id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.373 Rolnummer: A. 96584/X-9795 Zaak: Arrest 131373 - - 13/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-27 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 06:24 Fiche Arrest nr 131.373 van 13 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 131.373 van 13 mei 2004 in de zaak A. 96.584/X-
- In zake : Antoine VANHOLM, die woonplaats kiest bij Advocaten P. THOMAS en D. VANDERMARLIERE, kantoor houdende te 8670 KOKSIJDE, Zeelaan 172 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Antoine VANHOLM op 18 oktober 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 juli 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende verwerping van zijn beroep tegen de beslissing van 14 oktober 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor "het regulariseren van een verbouwing aan een ééngezinswoning" gelegen te Brugge, Astridlaan 370, op een perceel kadastraal bekend Sectie C, nr. 256; Gelet op het arrest nr. 94.669 van 10 april 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van 25 april 2001 ingediend door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-9795-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 17 december 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 18 november 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 februari 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat V. GUL die, loco Advocaten P. THOMAS en D. VANDERMARLIERE verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat V. VAN DE KEERE die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker op 6 januari 1999 de regularisatievergunning aanvraagt voor het verbouwen van een ééngezinswoning; dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge op 17 juni 1999 de regularisatievergunning weigert; dat verzoeker op 12 juli 1999 beroep instelt tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van West- Vlaanderen; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen op 14 oktober 1999 beslist het beroep niet in te willigen; dat verzoeker op 10 november 1999 beroep instelt tegen deze weigeringsbeslissing bij de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening; dat de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media op 19 juli 2000 beslist het beroep niet in te willigen; dat dit het thans bestreden besluit is; dat niet wordt betwist dat het in artikel 158, § 2, tweede lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie X-9795-2/4 van de ruimtelijke ordening (hierna : D.R.O.) bedoelde certificaat niet werd opgesteld; Overwegende dat verzoeker wat zijn belang bij het beroep betreft in een laatste memorie uiteenzet dat "de artikelen 158 en 159 van het nieuwe decreet op de Ruimtelijke Ordening slechts in werking zijn getreden op 1.05.2000, (dat) derhalve de bepalingen inzake het vereiste voo(r)afgaandelijke certificaat op het ogenblik van de aanvraag tot regularisatie te weten 06.01.1999, nog niet van toepassing waren (en dat) (...) concluant de aanvraag tot regularisatie (derhalve) heeft ingediend conform de op dat ogenblik geldende wettelijke bepalingen"; Overwegende dat het bestreden besluit de weigering van een regularisatievergunning betreft; dat krachtens artikel 159, eerste lid, D.R.O. zoals het van toepassing was op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietig- verklaring, een regularisatievergunning slechts kon worden verleend na het opstellen van het certificaat bedoeld in artikel 158, § 2, D.R.O.; dat niet blijkt dat op dat ogenblik aan de door voornoemd artikel 159, eerste lid, D.R.O. opgelegde voorwaarde was voldaan; dat aldus de bevoegde vergunningverlenende overheid de gevraagde regularisatievergunning moest weigeren omdat de alsdan geldende dwingende bepaling van artikel 159, eerste lid, tweede zin, D.R.O. zich ertegen verzette dat de regularisatievergunning werd verleend zo het vereiste certificaat niet voorlag; dat zulks geen retroactieve toepassing op de vergunningsaanvraag inhoudt van de op 1 mei 2000 - i.e. na het indienen van de aanvraag - in werking getreden regelgeving, maar een toepassing van het beginsel dat de vergunningverlenende overheid, wanneer zij uitspraak doet over een vergunningsaanvraag, er als orgaan van het actief bestuur toe gehouden is de reglementering toe te passen die geldt op het ogenblik dat zij over de aanvraag uitspraak doet; dat verzoeker derhalve op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring geen belang had bij de vernietiging van het bestreden besluit; dat, aangezien een verzoeker reeds moet doen blijken van het rechtens vereiste belang op het ogenblik van het instellen van het beroep, de omstandigheid dat de aangehaalde regelgeving op het ogenblik van het sluiten der debatten was vervangen, derwijze dat het voorleggen van een certificaat niet langer is vereist voor het verkrijgen van een regularisatievergunning, niet tot gevolg heeft dat de verzoekende partij hierdoor het vereiste belang bij het beroep verwerft; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is, X-9795-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien mei 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9795-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.373 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.94.669 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.