis voldoende(+) zeer goed(+) voldoende voldoende(-) onvoldoende goed(+) onvoldoende onvoldoende zeer goed onvoldoende goed voldoende voldoende voldoende voldoende “. Daarbij wordt als “algemeen besluit” onder meer gesteld : “Niet te weerhouden aanbiedingen : A. Op basis van gunningscriteria : Op basis van de beoordeling samengevat in de tabel - Gunningscriteria moet besloten worden dat de aanbiedingen met één of meerdere vermeldingen 'onvoldoende', niet kunnen weerhouden worden. Dit is het geval met de aanbiedingen : *SE-variante *CRC *CFE-basis [...]”; 4.
- Over de gegrondheid van het beroep. Overwegende dat het eerste middel als volgt wordt verwoord : “I.
- Het eerste middel is gesteund op de miskenning van de gelijke behandeling der mededingers. In het lastencohier worden voor de aanbesteding twee soorten van sproeiers toegelaten en op dezelfde voet behandeld, nl. roterende en vaste sproeiers. Daarna wordt echter het systeem met vaste sproeiers als dusdanig minderwaardig bevonden en afgekeurd, zonder dat daarvan enige aanduiding was gegeven in het lastenboek. Daardoor werden verzoekers, die een offerte gedaan hadden op basis van vaste sproeiers, het slachtoffer van een ongelijke behandeling. In het lastenboek, boek 2, sub n/ 3.3.2 betreffende de rookgaszuiveringsinstallatie (blz. II-2.25 tot II-3.29) wordt de uitvoering van de verbeteringswerken zowel toegelaten met een offerte van roterende of vaste sproeiers, en er wordt tussen de beide mogelijkheden wat betreft hun waardering en beoordeling geen enkel onderscheid gemaakt. Zij kunnen op gelijke voet aangeboden worden. Verzoeksters hebben hun offerte gemaakt op basis van de vaste sproeiers.
- De verwerende partij heeft echter, in het door Belconsulting opgesteld verslag onder de vergelijking der offertes, de door verzoeksters voorgestelde XII-3464-6\14 vaste sproeiers op vele punten als minder voldoende beoordeeld door de rotatiesproeiers. Deze negatieve beoordeling wordt gesteund op zogezegde onvolkomenheden en nadelen van het systeem met vaste sproeiers zelf, zogezegd eigen aan vaste sproeiers, en niet aan tekortkomingen te wijten aan het ontwerp van verzoeksters. Zo wordt in het door Belconsulting opgestelde verslag bij de beoordeling van de technische criteria, vooreerst inzake de bedrijfszekerheid, het systeem der vaste sproeiers afgekeurd gezien de zogezegde onzekerheid van het vernevelingspatroon, hetgeen aanleiding zou geven tot vochtproblemen en verstroppingen zodat de alzo gemaakte installaties frequent moeten stilgelegd worden. Het systeem met vaste sproeiers, voorzien als aanbieding in het lastencohier, wordt beoordeeld in het verslag, gezien het niet voldoende bedrijfszeker zou zijn in alle bedrijfsomstandigheden, als onvoldoende (zie verslag, blz. 7, sub Technische criteria, en blz. 8).
- In het lastencohier worden twee technisch verschillende systemen van sproeiers op voet van gelijkheid voorzien. Maar bij de beoordeling der offertes wordt het door verzoeksters voorgestelde systeem van vaste sproeiers als bedrijfsonzeker verworpen. De verwerende partij heeft daardoor de regel van de gelijkheid der mede- dingers miskend. Zij heeft een systeem ingelast dat zij als bedrijfsonzeker aanzag zonder op enige wijze de deelnemers daarvan in kennis te stellen; zij heeft de deelnemers, die vaste sproeiers voorstelden, alzo misleid en de gelijkheid geschonden”; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord onder meer tegenwerpt hetgeen volgt : “[...] Bij het opstellen van het bijzonder bestek kon de nv Studiebureau Belconsulting redelijkerwijze aannemen dat het systeem met vaste sproeier technisch valabel was en dat de problemen [die waren vastgesteld] in de intercommunales IVM Eeklo en IVMO Menen spoedig een oplossing zouden krijgen. [...] Ten tijde van het opstellen van het verslag van de algemene offerteaanvraag in mei 1996 bleek echter dat de problemen, vooral bij de intercommunale IVM Eeklo, duidelijk ernstiger waren. De resultaten van de garantiemetingen uitgevoerd in de loop van februari 1996 bij de installatie van IVM Eeklo bleken ronduit slecht te zijn. Het personeel van de tijdelijke vereniging Seghers Engineering nv - Research Cottrell nv diende geregeld tussen te komen voor controle en voor het vrijmaken van de conus van de reactor ten einde extra stilstanden van de verbrandingsin- stallatie te vermijden. Diverse testen werden uitgevoerd, zoals het aanpassen van de luchtdruk voor de verneveling, het laten functioneren van de sproeiers enkel op water, of op een mengsel van water en kalkmelk, proeven met andere types van sproeiers, enz., ten einde mogelijke maatregelen ter verbetering voor beide installaties voor te stellen. [...] Voortgaand op de vaststellingen die in de loop van februari - mei 1996 bij voornoemde installaties bij de intercommunales IVM Eeklo en IVMO Menen werden gemaakt, werd door de nv Studiebureau Belconsulting terecht geoordeeld dat het systeem met vaste sproeiers zoals dat met name aangeboden werd door eerste verzoekster, niet te weerhouden was voor de installatie van de XII-3464-7\14 verwerende partij, aangezien door eerste verzoekster in voorliggende offerte- aanvraag een systeem met vaste sproeiers gebaseerd op het systeem zoals gebruikt voor de installaties bij de intercommunales IVM Eeklo en IVMO Menen werd aangeboden. [...] Besluit : Stellen dat de verwerende partij, ten tijde van het opstellen en goedkeuren van het bijzonder bestek een systeem zou hebben ingelast dat zij op dat moment reeds als bedrijfsonzeker aanzag zonder op enige wijze de deelnemers daarvan in kennis te stellen is pertinent onjuist, aangezien de problemen bij de intercom- munales IVM Eeklo en IVMO Menen zich pas later manifesteerden zodat de verwerende partij, bij het goedkeuren van het bijzonder bestek, deze tekortko- mingen nog niet kon kennen en het systeem van vaste sproeiers bijgevolg niet op voorhand diende uit te sluiten. In tegenstelling tot wat verzoeksters beweren heeft de verwerende partij het systeem van vaste sproeiers niet als zodanig en a priori afgewezen, doch het systeem van vaste sproeiers, zoals aangeboden door eerste verzoekster, op haar intrinsieke kwaliteit onderzocht, en gezien de slechte ervaring bij voornoemde intercommunales, niet weerhouden. Aangezien [...] [...] voor huidige algemene offerteaanvraag een nagenoeg identiek systeem met vaste sproeiers [is] aangeboden gebaseerd op het systeem zoals gebouwd voor de intercommunales IVM Eeklo en IVMO Menen, en door de andere inschrijvers geen andere systemen met vaste sproeiers werden voorgesteld, diende geen verdere feitelijke vergelijking te worden gemaakt met de systemen met vaste sproeiers onderling”. Overwegende dat in de memorie van wederantwoord wordt gerepliceerd, onder meer dat de opstartproblemen in de installaties van IVM Eeklo en IVMO te Menen verholpen zijn en de installaties momenteel volledig operationeel zijn, dat door deze twee installaties daarbij thans het bewijs wordt geleverd dat het systeem met vaste sproeiers valabel is en de emissies aan de vigerende Vlarem normen voldoen, dat een andere installatie met vaste sproeiers in opbouw is bij Miwa-Sint-Niklaas en in bedrijf zal gaan in juni 1997, dat de tussenkomsten van het personeel van TV Seghers-Engineering/Research-Cottrell voor controle van de installatie te Eeklo zich volledig in het kader van contractuele verplichtingen situeerden, dat er geen abnormale stilstanden zijn geweest ten gevolge van technische problemen met de installatie, dat bovendien de opdrachtgever niet steeds de contractuele randvoorwaarden, zoals gasdebiet, ingangstemperatuur garandeerde, onder meer door het slecht functioneren van de uitrustingen van de opdrachtgever, dat ondertussen de installatie Ivago Gent in bedrijf is sinds augustus 1996 zonder enig noemenswaardig probleem, dat deze installatie gebouwd is door de Tijdelijke Vereniging Research-Cottrell/Geldof Metaalconstructie, maar in deze installatie Research-Cottrell wel het volledige concept heeft uitgewerkt, dit in tegenstelling tot de installatie bij IVMO Menen en IVM Eeklo; XII-3464-8\14 Overwegende dat de tussenkomende partij in haar memorie in tussenkomst betoogt dat “de verzoekende partij klaarblijkelijk niet langer betwist dat ten tijde van het opstellen van het bestek, de verwerende partij inderdaad is uitgegaan van de principiële gelijkwaardigheid van beide systemen en dat slechts ten tijde van het beoordelen van de offertes men rekening is gaan houden met de problemen die het systeem van vaste sproeiers bij diverse installaties kende”, dat de “verzoekende partij geen enkel bewijs aanbrengt van het feit dat de verwerende partij reeds bij het opstellen van het bestek een systeem zou hebben toegelaten dat zij als bedrijfsonzeker beschouwde”, dat de verwerende partij gehandeld heeft als een normaal voorzichtig bestuur, dat zij zich -gelet op de complexiteit van de installatie- heeft laten bijstaan door een deskundige, teneinde de ingediende offertes op een zorgvuldige en objectieve wijze te kunnen beoordelen, dat de deugdelijkheid van de werking van een installatie een relevant motief is om een offerte te beoordelen, en ten slotte dat de Raad van State bij zijn toezicht op de wettigheid van de toewijzingsbeslissing, zijn appreciatie niet in de plaats van die van het bestuur mag stellen; Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie nog aanvullend betoogt dat “in het beslissingsproces de regel [werd] gehanteerd dat per groep criteria (alle met equivalent belang) een beoordeling van zeer goed (+/-) over goed (+/-) naar voldoende (+/-) en tot onvoldoende werd gegeven, met dien verstande dat een beoordeling “onvoldoende” (zelfs één beoordeling) op één van de groepen criteria het niet weerhouden van de aanbieding meebracht”, dat de verzoekende partijen in hun offerte een “onvoldoende” kregen op “technische criteria” waarbij geldt dat daarin het subcriterium “referenties” te begrijpen is, dat alleen op het subcriterium “bedrijfszekerheid” een globale, negatieve, beoordeling van het systeem van vaste sproeiers wordt doorgevoerd zonder acht te slaan op de inschrijver, dat “op de andere subcriteria (bv. 'kwaliteit van het aangeboden materiaal' -onvoldoende- (zie de verwijzing naar het feit dat het bij CRC om een prototype gaat), 'onderhoudsvriendelijkheid' -voldoende-, 'standaardisatie' -goed-, referenties -onvoldoende-) de CRC-aanbieding op eigen mérites [wordt] beoordeeld, ook na verdere vraagstelling”, dat de dubbele 'onvoldoende' op de voornoemde subcriteria en de eerder povere resultaten op andere subcriteria het besluit overeind laten, ook bij het buiten beschouwing laten van de beoordeling van de 'bedrijfszekerheid', dat de CRC-aanbieding de score 'onvoldoende' op de groep 'Technische criteria' behoudt en “dus volgens de regels van het beslissingsproces daarom te ecarteren is” zodat, hetgeen in het middel aan de verwerende partij wordt verweten, niet vermocht te leiden tot een andere gunningsbeslissing, dat de voorgaande redenering overeind blijft XII-3464-9\14 ook wanneer de offerte van de verzoekende partij de beoordelingen 'voldoende', of nog 'voldoende +', of zelfs nog 'goed' hadden gekregen op de groep 'Technische criteria', dat ook dan GGH immers op twee van de groepen gunningscriteria ('Technische criteria' en 'Aanwendingskosten') nog beduidend beter scoort dan de verzoekende partijen terwijl deze laatste dat maar doen op één groep criteria ('Financiële criteria') en op het vlak van de uitvoeringstermijn beide gelijk scoren; Overwegende dat het toepasselijke bestek (1.2.
- Beschrijving van de aanpassings- en uitbreidingswerken aan de rookgaszuiveringsinstallatie - blz. II-1.3, in fine) bepaalt : “Als sproeireactor worden twee systemen toegelaten namelijk : *Sproeireactoren waarbij koelwater en kalkmelk, gezamenlijk of afzonderlijk, in de sproeireactoren gebracht worden bij middel van een snel roterende injector. *Sproeireactoren met sproeiers. Koelwater en kalkmelk worden onderaan de sproeireactoren ingebracht, volgens de stromingsrichting van de rookgassen. De inschrijver moet bij middel van een chemikaliënbalans de efficiëntie van het systeem aantonen en moet dit staven met voorbeelden en meetresultaten uit de praktijk bij bestaande installaties”; dat aldus twee soorten van sproeiers door het bestek worden toegelaten, enerzijds roterende en anderzijds vaste sproeiers; dat in de offerte van de verzoekende partijen een systeem van vaste sproeiers werd voorgesteld; dat het verslag van het studie- bureau onder “Technische criteria” het systeem van vaste sproeiers aldus bespreekt : “
- Bedrijfszekerheid - Gezien de onzekerheid van het vernevelingspatroon bij vaste sproeiers - Gezien deze onzekerheid aanleiding geeft tot overdreven aanbakkingen aan de zijwand van de sproeireactor en tot vochtproblemen en verstoppingen in de conus van sproeireactor - Gezien omwille van bovengenoemde feiten de installaties moeten stilgelegd en gereinigd worden en gezien deze storingen volledig willekeurig en ook frequent optreden - Gezien de systemen met vaste sproeiers niet voldoende bedrijfszeker zijn in alle bedrijfsomstandigheden - Gezien het vernevelingspatroon bij vaste sproeiers beïnvloed wordt door de continue schommelingen van het verbrandingsregime - Gezien de kontrole van de goede werking van de vaste sproeiers uiterst moeilijk is - Gezien de slijtage van de uitstroomopening van de vaste sproeier groot is bij het gebruik van kalkmelk - Gezien deze slijtage weerom aanleiding geeft tot veranderingen van het vernevelingspatroon (grotere debieten) en dus tot een ander sproeipatroon - Gezien bovengenoemde feiten aanleiding geven tot : - aanbakkingen op de wand van de reactor - corrosie van de reactorwand; - een overmaat verbruik aan kalk - het moeten stilleggen van de installatie - produktieverlies het niet respecteren van de milieunormen XII-3464-10\14 moeten de systemen met vaste sproeiers als onvoldoende beoordeeld worden. [...]
- Milieueisen - Gezien bij de systemen met vaste sproeiers in de sproeireactor een merkelijk groter risico bestaat dat de milieueisen moeilijker of niet gehaald zullen worden omwille van de schommelingen van het vernevelingspatroon [...] dient het systeem met vaste sproeiers slechts als voldoende beoordeeld te worden met de bijkomende restrictie 'sterk risicohoudend'. [...]
- Onderhoudsvriendelijkheid [...] - Gezien bij de installaties met vaste sproeiers (CRC en SE-variante) de noodzakelijke interventies om de sproeireactor te reinigen en om de conus vrij te maken van kalk- en stofresten een werk is dat hoegenaamd niet als onderhoudsvriendelijk kan bestempeld worden en dit zelfs niet ten goede komt aan de veiligheid en netheid en aan de beschikbaarheid van de installatie worden deze aanbiedingen slechts als voldoende beoordeeld. [...]
- Referenties [...] CRC [...] - Gezien de firma Resarch Cottrell vooral in de USA en Canada referenties heeft maar gezien in Europa de referenties voor toepassingen bij huisvuil- verbrandingsinstallaties beperkt zijn [...] - Gezien de installatie in Montgomery (USA) een slechte indruk bood - Gezien de resultaten van de referenties op vergelijkbare huisvuilverbran- dingsinstallaties, namelijk IVMO en IVM, tot op huidig ogenblik onvoldoende zijn zowel op het gebied van bedrijfszekerheid als op het gebied van verbruik van chemikaliën. - Gezien de beide installaties reeds gedurende 7 maanden in bedrijf zijn en het doserings- en vernevelingssysteem voor kalkmelk en koelwater nog volledig dient herzien en verbeterd te worden met het oog op betere resultaten dient een beoordeling onvoldoende toegekend te worden”; dat onder het criterium “Aanwendingskosten” wordt vermeld : “Gezien daarenboven de systemen van de aanbiedingen SE-variante en CRC (oplossingen met vaste sproeiers) nog geen voldoening schenken op het gebied van exploitatie en op het gebied van chemicaliënverbruik dienen de aanwendingskosten voor deze systemen ook met voorbehoud genomen te worden”; dat als algemeen besluit gesteld wordt dat op grond van de beoordeling aan de hand van de gunningscriteria moet worden besloten dat de aanbiedingen met één of meerdere vermeldingen “onvoldoende” niet kunnen worden in aanmerking genomen, wat het geval is met de offerte van de verzoekende partijen, die in de tabel een “onvoldoende” heeft gekregen voor technische criteria en referenties; dat de offerte van de verzoekende partijen, die in vaste sproeiers voorziet, aldus door de XII-3464-11\14 verwerende partij niet in aanmerking wordt genomen omwille van de kritiek verwoord door het studiebureau op het gebruik van vaste sproeiers, die als “onvoldoende” beschouwd worden op het gebied van bedrijfszekerheid en dienvolgens wat betreft de technische criteria in hun geheel en de referenties, een 'onvoldoende' verkreeg; Overwegende dat in het middel terecht wordt betoogd dat de verzoekende partijen misleid zijn door de verwerende partij; dat zij er immers, gelet op de aangehaalde besteksbepaling betreffende de sproeisystemen, mochten op vertrouwen dat het aanbieden van vaste sproeiers door de verwerende partij zou worden toegelaten en op dezelfde voet zou worden behandeld als het aanbieden van roterende sproeiers; dat zulks niet is gebeurd en daarentegen het systeem van vaste sproeiers meteen als onvoldoende werd beoordeeld; dat tegen de achtergrond van de besteksbepalingen, de offerte van de verzoekende partijen aldus niet is beoordeeld op dezelfde wijze als de offertes waarin andere dan vaste sproeisystemen werden aangeboden; Overwegende dat de verwerende partij ontkent dat op het ogenblik dat het bestek werd opgesteld de vaste sproeisystemen reeds als bedrijfsonzeker werden aangezien; dat dit echter juist een argument is om aan te nemen dat de onderscheiden benadering van vaste en andere sproeiers op het ogenblik van de evaluatie van de offertes, een werkwijze was die inging tegen het bestek; dat, indien de verwerende partij en haar technische raadgevers op dat laatste ogenblik twijfelden aan de deugdelijkheid van de systemen met vaste sproeiers, zij er niet meer toe gerechtigd waren de inschrijvers zoals verzoekende partij daarvoor onvoldoendes te geven; dat zij in andere oplossingen hadden dienen te voorzien en in elk geval niet de gelijkheid, die in het bestek gevrijwaard was tussen de twee systemen, mochten veranderen in een ongelijkheid; dat de offerte van de verzoekende partijen aldus niet op rechtmatige wijze is beoordeeld; dat de globale evaluatie van de offertes daardoor dermate is gevitieerd dat de toewijzingsbeslissing die erop steunt, moet worden vernietigd; dat die conclusie niet anders kan zijn omdat, zoals de verwerende partij aangeeft in haar laatste memorie, zelfs met een andere evaluatie van de offerte van de verzoekende partijen op de groep “technische criteria”, de toewijzingsbeslissing niet anders had kunnen zijn; dat het immers niet aan de Raad van State toekomt in een dergelijke beoordeling van de offertes bij een offerteaanvraag te treden; dat het middel in de besproken mate gegrond is, XII-3464-12\14 BESLUIT: Artikel
- De afstand van het verzoek tot tussenkomst van de NV Hoedemakers wordt toegestaan. Artikel
- Het beroep wordt verworpen in zoverre het is ingediend door de tijdelijke vereniging CEI Electrotec-Research Cottrell. Artikel
- De afstand van geding wordt vastgesteld wat betreft de NV CEI Electrotec, heden NV GTI Infra. Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 9 september 1996 van de CVBA Intercommunale voor vuilverwijdering en -verwerking voor Oostende en Ommeland van 9 september 1996 waarbij de opdracht tot het uitbreiden en aanpassen van een rookgaszuiveringsinstallatie toegewezen wordt aan de tijdelijke vereniging Geldof Metaalconstructie NV-Gec. Alsthom Stein Industrie-Hoedemakers NV. Artikel
- Het beroep wordt wat betreft de NV Research Cottrell Belgium, heden de NV AWT Air Company Belgium voor het overige verworpen. XII-3464-13\14 Artikel
- De kosten van het beroep, in zoverre ingesteld door eerste en tweede verzoekende partij, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de Tijdelijke Vereniging CEI Electrotec-Research Cottrell en de NV GTI Infra, elk voor de helft. De kosten van het beroep, in zoverre ingesteld door de derde verzoekende partij, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 148,74 euro, komen ten laste van de NV Bouwbedrijf Hoedemakers en de NV Metaalconstructie Geldof, elk voor de helft. Het door de verzoekers in tussenkomst teveel gekweten zegelrecht van 99,16 euro, dient hun te worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes mei 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3464-14\14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.127 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.