id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.379 Rolnummer: A. 120027/X-10921 Zaak: Arrest 131379 - - 13/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-18 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 06:25 Fiche Arrest nr 131.379 van 13 mei 2004 - Beslissing : Vernietiging Tussenkomst geweigerd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.379 van 13 mei 2004 in de zaak A. 120.027/X-10.
- In zake :
- Dirk GHYSELS,
- Paul VAN HOOGHTEN, die woonplaats kiezen bij Advocaat D. DE GREEF, kantoor houdende te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
- tussenkomende partij : de n.v. MOBISTAR, die woonplaats kiest bij Advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Meir 24, verzoeker in tussenkomst : Dirk CEUSTERMANS, wonende te 3040 SINT-AGATHA-RODE, Boesberg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Dirk GHYSELS en Paul VAN HOOGHTEN op 22 april 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 13 september 2000 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar van de provincie Vlaams-Brabant waarbij aan de n.v. MOBISTAR de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het plaatsen van antennes op lightpole en een bijhorende cabine op een perceel gelegen te Huldenberg (Sint-Agatha-Rode), Boesberg; X-10.921-1/7 Gelet op het arrest nr. 106.155 van 29 april 2002 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de n.v. MOBISTAR in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd, de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing wordt bevolen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld, en de kosten van de tussenkomst in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van 13 mei 2002 ingediend door de verwerende partij; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van 3 juni 2002 ingediend door de n.v. MOBISTAR; Gelet op de beschikking van 19 augustus 2002, die het verzoekschrift tot voortzetting van het geding voor het verdere verloop van de procedure aanziet als een verzoek tot tussenkomst en die de tussenkomst van de n.v. MOBISTAR toelaat; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 8 mei 2002 ingediend door Dirk CEUSTERMANS; Gelet op de beschikking van 19 augustus 2002 die de tussenkomst van Dirk CEUSTERMANS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de beschikking van 26 augustus 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de "laatste memorie" van de tussenkomende partij; X-10.921-2/7 Gelet op de beschikking van 5 december 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 februari 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat D. DE GREEF, die verschijnt voor verzoekers, van Advocaat M. van DIEVOET, die verschijnt voor de verwerende partij, van Advocaat K. GODDEAU, die verschijnt voor D. CEUSTRMANS, en van Advocaat P. MALLIEN, die verschijnt voor de n.v. MOBISTAR; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de n.v. MOBISTAR wordt aangezien als een verzoekschrift tot tussenkomst in de vordering tot nietigverklaring; dat de kosten dienovereenkomstig worden begroot; dat zij worden bepaald op 125 euro; Overwegende dat Dirk CEUSTERMANS met een verzoekschrift van 8 mei 2002 vraagt om in het geding te mogen tussenkomen; dat hij inzake het belang enkel betoogt dat zijn woning op circa 50 meter van de geplande constructie is gelegen; Overwegende dat Dirk CEUSTERMANS heeft nagelaten een beroep tot nietigverklaring van het bestreden besluit in te dienen; dat de inwilliging van het verzoek tot tussenkomst niet vermag dit verzuim goed te maken; dat de inwilliging van het verzoek tot tussenkomst niet ontvankelijk is; dat de door hem ingediende stukken uit de debatten worden geweerd; Overwegende dat voor de feitelijke gegevens van de zaak kan worden verwezen naar de uiteenzetting hieromtrent in het arrest nr. 106.155 van 29 april 2002; X-10.921-3/7 Overwegende dat de verzoekende partijen in een derde middel de schending aanvoeren van onder meer de artikelen 6,1.2.2., en 5,1.0., van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, "doordat: de bestreden stedenbouwkundige vergunning de inplanting van een lightpole + bijhorende cabine + antennes voor GSM-installatie met een hoogte van 20 m toestaat in woongebied met landelijk karakter en op 50 m van een natuurgebied op 6 m van het perceel waarop de woning bewoond door eerste verzoeker staat, (...); (...) terwijl in de onmiddellijke omgeving van de inplantingsplaats woningen zijn gebouwd (kortste op 14,50 m). De site deel uitmaakt van een landelijk woongebied dat zich uitstrekt langsheen de Leuvensebaan en de Boesberg en grenst op 50 m aan een natuurgebied. De vallei zelf is landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Deze zeer typische vallei wordt aan de overzijde begrensd door een bosgebied. De mast zal worden ingeplant op het hoogste punt van de omgeving zodat hij als visuele blikvanger in het gebied zal fungeren. De beoordeling van de ruimtelijke impact door deze ingreep werd nergens gegeven in de bestreden vergunning. De inplanting is derhalve zowel stedenbouwkundig als landschappelijk onverenigbaar met de omgeving. (...)"; Overwegende dat de verwerende partij hierop antwoordt dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de verenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving volgt uit "de ruime afstand tot de woning; de zeer beperkte doormeter van de mast; het lagergelegen zijn van de mast ...", en dat daaruit volgt dat evenmin kan betwist worden dat een dergelijk kleine mast verenigbaar is met de planbestemming woongebied met landelijk karakter; Overwegende dat de tussenkomende partij in het verzoek tot voortzetting en in de memorie niet ingaat op dit onderdeel van het middel; Overwegende dat de verzoekende partij hier in de memorie van wederantwoord in essentie niets aan toevoegt; Overwegende dat de tussenkomende partij in de "laatste memorie" in essentie stelt dat bij nauwkeurige, weloverwogen analyse van de verleende stedenbouwkundige vergunning dient te worden vastgesteld dat er in de bestreden beslissing geen sprake is van stijlformules of algemene bemerkingen, en dat een "veel uitgebreidere motivatie" leidt tot "een overtollige woordenvloed die perfect X-10.921-4/7 overeenkomt met de thans aangevochten correcte beoordeling van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar"; Overwegende dat het bestreden besluit de stedenbouwkundige vergunning verleent voor het plaatsen van antennes op lightpole en het plaatsen van een bijhorende cabine op een terrein gelegen te Huldenberg (Sint-Agatha-Rode), Boesberg; dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat het bouwperceel is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgesteld gewestplan Leuven; Overwegende dat krachtens artikel 6, 1.2.2., van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, woongebieden met landelijk karakter een nadere aanwijzing zijn van woongebieden, en bestemd zijn "voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven"; dat artikel 5, 1.0., van hetzelfde besluit bepaalt dat "de woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf, voor zover deze 'taken' van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen en voor agrarische bedrijven", en dat "deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen (...) echter maar (mogen) worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving"; Overwegende dat uit de samenlezing van de beide bepalingen volgt dat bij de beoordeling van de verenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving van een bouwwerk dat, zoals in casu, is bestemd voor openbare nutsvoorzieningen, dient te worden uitgegaan van de specifieke kenmerken van de onmiddellijke omgeving, die voornamelijk afhankelijk zijn van de aard en het gebruik van de in die onmiddellijke omgeving bestaande gebouwen of open ruimten; dat de door artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 opgelegde motiveringsverplichting vereist dat de vergunning voor een dergelijk bouwwerk de aan de onmiddellijke omgeving ontleende feitelijke gegevens aangeeft die op afdoende wijze aantonen dat het verenigbaar is met deze omgeving; dat met de gegevens en redenen die in dat verband in memories worden uiteengezet geen rekening kan worden gehouden; X-10.921-5/7 Overwegende dat wat de verenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving betreft, de motivering van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar beperkt is tot vage argumenten, met name dat "de bouwplaats (...) een holle lokale weg (is)", dat "de omgeving wordt bepaald door eengezinswoningen ingeplant in een sterk hellend en groen geheel", dat "gelet op de ruime afstand tot de woningen, de lagergelegen ligging en de zeer beperkte doormeter van de mast (...) het ontwerp zich op een verantwoorde wijze (inpast) in de omgeving"; dat de redengeving van de bestreden beslissing geen enkel concreet feitelijk gegeven aangeeft met betrekking tot de specifieke kenmerken van de onmiddellijke omgeving, met name de aard, de omvang en het gebruik van de in deze omgeving bestaande gebouwen en open ruimte; dat het de Raad van State bij gebrek aan concrete en precieze gegevens niet mogelijk is na te gaan of de vergunningverlenende overheid op grond van in rechte en in feite aanvaardbare motieven heeft kunnen oordelen dat het plaatsen van antennes op lightpole en een bijhorende cabine op het betrokken perceel verenigbaar is met de bestemming woongebied met landelijk karakter zoals vastgesteld in het gewestplan; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Dirk CEUSTERMANS wordt afgewezen. Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 13 september 2000 van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar van de provincie Vlaams-Brabant waarbij aan de n.v. MOBISTAR de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het plaatsen van antennes op lightpole en een bijhorende cabine op een terrein gelegen te Huldenberg (Sint-Agatha-Rode), Boesberg. X-10.921-6/7 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de n.v. MOBISTAR. De kosten van het verzoek tot tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de verzoekende partij in tussenkomst. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien mei 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.921-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.379 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.106.155 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.