← België

Arrest 131143 - - 06/05/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.143 Rolnummer: A. 142742/VII-30864 Zaak: Arrest 131143 - - 06/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-14 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 06:19 Fiche Arrest nr 131.143 van 6 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.143 van 6 mei 2004 in de zaak A. 142.742/VII-30.864 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij: Advocaat C. FALLA, kantoor houdende te 4020 LUIK, Quai Kurth Godefroid 12 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - - DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van XXX nationaliteit, op 29 september 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 29 augustus 2003 tot bevestiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 2 oktober 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op de beschikking van 23 oktober 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 22 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 24 december 2003; Gezien de brief van de hoofdgriffier van 2 februari 2004, waarbij de verzoekende partij in kennis worden gesteld van de mogelijkheid om gehoord te worden; Gezien de brief van de verzoekende partij van 16 februari 2004, waarin zij vraagt om gehoord te worden; Gelet op de beschikking van 10 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 april 2004; VII-30.864-1/3 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat W. DUBOIS, die, loco Advocaat C. FALLA, verschijnt voor de verzoekende partij, en van adjunct-adviseur C. LECHAT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op artikel 21, tweede lid, en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij, de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van boveng- enoemd artikel 21, tweede lid; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 21 van voornoemd koninklijk besluit, geen memorie van wederant- woord aan de griffie heeft toegestuurd; dat de verzoekende partij ter terechtzitting aanvoert dat de memorie van wederantwoord niet binnen de termijn van dertig dagen werd verstuurd omdat verzoekers toenmalige raadsman, Advocaat D. Ramboer, op 22 december 2003 overleden is; dat uit het administratief dossier blijkt dat de memorie van antwoord op 24 december 2003 aan verzoeker werd betekend, terwijl aldus verzoeker “men (...) enkele dagen” na het overlijden van Advocaat Ramboer op 22 december 2003 diens zaken overnam; dat derhalve blijkt dat er voldoende tijd restte om alsnog een memorie van wederantwoord in te dienen; dat het per ongeluk niet in een agenda noteren van de termijn voor het indienen van de memorie evenmin als overmacht kan worden aangenomen die het niet indienen van een memorie van wederantwoord kan rechtvaardigen; dat krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-30.864-2/3 Aldus te Brussel, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes mei tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de H. C. VERHAERT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. M.-R. BRACKE. VII-30.864-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.143 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.