id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.382 Rolnummer: A. 107563/X-10436 Zaak: Arrest 131382 - - 13/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-27 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-07-04 06:25 Fiche Arrest nr 131.382 van 13 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 131.382 van 13 mei 2004 in de zaak A. 107.563/X-10.
- In zake : Georges DAMME, die woonplaats kiest bij Advocaat L. RYCKAERT, kantoor houdende te 9900 EEKLO, Koningin Astridplein 14 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Georges DAMME op 17 juli 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 17 mei 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende verwerping van zijn beroep ingesteld tegen het besluit van 1 februari 2001 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Jabbeke waarbij hem de regularisatievergunning wordt geweigerd voor een waterspaarbekken voor rundvee gelegen te JABBEKE, Noordstraat 62, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 241e; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 8 januari 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 17 december 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 maart 2004; X-10.436-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. DE COCK die, loco Advocaat L. RYCKAERT verschijnt voor verzoeker, en van Adjunct-adviseur P. DE WULF, die verschijnt voor de verwerende partij; Geho o rd het eensluidend advies van Eerst e Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker op 20 april 2000 de regularisatievergunning aanvraagt voor een waterspaarbekken voor rundvee; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Jabbeke op 1 februari 2001 de regularisatievergunning weigert; dat verzoeker op 13 maart 2001 beroep instelt tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen op 17 mei 2001 beslist het beroep niet in te willigen; dat dit de thans bestreden beslissing is; dat niet wordt betwist dat het in artikel 158, § 2, tweede lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : D.R.O.) bedoelde certificaat niet werd opgesteld; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord een exceptie van niet-ontvankelijkheid wegens gebrek aan belang opwerpt; Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord stelt dat de vordering wel degelijk ontvankelijk is, aangezien zij er toe strekt een oorspronkelijke aanvraag tot regularisatie te horen toekennen; Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie stelt dat het artikel 159 D.R.O. een koppeling introduceert tussen het vergelijk enerzijds en de regularisatievergunning anderzijds, dat deze koppeling niet bestond op het ogenblik van de regularisatieaanvraag, dat verzoeker derhalve belang had op het moment van de aanvraag en dit belang gedurende de ganse procedure blijft voortbestaan, dat verzoeker hieraan toevoegt dat "ingevolge de wijziging van het Decreet van 18.05.1999 bij Decreet van 08.03.2002 (...) het voorafgaandelijk voorhanden zijn van X-10.436-2/4 het certificaat niet langer een vereiste (is) tot het bekomen van een regularisatievergunning"; Overwegende dat de bestreden beslissing de weigering van een regularisatievergunning betreft; dat krachtens artikel 159, eerste lid, D.R.O. zoals het van toepassing was op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietig- verklaring, een regularisatievergunning slechts kon worden verleend na het opstellen van het certificaat bedoeld in artikel 158, § 2, D.R.O.; dat niet blijkt dat op dat ogenblik aan de door voornoemd artikel 159, eerste lid, D.R.O. opgelegde voorwaarde was voldaan; dat, aangezien een verzoeker moet doen blijken van het rechtens vereiste belang op het ogenblik van het instellen van de vordering, de omstandigheid dat op het ogenblik van de regularisatieaanvraag de toen geldende regelgeving het voor handen zijn van een certificaat niet vereiste voor het verkrijgen van een regularisatievergunning, niet inhoudt dat verzoeker op het ogenblik van het indienen van de vordering een belang had bij de vordering; dat te dezen hoe dan ook blijkt dat op het ogenblik van het instellen van het annulatieberoep, de eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing aan verzoeker geen voordeel kon verschaffen vermits op dat ogenblik de vergunningverlenende overheid verplicht zou zijn geweest, bij gebreke aan certificaat, opnieuw de aanvraag te weigeren; dat verzoeker derhalve op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring geen belang had bij de vernietiging van de bestreden beslissing; dat, aangezien een verzoeker reeds moet doen blijken van het rechtens vereiste belang op het ogenblik van het instellen van het beroep, de omstandigheid dat de aangehaalde regelgeving op het ogenblik van het sluiten der debatten was vervangen, derwijze dat het voorleggen van een certificaat niet langer is vereist voor het verkrijgen van een regularisatievergunning, niet tot gevolg heeft dat de verzoekende partij hierdoor het vereiste belang bij het beroep verwerft; dat derhalve de door de verwerende partij opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid wegens gebrek aan belang gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. X-10.436-3/4 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien mei 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.436-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.382 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.