id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.177 Rolnummer: A. 88045/IX-2086 Zaak: Arrest 131177 - - 10/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-24 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 06:19 Fiche Arrest nr 131.177 van 10 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.177 van 10 mei 2004 in de zaak A. 88.045/IX-
- In zake : de NV EURO-COME, die woonplaats kiest bij Dirk NOTERDAME, wonende te IZEGEM, Hildersstraat 9 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Middenstand, die woonplaats kiest bij advocaat H. DIEPENDAELE, kantoor houdende te BRUSSEL, Pantheonlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het 22 november 1999 gedagtekend verzoekschrift dat de NV EURO-COME, vennootschap, een vennootschap naar het recht van de Amerikaanse staat Delaware, heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 27 juli 1999 van de Vestigingsraad waarbij de beslissing van 1 april 1999 van het Bureau van de Kamer van Ambachten en Neringen van de provincie West-Vlaanderen bevestigd wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur R. VANDER ELSTRAETEN; IX-2086-1/5 Gelet op de beschikking van 12 februari 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker, die tevens het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging bevat; Gelet op de beschikking van 10 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 mei 2004; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. LOUF, die loco advocaat H. DIEPENDAELE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-wnd. afdelings- hoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de auditeur-verslaggever in zijn verslag ambtshalve vastgesteld heeft dat het beroep ratione temporis niet ontvankelijk is, aangezien de bestreden beslissing aan de verzoekende partij betekend is met een aangetekende brief van 30 september 1999, waarin melding was gemaakt van de mogelijkheid om bij de Raad van State beroep in te dienen, aangezien verzoekster erkent dat zij de beslissing op 1 oktober 1999 ontvangen heeft, aangezien zij haar verzoekschrift met een gewone postzending op 23 november 1999 naar de Raad van State heeft opgestuurd en aangezien dat verzoekschrift slechts vaste datum heeft gekregen op het ogenblik van de verzending, door de griffie van de Raad van State aan de verzoekende partij, van de mededeling van ontvangst van het verzoekschrift; IX-2086-2/5
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie betoogt dat artikel 84 van het algemeen procedurereglement niet bepaalt dat de aangetekende verzending van het verzoekschrift een ontvankelijkheidsvereiste is, maar dat het voorschrift ertoe strekt “buiten elke twijfel te kunnen vaststellen dat het stuk (...) verzonden is aan de Raad” en dat zulks te dezen afdoende blijkt uit de termen van de brief die de griffie van de Raad van State haar op 2 december 1999 heeft laten geworden, aangezien daarin ontvangst wordt gemeld "van het collectief verzoekschrift tot nietigverklaring van 25 november 1999" en die mededeling bewijst dat de griffie het verzoekschrift uiterlijk op 1 december 1999 en derhalve binnen de beroepstermijn ontvangen heeft; dat zij daaraan toevoegt dat het koppelen van de vaste datum aan een mededeling van de griffie de ontvankelijkheid van een annulatieberoep laat afhangen van een toevalligheid, met name de werklast die op een bepaald ogenblik op de griffie bestaat, hetgeen ontoelaatbaar is; dat zij besluit dat in deze rekening gehouden moet worden met de datumstempel die de griffie op het verzoekschrift heeft aangebracht;
- Overwegende dat de verzoekende partij erkent dat zij op 1 oktober 1999 kennis heeft gekregen van het bestreden besluit; dat de termijn voor het indienen van een verzoekschrift bij de Raad van State derhalve liep tot dinsdag 30 november 1999; dat het verzoekschrift met een niet-aangetekende zending op 23 november 1999 naar de Raad van State verstuurd is, hetgeen in strijd is met artikel 84, eerste lid, van het algemeen procedurereglement van de Raad van State, naar luid waarvan alle processtukken met een ter post aangetekende zending aan de Raad van State toegezonden moeten worden; Overwegende dat artikel 84, eerste lid, van het procedurereglement tot doel heeft aan de procedurestukken een vaste datum te kunnen geven; dat die verplichting van artikel 84, eerste lid, van het procedurereglement niet op straffe van onontvankelijkheid van het betreffende stuk -te dezen het inleidend verzoekschrift- voorgeschreven is, maar dat de miskenning ervan wel tot gevolg heeft dat het verzoekschrift op een andere wijze vaste datum dient te verkrijgen; dat het aanbrengen van de datumstempel op het inkomend verzoekschrift door de diensten IX-2086-3/5 van de griffie -in dit geval de datum van 25 november 1999- terzake geen zekerheid biedt, evenmin als de schriftelijke mededeling, door de griffie, dat er een verzoek- schrift is binnengekomen; dat die zekerheid enkel verkregen wordt op het ogenblik van de afstempeling door ter post, van een brief waaruit de ontvangst van het verzoekschrift blijkt; dat het verzoekschrift dan ook slechts op die dag vaste datum krijgt;
- Overwegende dat te dezen het verzoekschrift vaste datum heeft gekregen op 3 december 1999, dit is de dag waarop de griffie van de Raad van State de brief van 2 december 1999 waarbij aan de verzoekende partij om nadere inlichtingen werd gevraagd aangaande het ingediende verzoekschrift, ter post aangetekend naar de verzoekende partij heeft opgestuurd; dat op die dag de beroepstermijn evenwel verstreken was; dat het beroep laattijdig ingediend is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-2086-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien mei 2000 en vier, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2086-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.177 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.